Waar is de waarheid?
De waarheid zal u vrijmaken, maar waar kunt u die vinden?
TOEN Jezus Christus voor de Romeinse bestuurder Pontius Pilatus terechtstond, werd zijn antwoord op de valse beschuldigingen die tegen hem werden ingebracht, samengevat in zijn verklaring: „Hiertoe ben ik geboren . . . om getuigenis af te leggen van de waarheid.” De bestuurder antwoordde met de vraag: „Wat is waarheid?”
Pilatus was als bestuurder aangesteld over een gebied dat eeuwenlang het centrum van joodse aanbidding was geweest. En nu zetten de overpriesters van de joden hem onder zware druk, een man ter dood te brengen ten aanzien van wiens onschuld Pilatus klaarblijkelijk overtuigd was. Niet zonder reden vroeg hij: „Wat is waarheid?”
Er is echter niets waardoor te kennen wordt gegeven dat Pilatus werkelijk naar de waarheid zocht. Hij leverde Jezus over om terechtgesteld te worden en waste zijn handen ’in onschuld’ om van de zaak af te zijn. Zijn gemoedsrust was ongetwijfeld verstoord, maar niet in voldoende mate. — Joh. 18:37, 38; 19:12-16.
Veel mensen zijn net als Pilatus: ze zijn in verwarring gebracht en verontrust over deze kwestie van waarheid. Als het onderwerp waarheid ter sprake komt, denkt iemand misschien aan zijn eigen kerk, zijn eigen religie. De laatste tijd echter zijn er in religieuze kringen zoveel dingen gebeurd dat veel mensen werkelijk verslagen zijn. Berichten over hetgeen er in de kerken gebeurt, doen in de geest van veel oprechte mensen ernstige twijfels rijzen of hun kerk wel echt de waarheid bezit. Zij geloven nog steeds in God, maar bevindt God zich in hun kerk? Is hij ooit in hun kerk geweest? Hebben dergelijke gedachten ook uw geest beziggehouden?
DE WAARHEID IN DEZE TIJD HERKENNEN
Is waarheid echter werkelijk zo moeilijk te herkennen? Misschien hebt u iemand de uitdrukking horen bezigen dat een verklaring of geloof de „klank van waarheid” heeft. Wat betekent dat eigenlijk? Welnu, het betekent dat iets juist klinkt. Waarheid is „wat in overeenstemming is met de feiten”. En als u van een nieuwe gedachte hoort waarvan u weet dat deze in harmonie is met andere op feiten gebaseerde ideeën, zou u wel meteen willen zeggen: „Dat is waar.” Het klinkt redelijk. U hebt er geen moeite mee zo’n gedachte te aanvaarden.
Het is ook mogelijk dat de inlichtingenbron enige invloed uitoefent op uw neiging de gedachte te aanvaarden. Als de gedachte haar oorsprong vindt in een bron waarvan u altijd hebt geweten dat deze betrouwbaar, onbevooroordeeld en goed ingelicht is, hebt u er weinig moeite mee in hetgeen er wordt gezegd de klank van waarheid te herkennen.
Welnu, zou u kunnen zeggen dat wat u in verband met uw eigen kerk hoort en leest, u dit soort van vertrouwen schenkt? Vindt u het gemakkelijk datgene wat u leert met feiten in overeenstemming te brengen? Klinkt het u redelijk in de oren? Bent u ervan overtuigd dat uw religieuze leiders oprecht zijn? Leven zij zelf in overeenstemming met wat zij leren? Er zijn steeds meer mensen die er moeite mee hebben dergelijke vragen met Ja te beantwoorden.
EEN BOEK VAN WAARHEID
Betekent dit evenwel dat er nergens waarheid gevonden kan worden? Helemaal niet. U bent waarschijnlijk lid van uw kerk omdat u altijd hebt gedacht dat ze aan God toebehoorde en zijn Woord de bijbel onderwees. Het zou kunnen zijn dat u er net mee bent begonnen zelf de bijbel te lezen en er moeite mee hebt dat wat u leest in overeenstemming te brengen met wat uw geestelijke heeft onderwezen.
Misschien hebt u uw religie als de juiste religie beschouwd omdat ze zo oud is. De bijbel is echter ouder, en alles wat erin wordt gezegd, is nog steeds in overeenstemming met de feiten. Wat de bijbel leert is nog steeds redelijk. Zijn schrijvers hebben niets van die weergaloze oprechtheid verloren waardoor zij als eerlijk worden gestempeld. Hij is nog nooit met succes tegengesproken en de waarachtigheid van zijn profetieën wordt elke dag opnieuw bevestigd. Jezus had het over de Heilige Schrift toen hij in gebed tot God zei: „Uw woord is waarheid.” En hij beval dit zelfde Woord aan zijn toehoorders aan toen hij zei: „Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.” — Joh. 17:17; 8:32.
Wat waren het voor mensen tot wie Jezus deze woorden sprak? Het waren mensen die dachten dat zij vrij waren en dat zij de waarheid kenden. Zij dachten dat zij nog steeds de aanbidding van hun voorvader Abraham volgden en dat hun religie, omdat ze zo „oud” was, juist moest zijn. In werkelijkheid waren hun leiders echter ver afgeweken van wat Abraham geloofde; zij hadden tradities en filosofieën bijeengebracht die de mensen in gevangenschap hielden. Hoe diep zij in dwaling waren weggezonken, blijkt wel uit Jezus’ bestraffende woorden: „Maar nu zoekt gij mij, een mens die u de waarheid heeft gezegd, welke ik van God heb gehoord, te doden. Abraham heeft dit niet gedaan.” — Joh. 8:40.
WAARHEIDSLIEVENDE MENSEN
Niet alle mensen die Jezus de waarheid hoorden spreken, stonden hem echter tegen. Misschien bent u als de mensen die zijn discipelen werden. Zij behoorden eveneens tot een oude, traditionele religie die in voorbijgegane eeuwen wortelde. Zij konden echter inzien dat hun religieuze leiders van de Schrift waren afgeweken en niet eerlijk handelden. Zij konden hun commerciële hebzucht, hun ambities, hun bemoeienissen in de politiek en hun gezindheid ten opzichte van geweld waarnemen.
Er is veel over de intellectuele vermogens van deze discipelen van Jezus gezegd. De joodse regeerders spraken over hen als „ongeletterde en gewone” mensen, hoewel deze regeerders zich bij die gelegenheid over de eenvoud en vrijmoedigheid waarmee zij spraken verbaasden. Zij „herkenden hen als personen die met Jezus waren geweest”. Waarom? Ongetwijfeld omdat hetgeen deze mensen zeiden en de eerlijke manier waarop zij redeneerden, dezelfde „klank” had als Jezus’ woorden. — Hand. 4:13.
Het is interessant op te merken dat sommige religieuze leiders in deze tijd precies zo redeneren als de joodse regeerders en priesters. In zijn boek Whereon to Stand: What Catholics Believe and Why, spreekt de rooms-katholieke schrijver J. G. Brunini over Jezus’ apostelen en zegt: „Vóór Christus’ dood werden Petrus en zijn broeders veelmeer door geloof geleid dan door kennis en begrip. Wàt Jezus hun ook allemaal onderwees, zij struikelden over lessen waarmee christelijke schoolkinderen in deze tijd weinig moeite zouden hebben.” Hoe nauwkeurig is deze opvatting over de situatie evenwel?
De schrijver gaat er onmiddellijk toe over zijn conclusie te illustreren door te zeggen: „De gedachte dat zij met een Mens omgingen die uniek was en die waarlijk Mens en waarlijk God was, drong slechts heel langzaam tot hen door.” Met andere woorden, hun traagheid bleek uit het feit dat zij klaarblijkelijk niet in een drieëenheid geloofden. Volgens de schrijver kwamen zij over deze traagheid heen toen ’de Heilige Geest hen later met genade bedeelde’. Is dit in overeenstemming met de feiten? Leest u hun geïnspireerde geschriften maar door nadat zij de heilige geest van God hadden ontvangen en zie dan of u ook maar de kleinste aanwijzing kunt vinden dat zij nu de leerstelling van de Drieëenheid aanvaardden. U zult niets in die trant opmerken.
Hoe staat het met u? Gelooft u in een mysterieuze God die uit drie gelijke personen bestaat? Hoe valt dit met de rede en met feiten te rijmen? En, wat belangrijker is, is het in overeenstemming met de bijbel? Petrus identificeerde Jezus niet als God, maar als „de Zoon van de levende God”. De geliefde apostel Johannes spreekt over hem als Gods „eniggeboren Zoon” en „het begin van de schepping door God”. De apostel Paulus toont aan dat Jezus’ relatieve positie die is van „middelaar tussen God en de mensen”. Dit alles bezit de klank van waarheid. Het is bovenal in overeenstemming met wat Jezus zelf heeft onderwezen. Het is niet moeilijk zijn eenvoudige uitspraak te begrijpen: „De Vader is groter dan ik.” — Matth. 16:16; Joh. 3:16; Openb. 3:14; 1 Tim. 2:5; Joh. 14:28.
AAN WAARHEID VERWANTE HOEDANIGHEDEN
Hebt u in het dispuut tussen Jezus en de joden die dachten dat zij de waarheid hadden, bovendien opgemerkt dat die mensen gewelddadige neigingen hadden? Hun woede ten opzichte van Jezus omdat hij ’de waarheid sprak die hij van God had gehoord’, maakte dat zij hem wilden doden. Om die reden zei hij tegen hen dat zij zonen waren van de oorspronkelijke leugenaar en doodslager, Satan. De bijbel leert dat degenen die de werkelijke waarheid van God hebben, vredelievend zouden zijn. „De wijsheid van boven is . . . vredelievend”, zegt de discipel Jakobus (Jak. 3:17). Welnu, bevordert uw kerk vrede? Als u katholiek bent, wat denkt u er dan van als u berichten leest uit Brazilië — dat als het grootste katholieke land in de wereld wordt beschouwd — waarin wordt gesproken over de arrestatie van priesters, monniken en seminaristen op grond van de beschuldiging van omverwerpende activiteiten? Bent u verbaasd wanneer u hoort dat een van de topfunctionarissen van de geheime politie van die natie verklaart dat hij „afdoende bewijzen” heeft dat op zijn minst drie van de gearresteerde religieuze leiders sterke banden met Braziliës communistische terroristische organisatie hebben? (El Universo, Guayaquil, Ecuador, 9 november 1969) Maar is het met de religies van de christenheid in het algemeen niet zo gesteld, dat mensen van dezelfde religie elkaar in oorlogstijd hebben gedood? Toch gaf Jezus te kennen dat zijn ware volgelingen gekenmerkt zouden worden door hun liefde en vredelievendheid. — Joh. 13:35; Matth. 5:9.
Jakobus zei ook dat de wijsheid van boven „allereerst zuiver” — ofte wel kuis, rein of ingetogen — is (Jak. 3:17). Nu viert onkuisheid overal hoogtij. De oorzaken zijn vele, maar onwetendheid omtrent datgene wat de bijbel over de moraal leert, neemt onder deze oorzaken beslist een belangrijke plaats in. En degenen die dit aspect van de waarheid hadden moeten onderwijzen, zullen hun deel van de verantwoordelijkheid moeten dragen. Een Outline-History of Latin America, waarin over het religieuze leven in dat deel van de wereld wordt gesproken, zegt:
„De godsdienstbeoefening in de Spaanse koloniën en in Brazilië was vaak oppervlakkig, . . . De geestelijken waren in veel gevallen ongeletterd, . . . en vaak ook nog immoreel. Vandaar dat zij soms een slecht voorbeeld gaven aan de mensen, die in sommige gevallen alle respect voor de geestelijken verloren . . . In elke gemeenschap trachtte de Kerk de bevolking aan te trekken door middel van religieuze feesten, processies en alle mogelijke vieringen. Vooral in Indiaanse plaatsen leken de ceremoniën van de Kerk onafscheidelijk verbonden met de oude heidense vormen van afgodenaanbidding. Er kan gerust worden gezegd dat de rooms-katholieke religie in veel gemeenschappen in de koloniën te gronde was gegaan en haar Europese betekenis grotendeels had verloren door veel niet-christelijke praktijken in zich op te nemen.”
Dit was in de dagen van de Spaanse koloniën het geval, maar thans is de situatie niet veel anders. Dezelfde religieuze processies, waarin de deelnemers zich als demonen, engelen en wilde dieren vermommen, terwijl zij tegelijkertijd beelden en andere voorwerpen van de hedendaagse kerk gebruiken, zijn nog steeds een geregeld terugkerend schouwspel in de Indiaanse gebieden van Zuid-Amerika. De feesten worden nog steeds gekenmerkt door immorele en met dronkenschap gepaard gaande orgieën, die vaak in bloedvergieten eindigen, terwijl de katholieke priesters tijdens deze feesten nog steeds door middel van de mis de godsdienstoefeningen leiden. Veel oprechte katholieken die deze dingen voor de eerste maal zien, zijn er verontrust over dat zulke praktijken in „hun” religie worden beoefend. Zij hebben hier beslist reden toe.
Zoals u ziet, gaan de hoedanigheden die wij zojuist hebben besproken, samen. Waarheidsgetrouwheid, redelijkheid, vrede en zuiverheid horen bij elkaar. Als één ervan ontbreekt, twijfelen wij aan de andere. En als ze in uw kerk ontbreken, kunt u terecht naar een andere religie uitkijken. Waartoe kan men zich echter wenden?
DE SPEURTOCHT NAAR WAARHEID TOT EEN GOED EINDE BRENGEN
Welnu, Jezus zei dat God de soort van mensen zoekt die hem „met geest en waarheid” aanbidden (Joh. 4:23, 24). Als er zulke mensen zijn — en die zijn er — dan zullen zij redelijke, schriftuurlijke leerstellingen onderwijzen. Zij zullen in vrede met elkaar leven en u zult bemerken dat hun levenswijze hen als christenen aanbeveelt. Wij zouden u willen uitnodigen Jehovah’s getuigen eens nauwkeuriger gade te slaan. U zult op zijn minst een van hen kennen, aangezien u dit tijdschrift leest. Misschien kent u deze Getuige persoonlijk, of misschien kent u nog meer getuigen van Jehovah in uw omgeving. Hebt u niet opgemerkt dat zij over het algemeen de soort van mensen zijn die wij hebben beschreven?
Natuurlijk verwachten wij niet dat u, zonder een persoonlijk onderzoek te hebben ingesteld, zult aanvaarden wat wij zeggen. Misschien hebt u uw eigen religie en bent u nog steeds van mening dat deze de beste is. Als u oprecht bent, dient dit ook zo te zijn. U zult echter ook gelijk willen hebben en de waarheid willen bezitten. Er is wel eens gezegd: „Het is belangrijk graag de waarheid aan onze zijde te willen hebben, maar het is nog belangrijker het oprechte verlangen te koesteren aan de zijde van de waarheid te staan.”
De waarheid is niet populair, weet u. Ze was dit niet in Jezus’ tijd. De joden wilden hem doden omdat hij de waarheid sprak. Deze waarheid maakte hen kwaad omdat ze verschilde van wat zij onderwezen. Dat is de reden waarom Jehovah’s getuigen gewoonlijk niet erg populair zijn. Zij onderwijzen iets anders, omdat de waarheid anders is. U zult opmerken dat zij zich niet met de politiek bemoeien. Het zal u echter eveneens opvallen dat zij wel hun belasting betalen, overeenkomstig de morele maatstaven van de bijbel leven en niet tegen hun naasten strijden.
Het spreekt vanzelf dat er meer voor komt kijken als men de waarheid in zijn leven wil bezitten. Als men weet wat de waarheid is, dient men er niet bang voor te zijn deze aan anderen te vertellen, ook al is ze anders. Daarom zult u Jehovah’s getuigen zo vaak aan uw deur aantreffen.
Misschien zal de Getuige die dit tijdschrift bij u heeft achtergelaten, weer bij u terugkomen, omdat Jehovah’s getuigen er belangstelling voor hebben met mensen te spreken die een onderzoekende geest hebben. Waarom zou u hem niet binnen nodigen en de kwestie verder met hem bespreken? Houd in gedachten dat het erom gaat de waarheid vast te stellen. En er is slechts één waarheid. Indien u deze hebt, gebruik ze dan alstublieft om anderen te helpen zich van leugens los te maken. Maar als u in de knoop zit met een religie die niet in overeenstemming valt te brengen met redelijkheid, zuiverheid en vrede, hebt u alle reden om verontrust te zijn. Was uw handen dan niet ’in onschuld’, zoals Pilatus deed. Ga verder met uw speurtocht en probeer het antwoord te verkrijgen op de vraag: „Wat is waarheid?”