Geduld levert resultaten op
HET is soms nodig dat Jehovah’s getuigen veel geduld moeten oefenen ten einde anderen ervan te overtuigen dat zij hen oprecht willen helpen, maar het loont de moeite. Hier volgt een ervaring van een van Jehovah’s getuigen waaruit de onschatbare waarde van geduld blijkt:
„In 1961 werden wij als Jehovah’s getuigen gedoopt. Onze buurvrouw die een tegenstandster van de Getuigen was, was woedend dat wij deze stap hadden gedaan. Zij vertelde ons dat zij, hoewel wij goede buren waren, niets met onze religie te maken wilde hebben. Onze pogingen om haar van gedachten te doen veranderen, bleken tevergeefs. Wij besloten te doen wat door het Wachttorengenootschap wordt aangeraden en boden haar tijdschriften aan die artikelen bevatten waarvan wij dachten dat zij ze graag zou willen lezen.
Dat ging goed, want zij nam ze en las de artikelen die wij haar voorstelden. Dit ging zo een jaar lang door, en toen mocht haar zesjarig dochtertje bij ons thuis komen.
Om de kleine peuter bezig te houden, namen wij het boek Van het verloren naar het herwonnen paradijs en vertelden haar over de plaatjes die erin voorkomen. Natuurlijk vertelde ze thuis haar moeder wat ze had geleerd over Jehovah God, het paradijs in Eden, Adam en Eva, enzovoort. Ongeveer twee weken later belde haar moeder mij op.
Zij vroeg me of ik met haar dochtertje Jo Ann, een bijbelstudie leidde. Ik antwoordde dat dit niet het geval was, maar dat ik alleen de betekenis van de plaatjes uit een van onze boeken verklaarde. Ik nam het Paradijs-boek en vertelde haar hoe ik dat deed. Toen zei ze: ’Jo Ann vindt dat zo fijn dat ik me afvroeg of u misschien tijd zou kunnen vinden om met haar de bijbel te bestuderen.’
Met haar beide kinderen begonnen wij nu een studie. Kort daarop belde mijn buurvrouw mij weer op en zei: ’Ik waardeer het erg wat u voor onze kinderen doet. Zij leren een heleboel van de bijbel.’ Zij vervolgde: ’Weet u, ik heb u al maandenlang willen vragen of u ook met mij zou willen studeren maar ik had er eenvoudig niet de moed voor. Ik heb u al die zes jaren gadegeslagen en gemerkt dat u al die tijd uw religie trouw bent gebleven. Ik kwam tot de slotsom dat daar iets achter moest zitten. Denkt u dat u tijd kunt vinden om ook met mij te studeren?’ Verrukt antwoordde ik dat ik dat graag zou willen doen.”