De vrees van onze tijd overwinnen
TOEN er op 6 augustus 1945 een ontzaglijke vuurbal en paddestoelvormige wolk boven Hirosjima opstegen, bekroop een nieuwe vrees het hart der mensheid — de vrees voor vernietiging door atoombommen. Nu was het mogelijk dat één enkele bom een hele stad vernielde.
Deze vrees onder woorden brengend, zei A. H. Compton, titulair hoofd van de universiteit te Washington en Nobelprijswinnaar, in 1946: „De verschrikkelijke ontploffing in Hirosjima heeft de wereld met een schok tot het besef gebracht dat er een catastrofe te wachten staat als oorlog niet wordt uitgebannen. Deze grote vrees heeft voorlopig de hoop overschaduwd dat het menselijk leven door atoomenergie, als ze de kans hiertoe krijgt, enorm verrijkt kan worden.”
Tot onderzoekers die na de oorlog een bezoek aan Hirosjima brachten, zei een stadsautoriteit, terwijl hij in de richting van zijn verwoeste stad gebaarde: „Allemaal door één bom; het is niet te verdragen.” Thans, in 1969, bestaan er waterstofbommen die verscheidene duizenden malen krachtiger zijn dan de bom die Hirosjima met de grond gelijk maakte. Denkend over de verschrikkelijke, onverdraaglijke verwoesting die zulke bommen in moderne steden zouden kunnen aanrichten en de geringe kans die er bestaat zo’n ervaring te overleven, zien mensen over de gehele wereld de toekomst met angstige bezorgdheid tegemoet.
Vrees voor een kernoorlog is slechts één van de vele angstaanjagende dingen die de mensen thans kwellen. Er bestaat ook vrees voor de groeiende misdaad en het toenemende geweld op de straten, vrees voor economisch verlies, enzovoorts. Hoe kan een dergelijke vrees overwonnen worden, zodat men kan leven zonder dat deze dingen een voortdurend gevoel van onzekerheid teweegbrengen? Hoewel dit misschien heel moeilijk lijkt, is het toch mogelijk.
KENNIS OMTRENT DE TOEKOMST
De vrees voor een kernoorlog wordt bijvoorbeeld verergerd door onzekerheid omtrent datgene wat de toekomst zal brengen. Als iemand bijvoorbeeld zou weten wat er in de toekomst zal gebeuren, waar het voor de natiën op zal uitlopen en wat hij persoonlijk kan doen om zichzelf en zijn gezin in het leven te behouden, zou dat hem dan niet in staat stellen de vrees voor een kernoorlog te overwinnen? Hoe is het echter mogelijk de toekomst te weten en onzekerheid daaromtrent op te heffen?
Uit zichzelf weet de mens niet wat de komende tijd zal brengen, doch zijn Schepper weet het wel. Lang geleden werd er in de bijbel geschreven dat onze Schepper „van den beginne den afloop [verkondigt] en vanouds wat nog niet geschied is” (Jes. 46:10). Lang geleden liet hij in de bijbel de moeilijkheden optekenen die de periode sinds 1914 gekenmerkt hebben als de „kritieke tijden . . . die moeilijk zijn door te komen” (2 Tim. 3:1). Zoals eveneens is voorzegd, zien wij dat „de mensen mat worden van vrees en verwachting omtrent de dingen die over de bewoonde aarde komen”. — Luk. 21:26.
De bijbel, die verder gaat dan wat er thans gebeurt, laat ons een blik in de toekomst werpen. Ondanks de vrees die de mensen voor een vernietiging door atoombommen hebben, voorzegt onze Schepper in zijn geschreven Woord dat oorlogen zullen ophouden en de aarde een plaats van vrede zal worden, waar de mensheid onder het bestuur van een rechtmatige en rechtvaardige wereldomvattende regering zal komen te staan (Ps. 37:11; Dan. 2:44). Het huidige samenstel van door mensen gemaakt bestuur dat de gevaarlijke toestanden heeft geschapen die angstige bezorgdheid voor de toekomst wekken, zal plaats maken voor dat nieuwe bestuur dat God maakt. Getrouwe dienstknechten van God die wellicht vóór die tijd sterven, zullen niet aan het kortste eind trekken. Zij die hun leven ten gevolge van ziekte, ouderdom of op gewelddadige wijze verliezen, zullen door middel van een opstanding tot leven terugkeren. — Hand. 24:15.
Tal van mensen die eens in vrees voor een kernoorlog hebben geleefd, zien thans uit naar de vredige aarde die er, zoals God heeft onthuld, in de nabije toekomst voor de mensheid zal zijn. Zij konden deze vrees overwinnen toen zij te weten kwamen wat Gods geschreven Woord ten aanzien van de nabije toekomst heeft voorzegd.
VREES VOOR MISDAAD EN GEWELD
Wat kan iemand echter doen om de vrees voor misdaad en geweld op de straten der steden te overwinnen? Het zou dwaas zijn net te doen alsof dit gevaar niet bestaat. Het gevaar bestaat wel en men kan verwachten dat het groter wordt, totdat God zijn beloofde wereldomvattende verandering teweegbrengt.
Ondertussen moeten de mensen met de situatie leven. Vrees voor het gevaar kan verminderd worden door verstandige voorzorgsmaatregelen te nemen. Iemand kan het bijvoorbeeld vermijden ’s avonds laat, als de straten verlaten zijn, op straat te lopen. Als men een verdacht uitziend persoon bespeurt of een groep personen vóór zich op straat ziet rondslenteren, kan men het vermijden erlangs te lopen door een andere weg te nemen. Door voorzorgsmaatregelen te nemen, kan men het voorkomen door vrees overmand te worden.
Vrees voor economisch verlies ten gevolge van de groter wordende nationale en internationale monetaire problemen, kan overwonnen worden door geld anders te bezien. In plaats dan men een verterende liefde voor geld in zich laat ontwikkelen, zodat geld het middelpunt van zijn leven wordt, kan men leren het een minder belangrijke plaats dan andere dingen te geven.
Indien men, wat er ook met zijn bezittingen mag gebeuren, omgang heeft met Gods organisatie, heeft men goede vrienden tot wie men zich kan wenden om hulp en voor het ontvangen van goede raad die gebaseerd is op de wijsheid van Gods Woord. Zo’n vriendschap is meer waard dan geld en geeft een groter gevoel van veiligheid.
Geld is nuttig en noodzakelijk in het tegenwoordige samenstel van dingen, maar is het niet dwaas te concluderen dat het leven niet de moeite waard is geleefd te worden als men zware financiële verliezen heeft geleden? Is het leven niet meer waard dan geld en materiële bezittingen? Is het dan niet dwaas door de vrees voor het verlies ervan zijn gezondheid te laten aantasten?
De bijbel geeft een goede raad door te zeggen: „Wij hebben niets in de wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. Wanneer wij daarom voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn” (1 Tim. 6:7, 8). Kan men met deze zienswijze de vrees voor verlies niet overwinnen?
De mensen worden door veel vrees verontrust, doch zij behoeven er niet door overmand te worden. Met behulp van Gods Woord en gezond verstand is het mogelijk de vrees van onze tijd te overwinnen.