Jehovah’s leiding
AF EN TOE dreigen onoverkomelijke hindernissen oprechte personen ervan te weerhouden hulp te ontvangen bij het leren kennen van de bijbel. Jehovah God, die voor deze mensen zorgt, leidt alles vaak zo dat zij de noodzakelijke hulp kunnen ontvangen. De volgende ervaring van een getuige van Jehovah in San Lorenzo, Californië, legt hierop de nadruk:
„Ik heb een Koreaans aangetrouwd nichtje, dat hier in de Verenigde Staten woont. Zij heeft mij en ook haar schoonzuster al gevraagd haar de bijbel te onderwijzen. Dit is echter onmogelijk daar wij haar niet kunnen verstaan, want zij spreekt maar heel weinig Engels. Hoewel zij onze lectuur in het Koreaans heeft, had zij er heel erg veel verdriet van dat wij haar de persoonlijke aandacht die zij nodig heeft, niet konden geven. Zij kwam wel naar de vergaderingen in de Koninkrijkszaal, maar dan huilde zij omdat zij niet begreep wat er allemaal gebeurde. Al die tijd zocht ik een Koreaanse Getuige, maar ik kon er geen vinden. Ik voelde mij beslist hulpeloos.
Op de laatste dag van onze districtsvergadering verdwaalde ik op het parkeerterrein toen ik mijn auto zocht. Blijkbaar manoeuvreerde Jehovah alles, want ik ontmoette daar toevallig een vriendin die een pas gedoopte Getuige bij zich had. Ja, deze pas gedoopte persoon was een Koreaanse! Ik vroeg haar onmiddellijk of zij met mijn nichtje wilde studeren. Zij liep over van vreugde, want zij had Jehovah om een Koreaanse bijbelstudie gebeden, daar haar Engels erg slecht was. En mijn nichtje bad om precies hetzelfde.
Er werden afspraken gemaakt, en wat een vreugde toen zij elkaar zagen. Schreiend omhelsden zij elkaar, en wat waren zij blij! De pas gedoopte Getuige ontving nog hulp van een andere Koreaanse Getuige. Er werden regelingen getroffen dat mijn familielid ook bij die studie aanwezig kon zijn. Nu zijn er twee Koreaanse personen met wie zij kan omgaan en ontvangt zij een dubbele portie geestelijk voedsel in haar taal. Werkelijk, Jehovah zorgt op liefdevolle wijze voor degenen die hem willen leren kennen.”
Een andere Getuige, in de Amerikaanse plaats Arlington (Mass.), bericht: „Ik geef bijbelstudie aan een jonge vrouw die op een terrein voor salonwagens woont. Op een dag vertelde zij mij dat er nog een vrouw op dat terrein woonde die belangstelling voor de bijbel had. Zij had haar uitgenodigd met onze studie mee te doen, maar dat kon zij niet omdat zij werken moest om voor haar en haar gezin de kost te verdienen. Het gezin omvatte ook een tweeling, twee kleine meisjes. Zij vertelde mij dat de vrouw in de eerste wagen op het terrein woonde. Ik beloofde er een bezoek te zullen brengen.
Toen ik er aan de deur kwam, deed een jonge vrouw met een Frans accent open, en toen zij zag dat ik een tas bij me had, zei ze: ’Komt u even binnen!’ Ik vroeg haar of zij wist wie ik was. Zij zei van ja, en vroeg mij weer binnen te komen. Ik ging naar binnen en begon uit te leggen waarom ik kwam, maar zij onderbrak mij en zei: ’Wacht even, ik haal mijn spullen.’ Het leek wel of zij mij voor iemand anders hield, maar zij was al weg eer ik haar dit kon vertellen. Ik wilde niet gaan zitten, want ik was er zeker van dat zij mij zou vragen weg te gaan als zij ontdekte wie ik was.
Zij kwam weer terug, en de ’spullen’ die zij was gaan halen, waren een Franse bijbel, de Engelse Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift en Franse en Engelse exemplaren van lectuur van het Wachttorengenootschap. ’Gaat u zitten’, zei ze vriendelijk, ’wij gaan studeren!’ Ik was helemaal verrast en vroeg mij af waarom de andere vrouw niet verteld had dat deze persoon zo geïnteresseerd was.
Ik vroeg haar toen naar haar tweeling, en zij vroeg mij: ’Wat voor tweeling?’ Toen ik haar vroeg of zij dan niet twee kleine meisjes had, een tweeling, zei ze dat dit niet het geval was. Toen vroeg ik haar naar haar buurvrouw, de vrouw met wie ik studeerde, maar zij kende haar niet. ’Laten wij alstublieft studeren’, herhaalde zij. Ik vroeg haar wie dan de vrouw was die een tweeling had, daar op het terrein. Zij vertelde dat deze in de eerste wagen aan de overkant van de straat woonde. Opnieuw zei ze: ’Laten wij nu alstublieft gaan studeren!’ Wij studeerden dus en hebben dat de afgelopen drie weken gedaan.
Het blijkt dat dit Franse meisje in Texas de bijbel had bestudeerd. Zij verhuisde daarna naar Virginia om bij haar schoonmoeder te gaan wonen, die tot een van de religies van de christenheid behoorde. Toen zij daar woonde kwamen Jehovah’s getuigen haar bezoeken, en het verbaasde haar dat zij nooit meer teruggeweest waren. De week nadat ik was gekomen, ontving zij een brief van een van de Getuigen in Virginia, waarin haar verteld werd dat zij wel teruggekomen waren, maar door haar schoonmoeder waren weggestuurd. Zij had haar schoondochter blijkbaar nooit over hun bezoek verteld. Op deze salonwagenstandplaats, met vier rijen wagens, waardoor er acht ’eerste’ waren, leidde Jehovah mij klaarblijkelijk naar dat huis waar iemand woonde die geestelijke verzorging nodig had.”