Madagaskar weigert vrijheid van aanbidding
IN DEZE dagen van toenemende misdaad en gewelddaad heeft elk land wanhopig behoefte aan burgers die vreedzaam zijn, die de rechten van hun medemensen respecteren en die gehoorzaam zijn aan de wet van het land.
Jehovah’s getuigen zijn zulke mensen. Zij hebben een diepgevoelde liefde voor God en voor hun medemensen en zij respecteren autoriteit. Zij leren hun kinderen, en ook anderen, de hoogste en heilzaamste morele maatstaven kennen die er bestaan. Veel landen waar Jehovah’s getuigen reeds lang wonen, erkennen dan ook dat zij de soort van mensen zijn die een land hard nodig heeft in deze tijd van haat, moord, opstand en misdadigheid.
Als u regeringsmacht zou bezitten, wat voor soort van personen zou u dan in uw land wensen? Zijn dit niet degenen die vreedzaam zijn en autoriteit respecteren? Dat zou stellig redelijk en praktisch zijn. Daarentegen zouden de misdadigers, wetsovertreders, anarchisten, verslaafden aan verdovende middelen en degenen die geen respect hebben voor autoriteit — zowel die van God als die van de mens — de ongewenste personen zijn.
Om deze reden zijn fatsoenlijke mensen over de gehele wereld zo geschokt als een regering besluiten uitvaardigt waardoor haar vreedzaamste burgers onder een verbodsbepaling komen te staan! Zij kunnen zo’n tragische situatie beslist niet begrijpen, vooral als de grondwet van diezelfde regering vrijheid van aanbidding waarborgt!
Deze bijzonder onredelijke en totaal verkeerde handelwijze is onlangs op het eiland Madagascar (Malagasie) gevolgd. Het motto van dit grote eiland, dat ten oosten van Afrika in de Indische Oceaan is gelegen, is „Vrijheid, Vaderland, Vooruitgang”. Met zo’n motto zou men vooruitgang met betrekking tot vrijheid van aanbidding verwachten. De vooruitgang wordt echter in de verkeerde richting gemaakt. De republiek Madagascar sluit haar deuren voor vrijheid van aanbidding!
In haar weigering anderen deze vrijheid toe te kennen, lichtten functionarissen van de republiek Madagascar in juni 1970 alle zendelingen van Jehovah’s getuigen erover in dat zij het land binnen enkele dagen moesten verlaten. Waarom deze haast? Waren zij gevaarlijke misdadigers of revolutionairen? Neen, en toch stond op het deportatiebevel als reden aangegeven dat hun aanwezigheid „een bedreiging vormt voor de openbare orde en veiligheid”. Er werd geen enkel feit ter ondersteuning van deze beschuldiging aangevoerd.
JEHOVAH’S GETUIGEN VERBODEN
Op 8 augustus 1970 werd er vervolgens een besluit gepubliceerd in het Officiële staatsblad van de republiek Madagascar. Besluit No. 70-431 ontbond het „Genootschap” van Jehovah’s getuigen. De verbodsbepaling is volgens het besluit gebaseerd op een verordening die is gericht tegen „genootschappen en . . . personen die van omverwerpende daden worden beschuldigd”.
Maar aan welke „omverwerpende daden” hebben Jehovah’s getuigen zich schuldig gemaakt? Wederom werden er geen specifieke daden genoemd, terwijl geen enkele getuige van Jehovah was berecht en van omverwerpende daden was beschuldigd.
MINACHTING VOOR DE GRONDWET
Het bevelschrift waarin de Getuigen verboden werden verklaard, vermeldde dat het optreden „ingevolge de grondwet” geschiedde. Is dat echter waar? Wat zegt de grondwet van de republiek Madagascar? In de preambule ervan, die in de Annuaire National van de republiek Madagascar voor 1970 werd gepubliceerd, staat:
„Hun geloof in God en in de verheven waardigheid van de menselijke persoon bevestigend en vastbesloten de fundamentele rechten van de mens, . . . geïnspireerd door de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties, te waarborgen, verklaart het Malagaskische volk plechtig dat:
— Alle mensen gelijke rechten en plichten hebben, zonder onderscheid met betrekking tot oorsprong, ras of religie. . . .
— Vrijheid van gedachten en geweten en vrijheid van godsdienstoefening wordt aan iedereen gewaarborgd, mits de goede zeden en de openbare orde worden gerespecteerd. De Staat beschermt de vrijheid van aanbidding.”
Maar weerspiegelt de verbodsbepaling met betrekking tot Jehovah’s getuigen werkelijk de vastbesloten houding om „de fundamentele rechten van de mens . . . te waarborgen”? Door zulk een verbodsbepaling wordt de waarborg van „vrijheid van godsdienstoefening” met voeten getreden. De republiek Madagascar heeft haar eigen grondwet met minachting bejegend.
Dit is ongetwijfeld een ernstige zaak. Wanneer vrijheid van aanbidding volgens de bijbel in Madagascar wordt geweigerd, wat moet een toekomstige bezoeker aan dat land dan wel van de situatie denken? Heeft hij enige zekerheid dat zijn eigen vrijheid van aanbidding en vrijheden op ander gebied gerespecteerd zullen worden door een regering die haar eigen grondwet wenst te negeren? Zou u zich veilig voelen in een land dat zulke fundamentele vrijheden met voeten treedt?
Wat Madagascar heeft gedaan, is nieuws dat zich snel over de wereld verbreidt en doet twijfel rijzen aan haar bewering zich aan de Verklaring van de Menselijke Rechten te houden die door de Verenigde Naties, waartoe de republiek Madagascar behoort, is uitgegeven.
GEEN BEDREIGING VOOR DE OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID
In de 206 landen waar Jehovah’s getuigen Gods koninkrijk en andere bijbelse waarheden onderwijzen, heeft men hen nog nooit zien deelnemen aan enige opstand tot omverwerping van een regering. Bovendien dringen zij in hun publikaties, die over de gehele wereld worden verspreid, tot gehoorzaamheid aan regeringen en respect voor de wetten van het land aan. In hun bijbelse handboek De waarheid die tot eeuwig leven leidt, dat een oplage heeft van vijfendertig miljoen exemplaren en in zestig talen is gedrukt, wordt in het hoofdstuk „Christelijke gehoorzaamheid aan de wet” op zulk een respect aangedrongen.
Er wordt in de openbare pers vaak commentaar geleverd op de goede openbare orde en het gedrag van de Getuigen. Ter gelegenheid van een internationaal congres dat in augustus 1969 in Frankrijk werd gehouden en 47.480 congresgangers uit 78 landen, met inbegrip van de republiek Madagascar, naar het Colombes Stadion bij Parijs bracht, was de Franse pers unaniem vol lof over het vreedzame gedrag van de Getuigen. Een welbekend nieuwsblad verklaarde in een verslag onder een vier kolommen beslaande kop „God in het stadion” het volgende:
„’Broeder’ Knorr [president van de wereldorganisatie van Jehovah’s getuigen] toonde in zijn instructies aan dat hoewel de regeringen van deze wereld op zekere dag plaats zullen moeten maken voor het Koninkrijk van God, ’dit de christen niet de machtiging schenkt te trachten de huidige stelsels omver te werpen of zijn medeburgers tot ongehoorzaamheid aan de rechtmatige wetten van de natiën aan te zetten: Jehovah’s getuigen zijn geen anarchisten. Zij betalen hun belastingen en werken met de politie samen om de orde te handhaven’.” — Le Monde, 7 augustus 1969, blz. 8.
Mensen die werkelijk overeenkomstig de bijbel leven, vormen voor geen enkele regering een bedreiging. En Jehovah’s getuigen leggen, zoals Collier’s Encyclopedia vermeldt, een „grote nadruk op de bijbel”. Over de invloed die de bijbel op de Getuigen heeft, stond in de uitgave van 23 november 1967 van Het Stadsblad, uitgave voor Breda en Baronie, in een artikel van de hand van de journalist M. van Dael: „De Bijbel is voor deze Getuigen het boek waaruit alle wijsheid en alle waarheid geput kan worden. De toegepaste methodiek is geënt op het systeem, dat de eerste christenen al zo’n 2000 jaren geleden hanteerden.”
De verbodsbepaling die Madagascar tegen Jehovah’s getuigen heeft uitgevaardigd, is dus in werkelijkheid een verbodsbepaling tegen de bijbel en het christendom, dat zij prediken en onderwijzen.
BEROEP OP REGERINGSFUNCTIONARISSEN
Indien u vrijheid van aanbidding liefhebt en deze vreedzame christenen wilt helpen hun „fundamentele rechten” op het aanbidden van God volgens de stem van hun geweten te herwinnen, nodigen wij u uit respectvol naar de ambassadeur van de republiek Madagascar in uw land of een nabijgelegen land en naar regeringsfunctionarissen in Madagascar zelf te schrijven.
Er kan aan de regeringsfunctionarissen gevraagd worden de feiten te onderzoeken: Dat Jehovah’s getuigen over de gehele wereld bekendstaan als christenen die zich niet met politiek bemoeien; dat zij overal respect hebben voor het land waarin zij wonen en dat zij dit bewijzen. Hoe? Door de regering niet door belastingontduiking te bedriegen, door geen samenzwering tegen regeerders te smeden of aan politieke twisten deel te nemen maar door de gemeenschap op te bouwen door de hoge morele beginselen van de bijbel te onderwijzen.
Wellicht zult u de regeringsfunctionarissen dringend willen verzoeken acht te slaan op de waarschuwing die de religieuze vervolgers van de apostelen van Jezus Christus ontvingen: „Laat u niet in met deze mensen, maar laat hen begaan; (want indien dit plan of dit werk uit mensen is, zal het te gronde worden gericht; maar indien het uit God is, zult gij hen niet te gronde kunnen richten;) anders zou misschien blijken dat gij in werkelijkheid tegen God strijdt.” — Hand. 5:38, 39.
De grondwet van de republiek Madagascar spreekt over ’bevestiging van hun geloof in God’. Misschien zult u de regeringsfunctionarissen er in uw verzoek toe willen aansporen om, als dat werkelijk waar is, zich te onthouden van het voeren van een verliezende strijd tegen Jehovah God. U zou in uw schriftelijke verzoek kunnen vermelden dat u zo snel mogelijk het in de gehele wereld gepubliceerde nieuws hoopt te vernemen dat de republiek Madagascar haar verbodsbepaling tegen de christelijke getuigen van Jehovah heeft opgeheven en zich weer waardigheid heeft verschaft door deze vreedzame christenen de religieuze vrijheid toe te staan die door de grondwet van Madagascar wordt „gewaarborgd”.
De liefhebbers van vrijheid van aanbidding die dit verzoek hebben gedaan, zullen verlangend uitzien naar de gunstige reactie van de hieronder genoemde regeringsfunctionarissen, niet slechts hun gunstige reactie door middel van het geschreven woord, maar voornamelijk door het gunstige optreden van de regering van de republiek Madagascar voor de oordeelstroon van de Almachtige God.
[Kader op blz. 266]
REGERINGSFUNCTIONARISSEN IN DE REPUBLIEK MADAGASCAR
Zijne Excellentie
President Philibert Tsiranana
Résidence de Mahazoarivo
Tananarive, République Malgache
Zijne Excellentie Calvin Tsiébo
Vice-president, Justitie
Antaninarenina
Tananarive, République Malgache
Zijne Excellentie André Resampa
Vice-president, Binnenlandse Zaken
Tsimbazaza
Tananarive, République Malgache
Zijne Excellentie Jacques Rabemananjara
Vice-president, Buitenlandse Zaken
Ministère des Affaires Etrangères
Rue Jean-Assolant
Tananarive, République Malgache
Zijne Excellentie Césaire Rabenoro
Staatssecretaris voor Afrikaanse Zaken
Ministère des Affaires Etrangères
Rue Jean-Assolant
Tananarive, République Malgache
Zijne Excellentie Jean-François Jarison
Minister van Justitie
43, rue George V
Tananarive, République Malgache
Zijne Excellentie René Rasidy
Minister van Inlichtingen, Toerisme en Traditionele Kunsten
Tananarive, République Malgache
De Heer Pierre Bora
Hoofd van de Nationale Veiligheidsdienst
Tananarive, République Malgache
Zijne Excellentie Armand Razafindrabe
Avenue de Tervueren 276
Ambassade de la République Malgache
Brussel 15
België
Zijne Excellentie Blaise Rabetafika
Gezantschap van de Republiek Madagascar bij de Verenigde Naties
301 E. 47th St.
New York, N.Y. 10017