Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w71 15/7 blz. 436-441
  • Zegeningen die voortvloeien uit geloof in de Schepper

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zegeningen die voortvloeien uit geloof in de Schepper
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • ZINVOLLE ANTWOORDEN
  • DE BIJBEL OF EVOLUTIE ALS EEN LEIDRAAD IN MENSELIJKE BETREKKINGEN?
  • WAT DE TOEKOMST INHOUDT
  • Evolutie ondermijnt het geloof
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Wat is er met de evolutie aan de hand?
    Ontwaakt! 1974
  • Gelooft u in evolutie of in schepping?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Is evolutie te verenigen met de Bijbel?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
w71 15/7 blz. 436-441

Zegeningen die voortvloeien uit geloof in de Schepper

1. Wat voor soort van toekomst heeft de evolutieleer de mens te bieden?

ZIJ DIE beweren in evolutie te geloven, hebben een erg sombere toekomst voor zich. Zij spreken over de evolutie van de mens, een eeuwen durende ontwikkeling tot een voortreffelijker levensvorm dan in het verleden. Wat heeft dit geloof de evolutionist, voor zover hij er persoonlijk bij betrokken is, echter te bieden? Hij weet heel goed dat bij het ouder worden zijn gezondheid en kracht afnemen en dat na verloop van tijd de dood hem komt opeisen. Het geloof dat hij aanhangt, laat hem geen andere keuze over.

2. In welke situatie verkeren degenen die beweren zowel in God als in evolutie te geloven?

2 Degenen die beweren zowel in God als in evolutie te geloven, staan eveneens zonder een vast gefundeerde hoop. Zij zeggen dat God zich van evolutie bediende om al het leven op deze aardbol voort te brengen, maar hiermee verwerpen zij de bijbel. Zonder deze gids bezitten zij geen openbaring van de goddelijke wil. Zij weten niet waarom zij hier zijn, welke morele maatstaven hen zouden moeten leiden of wat de toekomst inhoudt. Als men hun vraagt redenen aan te voeren voor wat zij als moraal voorstaan, kunnen zij alleen op hun eigen mening terugvallen en die wordt gevormd door de gemeenschap waarin zij leven. — Jer. 8:9.

3. Hoe komt het dat iemand die in de Schepper en zijn Woord de bijbel gelooft, veel beter af is?

3 De mens daarentegen die in de Schepper gelooft en de bijbel als Zijn geïnspireerde openbaring aan de mensheid aanvaardt, heeft een heel andere kijk op het leven. Hij versmaadt de raad uit Gods Woord niet, maar verheugt zich in de rijke zegeningen welke degenen ten deel vallen die overeenkomstig Spreuken 3:5, 6 leven, waar staat: „Vertrouw op Jehovah met heel uw hart en steun niet op uw eigen verstand. Sla in al uw wegen acht op hem, en híj zal uw paden recht maken.”

ZINVOLLE ANTWOORDEN

4, 5. (a) Waarom is het antwoord dat de bijbel betreffende de oorsprong van het universum geeft, zinvol? (b) Hoe vond de evolutionist Charles Darwin echter dat hij dit onderwerp moest afhandelen?

4 Indien u in de Schepper gelooft, verkeert u niet in duisternis over de oorsprong van het universum. Dit is geen kwestie die ontweken dient te worden. U kunt met overtuiging de verklaring in de eerste woorden van de bijbel aanhalen (Gen. 1:1). En u kunt met vertrouwen wijzen op zowel de hemelen als de aarde als een overweldigend bewijs dat ze inderdaad het werk zijn van Iemand die almachtig is, Iemand wiens kennis en wijsheid die van welke mens maar ook verre overtreffen. U zult niet in dezelfde onaangename situatie komen te verkeren van evolutionisten zoals Charles Darwin, in wiens Autobiography vermeld staat: „Een andere bron van overtuiging in het bestaan van God, verband houdend met de rede en niet met gevoelens, maakt indruk op me . . . Dit komt voort uit de buitengewone moeilijkheid of zelfs onmogelijkheid om aan te nemen dat dit onmetelijke en wonderbaarlijke universum, met inbegrip van de mens en zijn vermogen om ver achterwaarts en ver vooruit te kunnen zien, het resultaat van blinde toevalligheid of noodzaak zou zijn. Aldus redenerend voel ik mij verplicht naar een Eerste Oorzaak uit te zien.”

5 Toch, terwijl alle feiten en redeneringen in de richting van een Schepper wijzen, verwerpt hij zulk een conclusie en aanvaardt een standpunt dat hij zelf als een „onmogelijkheid” heeft erkend, door te zeggen: „Dan rijst echter de twijfel — kan men het verstand van de mens, dat zich naar ik vast geloof heeft ontwikkeld uit een verstand zo laag als van de laagste dieren, vertrouwen als het zulke grootse conclusies trekt?” Wanneer iemand op zo’n wijze redeneert, demonstreert hij hoogstpersoonlijk de waarachtigheid van de schriftplaats die luidt: „De dwaas heeft in zijn hart gezegd: ’Er is geen Jehovah.’” — Ps. 14:1.

6. (a) Waarom heeft iemand die in schepping gelooft beslist veel vóór op de evolutionist bij het begrijpen van het universum waarin hij leeft? (b) Hoe blijkt het daarom waar te zijn dat het verwerven van zowel ware kennis als wijsheid met „de vrees voor Jehovah” begint?

6 Iemand die in de Schepper gelooft, kan zijn verstand echter met bevredigende resultaten gebruiken, resultaten die anders totaal onmogelijk zijn. Waarom? Welnu, indien het universum slechts het produkt van verstandeloze evolutie zou zijn, is het niet het resultaat van een intelligent ontwerp geweest; en men zou toch niets dat een beroep doet op het redelijke verstand kunnen leren uit een studie van dat wat zelf volkomen onredelijk is, is het wel? En zelfs ofschoon het universum waarlijk het produkt van een intelligente Schepper is, zoals de feiten aantonen, hebben zij die proberen het te doorgronden terwijl zij pogen Hem en zijn voornemen buiten beschouwing te laten, met voortdurende verwarring te kampen, omdat zij vanuit een verkeerde stelling beginnen en alles wat zij leren in verband trachten te brengen met een theorie die volslagen ondeugdelijk is. Het gevolg is voortdurend een verkeerde uitleg van wat zij waarnemen en een verkeerd gebruik van de gegevens die zij verzamelen. Blijkt dit niet duidelijk uit de manier waarop het milieu van de mens wordt geruïneerd? Het is waar wat de bijbelspreuken zeggen: „De vrees voor Jehovah is het begin van kennis”, en „De vrees voor Jehovah is het begin van wijsheid” (Spr. 1:7; 9:10). Jehovah leren kennen en een eerbiedige vrees voor hem hebben, moet het beginpunt zijn wanneer iemand Zijn werken wil begrijpen en in overeenstemming ermee verstandig wil handelen.

7. (a) Tot welke frustratie onder de jeugd heeft de evolutieleer bijgedragen? (b) Waarom bestaan wij en waarin kunnen wij een ware levensvervulling vinden?

7 Iemand met zo’n goddelijke vrees lijdt niet onder de frustratie welke onder de jongeren van thans zo algemeen voorkomt omdat zij denken dat ’het leven geen zin heeft’. Iemand die de Schepper heeft leren kennen, stemt volledig in met de bijbelse verklaring: „Gij, Jehovah, ja onze God, zijt waardig de heerlijkheid en de eer en de kracht te ontvangen, want gij hebt alle dingen geschapen, en vanwege uw wil bestonden ze en werden ze geschapen” (Openb. 4:11). Als iemand met zo’n levensopvatting diep bewogen is door een prachtig landschap of de schitterende kleuren van een zonsondergang en als hij in vervoering raakt door het gezang van een vogel, ziet hij dit alles niet als zinloos. Hij dankt Jehovah voor de werken van Zijn handen. De bewijzen voor de liefde van de Schepper die hij elke dag van zijn leven ondervindt, bewegen hem ertoe anderen te helpen Degene te leren kennen en liefhebben die zo edelmoedig voor al zijn schepselen zorgt (Matth. 5:45; Hand. 17:26-28). In het kennen en doen van Gods wil vindt hij een ware levensvervulling. Hij bouwt zijn leven niet zelfzuchtig alleen rond zijn eigen behoeften en wensen op, alsof hij persoonlijk de bewerker zou zijn van alles wat hij is en heeft. Zijn gedachten zijn veeleer op God gericht. De bijbelse psalmist heeft eens geschreven: „Dient Jehovah met verheuging. Komt voor zijn aangezicht met vreugdegeroep. Weet dat Jehovah God is. Hij is het die ons heeft gemaakt, en niet wijzelf. Wij zijn zijn volk en de schapen van zijn weide. . . . Brengt hem dank, zegent zijn naam. Want Jehovah is goed; zijn liefderijke goedheid duurt tot onbepaalde tijd, en zijn getrouwheid van geslacht tot geslacht.” — Ps. 100:2-5.

8. Hoe blijkt de bijbel, en niet evolutie, in overeenstemming te zijn met datgene wat thans op biologisch en moreel gebied met de mens gebeurt?

8 Zij die in God en zijn Woord geloven, gaan niet zonder meer aan de moeilijkheden die hen in de wereld omringen voorbij. Zij krijgen ook hun deel van ziekten en zij voelen, evenals anderen, de invloed van het snel stijgende misdaadcijfer. Dit maakt hen echter niet verbitterd tegen God. Zij beweren niet, te geloven dat de mens bezig is zich biologisch en moreel in opwaartse richting te ontwikkelen, terwijl alle feiten het tegendeel bewijzen. Zij weten veeleer uit de bijbel — en de huidige gebeurtenissen stemmen hiermee overeen — dat de mensheid achteruitgaat.

9. (a) Welke verklaring geeft de bijbel voor de voortdurende achteruitgang van de mens? (b) Geeft de bijbel ook nog enige hoop voor de toekomst?

9 Hetzelfde bijbelgedeelte dat over de schepping spreekt, verklaart ook de oorzaak van deze toestand onder de mensen. Om te beginnen heeft een geestelijke zoon van God zichzelf verdorven door toe te laten dat zijn geest zich met verkeerde verlangens bezighield, door te hunkeren naar de heerlijkheid die alleen God toebehoort. Om dit verlangen te bevredigen, bracht hij de eerste vrouw, Eva, en door bemiddeling van haar, Adam ertoe Gods duidelijk uiteengezette wet te overtreden. Ofschoon God de mens rechtschapen had gemaakt, schiep hij hem niet als een robot. Het was niet tengevolge van een lichamelijke zwakheid of van een geestelijke onbekwaamheid om de ernst van de situatie te beseffen, dat Adam God ongehoorzaam was, maar door zijn eigen gebrek aan waardering voor alles wat God hem had gegeven (Genesis hoofdst. 2, 3; Deut. 32:4, 5). Zo kwam dus door ons aller voorvader de zonde in de wereld en als gevolg daarvan de ziekte en ontaarding die tot de dood leiden. Afgescheiden van God, van wie alle leven afhangt, zou de mens alleen maar achteruit kunnen gaan. Ook de voortdurende invloed van degene die zichzelf tot Satan de Duivel had gemaakt toen hij de eerste mens tot zonde aanspoorde, zou de toestand alleen maar verergeren (Rom. 5:12; Openb. 12:9). Deze schriftuurlijke verklaring is zinvol; ze komt overeen met de feiten die men tegenwoordig overal kan waarnemen. Bovendien spreekt de bijbel tot in bijzonderheden over het middel waardoor God een einde zal maken aan de goddeloosheid en de gelegenheid voor eeuwig leven onder rechtvaardige toestanden zal openstellen voor degenen die er behagen in scheppen zijn wil te doen.

DE BIJBEL OF EVOLUTIE ALS EEN LEIDRAAD IN MENSELIJKE BETREKKINGEN?

10. Waar kan men verstandige raad vinden om zich te beschermen tegen de valkuilen van het leven?

10 Tegenwoordig ontmoet men echter overal onrechtvaardigheid. Waar kan men verstandige raad vinden om zich te beschermen tegen de valkuilen die zo licht tot de ondergang leiden? De bijbel voorziet in hulp van de Schepper der mensheid zelf. „Hoe zal een jonge man zijn pad reinigen?”, vraagt de psalmist. Dan antwoordt hij, zich tot God richtend, onder inspiratie: „Door op zijn hoede te blijven overeenkomstig uw woord. In mijn hart heb ik uw woord als een schat weggelegd, opdat ik niet tegen u zondige. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht op mijn pad” (Ps. 119:9, 11, 105). De zegeningen van het nauwgezet navolgen van dat Woord blijken duidelijk uit een vergelijking van wat het zegt met de vruchten van de filosofieën die rond de evolutie zijn opgebouwd.

11, 12. Hoe bleek het geloof in evolutie een factor te zijn die tot beide wereldoorlogen heeft bijgedragen?

11 Deze generatie heeft twee wereldoorlogen meegemaakt en een van de factoren die voor beide de aanleiding vormde, was geloof in evolutie. Klinkt dit vreemd? In een bespreking over de invloed van Darwins stelling ten gunste van evolutie zegt H. G. Wells in The Outline of History: „De darwinistische beweging overrompelde de formele christenheid onverhoeds, plotseling. . . . De nieuwe biologische wetenschap bracht immers niets constructiefs om de oude morele waarden te vervangen. Een ware demoralisatie volgde.” Dan toont hij het verband hiervan aan met de houding ten aanzien van oorlog en vervolgt: „Invloedrijke volken geloofden tegen het einde van de negentiende eeuw dat zij zegevierden krachtens de ’strijd om het bestaan’, waarin de sterken en de slimmen de baas worden over de zwakken en goedgelovigen. . . . De mens, zo beslisten zij, is een sociaal dier, evenals de Indiase jachthond, . . . derhalve scheen het hun juist toe dat de grote honden van de menselijke meute de rest zouden ringeloren en onderdrukken.” In volledige overeenstemming met de evolutionistische opvatting dat de meest geschikte de strijd om het bestaan wint, stortten zij zich in een oorlog welke tot aan die tijd zijns gelijke in de geschiedenis nog niet had gevonden.

12 Niet slechts atheïstische evolutionisten worden zo beïnvloed, maar ook mensen die trachten een zekere schijn van vroomheid op te houden door te zeggen dat zij christelijke evolutionisten zijn. In zijn boek Evolution and Christians merkt Ph. G. Fothergill op: „Uit de wetenschappelijke evolutie kan een evolutionistische filosofie, en door een verkeerde uitwerking daarvan, een evolutionistische ethiek ontstaan welke bepalend kan zijn voor de morele opvattingen van de niet-christen en welke bij het doordringen in de christelijke denkwijze op sluwe wijze het christelijke geloof kan gaan ondermijnen. . . . W. Jones hield vol dat de opkomst van de mentaliteit welke de aanleiding was tot de tragedie van 1914 en later tot het nazisme en zijn verschrikkelijke buitensporigheden, voor een groot deel zou zijn terug te voeren tot de invloed van een bepaalde darwinistische opvatting.”

13. Verklaar hoe deze vrucht van de evolutie een tegenstelling vormt met de gevolgen van geloof in het Woord van ’s mensen Schepper.

13 Zulke gewelddadige vruchten van evolutie vormen een scherpe tegenstelling tot de opbouwende leiding welke van het Woord van ’s mensen Schepper uitgaat. Verwijzend naar hetzelfde bijbelboek dat over de schepping spreekt, schrijft de apostel Johannes: „Want dit is de boodschap die gij van het begin af hebt gehoord, dat wij liefde voor elkaar moeten hebben; niet zoals Kaïn [een zoon van Adam], die uit de goddeloze voortsproot en zijn broer vermoordde” (1 Joh. 3:11, 12). En tot zijn discipelen heeft Jezus Christus gezegd: „Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt” (Joh. 13:34, 35). De zegen in zulk gezelschap van het leven te genieten, is iets dat met geloof in de Schepper gepaard gaat.

14. (a) Op welke manieren wordt het gedrag op de straten der steden door het evolutionaire denken beïnvloed? (b) Wanneer ouders evolutie aanvaarden, voor welke ernstige problemen kunnen zij dan komen te staan?

14 Niet alle gewelddaden van deze eeuw hebben zich in de beide wereldoorlogen, noch zelfs in de kleinere oorlogen voorgedaan. Dezelfde „recht van de sterkste”-filosofie weerspiegelt zich in de onmenselijke overvallen welke kenmerkend zijn voor de straatmisdaad. Deze denkwijze dringt helemaal door tot in de gezinskring en verbreekt de familieband. Wanneer ouders de evolutieleer aanhangen en daaruit dus de conclusie trekken dat het leven geen zin heeft, op welke gronden kunnen zij hun kinderen er dan van doordringen dat zij hun leven niet met verdovende middelen en losbandigheid moeten ruïneren? Hoe kunnen zij hen ervan overtuigen dat zij er niet door middel van zelfmoord een eind aan moeten maken als zij dit verkiezen? Zelfs ouders die beweren in God te geloven, komen, als zij de evolutie aanvaarden, voor dit probleem te staan. Waarom? Omdat de bijbel de richtlijnen voor een goede levenswijze bevat, en door evolutie aan te hangen, verwerpen zij de bijbel.

15. Hoe vormt geloof in de Schepper een bescherming voor het gezin?

15 Zij die in de Schepper geloven, worden voor zo’n toestand behoed. Zij weten dat God onze eerste ouders heeft gemaakt, dat hij Degene is die de regels voor een juist gedrag in het gezin vaststelt en dat allen Hem verantwoording verschuldigd zijn (Spr. 15:3; Jer. 16:17). Aan ouders heeft God de verantwoordelijkheid gegeven hun kinderen in Zijn weg te onderwijzen en waardering in hen op te bouwen voor de „wonderbare dingen die hij heeft gedaan” (Ps. 78:4). Van kinderen verlangt God dat zij gehoorzaam zijn aan hun ouders en niet alleen omdat hun ouders groter of sterker zijn, maar omdat ’dit rechtvaardig is’ in de ogen van God (Ef. 6:1; Spr. 23:22). Het gevolg is een gezin waarvan de leden door liefde en respect tot elkaar gebracht worden en waar eventuele problemen besproken kunnen worden op basis van een gezaghebbende raad die door allen wordt geëerbiedigd.

16. Tegenover welke situatie met betrekking tot de seksuele moraal staan evolutionisten zonder bescherming, maar welke heilzame raad verschaft de bijbel?

16 Ook iemands standpunt ten aanzien van de seksuele moraal wordt door zijn geloof met betrekking tot de oorsprong van de mens beïnvloed. Iemand die in de bijbel gelooft, weet dat Gods wet overspel, hoererij en abortus verbiedt, en eerbied voor die wet is op vele manieren een ware bescherming voor hem (Hebr. 13:4; Rom. 13:9, 10; vergelijk Exodus 21:22, 23). De katholieke priester R. Nogar, ofschoon zelf een aanhanger van de wereldse evolutiefilosofie, erkent dat de denkwijze van evolutionisten „iemands levensbeschouwing, zijn moraal en zijn religie onmiddellijk beroert” en dat er als gevolg daarvan veranderingen optreden.a Hoe dat zo? Omdat zelfs kerkmensen die de evolutie aanvaarden, dit doen door de bijbel als „onwetenschappelijk” te doodverven. Wanneer mensen zover komen dat zij geloven dat het eerste boek van de bijbel niet ernstig opgenomen hoeft te worden, nemen zij de rest evenmin ernstig op. Zelfs de menselijke regeringen zijn bezig de wettelijke beperkingen op overspel, abortus en homoseksualiteit teniet te doen, en aangezien mensen die het geloof in een schepping verwerpen, geen hogere autoriteit erkennen dan zichzelf en hun eigen regering, staan zij aldus open voor de ziekte, frustratie en onzekerheid die het gevolg zijn van zo’n houding. Dikwijls handelt de mens zo omdat hem van jongs af geleerd is dat hij maar van een dier afstamt. — Rom. 1:22-27.

17. Tot welke andere vernederende valstrik leidt evolutie, maar hoe voorziet de bijbel in de nodige bescherming?

17 Aangezien evolutie tot gevolg heeft dat men God en de rechtvaardige beginselen van zijn Woord verwerpt, behoeft het geen verwondering te wekken dat de aanhangers ervan door nog een valstrik worden bedreigd, waarvoor zij die in de bijbel geloven, worden behoed. Welke dan wel? A. R. Wallace, een volgeling van Darwin, was volgens de evolutionist Ernst Benz een spiritist en hij zegt: „Het is betekenisvol dat de grondlegger van de parapsychologie . . . schrijft: ’Het is het darwinisme dat ons tot het mysticisme leidt.’” En ook: „Julian Huxley . . . wendt zich weloverwogen tot boeddhistische ideeën en meditatievormen en verwacht een toename in parapsychische vermogens van de mens.”b In hun wens om iets meer te worden dan de mens thans is, stellen zij zich aldus open voor de invloed van bovenmenselijke geesten. De bijbel laat ons niet in het ongewisse over de bron van zulke krachten. Hij waarschuwt nadrukkelijk tegen het zich begeven in het mysticisme en wijst als de bron ervan de Duivel en de demonen aan (Hand. 16:16-18; Ef. 6:10-13). Zo verschaft Gods geïnspireerde Woord de leiding die alle mensen nodig hebben als bescherming tegen de mensonterende praktijken waardoor zij worden omringd en om hen in staat te stellen hun leven in volledige harmonie met de wil van hun Schepper te gebruiken.

WAT DE TOEKOMST INHOUDT

18. Wat voor toekomst heeft een evolutionist uit de vorige eeuw voor het mensdom voorzien, maar hoe zijn zijn verwachtingen onjuist gebleken?

18 Ofschoon de evolutietheorie geen hoop in het vooruitzicht stelt dat enig thans levend individu voordeel zal trekken van de veranderingen die komende generaties wellicht zullen meemaken, zien sommigen van haar aanhangers toch een stralende toekomst voor het mensdom. Wij citeren A. Wallace wanneer hij spreekt over de mens zoals deze zich naar zijn inzicht door evolutie zou ontwikkelen: „Terwijl zijn uiterlijke vorm waarschijnlijk altijd ongewijzigd zal blijven, behalve in het ontwikkelen van de volmaakte schoonheid die het gevolg is van een gezond en goed functionerend lichaam, verfijnd en veredeld door de hoogste verstandelijke vermogens en gevoelens van genegenheid, zal zijn geestelijke gesteldheid blijven vooruitgaan en verbeteren totdat de wereld weer bevolkt is door een enkel gelijksoortig ras, waarvan geen enkel individu inferieur zal zijn aan het edelste exemplaar van de bestaande mensheid. Een ieder zal dan aan zijn eigen geluk werken in verhouding tot dat van zijn medemensen; er zal een volmaakte vrijheid van handelen worden gehandhaafd, aangezien de uitgebalanceerde morele rechten nooit zullen toelaten dat iemand op de gelijkwaardige vrijheid van anderen inbreuk zal maken.” Houd goed in gedachten dat dit alles wordt gezien als een gevolg van evolutie en niet door een goddelijk ingrijpen in menselijke aangelegenheden. Geven de ontwikkelingen gedurende de laatste vijftig jaar echter een gegronde reden om te geloven dat dit de richting is waarin de mens uit zichzelf koers zet? De zojuist aangehaalde schrijver overleed in het jaar 1913, dus hij heeft de gebeurtenissen die het jaar daarop over de wereld zijn losgebarsten, niet meegemaakt. Zijn beweringen worden door de hedendaagse feiten weerlegd.

19. Wat voor toekomst zien evolutieaanhangers in onze tijd, en hoe worden mensen door zo’n vooruitzicht beïnvloed?

19 In tegenstelling tot het bovengenoemde standpunt heeft in het Amerikaanse Museum voor Natuurlijke Historie in New York gedurende 1969 en 1970 het thema „Kan de mens in leven blijven?” de aandacht getrokken. Dit museum, dat zich heeft gespecialiseerd in collecties welke evolutie ondersteunen, erkent op het blad voor maart 1970 van zijn Kalender van Gebeurtenissen: „Een snel groeiende menselijke bevolking, te zamen met de invloed van een ongecontroleerde technologie, heeft de mens — en zijn leefmilieu — aan de rand van vernietiging gebracht en het overleven van de soort onzeker gemaakt.” Voor zover zij de toekomst kunnen bekijken, ziet het er donker uit en wanneer er geen stevig gegronde hoop voor de toekomst bestaat, worden de mensen natuurlijk snel geestelijk onevenwichtig. Dit is een gevolg van geloof in evolutie.

20. Waarom zijn hun toekomstvoorspellingen onjuist?

20 Vanzelfsprekend wordt bij dit alles God buiten beschouwing gelaten en zonder hem kan er geen ware kennis bestaan. Wij kunnen dankbaar zijn dat de toekomst niet van intelligentieloze evolutie afhangt of van het soort van mensen over wie Psalm 10:3, 4 zegt: „Hij heeft Jehovah geminacht. De goddeloze stelt in zijn verwaandheid geen onderzoek in; al zijn denkbeelden zijn: ’Er is geen God’.”

21, 22. (a) Wat heeft ’s mensen Schepper over de toekomst van de mensheid verklaard? (b) Hoe zal hij deze toestanden teweegbrengen en wie mogen verwachten erin te delen?

21 De toekomst van het mensdom ligt niet in handen van goddeloze mensen, maar berust bij Jehovah, die een liefhebber van rechtvaardigheid is. Als „de Formeerder van de aarde en de Maker ervan, . . . Degene die haar stevig heeft bevestigd”, heeft hij haar niet gemaakt om een verlaten woestenij te zijn, maar om bewoond te worden (Jes. 45:18). Met een vertrouwen dat past voor Degene van wie alle leven afhangt, verklaart hij: „Nog maar een korte tijd en de goddeloze zal er niet meer zijn; en gij zult stellig acht geven op zijn plaats, en hij zal er niet zijn. De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede.” — Ps. 37:10, 11.

22 Hij heeft in een totaal nieuw bestuur voorzien om toezicht te houden op de menselijke aangelegenheden (Ef. 1:8-10). De nieuwe regeerder over de aarde zal de heer Jezus Christus zijn, degene die met zijn Vader een aandeel heeft gehad aan het maken van de aarde zelf en de eerste mensen, Adam en Eva. Aangezien Jezus persoonlijk naar de aarde is gekomen en als mens heeft geleefd, begrijpt hij de problemen van de mensheid. Zijn bestuur zal met liefdevolle zorg zegeningen verschaffen, niet alleen voor degenen die toevallig leven in de tijd dat zijn duizendjarige regering begint, maar ook voor hen die door de dood zijn opgeëist. Onder zijn heerschappij zal de mensheid geestelijk en moreel vooruitgaan, maar dit zal niet het gevolg zijn van ’s mensen eigen roemrijke daden en ook niet het resultaat zijn van intelligentieloze evolutie. Het zal geschieden door het toepassen van de voordelen van Christus’ losprijs en door opvoeding in de wil van God. „De aarde zal stellig vervuld zijn van de kennis van Jehovah zoals de wateren ook de zee bedekken” (Jes. 11:9). Een zekere verwachting van zo’n heerlijke toekomst valt degenen ten deel die geloof stellen in de Schepper en die in overeenstemming met zijn geïnspireerde Woord de bijbel leven.

[Voetnoten]

a The Wisdom of Evolution, blz. 13.

b Evolution and Christian Hope, blz. 78, 80.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen