Interesseert uw geestelijke zich voor u of voor uw geld?
ALS u tot een kerk van de christenheid behoort, zet die vraag u dan aan het denken? U zou kunnen antwoorden: „Natuurlijk is mijn geestelijke niet alleen maar geïnteresseerd in mijn geld!” Toch zult u op zijn minst wel weten dat sommige mensen niet meer naar de kerk gaan omdat zij er genoeg van hebben dat er voortdurend en op allerlei manieren om geld wordt gebedeld.
Vraag uzelf eens af: ’Waarom ga ik eigenlijk naar de kerk? Toch om in geestelijk opzicht opgebouwd te worden, een sterker geloof te krijgen en christelijke raad te ontvangen waardoor ik word geholpen aan de vele problemen van het leven het hoofd te bieden? Wanneer heeft mijn geestelijke mij echter het laatst thuis opgezocht of heeft hij ergens anders rustig met mij en mijn gezin gepraat om enkele van onze problemen te bespreken en ons nuttige raad uit Gods Woord te verstrekken? Was dit vorige maand? Was het vorig jaar? Was het gedurende de afgelopen vijf jaar? Heeft hij het ooit gedaan?’
Heeft uw geestelijke er daarentegen ooit de tijd voor genomen u te schrijven of persoonlijk op te zoeken om over het geven van bijdragen voor de kerk of de een of andere kerkelijke onderneming te spreken? Hoe vaak is dit gebeurd? Waar gaat de belangstelling van uw geestelijke in werkelijkheid naar uit?
KERKELIJKE BELANGSTELLING VOOR HET BIJEENBRENGEN VAN GELD
Er is inderdaad een bepaalde hoeveelheid geld nodig, maar veel geestelijken putten zich uit in manieren om steeds meer geld bij elkaar te krijgen. Het tijdschrift Time had hier het volgende over te zeggen: „Waar zij vroeger de kerkgangers alleen maar een schaal behoefden te laten doorgeven, heffen de kerken tegenwoordig op vele manieren geld, variërend van bingo tot aandelen. Het verkrijgen van gelden stelt vragen aan de orde met betrekking tot smaak, tact, beleid en de psychologische benadering van de gever, welke over het gehele land aanleiding geven tot verhitte discussies.” Sommige kerken nemen reclamemensen met „hogedrukmethoden” en „drijfveerpsychologen” in dienst, die veel verschillende manieren uitdenken om door middel van het uitoefenen van pressie geld van de kerkleden los te krijgen. Hoe denkt u over zulke methoden?
De predikant van de All Saints Church in Luton, Bedfordshire, Engeland, gaf aan leden van zijn gemeente bankbiljetten van £1 uit met het verzoek met dit geld te woekeren door op paarden te wedden of bingo te spelen en dan de opbrengst aan de kerk te geven. De Katholieke Kerk in Tunbridge Wells in Sussex, Engeland, exploiteerde een voetbalpool waarmee ze in zes jaar tijd een winst binnenhaalde van meer dan £50.000. Een pamflet dat werd uitgegeven door de Parish Service Company deelt aan kerken mee hoe deze met „Vasten-zelfverloocheningfolders” de vastengaven kunnen verdubbelen of verdrievoudigen. „De geldsleuven in onze vastenfolders zijn bovendien ’gedagtekend’! Geen lukraak geven van de zijde van uw lidmaten.” Gelooft u dat deze methoden het bijbelse christendom weerspiegelen?
Er zijn heel wat kerken die aan geld komen door middel van door de kerk georganiseerde avondmaaltijden en bazaars. Het boek Money and the Church vertelt hoe één geestelijke bazaars „een eervolle vorm van diefstal” noemt. Het is dan ook niet te verwonderen dat in Amerika’s vooraanstaande protestantse tijdschrift The Christian Century (29 juli 1959, blz. 867) het volgende werd gezegd:
„Men behoeft niet ver in het Amerikaanse protestantisme te gaan om geldklopperijmethoden te ontdekken die heel veel lijken op de exploitatie van kansspelen door de Rooms-Katholieke Kerk, methoden die wij betreuren en waartegen wij protesteren. Duizenden protestantse kerkbazaars, kermissen en ’zomerfeesten’ zijn nauwelijks respectabeler dan Las Vegas. De praktijk om winkeliers — vooral degenen die geen lidmaten van de kerken in kwestie zijn — ’advertentie’-dollars af te dwingen om mededelingenblaadjes, tijdschriften en inwijdingsfolders van de kerk te financieren, is eveneens rijp voor hervorming. Laten wij het noemen wat het is: Afpersing.”
Hoe voelt u zich in de kerk als de collecteschaal rondgaat? Hoe voelt u zich als een geestelijke u thuis bezoekt om er bij u op aan te dringen meer geld te geven? Dit was een van de dingen die een uitgever van een Zuidafrikaans tijdschrift te weten wilde komen. Een jaar lang heeft hij het onderwerp „De kerk, de mensen en de kloof ertussen” aan een nauwgezet onderzoek onderworpen. Zijn bevindingen samenvattend, schreef de uitgever:
„De Kerk schijnt een dwanggewoonte te hebben ontwikkeld om voortdurend een beroep op de mensen te doen om geldelijke steun voor zaken-zonder-eind-amen, of het nu de bouw van kerken of zalen betreft, reparaties, orgels, klokken, salarissen, pensioenen, Vasten, Pasen, Kerstmis, enz. enz. . . . Nu schijnt de Kerk officiële toezeggingen tot betaling en verzoekschriften iets vanzelfsprekends te vinden en soms heeft iemand wel drie van zulke beloften lopen. . . . Dit steeds maar bezig zijn met geld heeft ook tot gevolg gehad dat sommige mensen zich nog eens over hun kerkelijke belangstelling bedenken en zich afvragen of zij eigenlijk wel aan de diensten willen deelnemen.” — Femina, 18 mei 1967, blz. 58, 61.
Is het niet te begrijpen dat sommigen zich nog eens bedenken of zij wel belangstelling voor de kerk hebben? De bijbel toont duidelijk aan dat geven niet „onder dwang” dient te geschieden maar dat er sprake moet zijn van „bereidwilligheid . . . naar hetgeen men heeft” (2 Kor. 9:7; 8:12). Hoewel het dus niet verkeerd is dat een geestelijke zijn gemeente op de hoogte stelt van redelijke kerkelijke behoeften, dienen de methoden die worden gebruikt in harmonie te zijn met de christelijke beginselen welke in de bijbel staan opgetekend.
Maar wat belangrijker is, u hoort bij een kerk omdat u geestelijke leiding verlangt, niet waar? Een kerk dient voortdurend voor geestelijke opbouw te zorgen. Ze dient niet als een brandverzekering te zijn, die alleen maar schade dekt in geval van brand, maar als een voorziening voor het geven van raad ter voorkoming van brand. Krijgt u persoonlijk de voortdurend noodzakelijke raad van uw geestelijke? Of bent u van mening dat u alleen persoonlijke aandacht ontvangt als er weer extra geld nodig is?
DE EERSTE CHRISTENEN GAVEN HET JUISTE VOORBEELD
Toen Jezus Christus zijn apostelen uitzond om over het koninkrijk van God te prediken, zei hij: „Gij hebt om niet ontvangen, geeft om niet” (Matth. 10:7, 8). Er werd geen raad gegeven over methoden hoe aan geld te komen. Het bijbelse verslag vermeldt dat de christelijke opzieners in de vroege gemeenten ’de kudde Gods gewillig moesten weiden, niet uit liefde voor oneerlijke winst, maar bereidwillig’ (1 Petr. 5:1-4). Zij moesten over zielen waken (Hebr. 13:17). Zij versterkten de zielen van de discipelen en moedigden hen aan in het geloof te blijven (Hand. 14:21, 22; 11:22-24). De apostel Paulus onderwees in het openbaar en van huis tot huis en vertelde de gehele raad van God; hij begeerde niemands zilver of goud en ook hield hij geen collectes ter ondersteuning van zichzelf (Hand. 20:18-25). Als de gemeente bijeenkwam, was dit tot opbouw van het geloof en niet van gelden, tot opbouw van goede werken en niet van rijkdom. — Hebr. 10:23-25, 35-39.
Over de uitgaven van presiderende bedienaren van het evangelie in de vroege gemeenten zegt het boek Early Church History: „In haar dagen van oorspronkelijke eenvoud onderhielden de bedienaren van de kerk zich door hun eigen arbeid.” Voor het bestrijden van andere uitgaven werden vrijwillige bijdragen geschonken. De geschiedschrijver J. F. Hurst schrijft in History of the Christian Church: „In elke plaats van aanbidding, hoe klein ook, bevond zich een bus waarin alle aanbidders hun offergaven deponeerden.” Tertullianus, die omstreeks 190 G.T. tot het christendom werd bekeerd, schreef in zijn Apologeticum (Het Spectrum, 1951, blz. 100): „En ook als er een soort kas is, wordt die niet gevormd van het ’eregeld’, als werd de godsdienst verkwanseld. Een ieder geeft een bescheiden bijdrage op een bepaalden dag van de maand of wanneer hij wil en als hij het wil en als hij het kan. Niemand wordt gedwongen, maar men draagt vrijwillig bij.”
De bijbel vertelt over de tijd dat de eerste-eeuwse christenen in Antiochië vernamen dat er elk moment een hongersnood kon uitbreken als gevolg waarvan hun christelijke broeders in Judea ontberingen zouden lijden. Uit eigen beweging zonden zij financiële hulp, een ieder naar wat hij zich kon veroorloven, zonder hiertoe overreed te zijn (Hand. 11:27-30). Later, toen de christenen in Jeruzalem nog meer ontberingen leden, dongen andere gemeenten in Macedonië naar het voorrecht door middel van een bijdrage hulp te mogen bieden, en de christenen in Korinthe gaven van een grote bereidwilligheid blijk. Er was helemaal geen drijfveerstrategie nodig. De apostel Paulus legde de nadruk op het beginsel dat voor hen gold: „Laat een ieder doen zoals hij in zijn hart heeft besloten, niet met tegenzin of onder dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief” (2 Kor. 9:7; 8:1-24). In dit opzicht hebben wij een juist voorbeeld voor ware aanbidding in deze tijd.
HET CHRISTENDOM VAN THANS GELIJK AAN DAT VAN DE EERSTE CHRISTENEN
Sommigen zullen misschien aanvoeren dat het in deze tijd meer geld kost een kerk te laten functioneren en dat, als de uitgaven niet door vrijwillige bijdragen gedekt kunnen worden, andere methoden moeten worden aangewend om aan geld te komen. Denk hier echter eens een ogenblik over na. De bijbelse beginselen veranderen niet, is het wel? Als God de eerste christenen verrijkte en hun hart tot vrijgevigheid bewoog, zal hij dit dan ook niet thans onder ware christenen doen, en dat zonder overreding met gebruik van pressie? (2 Kor. 9:8-14). Is er thans echter een groep christenen die bijbelse beginselen volgt als het op geld aankomt en die ijverig werkt om anderen in geestelijk opzicht te helpen?
Er zijn thans meer dan 25.000 gemeenten van Jehovah’s getuigen in meer dan 200 landen over de gehele wereld werkzaam en gedurende bijna 100 jaar hebben deze christelijke getuigen nooit een collecte gehouden of een bazaar, bingo of een loterij geëxploiteerd. Ook hebben hun presiderende bedienaren degenen die met de gemeente verbonden zijn nooit bezocht om geld van hen los te krijgen. Toch voorzien de gemeenten in vergaderruimten waar de Getuigen geregeld bijeenkomen. Over de gehele wereld verspreiden Jehovah’s getuigen miljoenen bijbels en bijbelse studiehulpmiddelen tegen een prijs die zelfs de armste persoon zich kan veroorloven, terwijl zij het mogelijk maken dat zendelingen naar alle delen van de wereld worden gezonden om mensen te helpen een kennis te verkrijgen van God en de wijze waarop men hem moet dienen. Dit alles gebeurt zonder dat er ooit collectes worden gehouden.
Meer dan negentig jaar geleden werd in de tweede uitgave van dit tijdschrift verklaard: „’Zions Wachttoren’ heeft, zoals wij geloven, JEHOVAH als zijn ondersteuner, en aangezien dit het geval is, zal dit blad nooit mensen om ondersteuning vragen of verzoeken. Wanneer Hij die zegt: ’Al het goud en het zilver van de bergen zijn van mij’, niet in de noodzakelijke middelen voorziet, zullen wij dit als een teken beschouwen dat het tijd is de publikatie tijdelijk op te schorten.” Hoe is het voor de Getuigen mogelijk geweest al deze jaren werkzaam te zijn zonder ’mensen om ondersteuning te vragen of te verzoeken’?
De presiderende bedienaren en hun assistenten in de gemeenten voorzien in hun eigen financiële behoeften, evenals dit in de eerste eeuw gebeurde. De gemeenten worden betrekkelijk klein van afmeting gehouden, van vijftien tot misschien 160 tot 180 personen. Kleinere gemeenten kunnen gemakkelijk in particuliere huizen bijeenkomen en de grotere kunnen in eenvoudige zalen vergaderen welke door Jehovah’s getuigen worden gehuurd of gebouwd om aan 40 tot 200 personen zitplaatsen te verschaffen. De financiering van zalen van deze grootte vormt niet een te grote last voor degenen die met de gemeenten zijn verbonden en er hoeft ook niet om bijdragen te worden gevraagd. Wanneer er een Koninkrijkszaal wordt gebouwd, worden veel bouwwerkzaamheden vaak vrijwillig door vakmensen en anderen in de gemeente verricht. Alle uitgaven worden met vrijwillige bijdragen bestreden en er wordt geen druk uitgeoefend. Evenals dit bij de eerste christenen het geval was, bevindt zich in elke vergaderplaats een bijdragenbus waarin degenen die dit willen, naar vermogen hun persoonlijke bijdragen kunnen deponeren. Er worden geen „geldenveloppen” gebruikt en geen namen aan de bijdragen verbonden. Wat iemand geeft, is zijn persoonlijke zaak.
En wat belangrijker is: omdat de gemeenten niet zo groot zijn, is het voor de presiderende bedienaren en de andere rijpe christelijke bedienaren die hem assisteren mogelijk, persoonlijke aandacht te schenken aan de geestelijke behoeften van alle personen die met de gemeente zijn verbonden. Bovendien leggen Jehovah’s getuigen persoonlijke bezoeken af bij de huizen van alle mensen in het gebied van hun gemeente, terwijl zij deze mensen persoonlijk door middel van geestelijke gesprekken aanmoedigen.
Gedurende het afgelopen jaar hebben maar liefst 1.336.112 Getuigen er meer dan 239 miljoen uren aan besteed om andere mensen op te zoeken en tot het houden van een bijbelbespreking aan te moedigen. Zij brachten meer dan 106 miljoen nabezoeken bij personen die geen getuigen van Jehovah zijn, om geestelijke aanmoediging te verschaffen. En zij leidden meer dan één miljoen bijbelstudies bij individuele personen of gezinsgroepen. Zulke bijbelstudies worden gewoonlijk eenmaal per week gehouden. Jehovah’s getuigen brengen de mensen niets in rekening voor al deze aandacht die zij aan hun geestelijke behoeften schenken.
Dat Jehovah’s getuigen in hun bediening het voorbeeld van de eerste christenen volgen, wordt door anderen erkend, zoals blijkt uit de volgende verklaring door E. Trueblood in Presbyterian Life van 20 januari 1951:
„Wanneer wij ons om de christelijke ondernemingsgeest bekommeren, moeten wij er op reële wijze rekening mee houden dat wanneer wij de christelijke religies eens nauwkeurig met elkaar vergelijken, de christelijke organisatie die sociaal het minst in aanzien is, de kortste geschiedenis heeft, in de minst achtenswaardige buurten vertegenwoordigd is en door de minst opgeleide bedienaren geleid wordt, niet alleen in aantal, maar ook in ijver en toewijding en in verhoudingsgewijs geven, met kop en schouders boven de anderen uitsteekt. . . . In hun bescheiden plaatsen van samenkomst, die men Koninkrijkszalen noemt, komen kleine maar energieke groepjes getuigen van Jehovah bijeen. . . . Er is geen twijfel mogelijk dat deze energieke en onaanzienlijke sekten, die thans zo krachtig in ons land opbloeien, in vele opzichten veel dichter bij het oorspronkelijke christendom staan dan de groepen onder ons die de conventionele richtingen van de christenheid vertegenwoordigen. Wij zeggen dat onze richting een oudere traditie heeft, maar hierin konden wij het wel eens niet helemaal bij het rechte eind hebben. Misschien vertegenwoordigen zij datgene wat waarlijk oud is in het christelijke getuigenis. . . . Wij zijn reeds in verval.”
WIE TOONT BELANGSTELLING VOOR UW GEESTELIJKE WELZIJN?
In het begin van dit artikel stelden wij aan de lezers de vraag: Hoe lang is het geleden sinds u door uw geestelijke werd opgezocht omdat hij u in geestelijk opzicht wilde helpen? Nu zouden wij u willen vragen: Hoe lang is het geleden sinds u door een van Jehovah’s getuigen werd bezocht? Hoe vaak is dit gebeurd? Vroeg de Getuige u om geld voor het bekostigen van een religieus bouwwerk of ter ondersteuning van een zendingsfonds? Of probeerde hij of zij de bijbel met u te bespreken, terwijl er misschien zelfs wel een gratis huisbijbelstudie werd aangeboden? Welnu, wie heeft volgens u werkelijke belangstelling voor uw geestelijke welzijn getoond?
Bent u van mening dat uw geestelijke in uw geestelijke behoeften voorziet? De bijbel toont aan dat de christen in geestelijk opzicht opgebouwd moet worden ten einde staande te kunnen blijven in het geloof en onvermoeid voor het geloof te kunnen strijden (Fil. 2:15; Jud. 3; 1 Kor. 16:13). Wordt u in dit opzicht opgebouwd? Christenen moeten een openbare bekendmaking doen van hun geloof (Rom. 10:9, 10). Voelt u zich hiertoe in staat? Voelt u zich in staat uw geloof in God en in belangrijke bijbelse onderwijzingen te verdedigen tegen de voortdurende aanvallen die tegen de bijbel worden gedaan? (1 Petr. 3:15) Indien niet, dan zou u de gedachte kunnen zijn toegedaan dat er niet voldoende aandacht aan uw geestelijke opbouw is geschonken.
In uw eigen belang en in het belang van uw gezin dringen wij er bij u op aan de activiteiten van Jehovah’s getuigen te beschouwen. U zult bemerken dat zij er oprechte persoonlijke belangstelling voor hebben anderen te helpen God te dienen. Waarom zou u niet met een van Jehovah’s getuigen in contact komen en om een gratis bijbelstudie in uw huis vragen, bijvoorbeeld voor een periode van zes maanden? Hierin zal kosteloos worden voorzien. Ondervind zelf of u dan niet met elke wekelijkse studie in bijbelkennis en geestelijke kracht groeit. Ga naar de vergaderingen in de dichtstbijzijnde Koninkrijkszaal van Jehovah’s getuigen en overtuig u er zelf van of de gemeentelijke activiteit niet geheel en al op de bijbel is gebaseerd en ontworpen is om afzonderlijke personen te helpen in geestelijk opzicht te groeien.
Er zullen nooit collectes worden gehouden. U zult daarentegen bemerken dat de presiderende bedienaar van de gemeente en allen die hem assisteren, ja, alle getuigen van Jehovah, een oprechte belangstelling zullen hebben voor u en uw gezin. Zij willen u helpen het grote geluk en de grote tevredenheid te verwerven welke degenen ten deel valt die thans de ware aanbidding beoefenen met de hoop eeuwig in Gods nieuwe samenstel van dingen te leven. Inderdaad, Jehovah’s getuigen interesseren zich voor u, niet voor uw geld.
[Illustraties op blz. 292]
Weerspiegelen deze methoden om aan geld te komen, het christendom van de bijbel? Worden ze door uw geestelijke gebruikt?