De Leider op de weg naar het vredige paradijs
1. Wie komen er thans niet voor in aanmerking als nakomelingen van Juda en David dat beloofde Zaad te zijn, maar wie komt er wel voor in aanmerking?
IN DEZE tijd bestaat het aardse koninkrijk van koning David uit Jeruzalem niet meer, zelfs niet sinds de oprichting van de republiek Israël in het jaar 1948, en ook niet sinds de joden in 1967 G.T. geheel Jeruzalem veroverden. Geen enkele jood op aarde kan thans bewijzen dat hij een koninklijke nakomeling van koning David is. In de hemel is thans echter Iemand die kan bewijzen dat hij op aarde in de stam Juda en in de koninklijke familie van koning David werd geboren. Wie is dat? Als wij het laatste boek van de bijbel opslaan, en wel Openbaring 5:5-12, treffen wij daar iemand aan die „de Leeuw, die uit de stam Juda is” wordt genoemd en over wie wordt gezegd: ”Het Lam, dat geslacht werd, is waardig de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en zegen te ontvangen.” Deze persoon spreekt ook over zichzelf als „de wortel en het nageslacht van David”, terwijl hij beweert „de sleutel van David” te hebben om te openen en te sluiten (Openb. 22:16; 3:7). Wie is dit? Hij noemt zichzelf Jezus.
2. Waarom weigerde Jezus een koning op aarde te worden?
2 Ah ja, dit is Jezus Christus, die een kleine tweeduizend jaar geleden in Davids stad Bethlehem werd geboren maar die door zijn hemelse Vader Jehovah God in de hemel is verheerlijkt. Hij heeft er zijn menselijke leven op aarde echter voor moeten opofferen om die plaats in de hemel aan Gods rechterhand te verwerven. Daarom wordt hij ook „het Lam, dat geslacht werd” genoemd. Hoewel hij de rechtmatige erfgenaam van koning David was, weigerde hij een koning op aarde te worden. Hij predikte „het koninkrijk der hemelen”, „het koninkrijk Gods”. Toen hij buiten de muren van het oude Jeruzalem aan een terechtstellingspaal ter dood werd gebracht, had de Romeinse bestuurder van het land evenwel boven Jezus’ hoofd de woorden laten aanbrengen: ”Jezus de Nazarener, de Koning der joden” (Joh. 19:16-22). Geen wonder dat een van de kwaaddoeners die naast Jezus aan een paal werd gehangen, van zijn geloof in de opstanding van de doden blijk gaf en tot Jezus zei: ”Jezus, denk aan mij wanneer gij in uw koninkrijk gekomen zijt.”
3. Welke toekomstige hoop op een aards paradijs gaf Jezus toen hij tot de kwaaddoener sprak die naast hem hing, en welke verzekering hebben wij dat het een aards en niet een hemels paradijs is?
3 Uit Jezus’ antwoord bleek ook dat hij in de opstanding der doden geloofde, zowel voor zichzelf als voor deze vriendelijk gezinde man. Jezus zei tot hem: „Voorwaar, ik zeg u heden: Gij zult met mij in het Paradijs zijn” (Luk. 23:39-43). Deze stervende joodse kwaaddoener was maar van één paradijs op de hoogte, en dat was niet een paradijs in de hemel, maar het paradijs in Eden, waarin Adam en Eva in menselijke volmaaktheid waren geschapen. Dat was het paradijs waarop Jezus doelde. Zijn woorden tot de kwaaddoener hielden in dat wanneer hij door middel van een opstanding uit de doden in zijn koninkrijk kwam, hij het paradijs op aarde zou herstellen en deze gestorven kwaaddoener zou gedenken en erop zou toezien dat hij uit de doden zou worden opgewekt om zich in dit aardse paradijs te verheugen. Jezus’ woorden betekenden ook dat het oorspronkelijke voornemen van Jehovah God om onze gehele aardbol in een paradijs te veranderen, onder het koninkrijk van Jezus Christus verwezenlijkt zou worden. Op de dag dat Jezus die woorden tot de kwaaddoener uitsprak, zag het er helemaal niet naar uit dat zoiets ooit zou gebeuren. De gehele mensheid kan zich echter verheugen. Het paradijs zal spoedig worden hersteld!
4. Welke beloften betreffende Jezus gaf God door bemiddeling van Gabriël aan de joodse maagd Maria?
4 Het aardse, wereldomvattende paradijs is een absolute toekomstige zekerheid, evenals het hemelse koninkrijk van Jezus Christus thans een huidige werkelijke zekerheid is. Voordat Jehovah God het leven van zijn geliefde Zoon uit de hemel naar de aarde overbracht, zond hij zijn engel Gabriël naar een joodse maagd uit Davids koninklijke geslacht om haar te zeggen dat God haar had uitgekozen om de moeder te worden van Zijn zoon als mens. De engel Gabriël zei vervolgens tot dit ongehuwde meisje betreffende haar toekomstige zoon, wiens verwekking een wonder was: „Gij [moet hem] de naam Jezus . . . geven. Deze zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en Jehovah God zal hem de troon van zijn vader David geven, en hij zal voor eeuwig als koning over het huis van Jakob regeren en aan zijn koninkrijk zal geen einde zijn.” — Luk. 1:26-33.
5. Hoe gaf Jezus er blijk van dat hij het waard was het Koninkrijk te ontvangen en Gods zaad te zijn?
5 Deze Jezus moest zich het koninkrijk waardig tonen, niet slechts door in vleselijk opzicht van koning David uit de stam Juda af te stammen maar ook door zijn hemelse Vader Jehovah God zelfs tot de marteldood trouw te blijven. Terzelfder tijd moest hij als een volmaakt, zondeloos menselijk slachtoffer voor de „zonde der wereld” sterven, de zonde die Adam door zijn ongehoorzaamheid in het paradijs van Eden over de gehele mensheid had gebracht (Joh. 18:36, 37; 1:29, 36; Rom. 5:12). Door evenwel zijn volmaakte menselijkheid aldus te offeren, kon hij als een geestelijke zoon van God wederom tot het leven worden teruggebracht, bekleed met de beloning van onsterfelijkheid in de hemel en nog steeds in het bezit van zijn onverspeelde recht op het koninkrijk van zijn voorvader David (1 Petr. 3:18; 1 Kor. 15:45-47). Op deze wijze wordt hij een koning aan Gods rechterhand in de hemel, precies zoals koning David in Psalm 110:1-4 had geprofeteerd. Als hemelse koning dient hij zijn belofte aan de stervende kwaaddoener te houden. Hij moet betere levensomstandigheden op aarde scheppen dan koning Salomo heeft gedaan.
TIJD VOOR EEN AARDS PARADIJS NABIJ
6. Wanneer kwam voor God de tijd om het koninkrijk aan Christus Jezus te geven, en wat moet derhalve zeer nabij zijn?
6 Het aardse koninkrijk van Davids koninklijke geslachtslijn werd ruim vijfentwintighonderd jaar geleden, in het jaar 607 vóór onze gewone tijdrekening, omvergeworpen. Het zou pas weer hersteld worden wanneer Gods tijd kwam om het koninkrijk aan degene te geven die er recht op heeft (Ezech. 21:25-27). Het zou dus niet hersteld worden voordat de „bestemde tijden der natiën” waren afgelopen. Die tijden van de heidense natiën zouden vanaf de omverwerping van Davids koninkrijk in 607 v.G.T. vijfentwintighonderd twintig jaar voortduren. Die tijden der heidenen eindigden derhalve in het jaar 1914 van onze gewone tijdrekening (Luk. 21:24; Dan. 4:16, 23, 25). De heidense politieke machten en regeringen hadden toen hun tijd gehad, terwijl de heerschappij van het koninklijke huis van David, overeenkomstig het verbond dat God met David had gesloten voor een eeuwig koninkrijk, hersteld zou worden. De uit de doden opgewekte Blijvende Erfgenaam van David, de Heer Jezus Christus, werd derhalve als koning in de hemel geïnstalleerd ten einde de aarde vanaf die plaats te regeren. Dit feit wordt door de aardse gebeurtenissen sinds 1914 G.T. bewezen. Dit betekent dat het herstel van het paradijs op aarde spoedig moet beginnen.
7. Hoe weten wij dat een aards paradijs nooit door alleen maar menselijke krachtsinspanningen tot stand gebracht kan worden?
7 Sinds dat belangrijke jaar 1914 hebben de heidense regeringen getracht de aarde op hun wijze te blijven regeren, niet op Gods wijze. Is dit heilzaam geweest voor de mensheid? Heeft het alle volken over de gehele wereld vrede gebracht? Is hierdoor een einde gekomen aan honger en armoede en ziekte en ouderdom? Heeft het een wereldomvattend paradijs tot gevolg gehad als een fatsoenlijke plaats waarop de menselijke familie kan leven? Heeft het de Grote Slang Satan de Duivel en zijn zaad in de kop vermorzeld? U weet allen het antwoord! Welk feit treedt derhalve duidelijk aan het licht? Dat de eeuwige zegen van de gehele mensheid nooit kan komen door middel van deze door de mens gemaakte politieke machten en hun wetenschappelijke, commerciële, maatschappelijke, opvoedkundige en religieuze instellingen, maar dat deze alleen kan komen door bemiddeling van het beloofde Zaad van Gods „vrouw”, het Zaad van Abraham. Door bemiddeling van dit Zaad zullen alle natiën zich zegenen.
8-10. Hoe sprak de secretaris-generaal van de Verenigde Naties over onze huidige wereldproblemen?
8 Gezien de ontwikkeling van de wereldtoestanden zal dit hemelse zaad van Gods „vrouw” heel binnenkort de volledige leiding over de aangelegenheden van de aarde moeten overnemen. Nog niet zo lang geleden, en wel op 9 mei 1969, heeft de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Oe Thant, uit Burma, tijdens een besloten vergadering van de Verenigde Naties in New York een rede uitgesproken tot vijfendertig leiders uit verschillende landen ten einde te bespreken welke strategie er gevolgd moet worden gedurende het tweede decennium van de ontwikkelingshulp van de Verenigde Naties, namelijk de jaren zeventig. In zijn toespraak zei Oe Thant:
9 „Ik wil niet overdramatisch lijken, maar ik kan aan de hand van de inlichtingen die ik als secretaris-generaal bezit, alleen maar concluderen dat de leden van de Verenigde Naties misschien nog maar tien jaar hebben waarin zij hun oude twisten ondergeschikt kunnen maken aan een wereldomvattende samenwerking ten einde de bewapeningswedloop te beteugelen, het leefmilieu te verbeteren, de bevolkingsexplosie tegen te gaan en de nodige stuwkracht te ontwikkelen die voor de krachtsinspanningen tot wereldontwikkeling nodig zijn.”
10 Naar zijn mening stond de wereld dus nog maar ongeveer tien jaar ter beschikking om rampspoed te vermijden door de antwoorden te vinden op de problemen van de bewapeningswedloop, verontreiniging en overbevolking. — New York Times van 10 mei 1969, bladzijde 3, kolom 3.
11. (a) Waarom zal de Almachtige God niet op de natiën wachten om paradijstoestanden op onze aarde teweeg te brengen? (b) Hoe alleen kan onze aarde in een paradijs veranderd worden?
11 Al zouden de natiën nog zoveel tijd krijgen, ze zouden toch blijven falen en de wereld in een hopeloze toestand achterlaten. God zal niet op de natiën wachten. Hij heeft zijn eigen vastgestelde tijd om deze onbekwame regeerders te verwijderen, want als zij aan de macht blijven, zal de aarde nog verder verdorven worden en het bestaan van de gehele mensheid worden bedreigd. Hij zal dit doen, en nog wel binnenkort, in wat de bijbelse profetie „de oorlog van de grote dag van God de Almachtige” noemt. Dit zal voor de wereldheersers, die er blijk van geven het aardse „zaad” van de Grote Slang te zijn, een Armageddonramp en -vernietiging betekenen (Openb. 16:14, 16; 19:11-21). Alleen op deze wijze zal deze aarde gereinigd worden van degenen die „de aarde verderven” (Openb. 11:18). Dit zal gevolgd worden door de vermorzeling van de kop van de Grote Slang, de Duivel, waardoor hij en zijn onzichtbare demonenzaad, aangezien zij in een afgrond worden geworpen, volledig buiten gevecht worden gesteld en alle heerschappij verliezen. — Openb. 20:1-3.
ZULT U DE WEG NAAR HET PARADIJS BETREDEN?
12. Wie zullen Gods oorlog van Armageddon overleven, en welke toewijzing zal hun worden gegeven?
12 Zou u die Armageddonoorlog van God de Almachtige graag willen overleven? In Openbaring 7:9-17 wordt gesproken over een „grote schare” mensen uit alle natiën en stammen en volken en talen, die deze „grote verdrukking” zullen overleven. Evenals de patriarch Noach en zijn gezin de wereldomvattende watervloed overleefden en het voorrecht hadden de gereinigde aarde te bebouwen ten einde deze tot een geschikte woonplaats te maken, zal dit ook het geval zijn met de „grote schare” overlevenden van de „grote verdrukking” in Armageddon, waarmee dit goddeloze samenstel van dingen op aarde zal eindigen. Zij zullen het voorrecht ontvangen onder de hemelse koning Jezus Christus te doen wat Adam en Eva werd opgedragen te doen maar waarin zij te kort zijn geschoten, aangezien zij zich niet hebben gehouden aan de wet van het paradijs, namelijk de aarde te ’onderwerpen’ en het paradijs daardoor tot de vier hoeken van deze aarde uit te breiden (Gen. 1:26-28; 2:7 tot 3:6). Zij zullen dit in absolute vrede doen, vrede met God, vrede met elkaar en vrede met de lagere aardse schepselen, want alle voorstanders van oorlog en geweld en georganiseerde misdaad zullen verdelgd zijn. — Jes. 2:2-21.
13. Welke zegeningen liggen er voor de overlevenden van Gods oorlog van Armageddon in het verschiet?
13 Hun Davidische Koning is de hemelse Jezus Christus, de Vredevorst, en hij zal krachtdadig optreden om „vrede op aarde” tot stand te brengen. Er zal onder zijn koninkrijk geen einde zijn aan de vrede op aarde (Jes. 9:6, 7; Luk. 2:14, LV). Wanneer de aardse overlevenden van Gods oorlog in Armageddon hard werken om hun aardse tehuis te bebouwen en te verzorgen, zullen zij de zegen van Gods koninkrijk onder Christus genieten en de vreugde smaken het paradijs vorm te zien aannemen en zich naar alle kanten te zien uitbreiden. Naarmate hun eigen levensomstandigheden verbeteren, zal hun gezondheid verbeteren en zullen de gevolgen van de ouderdom verdwijnen. Zij zullen dan niet meer hoeven te sterven, ongeacht hoe lang zij leven, omdat de mensheid de weg terug is gaan betreden naar eeuwig leven in het vredige paradijs.
14. Wie zullen zich na verloop van tijd bij de overlevenden aansluiten?
14 Op Gods bestemde tijd zullen talloze anderen zich bij deze pionierwerkers voor het paradijs aansluiten. Waar zullen dezen vandaan komen? Niet slechts uit de gezinnen die zij zullen stichten, maar voornamelijk uit de terugkerende doden, uit degenen die uit het gemeenschappelijke graf van de mensheid worden opgewekt. Jezus Christus, „het Lam Gods”, zal niet tevergeefs als een slachtoffer zijn geofferd. Zijn eigen opstanding uit de doden is Gods waarborg dat degenen voor wie „het Lam Gods” is gestorven, onder het koninkrijk van het Lam eveneens uit de doden zullen worden opgewekt (1 Kor. 15:13-20; Hand. 17:31). Wanneer alle menselijke doden tegelijkertijd uit de doden zouden worden opgewekt, zou dit inderdaad een „bevolkingsexplosie” tot gevolg hebben. Toen Jezus Christus op aarde was, heeft hij echter zelf gezegd: „Het uur komt waarin allen die in de herinneringsgraven zijn, zijn stem zullen horen en te voorschijn zullen komen” tot de gelegenheid eeuwig leven in Gods nieuwe samenstel van dingen te ontvangen (Joh. 5:28, 29). De Koning Jezus Christus zal de Eeuwige Vader voor de losgekochte mensheid worden, en als hij hen roept, zullen zij uit het gemeenschappelijke graf van de mensheid te voorschijn komen. Hoe vroeg hij die kwaaddoener van negentien eeuwen geleden te voorschijn zal roepen, weten wij niet, maar tegen die tijd zal de uitbreiding van het paradijs over de gehele aarde een heel eind gevorderd zijn.
15. Wat zal na verloop van tijd volledig van deze aarde zijn verdwenen, en hoe worden deze toestanden in Openbaring 21:3, 4 beschreven?
15 In de loop van de duizend jaren van Christus’ regering zal het gehele gemeenschappelijke graf van de mensheid volledig worden geledigd; er zal geen enkele begraafplaats meer op aarde over zijn. Het paradijs is een plaats om in te LEVEN, om eeuwig in te leven, en niet een plaats van de dood. Adam en Eva werden na hun zonde uit het oorspronkelijke paradijs verdreven, opdat zij ERBUITEN zouden sterven. Ten aanzien van dit herstelde paradijs, dat zich over de gehele aarde zal uitstrekken, zal de vertroostende profetie in vervulling gaan: „En God zelf zal bij hen zijn. En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan.” — Openb. 21:3, 4.
16. Wat is het middel waardoor de weg terug naar het paradijs wordt verschaft, en wat moeten allen die in dat paradijs willen leven, thans doen?
16 Aangezien u ervoor bestemd was in zo’n aards paradijs te leven, moet dit schitterende vooruitzicht voor de nabije toekomst dat maar liefst „dit geslacht” voor ogen wordt gesteld, u toch wel met een van nature opwellend enthousiasme vervullen, niet waar? (Matth. 24:32-34) Door tijdgebrek is het niet mogelijk aan de hand van bijbelse profetieën een beschrijving te geven van de natuurlijke schoonheid van de aarde, een schoonheid welke een weerspiegeling vormt van de heerlijkheid en de vrede van het aardse paradijs, dat onder Gods koninkrijk door bemiddeling van het Zaad van Zijn „vrouw” werkelijkheid wordt. De weg terug naar vrede in het paradijs wordt door middel van die volmaakte hemelse regering verschaft. U kunt die weg terug nu gaan betreden. Volg hierbij de leden na van de „grote schare”, die in Openbaring 7:9-17 wordt beschreven. Was uw religieuze identificatiegewaad thans wit door een actief geloof in het verlossende „bloed van het Lam”. Loof Jehovah God en zijn geofferde Lam en schrijf uw redding openlijk aan hen toe. Aanbid Jehovah als de enige levende en ware God en neem zijn dienst in zijn tempel van aanbidding ter hand. Treed nauwgezet in de voetstappen van zijn Lam als uw liefdevolle Herder. Hij zal u veilig leiden naar eeuwige vrede in het paradijs.