Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w70 15/9 blz. 552-559
  • De rechtvaardige wet van de Eeuwige Koning is de waarheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De rechtvaardige wet van de Eeuwige Koning is de waarheid
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • AAN GODS WET ZAL STELLIG KRACHTIG DE HAND WORDEN GEHOUDEN
  • GODS WOORD DE VEILIGE GIDS
  • INSUBORDINATIE DE OORZAAK VAN MOEILIJKHEDEN
  • OPSTAND VÓÓR DE VLOED
  • DE MENSHEID KRIJGT EEN NIEUW BEGIN
  • WAAROM DE JOODSE LEIDERS CHRISTUS VERWIERPEN
  • WAAROM JEHOVAH’S GETUIGEN GELUKKIG ZIJN
  • WARE VRIJHEID
  • WAT U GELOOFT MAAKT U TOT WAT U BENT
  • Persoonlijk voordeel trekken van de wetten en beginselen van de bijbel
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Wetgever
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • De wet van de Christus
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
  • Wetgever
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
w70 15/9 blz. 552-559

De rechtvaardige wet van de Eeuwige Koning is de waarheid

„Rechtvaardigheid en recht zijn de vaste plaats van uw troon; ja, liefderijke goedheid en trouw treden voor uw aangezicht.” — Psalm 89:14.

1. Hoe wordt tegenwoordig sterk in twijfel getrokken of er nog enige betekenis in het woord „wet” schuilt?

HET wordt tegenwoordig sterk in twijfel getrokken of er nog enige betekenis in het woord „wet” schuilt. Wetsovertreders beheersen de straten zonder erg bang te zijn dat zij voor hun misdaden gestraft zullen worden. De burgers houden zich afzijdig en zijn bang de vrouw die wordt aangevallen of de onschuldige man die wordt mishandeld, te hulp te komen. De openbare diensten worden stilgelegd en miljoenen burgers hebben eronder te lijden dat een minderheid van sit-inners, oproerkraaiers en ontevredenen de regeringslichamen die de wet handhaven tot handelen uitdagen. Nu wereldleiders worden vermoord, hebben velen het gevoel dat niemand meer veilig is. In sommige natiën heeft dit een strakker bewind, de staat van beleg en het wegnemen van dierbare menselijke rechten tot gevolg gehad.

2, 3. Hoe wordt de wet van God aangevallen, en welke vragen rijzen er?

2 Niet alleen wordt de wet van burgerlijke regeringen aldus aangevallen, maar, en dit is ernstiger, de universele wet van God de Schepper wordt in twijfel getrokken doordat men het gevoel heeft dat er geen superieure wet bestaat. Op scholen worden de kinderen onderwezen in de absoluut onbewezen evolutietheorie, en onderwijzers zijn bang deze theorie in twijfel te trekken. De evolutietheorie ontkent de waarheid dat er een universele wet bestaat waardoor niet alleen materiële dingen, de „natuur” genaamd, worden beheerst, maar ook morele betrekkingen. Hiervoor in de plaats is de leerstelling gekomen dat toeval, een blinde kracht, alles beheerst.

3 Bestaat er niets zekers waarop wij kunnen vertrouwen? Bestaat er geen duurzame, stabiele wetsgrondslag van een superieure wetgever, een hooggerechtshof van het universum dat op juiste wijze oordeelt en gehoorzaamheid aan de wet afdwingt, ten einde de opmars naar anarchie een halt toe te roepen? Zeer zeker, en dit artikel is gepubliceerd voor mensen die de wet respecteren. In Prediker 5:8 lezen wij: „Indien gij enige onderdrukking van de onbemiddelde en het gewelddadig wegnemen van recht en van rechtvaardigheid ziet in een rechtsgebied, verbaas u niet over de aangelegenheid, want iemand die hoger is dan de hoge waakt, en er zijn er die hoog boven hen zijn.” In Romeinen 8:21 staat bovendien: „De schepping zelf . . . [zal worden] vrijgemaakt . . . van de slavernij des verderfs en de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods . . . hebben.”

AAN GODS WET ZAL STELLIG KRACHTIG DE HAND WORDEN GEHOUDEN

4, 5. Zal aan Gods morele wetten net zo zeker krachtig de hand worden gehouden als aan zijn wetten die de natuurlijke dingen beheersen? Leg dit uit.

4 Er zijn bepaalde wetten waaraan met betrekking tot iedereen krachtig de hand wordt gehouden, of wij dit nu prettig vinden of niet. Als iemand bijvoorbeeld van een tien verdiepingen hoog gebouw springt, zal hij onvermijdelijk naar beneden vallen, met veel schade voor zichzelf. Wij noemen dit de „wet van de zwaartekracht”. De sanctie of vergelding wordt snel en automatisch toegepast. Bezorgt de wet van de zwaartekracht ons last of ongemak? Neen. Ze is absoluut noodzakelijk voor ons verblijf op aarde. Het overtréden van de wet brengt juist rampspoed.

5 Hetzelfde geldt voor morele wetten, hoewel ze niet altijd zo werkzaam zijn dat er een onmiddellijke tenuitvoerlegging op volgt. Als illustratie het volgende: De bijbel zegt dat wie zijn broeder haat, een doodslager is (1 Joh. 3:15). Het feit doet zich voor dat het onderwijzen van haat jegens personen van een ander geloof, een andere nationaliteit of een ander ras werkelijk tot talloze moorden heeft geleid, zelfs tot algehele afslachting in oorlogen. Zo kan ook van de overspeler worden gezegd, hoewel hij niet altijd onmiddellijk rampspoed ervaart, dat zijn situatie er nooit beter op wordt. In plaats daarvan zullen de straffen die op deze wet staan, in de vorm van ziekte, misvormde kinderen, een uiteengevallen huisgezin, ongeluk, haat en soms moord, hem onverwijld achterhalen. Vormt het houden van de morele wat een last, een onredelijke beperking die tot een ongelukkig gevoel leidt, of wordt de moeilijkheid juist door het overtreden van die wat veroorzaakt? Het antwoord dringt de conclusie aan ons op dat de bijbelse wat de WAARHEID is. In de praktijk blijkt hoe waar ze is.

6. Hoe bindend zijn de wetten van God voor de mensheid?

6 Deze beginselen maken deel uit van de wet van de oppermachtige en onzichtbare God, de Schepper. Binnen het raamwerk van zijn wetten beweegt alles zich en is alles onderworpen. Het is zoals in Handelingen 17:28 over God wordt gezegd: „Door hem hebben wij het leven en bewegen wij ons en zijn wij, zoals ook sommigen van de dichters onder u hebben gezegd: ’Want wij zijn ook zijn nageslacht.’” Gods verklaring aan Israël dat „de mens niet leeft van brood alleen, maar dat de mens leeft van elke uiting uit Jehovah’s mond”, is een beginsel dat op iedereen van invloed is (Deut. 8:3; Matth. 4:4). Wanneer de Schepper een bevel uitvaardigt, wordt het een onherroepelijke wet voor het universum. In Jesaja 55:10, 11 verklaart hij: „Want net zoals de stromende regen, en de sneeuw, van de hemel neerdaalt en naar die plaats niet terugkeert, tenzij hij de aarde werkelijk drenkt en haar doet voortbrengen en uitspruiten, en er werkelijk zaad aan de zaaier en brood aan de eter wordt gegeven, zo zal mijn woord dat uit mijn mond uitgaat, blijken te zijn. Het zal niet zonder resultaten tot mij terugkeren, maar het zal stellig datgene doen waarin ik behagen heb geschept en het zal stellig succes hebben in dat waarvoor ik het heb gezonden.”

GODS WOORD DE VEILIGE GIDS

7. Wanneer wij Gods Woord volgen, welke uitwerking zal het dan op ons hebben met betrekking tot gehoorzaamheid aan zijn wet?

7 Jehovah God de Schepper heeft veel dingen tot de mensheid gesproken en deze woorden staan in zijn Woord de bijbel opgetekend. Alles wat dit Woord zegt, onthult iets over Jehovah’s persoonlijkheid. Door ’onze geest te hervormen’ om de dingen vanuit zijn standpunt te bezien — het feitelijke, realistische standpunt — kunnen wij in een grotere mate net als hij zijn en zal het steeds gemakkelijker voor ons worden zijn wet te volgen (Rom. 12:2). Het zal steeds natuurlijker voor ons worden ernaar te leven, net zoals het dit voor Jezus was. In zijn menselijke volmaaktheid en zijn toewijding aan Jehovah was het voor Jezus onnatuurlijk om ook maar te denken aan iets wat in strijd met Gods wet zou zijn (Matth. 16:21-23). Door de hulp die Jehovah ons door bemiddeling van Jezus Christus geeft, kunnen wij thans vorderingen maken en onder Gods Koninkrijksregering, wanneer wij tot vleselijke volmaaktheid komen, zullen wij niet meer in conflict komen met het zondige vlees dat ons in de verkeerde richting trekt, zoals dit thans het geval is volgens Romeinen 7:21-25, waar staat: „Ik bemerk in mijn geval dan deze wet: dat wanneer ik het juiste wens te doen, het slechte bij mij aanwezig is. Naar de innerlijke mens schep ik werkelijk behagen in de wet van God, maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij in gevangenschap voert aan de wet der zonde, die in mijn leden is. Ellendig mens die ik ben! Wie zal mij verlossen van het lichaam dat deze dood ondergaat? God zij gedankt door bemiddeling van Jezus Christus, onze Heer! Zo ben ik dan zelf met mijn verstand een slaaf van Gods wet, maar met mijn vlees van de wet der zonde.”

8. Wat dient men met betrekking tot zijn religie vast te stellen, en waarom?

8 Jehovah is de God van wet en van waarheid. Jezus zei: „God is een Geest, en wie hem aanbidden, moeten hem met geest en waarheid aanbidden” (Joh. 4:24). De weg van religie moet de weg der waarheid zijn om een veilige gids te kunnen vormen. Indien een levenswijze of een vorm van aanbidding derhalve niet in overeenstemming is met wat waar en feitelijk is, zal het einde van de persoon die deze handelwijze volgt rampspoedig zijn. In Spreuken 16:25 worden wij gewaarschuwd: „Er bestaat een weg die recht is voor het aangezicht van een man, maar de wegen van de dood zijn er naderhand het einde van.” Aangezien datgene wat iemand werkelijk gelooft, bepaalt hoe hij zal leven, moet hij de waarheid volgen als hij succesvol hoopt te zijn.

INSUBORDINATIE DE OORZAAK VAN MOEILIJKHEDEN

9, 10. Welke regelingen trof God in het begin voor de mens, en werd Adam er al te zeer door beperkt?

9 Het bijbelse verslag vermeldt dat Adam, de eerste mens, volmaakt werd geschapen en in een plaats van schoonheid en volmaaktheid woonde, waar in al zijn geestelijke en stoffelijke behoeften werd voorzien, alsmede in werk om hem bezig te houden (Gen. 2:7-9, 15; Deut. 32:4). Er bestond een universele wet die de gehele schepping in evenwicht hield. Adam werd van deze wet op de hoogte gesteld.

10 Welnu, was er iets schadelijks in de wet die God hem gaf? Had God, aangezien Adam het vooruitzicht had God tegenover het mensengeslacht te vertegenwoordigen, niet het recht Adam in te lichten over de beperkingen waaraan zijn menselijke autoriteit onderworpen was? God zei tot Adam: „Maar wat de boom der kennis van goed en kwaad betreft, gij moogt daarvan niet eten, want op de dag dat gij daarvan eet, zult gij beslist sterven” (Gen. 2:17). In Lukas 16:10 lezen wij: „Wie getrouw is in het geringste, is ook getrouw in veel, en wie onrechtvaardig is in het geringste, is ook onrechtvaardig in veel.” Werd Adam aan te strenge beperkende bepalingen onderworpen? Helemaal niet. De wet niet van een bepaalde boom te eten, vormde een beproeving op Adams gehoorzaamheid aan de Ontwerper en rechtmatige Beheerser van de schepping en op Adams erkenning van de soevereiniteit van zijn Schepper en Wetgever.

11. Wat bracht ontbering over Adam en zijn gezin?

11 Wat bracht dan ontbering over Adam en lijden over zijn gezin en nakomelingen? Gehoorzaamheid aan Gods wet? Neen, het was zijn besluit om uitsluitend overeenkomstig ZIJN wil te werk te gaan. Het was toen hij onbeheerst insubordinatie pleegde. Hij wenste absolute onafhankelijkheid; zelfs God kon hem niet zeggen wat te doen. Hij verliet de weg der WAARHEID. — Gen. 3:17, 23, 24.

OPSTAND VÓÓR DE VLOED

12. (a) Waren de mensen vóór de Vloed verantwoordelijk voor hun handelwijze? (b) Waarom gedroegen zij zich aldus?

12 Kaïn en Abel, die buiten de hof van Eden werden geboren, wisten dit. Zij konden de tuin zien en zij wisten dat zij het niet hoefden te wagen er binnen te gaan omdat de cherubs met „het vlammende lemmer van een zwaard” aan de ingang ervan waren gestationeerd. Zij wisten ook wat er was voorgevallen, zoals wij deze geschiedenis thans in het boek Genesis lezen. Niet alleen Kaïn en Abel wisten dit, maar ook alle andere mensen die vóór de Vloed leefden, want zij konden de hof en de blokkering van de ingang ervan 1656 jaar lang zien totdat de Vloed deze uitwiste. Zij behoefden zich niet geheel en al op het mondelinge bericht te verlaten, zoals dit in de loop der jaren werd overgeleverd, om de waarheid van ’s mensen oorsprong en geschiedenis te weten te komen. Zij konden dit zelf zien. Zij verlieten de juiste weg, niet wegens gebrek aan gelegenheden om de waarheid te weten, maar omdat zij anarchistisch waren ten opzichte van God. Ondanks de historische feiten wilden zij naar EIGEN believen handelen. Dit deden zij ook, en zij vervielen tot allerlei corrupte daden (Gen. 6:5, 11-13; Rom. 1:24-32). De oppermachtige Wetgever sliep niet maar trad handelend op om plotseling een einde aan hun leven te maken.

13. Wat tonen de resultaten met betrekking tot Gods wetten aan?

13 Brachten Gods natuurlijke wetten ten aanzien van moraliteit en een juiste handelwijze ontberingen over die mensen vóór de Vloed? Wie waren degenen die lijden ondergingen? Degenen die gehoorzaam waren aan wat God had gezegd of de anarchisten? Noach stond er wat de gelegenheid betreft de waarheid van de zaak te weten te komen niet beter voor dan de overigen. Maar hij geloofde in Gods natuurlijke wet en gehoorzaamde deze. Als gevolg hiervan redde hij zichzelf en de zeven andere leden van zijn gezin. Wij kunnen blij zijn dat hij gehoorzaam was. — Gen. 8:1, 16-18; 1 Petr. 3:20.

DE MENSHEID KRIJGT EEN NIEUW BEGIN

14. Welke situatie bestond erna de Vloed, en hoe ontstonden er opnieuw moeilijkheden?

14 Na de Vloed overleefd te hebben, begon Noach, als Gods communicatiekanaal, zijn gezin onmiddellijk in de juiste aanbidding voor te gaan (Gen. 8:20, 21). Hun nakomelingen wisten dat degenen die de waarheid hadden genegeerd, waren omgekomen. Toen de bevolking toenam, wilden sommigen echter hun eigen weg gaan, die in strijd was met de bewezen feiten. Volgens Gods opdracht aan Noach moesten zij na verloop van tijd als „pioniers” naar nog niet ontdekte gebieden gaan om zich daar te vestigen en ze te bevolken. In Genesis 9:1 lezen wij hierover: „Vervolgens zegende God Noach en zijn zonen en zei tot hen: ’Weest vruchtbaar en wordt tot velen en vult de aarde.’” Dit zou een genoegen zijn geweest en Gods rechtvaardige wet zou hierdoor over de gehele aarde worden bevestigd. Maar wederom betoonden zij zich stijfhoofdig en werd hun geest met insubordinatie en opstandigheid vervuld. Deze mensen hadden er geen zin in hun gerieflijk ingerichte huis te verlaten om nu eenmaal te doen wat hun Wetgever had voorgeschreven. Zij probeerden er onderuit te komen (Gen. 9:7, 19; 11:4). Dit lukte hen door het leiderschap te aanvaarden van Nimrod, een opstandeling tegen Jehovah, over wie wij lezen: „Hij deed zich kennen als een geweldig jager gekant tegen Jehovah. Daarom zegt men wel: ’Zoals Nimrod, een geweldig jager gekant tegen Jehovah.’” — Gen. 10:9.

15, 16. Waarom gedroegen degenen die Nimrod volgden zich aldus, en waardoor werden zij ongelukkig gemaakt?

15 Die opstandelingen na de Vloed hadden de geest van zelfbeslissing. Zij dachten dat zij absolute onafhankelijkheid konden genieten, maar in werkelijkheid werden zij in slavernij gebracht aan Nimrod, een verdorven, egoïstische politicus. God verbrak hun samenzwering en dwong hen uiteen te gaan, terwijl hij er hierdoor voor zorgde dat degenen die aan de ware aanbidding vasthielden, rein bleven. In Genesis 11:5-9 lezen wij: „Toen daalde Jehovah neer om de stad en de toren die de mensenzonen hadden gebouwd, te zien. Daarna zei Jehovah: ’Zie! Zij zijn één volk en er is één taal voor hen allen, en dit beginnen zij te doen. Wel, nu zal niets van wat zij wellicht van plan zijn te doen, onbereikbaar voor hen zijn. Kom dan! Laten wij afdalen en daar hun taal verwarren, opdat zij niet naar elkaars taal luisteren.’ Bijgevolg verstrooide Jehovah hen vandaar over de gehele oppervlakte der aarde, en geleidelijk staakten zij de bouw van de stad. Daarom werd haar naam Babel genoemd, omdat Jehovah daar de taal van de gehele aarde had verward, en vandaar had Jehovah hen over de gehele oppervlakte der aarde verstrooid.” De verstrooide personen verbreidden evenwel niet Gods wet maar hun opstandige houding over de oppervlakte der aarde.

16 Wat maakte deze mensen nu ongelukkig? Hadden zij gedurende de ongeveer 150 jaar voordat zij opstandig werden, schade ondervonden van Gods wet? En hoe waren er verdeeldheid en haat en verbreiding van valse aanbidding en leugens over God op aarde gekomen? Niet door Gods wet. Het was wederom gekomen door de ongehoorzame mensen die insubordinatie pleegden en zijn wet verlieten.

17. Geef enkele voorbeelden van de hoge morele maatstaf die door de getrouwe leden van Sems geslachtslijn werd nageleefd.

17 Niet alle gezinnen na de Vloed waren echter door deze slechte geest aangetast. In de geslachtslijn van Noachs zoon Sem bleef de waarheid bestaan, met hoop op Gods belofte van een „zaad” dat de mensheid zou bevrijden, zoals in Genesis 3:15 was voorzegd, waar God zei: „Ik zal vijandschap stellen tussen u en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad. Hij zal u in de kop vermorzelen en gij zult hem in de hiel vermorzelen.” Het is waar dat deze mensen niet volmaakt leefden, aangezien zij nakomelingen van de zondaar Adam waren, maar zij gehoorzaamden God. Zij spraken nog steeds de oorspronkelijke taal en leefden overeenkomstig de ware levenswijze. Zij gehoorzaamden Gods wet betreffende moord (Gen. 9:6) en zij erkenden dat hoererij (Gen. 34:2, 31), overspel (Gen. 38:24), diefstal (Gen. 31:30-32) en kidnappen (Gen. 42:21, 22) niet in overeenstemming waren met Gods rechtvaardige wegen. Zij hadden veel respect voor de rechten van de ander en stonden niet dermate op hun eigen rechten dat zij hierdoor moeilijkheden of strijd veroorzaakten (Gen. 13:5-11; 26:15-31). Wat gebeurde er met de overigen? Wij lezen over hun aanbidding van afgoden, hun verering van mensen als helden en de corruptie en het verval van hun machtige natiën. God heeft de Kanaänieten eeuwenlang verdragen, totdat zij zo verdorven werden, zo ver van Gods wet verwijderd waren en zo besmet waren met ziekten, dat zij een gevaar waren geworden voor hun omgeving; vandaar dat God hen uit het land verwijderde (Gen. 15:16). Wie hadden nu gelijk en wie moesten lijden ondergaan? Wie waren beter af? Waardoor kwam er een last op de mensen te rusten, door Gods wet te gehoorzamen of door naar eigen believen te handelen?

18. Wat deed het Wetsverbond voor de natie Israël?

18 Uit liefde voor zijn vriend Abraham heeft God vervolgens zijn nakomelingen, de natie Israël, onder het Wetsverbond georganiseerd. Stelde dit hen aan ontbering of rampspoed bloot? De Wet die door bemiddeling van de profeet Mozes was gegeven, bracht Israël in eendracht bijeen; ze beschermde de natie tegen afgoderij, mensenoffers en vuile, immorele praktijken en vormde een bescherming voor de gezondheid. — Ex. 19:1 tot 20:17.

WAAROM DE JOODSE LEIDERS CHRISTUS VERWIERPEN

19. Als gevolg waarvan werd de natie Israël in 70 G.T.verwoest?

19 Toen Israëls hoofdstad Jeruzalem in 70 G.T. werd verwoest, kwam dit toen omdat zij Gods wet hielden? Neen! Het kwam omdat zij zich eraan ergerden en ze met alle geweld wilden overtreden. Dit leidde hen ertoe het Zaad te verwerpen waarnaar hun voorvaders lang hadden uitgezien. Zij zeiden met betrekking tot Jezus Christus: „Wij hebben geen andere koning dan caesar”! (Joh. 19:15) Wensten deze joden echter werkelijk vreedzaam onder de wet van caesar te leven? Helemaal niet! Zij waren nationalistische oproerkraaiers die opruiend hoopten het Romeinse juk van zich af te werpen, als gevolg van welke houding hun heilige stad Jeruzalem ten slotte volledig door de Romeinen werd verwoest.

20. (a) Hoe stelde Christus de joodse leiders in hun hoop teleur? (b) Welke houding bleek in die tijd het nuttigst te zijn?

20 Toen Jezus Christus tot de joden kwam, bleek hij niet een grote veroverende held te zijn die aan hun nationalistische ideeën voldeed, maar een zachtaardige man die hun leerde vreedzaam te zijn, de Wet te gehoorzamen en te wachten totdat God onrechtvaardigheden zou verwijderen. Volgens Matthéüs 22:21 zei hij: „Betaalt caesar daarom terug wat van caesar, maar God wat van God is.” Was dit een zwakke en dwaze handelwijze? Wie bleek het bij het verkeerde eind te hebben? Met Jeruzalems val werden 1.100.000 joden gedood en 97.000 gevangen genomen om als slaven verkocht te worden, waardoor de slavenmarkt zo werd overvoerd dat er geen kopers meer waren (Deut. 28:68). Was hun slechte situatie Gods schuld? Hoe stond het met degenen in Judéa die naar Christus luisterden en gehoorzaam waren? De geschiedenis bericht dat zij acht sloegen op Christus’ waarschuwing en vóór 70 G.T., toen zij zagen dat Jeruzalems voorzegde terechtstelling elk moment kon beginnen, naar de bergen van Gilead vluchtten (Luk. 21:20, 21). Zij vonden een veilig heenkomen en konden hun werk voortzetten. Maar waar waren de nationalisten en de opruiers tegen Gods wet?

21. Kunnen wij ter verontschuldiging van de joden van de eerste eeuw aanvoeren dat zij niet genoeg in de gelegenheid waren de waarheid te kennen? Waarom niet?

21 Het was niet zo dat de joden van die eerste eeuw G.T. geen gelegenheid hadden om de waarheid te kennen. Het is waar dat hun leiders hun verkeerd waren voorgegaan. Maar in 29 G.T. deed Johannes de Doper een krachtig beroep op hen om tot God terug te keren en zijn wat te volgen. Degenen die aandacht schonken aan Johannes’ woorden, konden Jezus Christus gemakkelijk herkennen. Waarom? Omdat de Wet in honderden identificerende kenmerken voor hem als Christus of Messías had voorzien. Ze eiste niet dat men hem op grond van blinde lichtgelovigheid zou aanvaarden. Zie bijvoorbeeld Micha 5:2 vergeleken met Matthéüs 2:5, 6; Jesaja 7:14 en Matthéüs 1:22, 23; Genesis 49:10, Jeremia 23:5 en Handelingen 2:30-36; Jesaja 61:1-3 en Lukas 4:16-21.

22. Wat zou het voor de joden voor resultaat hebben gehad als zij Gods wet hadden gehoorzaamd?

22 Indien de joden Gods wet hadden gehoorzaamd, zouden zij rechtstreeks tot Christus zijn geleid en als Gods opgedragen volk dat uit Egypte was bevrijd en ten tijde van de doortocht door de Rode Zee in 1513 v.G.T. in Mozes was gedoopt, onder zijn leiding zijn gekomen (1 Kor. 10:1, 2; Deut. 18:18, 19). Jezus Christus was de WAARHEID waarnaar de gehele Wet vooruitwees. Als de joden naar hem hadden geluisterd, zouden zij vernietiging hebben vermeden. Degenen die inderdaad onder zijn leiding kwamen, waren niet ongelukkig.

WAAROM JEHOVAH’S GETUIGEN GELUKKIG ZIJN

23. Hoe bezien Jehovah’s getuigen wet, en zijn zij hierom te beklagen?

23 In deze tijd erkennen Jehovah’s getuigen dat wet gehoorzaamd moet worden. Zij gehoorzamen in de eerste plaats de wet van God. Deze is de hoogste wet. Vervolgens erkennen zij dat zij onderworpen zijn aan de wet van de regeringen op aarde, tenzij deze rechtstreeks indruist tegen Gods wet. Wij lezen hierover in Romeinen 13:1: „Iedere ziel zij onderworpen aan de superieure autoriteiten, want er is geen autoriteit dan door God; de bestaande autoriteiten zijn door God in hun relatieve posities geplaatst.” Handelingen 5:29 vertelt ons dat zij zeiden: „Wij moeten God als regeerder meer gehoorzamen dan mensen.” In de derde plaats volgen zij het beginsel dat de man het hoofd is van het gezin en dat er onderworpenheid dient te bestaan aan de gezinswet (1 Kor. 11:3; 1 Petr. 3:1-6). Zijn zij hierom te beklagen — omdat zij niet deelnemen aan relletjes, demonstraties, politieke plannen en opstanden? Ziet u hen met een droevig gezicht? Neen; integendeel, iedereen ziet in dat zij gelukkig zijn.

24. Wat heeft gehoorzaamheid aan Gods wet voor Jehovah’s getuigen gedaan?

24 Er wordt vaak aan Jehovah’s getuigen gevraagd: ’Wat maakt jullie toch zo gelukkig? Jullie gaan met jullie boodschap van huis tot huis en veel mensen behandelen jullie onvriendelijk; jullie gaan er in de regen en de kou op uit en doen jullie werk. Ik begrijp er niets van.’ Welnu, is Gods wet voor hen als christenen een last? Maken dingen die een last zijn, iemand gelukkig? Het komt doordat Gods wet de WAARHEID is en tot welzijn van de mens strekt. Gods wet heeft nooit iemand die haar gehoorzaamde, ongelukkig gemaakt.

25. Wat had gehoorzaamheid aan Gods bevel voor Abraham tot gevolg?

25 Neem bijvoorbeeld Abraham, die van God het bevel ontving zijn geliefde zoon Isaäk als een slachtoffer te offeren. „Dit moet hem” zo zou u kunnen zeggen, „beslist ongelukkig gemaakt hebben.” Maar Abraham wist dat gehoorzaamheid aan Gods wet nooit slechte gevolgen kon hebben. Hij wist dat God „de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken” (Hebr. 11:6). Wat was het resultaat? God voorzag in een vervangend slachtoffer en Abraham, die op zijn gehoorzaamheid was beproefd, werd een van de gelukkigste mensen op aarde, die enkele van de grootste zegeningen genoot. — Gen. 22:1, 2, 9-18.

WARE VRIJHEID

26. Welke vrijheden genieten degenen die Gods wet in deze tegenwoordige tijd gehoorzamen?

26 Aangezien rechtvaardigheid en recht de vaste plaats van Gods troon zijn en aangezien liefderijke goedheid en trouw voor zijn aangezicht treden, worden degenen die Gods wet in deze tegenwoordige tijd gehoorzamen, talloze verdrietelijkheden bespaard. Zij kennen de waarheid en de waarheid heeft hen vrijgemaakt, zoals Jezus in Johannes 8:32 zei: „Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.” Zij worden niet door de beloften van mensen bedrogen. Zij zien de feiten onverbloemd onder de ogen. Zij zijn vrij van de vrees voor de dood en van het verdriet dat door vals-religieuze zienswijzen over de dood wordt teweeggebracht. Hun gezinnen zijn verenigd en gelukkig. Zij raken niet in moeilijkheden verwikkeld door partij te kiezen in de twisten en conflicten van de wereld. Waarom? Niet omdat zij geen betere wereld wensen. Evenals ieder ander lijden zij ontberingen die als gevolg van de moeilijkheden van de wereld over hen komen. Zij weten echter dat Gods koninkrijk blijvend een werkelijk verkieslijke toestand tot stand zal brengen. Zij weten dat de huidige toestanden er een teken van vormen dat deze regeling van dingen haar einde nadert. Dat op zichzelf vormt goed nieuws.

27. Wat dienen degenen te doen die onder de wetten van door mensen gemaakte regeringen onrecht lijden?

27 Iedereen beseft natuurlijk dat personen onder door mensen gemaakte regeringen onrecht hebben geleden. Velen die onder menselijke regeringen staan, hebben alleen maar klachten. Aan de andere kant kan niemand werkelijk zeggen dat hij onrecht heeft geleden door Gods wet te gehoorzamen. Mensen die van mening zijn dat er onrecht heerst, dienen in plaats van te trachten een betere regering op te richten, te doen wat Jehovah’s getuigen doen, namelijk zich tot Gods wet te wenden, en hoewel zij onder een onrechtvaardig stelsel leven, zullen zij zelfs thans gelukkig zijn, net zoals dit met Jehovah’s getuigen het geval is. De bijbel zegt: „De zegen van Jehovah — díe maakt rijk, en hij voegt er geen smart bij.” — Spr. 10:22.

28. Hoe vergaat het degenen die vrijheid door middel van wetteloosheid zoeken?

28 Degenen die vrijheid zoeken door middel van wetteloosheid, komen in werkelijkheid steeds meer vast te zitten omdat alles hen tegenwerkt. Zij komen onder de macht van leiders die hen in moeilijkheden brengen en zij raken betrokken bij vijandschap, haat, twist, strijd en frustraties. Zij raken verwikkeld in onenigheden over ras, politiek, nationalisme en religie. Hun respectieve organisaties vallen uiteen, aangezien er in eigen gelederen verdeeldheid heerst. Zij naderen de situatie die zij volgens de bijbel zouden bereiken, namelijk dat de hand van elke man tegen zijn metgezel zal zijn. — Zach. 14:13.

29. Waarom en hoe hebben degenen die Gods wet gehoorzamen de vrijheden die door anderen worden gezocht maar niet worden verkregen?

29 Degenen die Gods wet volgen, hebben de grootste vrijheid, aangezien die wat is ontworpen om aan ’s mensen behoeften te voldoen. God zorgt ervoor dat hun gehoorzaamheid hen tot voordeel strekt. Met het oog hierop staat er in Romeinen 8:28 geschreven: „Nu weten wij dat God al zijn werken doet samenwerken ten goede voor hen die God liefhebben, hen die volgens zijn voornemen de geroepenen zijn.” Eerlijke mensen respecteren hen. Zij worden alleen door haters van God gehaat. Zij vermijden de hartverscheurende strijd waaraan degenen het hoofd moeten bieden die zichzelf trachten te behagen. Zij verheugen zich in werkelijke integratie in hun gelederen, geen afgedwongen of kunstmatige integratie. Alle rassen en nationaliteiten onder hen kunnen in volmaakte eenheid met elkaar opschieten omdat zij elkaar liefhebben. Zij komen tot God om hem te dienen, waarbij zij niet eens aan zulke verschillen denken. Wanneer zij God liefhebben en zijn wetten gehoorzamen, vloeit hier automatisch eenheid uit voort.

WAT U GELOOFT MAAKT U TOT WAT U BENT

30. Wat zien publicisten over het hoofd wanneer zij de goede moraal van Jehovah’s getuigen prijzen?

30 Sommige publicisten hebben over Jehovah’s getuigen opgemerkt: ’Hun leerstellingen mogen dan nietszeggend zijn, maar zij hebben een levenswijze gevonden die hen tot onze beste burgers maakt. Zij zijn voorbeelden en wij kunnen veel van hen leren.’ Wat een tegenstrijdige taal! Maakt datgene wat iemand gelooft hem niet tot wat hij is? De idealist, de heerser, de voorstander van integratie, de revolutionair, de asceet en de „nozem” zijn allen niet intrinsiek of door geboorte wat zij zijn, maar door wat zij geloven, hoe zij denken en de beginselen die zij volgen. Qua personen zijn Jehovah’s getuigen niet anders dan andere mensen. Zij doen echter niet precies waar zij zin in hebben; zij volgen theocratische wetten, Gods wetten. Zij zijn wat zij zijn DOOR WAT ZIJ GELOVEN en omdat hetgeen zij geloven en volgen Gods wet, de WAARHEID, is. Vandaar dat de psalmist in Psalm 119:142 tot God zei: „Uw rechtvaardigheid is een rechtvaardigheid tot onbepaalde tijd, en uw wat is waarheid.”

31. Wat dienen allen die Jehovah wensen te dienen, aangezien zij zijn zegeningen als gevolg van gehoorzaamheid zien, bijzonder ijverig te willen doen?

31 Welnu, allen die Jehovah wensen te dienen, wees er dankbaar voor dat hij uw Wetgever, Rechter en Koning is — uw absolute Soeverein. Houdt al zijn inzettingen hoog, want ze zijn voor uw welzijn. Deze inzettingen omvatten het geregeld bijeenkomen met Gods volk, zowel op de gemeentevergaderingen in de Koninkrijkszalen als op congressen. Ze houden ook in dat u zich volledig beschikbaar stelt voor Gods dienst. Regelt uw zaken, indien mogelijk, dusdanig dat u aan het bijbelse „pionierswerk” kunt deelnemen, aan de volle-tijdprediking „in het openbaar en van huis tot huis”, opdat u op plaatsen ver van uw huis kunt dienen, waar de behoefte sterker wordt gevoeld (Hand. 20:20). Legt elk onnodig gewicht af en schenkt volledige toewijding, waarbij u al het mogelijke doet om anderen te helpen. In Hebreeën 12:1, 2 lezen wij hierover: „Daarom dan, omdat wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, laten ook wij elk gewicht en de zonde die ons gemakkelijk verstrikt, afleggen en met volharding de ons voorgestelde wedloop lopen, terwijl wij oplettend het oog gericht houden op de Voornaamste Bewerker en Volmaker van ons geloof, Jezus. Wegens de hem voorgestelde vreugde heeft hij een martelpaal verduurd, schande verachtend, en is hij aan de rechterhand van de troon van God gaan zitten.” Mijdt de anarchistische geest van zelfbeslissing. Blijft in leven om te zien hoe God zijn wat tegen de opstandige wereld ten uitvoer legt en Zijn eeuwige nieuwe ordening van rechtvaardigheid invoert. — Openb. 21:4, 5.

[Illustratie op blz. 556]

Na de Vloed slaagde Nimrod erin de meesten van de mensheid in opstand te brengen tegen Gods rechtvaardige wet

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen