Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w70 1/4 blz. 215-218
  • Verklaring

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Verklaring
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Vergelijkbare artikelen
  • Laatste weeën over vijanden van vrede met God
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • De christenheid is jegens God in gebreke gebleven! Na haar einde, wat dan?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
  • Wanneer God vrede uitroept over alle natiën
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Goddelijke zegepraal — Wat dit voor de gekwelde mensheid betekent
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
w70 1/4 blz. 215-218

Verklaring

1. Voor welke openbare verklaring beschouwden Jehovah’s getuigen het „Vrede op aarde”-congres, waarop zij waren bijeengekomen, als de gunstige gelegenheid?

WIJ, christelijke getuigen van Jehovah, op (datum) in (naam van stad en land) bijeengekomen op het „Vrede op aarde”-congres, grijpen deze gunstige gelegenheid aan om in deze meest woelige en gevaarvolle periode van de menselijke geschiedenis ons standpunt en onze houding uiteen te zetten:

2. (a) Wat is de sleutel tot een duurzame vrede voor de mensheid, en wat wordt er vereist om kinderen van God te zijn? (b) Met wie ontkennen wij ook maar iets uit te staan te hebben, en waarom?

2 VREDE MET de Schepper van hemel en aarde, door middel van zijn lang beloofde koninkrijk van zijn Messías — dit is naar onze mening de sleutel tot een duurzame vrede voor de gehele mensenwereld. Als wij onze vrede met God bewaren, kunnen wij nooit in oorlog zijn met onze naasten, die medeschepselen van God zijn; vrede met God en vrede met onze naaste gaan hand aan hand. Om kinderen van God en loyale onderdanen van zijn Messiaanse koninkrijk te zijn, moeten wij vredestichters zijn (Matth. 5:9). Wij ontkennen daarom ook maar iets uit te staan te hebben met het zogenaamd christelijke rijk dat als de christenheid bekend staat, want haar geschiedenis toont aan dat ze aangemoedigd heeft tot vleselijke oorlogvoering tussen zelfs medereligieaanhangers, zodat haar zomen met hun bloed bevlekt zijn. Ze heeft degenen die het op grond van hun religieuze geweten niet met haar eens waren, met martelingen en gewelddadige dood vervolgd. Ze heeft niet de belangen van Gods Messiaanse koninkrijk bevorderd en is in dit opzicht wel opvallend in gebreke gebleven sinds het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914. Wij kunnen geen deel met haar hebben, want het is nu duidelijk openbaar dat de oordelen van God, zoals die in de bijbel tot uitdrukking worden gebracht, tegen de christenheid zijn gericht en binnenkort aan haar voltrokken zullen worden.

3. (a) Ten gunste van wat heeft men na de Eerste Wereldoorlog wereldrevolutie nagestreefd, en waarom en hoe? (b) Welke positie zullen wij blijven innemen, en wat tonen wij terzelfder tijd uit de Schrift aan?

3 De regeringsvormen die voordien, tot aan het wereldconflict van 1914-1918, hebben bestaan, hebben de stabiliteit van de mensenwereld niet kunnen handhaven. Sindsdien is er een wereldrevolutie ten gunste van radicale regeringsvormen beproefd en die wordt nog steeds nagestreefd. Een groot gedeelte van de bevolking der aarde is onder communistische overheersing gebracht, merendeels ongewild en niet door vrije volksstem. De rusteloze mensheid is geconfronteerd met de kwestie of er een revolutie zal komen en er een radicale regering opgericht zal worden. Wij blijven echter zoals voorheen onze strikte christelijke neutraliteit ten opzichte van de politieke geschillen van deze wereld bewaren. Vanaf het begin hebben wij op het geschreven Woord van God gewezen om aan te tonen dat een lang leven gepaard gaande met vrede en voorspoed nooit tot stand gebracht zal worden door radicale politieke regeringen van mensen die niet in vrede zijn met God. Volgens de onfeilbare profetieën van Gods Woord moet het politieke radicalisme als wereldremedie falen.

4. (a) Welke religieuze verdeling in klassen keuren wij af? (b) Hoe zijn de geestelijken in gebreke gebleven als een licht te schijnen en hebben zij voor velen een geestelijke dood veroorzaakt?

4 Wij zullen onze afkeuring blijven uitspreken over het feit dat de religieuze mensen in geestelijken en leken zijn verdeeld. Wat dit standpunt betreft, hebben wij de bijbel achter ons staan. De geestelijken en hooggeplaatste religieuze leiders der christenheid zijn te kort geschoten in hun verplichtingen ten opzichte van de mensen die naar hen opzien om in een vredige verhouding tot God gebracht te worden. Zij die eens een hemelhoge positie bekleedden waarin zij hadden kunnen schijnen als sterren die geestelijke verlichting aan hun parochianen konden meedelen, zijn gevallen tot een aards, materialistisch niveau en kunnen de mensen niet werkelijk geestelijk verheffen. Zij hebben de christenheid, om nog maar niet te spreken over de rest van de mensheid, geen levenonderhoudende verkwikking geschonken. Zij hebben het drankje dat zij hun mensen te drinken hebben gegeven, bitter gemaakt, zowel door hun sektarische leerstellingen als door de levenswandel die zij de mensen hebben doen volgen. Deze verbittering heeft voor tallozen een geestelijke dood tot gevolg gehad.

5. Welke verplichting die op ons rust, erkennen wij, en hoe zullen wij trachten ons ervan te kwijten?

5 Wij houden vast aan de verklaring dat het christendom, en niet de christenheid, „het licht der wereld” is. Als opgedragen, gedoopte christenen erkennen wij onze gezamenlijke verplichting als „het licht der wereld” te schijnen (Matth. 5:14-16). Wij als Jehovah’s getuigen zullen ons van deze verplichting blijven kwijten door Zijn geschreven Woord te prediken en te onderwijzen. Op deze schriftuurlijke wijze zullen wij blijven trachten de duisternis voor zoveel mogelijk personen in de christenheid te verlichten, aangezien de geestelijken en hoge religieuze leiders in gebreke zijn gebleven hen geestelijk te verlichten of in het licht van Gods gunst te brengen.

6. (a) Wie erkennen wij als onze religieuze Bevrijder, en hoe zullen wij hem navolgen wat de religieuze gevoelens van bepaalde personen betreft? (b) Wat zullen wij doen, in plaats van hun hoop en vertrouwen te delen?

6 Wij erkennen Jezus Christus als onze door God geschonken religieuze Bevrijder. Hij heeft ons bevrijd van religieuze onderworpenheid en ons verlost uit de doodstoestand onder Babylon de Grote, het wereldrijk van valse religie, met inbegrip van de christenheid. Toen Jezus Christus op aarde was, spaarde hij de religieuze gevoelens van de mannen die beweerden Gods geordineerde onderwijzers en leidslieden van het volk te zijn, niet. In navolging van hem kunnen wij ons er niet van weerhouden goedgelovige mensen in de christenheid te wijzen op het plichtsverzuim van hun geestelijken en andere religieuze leiders voor het aangezicht van God. Ook al krenkt dit de religieuze gevoelens van die religieuze leiders en is het een wee voor hen, wij zullen er, zolang wij leven en zij nog een invloedrijke positie in de christenheid bekleden, mee voortgaan dit te doen. Wij zullen ons niet bij hen aansluiten door onze hoop en ons vertrouwen in een door mensen gemaakte internationale organisatie voor wereldvrede en zekerheid te stellen, maar zullen de ondergang van die organisatie blijven bekendmaken.

7. (a) Tot wiens beschikking stellen wij ons voor actieve dienst, en waarom? (b) Wat willen wij, krachtens het aan ons gegeven bevel, onthullen, en welke publiciteits-„voertuigen” zullen wij gebruiken om ons vermogen als verkondigers van Gods boodschap te vergroten?

7 Wij stellen ons tot Gods beschikking om te allen tijde en zoals hij dit beschikt voor zijn dienst te worden gebruikt. Hij heeft ons losgemaakt en ons bevrijd uit gevangenschap aan Babylon de Grote, in figuurlijke zin de gebiedster van de Eufraat. Daar wij onze religieuze vrijheid door bemiddeling van Jezus Christus aan Jehovah God te danken hebben, moeten wij deze vrijheid in deze uiterst kritieke tijd in de menselijke geschiedenis gebruiken in overeenstemming met zijn wil. In gehoorzaamheid aan zijn bijbel belijden wij dat wij het bevel hebben ontvangen aan de mensen te onthullen dat er in of door middel van de christenheid geen mogelijkheid bestaat voor geestelijk leven nu en eeuwig leven in de toekomst. Voor haar talloze kerkleden betekent ze nú de geestelijke dood en in de snel naderbij komende „dag van wraak van de zijde van onze God” de letterlijke dood. Wij, christelijke getuigen van Jehovah, zijn maar weinigen in vergelijking met de 977.383.000 leden van de christenheid. Maar God heeft ons vermogen om als verkondigers van zijn hedendaagse boodschap op te treden, verhonderdvoudigd, ja, en nog wel het dubbele daarvan. Door middel van zijn eigen aardse organisatie heeft hij ons voorzien van honderden miljoenen stuks gedrukte lectuur, bijbels, boeken, brochures, tijdschriften en traktaten als „voertuigen” waarmee wij in de geestelijke oorlogvoering kunnen rijden en de vestingen van dwaling in de geestelijk dode christenheid kunnen omverwerpen. Met behulp van deze myriaden publiciteits-”voertuigen” zullen wij ons tot het einde toe van onze plicht kwijten om de „dag van wraak van de zijde van onze God” als een „wee” over de christenheid bekend te maken.

8. (a) Wat kondigen wij aan, hetgeen wij als een vreugdevol voorrecht beschouwen? (b) Wat zeggen wij als wij ons bij de stemmen in de hemel aansluiten, en waarvoor zeggen wij derhalve dank?

8 ’s Mensen enige hoop op vrede, geluk, voorspoed, leven, ja, de opstanding uit de doden, is Gods Messiaanse koninkrijk. Wij beschouwen het als een vreugdevol voorrecht aan alle natiën aan te kondigen dat dat koninkrijk aan het einde van de tijden der heidenen in 1914 is opgericht. Wij sluiten ons aan bij de stemmen in de hemel en zeggen dat het koningschap van de mensenwereld het koningschap is geworden van onze Heer God Jehovah en van zijn Messías of Christus. Wij danken Hem in het openbaar dat hij zijn grote kracht heeft opgenomen en zijn eeuwige regering onder zijn Messías, zijn Zoon Jezus, is begonnen.

9. (a) Wat zal Gods koninkrijk in de dag van zijn wraak voor de natiën betekenen? (b) Wat zullen wij niettemin loyaal met betrekking tot dat koninkrijk doen?

9 Wij weten dat dit koninkrijk ten slotte, op het hoogtepunt van de dag van Gods wraak, een rampspoedig wee voor de politieke natiën zal betekenen, maar wij zullen hun gramschap als gevolg hiervan niet vrezen. Loyaal zullen wij, tot het einde toe, onze onvoorwaardelijke trouw aan Gods Messiaanse koninkrijk schenken. Wij zullen onze regerende Koning, Jezus Christus, gehoorzamen en zijn gebod verder ten uitvoer brengen om „dit goede nieuws van het koninkrijk” overal tot een getuigenis aan alle natiën te prediken totdat hun einde komt. Wij zullen zonder ophouden leergierige mensen op Gods Messiaanse koninkrijk wijzen voor de verwezenlijking van de hoop op ’glorie aan God in dan hoge met eeuwige vrede op aarde voor zijn mensen van goede wil’.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen