Keer terug tot Jehovah zolang er nog tijd is
ALS wij de geschiedenis van de natie Israël in de bijbel lezen, moeten wij wel onder de indruk komen van het grote aantal malen dat zij van de reine aanbidding van Jehovah afvielen en aldus hun verbond met hem overtraden. Niet een maal, niet twee maal, maar tientallen malen overtraden zij zijn geboden en keerden zij zich tot de onreine aanbidding van afgoden. Dit mishaagde Jehovah zeer. Wij zouden kunnen verwachten dat hij na verscheidene van dergelijke ervaringen opgedaan te hebben, de gehele natie als onherstelbaar goddeloos verworpen zou hebben. Doch wat bemerken wij meer dan duizend jaar nadat hij hun zijn geboden had gegeven?
De natie week nog steeds af op trouweloze wegen, doch Jehovah deed nog steeds een beroep op hen tot hem terug te keren. „Voorwaar, Ik, de HERE, ben niet veranderd, en gij, kinderen van Jakob, zijt niet verteerd. Van de dagen uwer vaderen af zijt gij afgeweken van mijn inzettingen en hebt ze niet onderhouden. Keert terug tot Mij, dan zal Ik tot u terugkeren, zegt de HERE der heerscharen” (Mal. 3:6, 7). Wat een wonderbaar bericht heeft Jehovah voor ons opgesteld met betrekking tot de hoedanigheden van lankmoedigheid en barmhartigheid. Kunnen wij hier in deze tijd iets uit leren?
NOODZAAK THANS TERUG TE KEREN
Helaas zijn er thans velen die dezelfde handelwijze hebben gevolgd als Israël. Zij hebben Jehovah door middel van een studie van zijn Woord en omgang met zijn volk leren kennen en hebben deelgenomen aan de openbare bekendmaking van het goede nieuws van Gods koninkrijk, terwijl zij in sommige gevallen zelfs hun leven aan Jehovah hebben opgedragen en hem een aantal jaren blijmoedig hebben gediend. Toen is er iets in hun leven gebeurd waardoor hun liefde verkoelde. Zij zijn ermee opgehouden op vergaderingen met andere christenen om te gaan en Jehovah te dienen. Er is gebleken dat dit aan een aantal verschillende oorzaken te wijten is.
Sommigen zijn klaarblijkelijk gestruikeld en van het christelijke pad afgeweken omdat zij het ten onrechte als een korte sprint in plaats van een lange wedren van volharding hadden bezien. Zij werden door vermoeidheid overvallen omdat de weg lang en moeilijk scheen. Zij zouden misschien aangemoedigd zijn geweest door Paulus’ woorden: „Laten wij het derhalve niet opgeven te doen wat voortreffelijk is, want te rechter tijd zullen wij oogsten indien wij het niet moe worden.” — Gal. 6:9.
Anderen werden overmand door tegenstand en zelfs regelrechte vervolging door leden van hun eigen gezin, familieleden en vrienden. Het had hen misschien geholpen te volharden als zij de liefde voor God tot volmaaktheid hadden gebracht, want Johannes zegt: „Er is in de liefde geen vrees, maar volmaakte liefde werpt vrees buiten, want vrees legt een beperking op. Ja, wie vreest, is niet tot volmaaktheid gebracht in de liefde.” — 1 Joh. 4:18.
Vooral veel jonge mensen zijn afgeweken door wat de apostel Paulus noemt „de begeerten die aan de jeugd eigen zijn”. In plaats van ze te ontvlieden, zoals Paulus aanraadt, hebben zij ze gezocht, vaak in gezelschap van ongelovige jongelui, daarbij vergetend dat slechte omgang nuttige gewoonten bederft (2 Tim. 2:22; 1 Kor. 15:33). Andere jongeren die de moed opgaven een geschikte huwelijkspartner in de gemeente van Jehovah’s volk te vinden, zijn daarbuiten gaan kijken, in strijd met de instructie van de apostel „alleen in de Heer” te trouwen, en velen hebben schipbreuk geleden betreffende hun geloof. — 1 Kor. 7:39.
Sommigen maakten goede vorderingen in het dienen van Jehovah en namen toen aanstoot aan iets wat een andere christelijke broeder of zuster zei of deed. Doordat zij in gebreke bleven deze kwestie aan te pakken zoals in Gods Woord is aangegeven, nam ze ten slotte zulke reusachtige proporties in hun geest aan dat ze hen tot struikelen bracht, waardoor zij de weg der waarheid verlieten. — Matth. 18:15-17; Ef. 4:26.
Daarnaast zijn niet weinigen er door Satan toe verstrikt een ernstige zonde te begaan, vaak in de een of andere vorm van seksuele immoraliteit. Dit heeft een slecht geweten en als gevolg daarvan verlies van heilige geest teweeggebracht. Door schaamte overvallen, hebben zij zich van omgang met Jehovah’s volk afgesneden en zijn in de wereld teruggegleden.
Nog een sterke kracht waardoor velen ermee zijn opgehouden Jehovah te dienen, is de huidige sterke neiging tot liefde voor gemak en comfort, ten einde het leven zo gemakkelijk mogelijk te maken. Dit leidt vaak tot een overmatige liefde voor genoegens en een streven naar materiële bezittingen.
Velen hebben er vurig naar verlangd kinderen te hebben en hen op te leiden in Jehovah’s dienst. Zij werden echter overmeesterd door hun onvermogen aan de bijkomende moeilijkheden het hoofd te bieden en terzelfder tijd geestelijk gezind te blijven. Zelfs een schijnbaar eenvoudige gebeurtenis, zoals naar een andere stad of een ander land verhuizen, is er de oorzaak van geweest dat velen zich van het actieve christelijke leven waaraan zij zich hadden opgedragen, hebben afgewend. Door na te laten onmiddellijk contact met medechristenen in hun nieuwe woonplaats op te nemen, aangezien zij bij zichzelf overlegden dat zij hiermee zouden wachten totdat zij helemaal gevestigd waren en alles in huis op orde was, ontdekten zij dat zij door hun lange afwezigheid het verlangen hadden verloren deel te nemen aan geestelijke activiteiten en studies. Deze problemen werden stellig door Jezus omvat toen hij zei: „Schenkt echter aandacht aan uzelf, dat uw hart nooit bezwaard wordt met overmatig eten en overmatig drinken en zorgen des levens, en die dag plotseling, in een ogenblik, over u komt als een strik.” — Luk. 21:34, 35.
Herkent u misschien uzelf als iemand die vroeger Jehovah heeft gediend doch die zich om de een of andere reden heeft afgekeerd? Indien dit zo is, hebt u dan ooit het gevoel gehad dat u dolgraag tot Jehovah zou terugkeren als u kon? Hebt u misschien, zoals sommigen, het gevoel gehad dat u zó lang en zó ver van Jehovah bent afgedwaald dat u niet kunt terugkeren? Als u dat gevoel hebt, wees er dan alstublieft zeker van dat God er niet zo over denkt. Wees ervan overtuigd dat hij thans net zo’n levendige belangstelling voor u heeft als hij voor die Israëlieten in Maleachi’s tijd had tot wie hij zei: „Keert terug tot Mij, dan zal Ik tot u terugkeren.”
WAAROM ZOU U TERUGKEREN?
Het eenvoudige antwoord — dat u, zoals wij zeker weten, heel goed kent — is dat dit uw leven, uw eeuwige leven, betekent. „Dit betekent eeuwig leven, dat zij kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus” (Joh. 17:3). Om deze levengevende kennis te blijven opnemen, moet u zich weer met Jehovah’s gemeente verbinden.
U hebt de hoop op leven gekend. U hebt de vreugde gekend uit te zien naar eeuwig leven in de nieuwe ordening, zonder ziekte, pijn, vrees, bezorgdheid en zorg, en omringd door wie u lief zijn. Bezit u thans iets wat zich werkelijk met deze hoop laat vergelijken? Zal dit samenstel van dingen u werkelijk veroorloven het leven thans ten volle te genieten? Overal wordt u omringd door mensen die zich dag en nacht afsloven voor rijkdom, die door liegen en bedriegen aan macht en bezittingen trachten te komen en die zich in een krankzinnige jacht naar zingenot storten, om de angstaanjagende feiten van een wereld die met ontbinding wordt geconfronteerd, maar te kunnen buitensluiten. U wilt toch zeker iets beters dan dat voor uzelf en uw gezin, niet waar?
En hoe denkt u over Gods belofte van de opstanding der doden in zijn nieuwe ordening, die zo dichtbij is? U hebt ongetwijfeld geliefde personen die u heel erg mist. Wilt u er niet zijn om hen te verwelkomen wanneer Jehovah hen opwekt met het vooruitzicht op eeuwig leven op een aards paradijs? Natuurlijk wilt u dat! Dit zijn krachtige redenen waarom u nu tot Jehovah dient terug te keren, zolang er nog tijd is.
DE TIJD OM TERUG TE KEREN LOOPT TEN EINDE
Indien u iemand bent die vroeger Gods Woord met Jehovah’s getuigen hebt bestudeerd, weet u heel goed dat er overvloedige bijbelse bewijzen zijn waaruit blijkt dat dit hele samenstel van dingen zich sedert het jaar 1914 in de „tijd van het einde” bevindt en weldra, in de universele strijd van Armageddon, tegenover zijn totale vernietiging staat. U hebt Jezus’ woorden in Matthéüs 24, Lukas 21 en Markus 13 gelezen, waarin hij de wereldoorlogen beschreef die wij hebben gezien, vergezeld van hongersnood, pestilentie en grote aardbevingen. U hebt zijn beschrijving gelezen van de wetteloosheid en de gewelddadigheid die thans de gehele aarde teisteren en zelfs de grootste natiën in anarchie dreigen te storten. U hebt ook Twee Timótheüs 3:1-5 gelezen, waar Paulus de morele degeneratie in het openbare en particuliere leven beschrijft waardoor deze generatie stellig wordt gekenmerkt als de generatie die zich in haar laatste kritieke dagen bevindt.
Herinnert u zich niet dat Jezus, toen hij over deze periode van de laatste dagen, die in 1914 is begonnen, profeteerde, ook heeft gezegd: „Voorwaar, ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan totdat alle dingen geschieden”? (Luk. 21:32) Mensen die in 1914 nog maar net oud genoeg waren om te begrijpen wat er met de wereld gebeurde, naderen nu de zeventig. Ja, dat geslacht slinkt snel in aantal, doch voordat allen die ertoe behoren, gestorven zijn, moet dit samenstel in de strijd van Armageddon zijn einde vinden. Dit beklemtoont stellig welk een korte tijd er nu overblijft om tot Jehovah terug te keren.
DE WEG TERUG
„Wie tot God nadert, moet geloven dat hij bestaat en dat hij de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken” (Hebr. 11:6). Gelooft u dit? Zoekt u Jehovah ernstig? Gelooft u dat hij u hiervoor zal belonen? Zo ja, dan moet u met geheel uw hart tot Jehovah terugkeren. U moet hem nederig en ernstig in gebed naderen en hem smeken uw schreden in de toekomst te richten, terwijl u besluit dat u, gesteund door heilige geest, een consequente krachtsinspanning zult doen om zijn leiding te volgen. „Nadert tot God en hij zal tot u naderen. Reinigt uw handen, zondaars, en zuivert uw hart, besluitelozen. Vernedert u in de ogen van Jehovah en hij zal u verhogen.” — Jak. 4:8, 10.
Ja, er is nederigheid voor nodig om tot Jehovah terug te keren. „God weerstaat de hoogmoedigen, maar hij geeft onverdiende goedheid aan de nederigen” (Jak. 4:6). Wilt u in een kille wereld niet de warmte van Gods goedheid voelen, ook al hebt u wellicht het gevoel het niet te verdienen? „Vernedert u daarom onder de machtige hand van God, opdat hij u te zijner tijd moge verhogen.” — 1 Petr. 5:6.
Besluit dat u er meteen, deze week nog, mee zult beginnen weer de vergaderingen in de plaatselijke Koninkrijkszaal van Jehovah’s getuigen te bezoeken. Als u het adres niet weet, schrijf dan naar het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in uw land en de broeders aldaar zullen u graag met Jehovah’s volk in aanraking brengen. Uw christelijke broeders zullen u verwelkomen. Zij zullen blij zijn u te zien en u met uw studie van de bijbel te helpen.
Als u denkt dat u weer een nauwkeurige kennis van de waarheid moet krijgen, zullen zij graag een zes maanden durende studie van de essentiële bijbelse waarheden met u houden aan de hand van het bevattelijke, 192 bladzijden tellende hulpmiddel voor bijbelstudie van het Wachttorengenootschap, getiteld De waarheid die tot eeuwig leven leidt. En dat is nu juist wat u graag zou willen, niet waar? Zij zullen u werkelijk alle praktische hulp geven die u maar nodig mocht hebben om uw voeten opnieuw stevig op de weg naar het leven te planten. Zij voelen het net zo aan als Jezus, toen hij in Matthéüs 18:12-14 de illustratie gaf:
„Wat dunkt u? Wanneer iemand in het bezit is gekomen van honderd schapen en één daarvan raakt verdwaald, zal hij dan niet de negenennegentig op de bergen laten en op zoek gaan naar het ene verdwaalde? En zo hij het vindt, voorwaar, ik zeg u dat hij zich meer over dat ene verheugt dan over de negenennegentig die niet zijn verdwaald. Evenzo vindt mijn Vader, die in de hemel is, het niet wenselijk dat een van deze kleinen vergaat.”
JEHOVAH ZAL UW TERUGKEER VERWELKOMEN
Vergeet nooit dat Jehovah voor hen die nederig en berouwvol van hart zijn, een God van oneindige barmhartigheid is (Jes. 57:15). Meen niet dat u te ernstig gezondigd hebt om terug te keren. „Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol” (Jes. 1:18). Denk niet dat u zich gedurende een te lange tijd van Jehovah hebt afgescheiden om de kloof te kunnen overbruggen. Sommigen zijn tot Jehovah teruggekeerd na vele jaren te zijn afgedwaald. In dit jaar 1969 studeert een bejaard man in Engeland de bijbel weer met Jehovah’s getuigen en bezoekt hij weer hun vergaderingen. Zijn vorige contact met hen was vijfenvijftig jaar geleden, tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen hij gedurende twee jaar met Jehovah’s getuigen studeerde en vervolgens afviel. Thans keert hij tot Jehovah terug.
Als u van mening bent dat u van Jehovah bent afgedwaald, wees er dan van overtuigd dat hij wil dat u terugkeert, en dat willen ook uw broeders. Het is niet moeilijk Jehovah te vinden, want „hij [is] eigenlijk niet ver van een ieder van ons” (Hand. 17:27). Roep hem vandaag nederig in gebed aan en smeek hem uw vroegere zonden en fouten te vergeven. Open uw hart voor hem en vraag hem of hij u wil helpen uw last te dragen (1 Petr. 5:7). Smeek hem u een overvloedige mate van zijn heilige geest te geven om u in staat te stellen van nu af aan zijn wil te doen (1 Joh. 5:14). Handel dan! Talm niet! Stel het niet uit! De tijd loopt snel ten einde. Stel u weer in verbinding met Jehovah en met zijn volk. Ja, keer nu tot Jehovah terug, zolang er nog tijd is.