Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w70 1/7 blz. 392-398
  • Discipelen met de hoedanigheid volharding „bouwen”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Discipelen met de hoedanigheid volharding „bouwen”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • KUNST VAN ONDERWIJZEN VEREIST
  • GODDELIJKE HOEDANIGHEDEN VAN HEMELSE WIJSHEID
  • BOUWEN OM VOLHARDING TE ONTWIKKELEN
  • DE BEPROEFDE HOEDANIGHEID VAN GELOOF
  • REDEN VOOR RECHTSCHAPENHEID
  • TOEWIJDING AAN BIJBELSE BEGINSELEN
  • RESPECT VOOR WETTEN EN VEREISTEN
  • ERVAN OVERTUIGD DAT DE BIJBEL GODS WOORD IS
  • LOYALITEIT TEN OPZICHTE VAN GODS ZICHTBARE ORGANISATIE
  • TEDERE LIEFDE VOOR DE BROEDERS
  • GODS KONINKRIJK HOOGHOUDEN EN PREDIKEN
  • Schenk aandacht aan je „kunst van onderwijzen”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • Help mensen gedoopte discipelen te worden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2021
  • Hoe je een Bijbelstudie tot de doop leidt — Deel twee
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2020
  • Help anderen te doen wat de Bijbel leert
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2007
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
w70 1/7 blz. 392-398

Discipelen met de hoedanigheid volharding „bouwen”

„Laten wij . . . juichen terwijl wij in verdrukkingen zijn, daar wij weten dat verdrukking volharding voortbrengt, volharding vervolgens een goedgekeurde toestand, de goedgekeurde toestand vervolgens hoop, en de hoop leidt niet tot teleurstelling.” — Rom. 5:3-5.

1. Waarom zijn de mammoetbomen van Californië interessant voor christenen?

DE MAMMOETBOMEN of Amerikaanse reuzenbomen van Californië behoren met het oog op hun uithoudingsvermogen tot de beroemdste wonderen van de hedendaagse wereld. Van sommige van deze bomen, die nagenoeg vrij zijn van ziekte en begiftigd zijn met een bijna eindeloos leven, heeft men op grond van hun jaarringen vastgesteld dat ze duizenden jaren oud zijn. De oudste boom die men ooit voor timmerhout heeft geveld, was volgens de berichten 3148 jaar oud. Werkelijk een respectabel uithoudingsvermogen! Die mammoetbomen zijn door Jehovah geschapen, die ook de mens, tot zijn eeuwige welzijn, zo’n uithoudingsvermogen of de hoedanigheid volharding kan schenken.

2. Waarom zijn overlevingshoedanigheden in deze tijd dringend noodzakelijk, en wat is een ervan?

2 Aangezien de mensheid een uiterst kritieke periode van de geschiedenis binnengaat, zijn hoedanigheden om deze periode te overleven, dringend noodzakelijk. Wij bevinden ons nu reeds vijfenvijftig jaar in de in de bijbel voorzegde „tijd van het einde” voor dit samenstel van dingen, en de wereld staat thans op de drempel van een „grote verdrukking” die haar hoogtepunt zal vinden in Armageddon, „de oorlog van de grote dag van God de Almachtige” (Openb. 16:14, 16; 19:11-21). Er zal volharding nodig zijn om het einde van dit samenstel van dingen en de oorlog van Armageddon te overleven.

3. Wat moet een christen nog meer in aanmerking nemen, en waarom?

3 Nog een factor die christenen in aanmerking dienen te nemen, is hun opdracht. De uit de doden opgewekte Jezus Christus heeft hun de opdracht gegeven: „Gaat . . . en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, . . . en leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb” (Matth. 28:19, 20). Dit betekent dat christenen iemand die een discipel is grondig moeten onderwijzen. Hem moet worden verteld wat hij kan verwachten wanneer hij een getuige voor de ware God Jehovah wordt: dat de weg naar redding smal, nauw en moeilijk is, dat wij, naarmate wij de „grote verdrukking” dichter naderen, meer tegenstand en vervolging van Satan en zijn goddeloze organisatie kunnen verwachten (Matth. 24:21, 22). Het zal niet gemakkelijk zijn ondanks toenemende tegenstand te volharden. Een gewaarschuwd man telt echter voor twee. In de Heilige Schrift wordt de waarschuwing gegeven: „Wees niet bevreesd voor de dingen die gij gaat lijden. Zie! De Duivel zal voortgaan sommigen van ulieden in de gevangenis te werpen, opdat gijlieden volledig op de proef wordt gesteld . . . Bewijs dat gij getrouw zijt, zelfs tot de dood, en ik zal u de kroon des levens geven” (Openb. 2:10). De kroon des levens valt de getrouwe volharder ten deel.

4. Welk andere motief zet de christen ertoe aan de hoedanigheid volharding te verwerven, en met welk uiteindelijke doel voor ogen?

4 Een dienstknecht van God beziet dit onderwerp van het verwerven van de hoedanigheid volharding ook vanuit een ander gezichtspunt. Een christen koestert het verlangen als Christus te zijn, dat wil zeggen, door God te worden goedgekeurd. Jehovah zei tot Christus: „Ik heb u goedgekeurd” (Luk. 3:22). Een discipel wil graag datzelfde stempel van goedkeuring ontvangen. De apostel Paulus zegt bij wijze van raad dat „verdrukking volharding voortbrengt, volharding vervolgens een goedgekeurde toestand” (Rom. 5:3, 4). De discipel Jakobus schreef dienovereenkomstig: „Gelukkig is de man die beproeving blijft verduren, want nadat hij is goedgekeurd, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Jehovah beloofd heeft aan hen die hem blijven liefhebben” (Jak. 1:12). Volharding is derhalve een bewijs van de liefde die iemand die een discipel is voor God koestert, welke liefde tot Gods goedkeuring en eeuwig leven leidt. — Rom. 5:5.

KUNST VAN ONDERWIJZEN VEREIST

5. (a) Wat zijn bij het maken van discipelen enkele dingen die in gedachten gehouden dienen te worden? (b) Welke vragen zouden wij onszelf kunnen stellen, en waarom?

5 Om bijbelstudenten dusdanig te „bouwen” dat zij opgedragen, gedoopte discipelen van Christus worden die volharding bezitten, moeten wij niet alleen over de juiste bouwmaterialen beschikken, maar ook „alle . . . kunst van onderwijzen” aanwenden (2 Tim. 4:2). Aangezien leden van de christelijke gemeente „Gods medewerkers” zijn en degenen met wie zij de bijbel bestuderen wellicht binnenkort „Gods akker, die wordt bebouwd, Gods gebouw” worden, is het noodzakelijk dat zij op verstandige wijze bouwen, dat zij zich bekommeren om de soort van christenen die zij maken, of zij mensen „bouwen” die volharding bezitten. Dit betekent dat de bouwer zich van tijd tot tijd onderzoekende vragen moet stellen, zoals: Wat voor soort van discipelen maak ik? Bouw ik werkelijk christelijke persoonlijkheden die zullen volharden? Hoe staat het met mijn bouwprogramma? Wend ik de kunst van onderwijzen aan? Bereik ik de mensen met christelijke waarheden? Geloven en accepteren zij de dingen die worden geleerd? Leggen zij geloof aan de dag? Bereik ik hun hart? Bouw ik niet alleen waardering voor juiste leerstellingen en bijbelse beginselen in hen op maar ook een diepe toewijding ervoor? Ontwikkel ik in hun geest niet alleen het bewustzijn dat rechtschapenheid belangrijk is, maar een diepe waardering ervoor? Prent ik in hen een liefde voor God en zijn voornemens in en waardering voor wat het betekent een dienstknecht van God te zijn? Elke christelijke hoedanigheid moet op dusdanige wijze worden onderwezen dat de discipel de noodzaak en functie ervan in het alledaagse leven zal inzien. „Bouwt” u op deze wijze? — 1 Kor. 3:9.

GODDELIJKE HOEDANIGHEDEN VAN HEMELSE WIJSHEID

6. Welke hoedanigheden zijn onmisbaar voor een discipel van Christus, en hoe kunnen wij de bijbelstudent helpen zich van deze hoedanigheden bewust te worden? Geef een voorbeeld.

6 Er zijn een aantal hoedanigheden die een discipel in zich moet opnemen, en bovenaan op de lijst staan de goddelijke hoedanigheden van hemelse wijsheid. Er zijn acht verschillende aspecten die tot ontwikkeling gebracht moeten worden voordat men werkelijk kan beseffen wat het betekent een discipel van Christus te zijn. In Jakobus 3:17 worden deze genoemd: „De wijsheid van boven is allereerst zuiver, vervolgens vredelievend, redelijk, bereid tot gehoorzamen, vol van barmhartigheid en goede vruchten, geen partijdig onderscheid makend, niet huichelachtig.” Help de leerling deze goddelijke hoedanigheden te leren kennen en hoe hij ze in zijn leven kan identificeren. U kunt hem bijvoorbeeld vragen of hij weet wat de bijbel met het woord „zuiver” bedoelt. Zuiverheid betekent in moreel en geestelijk opzicht rein te zijn. Leg deze dingen uit. Als wij in moreel en geestelijk opzicht rein blijven, omdat wij weten dat dit Gods wil voor ons is, kan er worden gezegd dat wij door de wijsheid van God, door zijn heilige geest, worden bestuurd.

7. Hoe kan de leerling andere hoedanigheden van hemelse wijsheid verwerven, zoals: (a) vredelievendheid, (b) redelijkheid en (c) bereidheid om te gehoorzamen?

7 De discipel Jakobus zegt vervolgens dat de hoedanigheid van hemelse wijsheid ook vredelievend, redelijk en bereid tot gehoorzamen is. Peil de gedachten van degene met wie u de bijbel bestudeert, door vragen te stellen om te zien of hij begrijpt wat het betekent „vredelievend” te zijn. Iemand die vredelievend is, is niet strijdlustig, niet twistziek, geen vitter, geen kibbelaar, geen treiteraar of roddelaar. Hij is vredelievend. Help de huisbewoner inzien dat dit in het gezin van toepassing is, in de onderlinge verhouding tussen zoons en dochters en tussen echtgenoten. Help hen de kracht van Gods Woord te voelen. „Want het woord van God is levend en oefent kracht uit” (Hebr. 4:12). Door uw studiemethode zult u moeten zien of hij redelijk is of niet, of hij matig is in zijn gewoonten, ontvankelijk voor raad, verstandig, niet te veeleisend, zoals een redelijk persoon dient te zijn. Is hij bereid de geboden van God te gehoorzamen? Dit geldt zowel binnen als buiten de gemeente, en voor zowel kinderen als volwassenen.

8. In welke andere aspecten van hemelse wijsheid dient de leerling te worden onderwezen, en hoe kunnen deze hem worden ingescherpt?

8 Verder wordt ons meegedeeld dat hemelse wijsheid ook „vol van barmhartigheid en goede vruchten” is, „geen partijdig onderscheid makend, niet huichelachtig”. Ga in op zulke punten waarbij het hart betrokken is. Laat de leerling die huisbijbelstudie ontvangt zichzelf onderzoeken om te zien of hij vol barmhartigheid is en of hij goede vruchten kan laten zien over de periode die hij op aarde heeft geleefd. Partijdig onderscheid veroorzaakt verdeeldheid en huichelachtigheid wekt tegenzin op. Laat toe dat Gods kracht het hart onderzoekt en indien nodig zelfs pijnlijk corrigeert. Door dit zelfonderzoek wordt de leerling in staat gesteld zich te zien zoals God hem ziet. Behandel echter één punt tegelijk. En neem er de tijd voor om te zien of hij begrijpt wat de bijbel zegt. Op deze wijze zullen wij in discipelen een waardering voor de goddelijke hoedanigheden van hemelse wijsheid opbouwen. — Rom. 2:6, 11.

BOUWEN OM VOLHARDING TE ONTWIKKELEN

9. (a) Waarom is het in de regel moeilijk iemand een geestelijke gezindheid bij te brengen? (b) Wat is de sleutel voor volharding en hoe kan dit geïnteresseerde personen duidelijk worden gemaakt?

9 Het is beslist geen gemakkelijke taak anderen geestelijk onderscheidingsvermogen in te planten door hen ertoe te brengen begrip te krijgen en door hen te onderwijzen zelf over de dingen na te denken. De mensen zijn thans in de regel nu eenmaal niet geestelijk gezind. Zij onderscheiden de dingen niet geestelijk. Toch vormen geestelijk onderscheidingsvermogen, begrip en denkvermogen een sleutel voor het ontwikkelen van volharding. Ook nu moet weer het hart van de discipel worden bereikt door de nadruk te leggen op de blijvende waardering die men voor deze hoedanigheden dient te bezitten en welke waarde ze voor ons persoonlijk hebben. Jezus heeft dit gedaan. Om waardering voor deze hoedanigheden te stimuleren en te behouden, dronk Jezus geregeld het Woord van God in. Op deze wijze was hij in staat Jehovah’s beginselen, zoals deze op hem betrekking hadden, volledig te begrijpen. Hij kon duidelijk de handelwijze onderscheiden die tot lof van Jehovah en het eeuwige welzijn van de mensheid gevolgd moest worden.

10. (a) Wat moeten wij misschien nog meer in ons onderwijzingswerk doen? Geef een voorbeeld hoe dit kan worden gedaan. (b) Wat wordt er tot stand gebracht wanneer er op deze wijze onderricht wordt gegeven?

10 Misschien is het wel nodig degenen met wie wij de bijbel bestuderen te leren hoe zij schriftplaatsen kunnen beredeneren. Markus 12:29 zou bijvoorbeeld gelezen kunnen worden: „Hoor, o Israël, Jehovah, onze God, is één Jehovah.” Vraag de leerling: „Hoeveel Jehovah’s zijn er?” Laat hem antwoord geven. Het antwoord is duidelijk: Er is slechts één Jehovah. Wanneer hij dit onderscheidt, hebt u ervoor gezorgd dat er een belangrijk feit in zijn geest wordt gegrift, een gedachte die hij anders misschien had gemist. Help hem verder te begrijpen wat dit voor hem betekent. Redeneer met hem, misschien op deze wijze: „Als er één Jehovah is, zouden er dan drie goden kunnen zijn — God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, zoals de drieëenheidsaanhangers leren?” Laat hem wederom antwoorden. „Neen, Jehovah zou niet uit drie goden kunnen bestaan, want de bijbel zegt duidelijk dat hij één God is.” Nu hebt u ervoor gezorgd dat de leerling over een fundamentele schriftuurlijke waarheid nadenkt en begrijpt dat Jehovah slechts één God is. U hebt ook een fundamentele valse leerstelling — de leerstelling van de Drieëenheid — als onjuist aan de kaak gesteld. Met bijna alles wat wij onderwijzen, is het voor de leerling nuttig wanneer wij dit patroon volgen. Op deze wijze kunnen wij vaststellen of de leerling leert, of hij de waarheid van Gods Woord onderscheidt, of hij de uiteengezette punten begrijpt, of hij geestelijk denkt. Als wij op deze wijze onderricht geven, zal de leerling met wie wij studeren inzien hoe geestelijk onderscheidingsvermogen, begrip en denkvermogen alle materiële schatten in waarde overtreffen, omdat ze in de vorm van aangenaamheid en leven worden beloond. — Spr. 2:4, 5, 9-11; 3:16-18.

DE BEPROEFDE HOEDANIGHEID VAN GELOOF

11. (a) Waarom is geloof zo uiterst noodzakelijk? (b) Wat moet een leerling nog meer over geloof beseffen? (c) Welke hoedanigheid van geloof is kostbaarder dan goud en zilver?

11 Wanneer u uw bijbelstudies leidt, houd dan altijd de hoedanigheid geloof in gedachten, want „zonder geloof [is het] onmogelijk [God] welgevallig te zijn” (Hebr. 11:6). Bovendien ’leeft een christen ten gevolge van zijn geloof’ (Rom 1:17). Er is echter meer nodig dan alleen maar geloof. De leerling moet waardering hebben voor de beproefde hoedanigheid van geloof; hij moet beseffen dat zijn geloof op de proef gesteld moet worden, dat wil zeggen, dat het gelouterd moet worden, evenals zilver en goud worden gelouterd. Geloof moet van alle onzuiverheden worden ontdaan, en dit gebeurt door het aan beproevingen te onderwerpen. Dit louteringsproces wordt goed voor ons beschreven door de apostel Petrus, die zei: „Op het ogenblik [wordt gij] voor een korte tijd . . . bedroefd, opdat de beproefde hoedanigheid van uw geloof — welke van veel grotere waarde is dan goud, dat vergaat ook al wordt het door vuur beproefd, een reden tot lof en heerlijkheid en eer bevonden moge worden bij de openbaring van Jezus Christus” (1 Petr. 1:6, 7). Het geloof dat telt, is dus het geloof dat aan beproevingen wordt onderworpen en deze doorstaat. Het is deze beproefde hoedanigheid van geloof die kostbaarder is dan goud en zilver, en niet eenvoudig geloof alleen.

12. Waarom is het goed de leerlingen van tevoren voor geloofsbeproevingen te waarschuwen, en wiens voorbeeld kunnen wij in dit opzicht volgen?

12 Als de leerling van tevoren weet dat hem beproevingen staan te wachten wegens de handelwijze die hij heeft gekozen, zullen de beproevingen die hem wegens zijn geloof overkomen, hem niet langer overvallen, maar worden beschouwd als iets wat nu eenmaal verwacht kon worden. Jezus heeft zijn discipelen van tevoren gewaarschuwd; waarom zouden wij dit dan ook niet doen? In Matthéüs 10:22, 36-38 toonde Jezus aan dat christenen uit vele richtingen beproevingen konden verwachten, dat zij „om [zijn] naam voorwerpen van haat . . . „voor alle mensen” zouden zijn; dat zij tegenstand van familieleden onder de ogen zouden moeten zien, „ja, ’s mensen vijanden zullen zijn eigen huisgenoten zijn”, zei hij. Bereid de leerling op deze onvermijdelijke werkelijkheid voor. — Joh. 15:20; 16:33; Mark. 13:9; Openb. 2:10; Luk. 6:22, 23; 2 Kor. 11:21-28.

REDEN VOOR RECHTSCHAPENHEID

13. (a) Wat moet behalve rechtschapenheid nog meer worden onderwezen, en waarom is dit belangrijk? (b) Tot welke overtuiging en welk vaste besluit moet de leerling worden gebracht?

13 Het is echter niet voldoende de leerling te vertellen dat de wereld hem zal haten en dat hij veel lijden zal ondergaan omdat hij een christen is. Hij moet weten, begrijpen en waarderen waarom hij moet lijden en waarom hij standvastig moet blijven. Hem moet dus niet alleen rechtschapenheid met betrekking tot rechtvaardigheid worden geleerd maar ook de reden voor rechtschapenheid. Wij moeten niet alleen onderwijzen wat rechtschapenheid is, maar wij moeten er ook waardering voor opbouwen. Wij moeten degenen met wie wij de bijbel bestuderen, helpen inzien dat rechtschapenheid niet alleen gehandhaafd moet worden om een goed voorbeeld voor anderen te zijn of om bij anderen een goede reputatie te genieten. De belangrijkste reden voor rechtschapenheid is, dat Gods naam is betrokken bij wat wij doen en hoe wij handelen. Het is derhalve uiterst passend dat wij anderen helpen het grootse voorrecht te waarderen aan de rechtvaardiging van Jehovah’s naam een aandeel te hebben door voor rechtvaardigheid en goddelijke beginselen op te komen en nooit aan de vrees voor mensen toe te geven (Matth. 10:28; Hand. 2:31, 32). Evenals de patriarch Job uit de oudheid moet hij liever willen sterven dan te schipperen ten aanzien van zijn rechtschapenheid jegens God. Job zei: „Totdat ik de laatste adem uitblaas, zal ik mijn rechtschapenheid niet van mij laten wijken!” (Job 27:5) Tot dit vaste besluit dient de leerling te worden gebracht. — Jak. 5:11.

TOEWIJDING AAN BIJBELSE BEGINSELEN

14. Geef een voorbeeld waarom toewijding aan bijbelse beginselen onderwezen moet worden.

14 Hoewel het voor degenen met wie wij de bijbel bestuderen, belangrijk is de beginselen te kennen die erin staan opgetekend, is dit op zichzelf nog niet genoeg. Wij moeten bovendien toewijding aan bijbelse beginselen onderwijzen. Toewijding aan bijbelse beginselen zal iemand ervan weerhouden een opportunistische handelwijze te volgen. Dit wordt goed geïllustreerd in het geval van Jozef, de zoon van Jakob. Toen hij door Potifars vrouw werd verleid immorele betrekkingen met haar te hebben, gaf Jozef niet aan de verleiding toe, hetgeen op het verlagen van juiste beginselen zou neerkomen. In plaats daarvan antwoordde hij: „Gij [zijt] zijn vrouw. . . . Hoe zou ik dan deze grote slechtheid kunnen begaan en in werkelijkheid zondigen tegen God?” (Gen. 39:9) Hij wist dat het verkeerd was betrekkingen met de vrouw van een andere man te hebben. Het betekent ’tegen God te zondigen’! Dit morele besef moet leerlingen van de Schrift worden ingeprent. Dat Jozef getrouw aan goddelijke beginselen vasthield, had in het begin onrechtvaardig lijden tot gevolg, maar dit verzonk geheel en al in het niet vergeleken bij de zegeningen die hij wegens zijn diepte van toewijding aan wat juist was, van Jehovah ontving.

RESPECT VOOR WETTEN EN VEREISTEN

15. Hoe toont de psalmist aan wat de juiste houding is die ten opzichte van Gods wetten en geboden aangekweekt moet worden?

15 Wij kunnen niet hopen in harmonie met Jehovah’s wil en voornemen te handelen als wij niet in harmonie leven met zijn wetten en vereisten voor het leven. Toch moet men de leerling niet alleen wetten en vereisten leren kennen, maar men moet hem een diep respect ervoor bijbrengen. Deze waardering zal de christen ertoe bewegen de wegen van rechtvaardigheid te bewandelen. Het juiste respect wordt weerspiegeld door de psalmist, die zei: „Leer mij de goedheid, de verstandigheid en de kennis zelf, want in uw geboden heb ik geloof geoefend. Hoe lief heb ik uw wet! De gehele dag heeft ze mijn intense belangstelling” (Ps. 119:66, 97). Om in oprechtheid te kunnen wandelen, moeten wij een intense belangstelling voor Gods wetten ontwikkelen. Wij moeten respect hebben voor wat ze voor ons betekenen. Deze hoedanigheid van waardering moet de leerling worden ingeprent wil hij kunnen volharden.

ERVAN OVERTUIGD DAT DE BIJBEL GODS WOORD IS

16. Tot welke diepte van waardering met betrekking tot de bijbel moet de leerling worden gebracht, en hoe werd dit door de Thessalonicenzen tot uitdrukking gebracht?

16 De leerling moet geloof en vertrouwen in Gods geschreven Woord worden bijgebracht. Hij moet ook leren het Woord van God als een zekere gids in zijn leven te gebruiken. Hij moet zover worden gebracht dat hij de conclusie van de psalmist deelt, die zei: „Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht op mijn pad.” „De gehele inhoud van uw woord is waarheid” (Ps. 119:105, 160). Is het mogelijk tot deze overtuiging te komen? Ja. De apostel Paulus zei in zijn brief aan de Thessalonicenzen dat zij een bron van lof voor God waren, omdat zij, toen zij Paulus Gods Woord hoorden prediken, „het niet als het woord van mensen [aannamen], maar, wat het ook inderdaad is, als het woord van God” (1 Thess. 2:13). Tot deze overtuiging moet de leerling door middel van zijn bijbelstudie worden gebracht om te kunnen volharden.

LOYALITEIT TEN OPZICHTE VAN GODS ZICHTBARE ORGANISATIE

17. Welke plaats moet loyaliteit ten opzichte van Jehovah’s organisatie in het leven van de leerling hebben, en hoe wordt dit door de apostel Petrus getoond?

17 Een leerling moet ook de theocratische organisatie van Jehovah’s volk naar waarde leren schatten. Loyaliteit ten opzichte van de theocratische organisatie zal de leerling ervan weerhouden over een uitleg van Gods Woord die moeilijk te begrijpen is, te struikelen. In de eerste eeuw verbeurden velen het grootse voorrecht deel van de gemeente van God uit te maken, doordat zij weggingen toen Jezus hun een moeilijke leerstellige waarheid onder de aandacht bracht. Maar hoe reageerden de goed opgeleide apostelen toen Jezus hun vroeg: „Wilt ook gij niet heengaan?” De apostel Petrus antwoordde: „Heer, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven” (Joh. 6:67, 68). Wij willen ware loyaliteit, zoals Petrus die bezat, in degenen opbouwen met wie wij Gods Woord bestuderen, zodat zij te allen tijde dicht bij Gods organisatie kunnen blijven, hetgeen zegeningen voor hen zal afwerpen.

TEDERE LIEFDE VOOR DE BROEDERS

18. Welke liefde voor de broeders moet een discipel in zijn hart ontwikkelen, en hoe werd dit aangetoond door het voorbeeld dat Jezus in zijn leven stelde?

18 In 1 Korinthiërs hoofdstuk 13 zegt de apostel Paulus met klem dat een christen zonder liefde niets is, wàt voor verslag van werken hij ook heeft opgebouwd. „Liefde” zo zegt hij, „faalt nimmer” (1 Kor. 13:8). Toch moet een leerling meer leren dan de broeders lief te hebben. Hij moet leren hen hartelijk en teder lief te hebben. Paulus schreef: „Hebt in broederlijke liefde tedere genegenheid voor elkaar” (Rom. 12:10). De apostel Petrus schrijft: „Gij [moet] elkaar intens liefhebben vanuit het hart” (1 Petr. 1:22). Deze hoedanigheid om elkaar intens lief te hebben, zal een werkelijke bron van vreugde voor de leerling zijn en hem in staat stellen veel beproevingen te verduren. Ze zal hem dicht tot Jehovah’s organisatie trekken, want liefde „is een volmaakte band van eenheid” (Kol. 3:12-14). Door teder en intens uit het hart lief te hebben, heeft Jezus ons een volmaakt voorbeeld gegeven. Laten wij dit voorbeeld navolgen (Joh. 10:11-15; 1 Joh. 3:18). Dit is de liefde die de leerling tot ontwikkeling moet brengen om met het oog op redding te kunnen volharden.

GODS KONINKRIJK HOOGHOUDEN EN PREDIKEN

19. Welke belangrijke factoren omtrent Gods koninkrijk moet de leerling leren, en hoe zal dit een hulp voor hem zijn?

19 Het is noodzakelijk de leerling te helpen inzien dat wij reeds onderdanen van Gods opgerichte koninkrijk zijn en dat wij er daarom onverbrekelijk mee verbonden moeten zijn en onbevreesd bereid moeten zijn er getuigenis van af te leggen (Matth. 24:14). Wij als ambassadeurs en gezanten van Gods koninkrijk zijn geen deel van de politieke regeringen van dit samenstel van dingen (2 Kor. 5:20). Wij bevorderen uitsluitend de belangen van Gods opgerichte Koninkrijksregering in de hemel. Wij moeten onbevreesde bekendmakers van de oprichting van het Koninkrijk blijven. Hierin volgen wij het moedige voorbeeld van Jezus en zijn apostelen (Joh. 18:36; Hand. 4:20). Wij kunnen onze banden van trouw dus niet verdelen. Indien de leerling deze waardering voor het Koninkrijk wordt ingeprent, zal hij als Koninkrijksverkondiger onwrikbaar blijven. Hij zal niet van angst ineenkrimpen of ervoor terugdeinzen de verantwoordelijkheid op zich te nemen dit goede nieuws van het Koninkrijk, dat hij vertegenwoordigt, bekend te maken.

20. (a) Welke factoren dienen wij, om het samenvattend met Paulus’ woorden te zeggen, terecht in gedachten te houden? (b) Hoe kunnen wij verstandig bouwen, en waartoe zal dit leiden?

20 In ons werk dat erin bestaat discipelen te maken, is het derhalve goed de woorden van de apostel Paulus in gedachten te houden, die zei: „Wij zijn Gods medewerkers. Gijlieden zijt Gods akker, die wordt bebouwd, Gods gebouw. Overeenkomstig de onverdiende goedheid van God, die mij gegeven werd, heb ik als een wijs bestuurder van werken een fundament gelegd, maar iemand anders bouwt erop. Laat een ieder er echter op blijven toezien hoe hij daarop bouwt. Want geen mens kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, hetwelk is Jezus Christus. Bouwt iemand nu op het fundament goud, zilver, kostbare stenen houtsoorten, hooi, stoppels, een ieders werk zal openbaar worden, want de dag zal het te zien geven, omdat het geopenbaard zal worden door middel van vuur, en het vuur zelf zal uitwijzen hoedanig een ieders werk is” (1 Kor. 3:9-13). Bouw dus verstandig. Laat degenen met wie wij de bijbel bestuderen de goddelijke hoedanigheden van hemelse wijsheid inzien en waarderen. Help hen een blijvende waardering te krijgen voor geestelijk onderscheidingsvermogen, begrip en denkvermogen. Help hen de beproefde hoedanigheid van hun geloof, de reden voor rechtschapenheid, toewijding aan bijbelse beginselen en een diep respect voor Gods wetten en geboden op prijs te stellen. Zie erop toe dat zij de bijbel aanvaarden als Gods Woord, dat zij er de noodzaak van inzien dicht bij Jehovah’s organisatie te blijven en een intense liefde voor de broeders te ontwikkelen. Breng hen ertoe het Koninkrijk als ’s mensen enige hoop te bezien en ontwikkel in hen een onverbrekelijke verbondenheid met dit Koninkrijk en een bereidheid er getuigenis van af te leggen. Als u dit doet, hebt u alle reden om te geloven dat uw werk, tot Gods lof en heerlijkheid, zal blijven bestaan, want God heeft beloofd hiervoor te zullen zorgen.

[Illustratie op blz. 396]

De leerling zal worden geholpen de hoedanigheid volharding te ontwikkelen als wij hem leren zich op de leiding van Gods Woord te verlaten

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen