Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w69 1/6 blz. 329-336
  • Opzien naar de bijbel als onze gids in het leven

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Opzien naar de bijbel als onze gids in het leven
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DE ONVOORZICHTIGEN WAARSCHUWEN
  • HOE ERNSTIG HET IS VAN HET RECHTE PAD AF TE WIJKEN
  • HET GEVAAR VAN SLECHTE OMGANG
  • Achan — een man die zijn hele natie in moeilijkheden bracht
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • De organisatie rein houden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1952
  • Ter verdediging van het huwelijk
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehova’s koninkrijk 1951
  • Er nauwlettend op toezien hoe wij wandelen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
w69 1/6 blz. 329-336

Opzien naar de bijbel als onze gids in het leven

„Blijft rechte paden voor uw voeten maken, opdat wat kreupel is niet ontwricht raakt, maar veeleer gezond gemaakt wordt.” — Hebr. 12:13.

1. Onder welke omstandigheden waren de Israëlieten veertig jaar lang van Jehovah afhankelijk geweest, en welk vooruitzicht wachtte hun?

VEERTIG jaar achtereen hadden de Israëlieten in de wildernis omgezworven, zonder tehuis, zonder land, zonder omgang met andere volken. Veertig jaar achtereen waren zij uitsluitend door de hand van God geleid en van het nodige voorzien. Hij had voor hun voedsel gezorgd — wonderbaar manna uit de hemel. Door zijn middelaar Mozes had hij zelfs water uit de rotsen te voorschijn gebracht. Nu stond dit uitverkoren volk van God op de woestijnvlakten van Moab, aan de overzijde van de Jordaan ter hoogte van Jericho, ruim zeshonderd duizend gezonde en sterke mannen met hun vrouwen en kinderen. Zij waren een sterke en krachtige natie van jonge mannen en vrouwen, waarvan slechts een kleine minderheid de leeftijd van zestig jaar was gepasseerd. Velen van hen, misschien zelfs wel de meerderheid, waren in de wildernis geboren. Zij hadden niets anders gekend dan het leven in tenten en de grauwheid van de woestijn, maar aan de overzijde van de Jordaan was een rijk en vruchtbaar land, een land van melk en honing, van tarwe en gerst, van vruchtbomen en bloemen, een land vol gezang en gelach, een land waar vrede heerste — een Land van Belofte.

2. Waarvoor moesten zij op hun hoede zijn, en hoe kwam het dat Balak zijn plannen tegen Israël niet kon verwezenlijken?

2 Zij waren echter omringd door vijanden: mannen, vrouwen en kinderen die Jehovah niet aanbaden, die veel liever zagen dat Israël werd verdelgd dan dat hun eigen levenswijze werd verstoord, vijanden die alle middelen die hun ter beschikking stonden zouden gebruiken om te voorkomen dat deze jonge natie het land zou binnentrekken en het bezit zou beërven dat haar door God was beloofd. Zo kwam het dat Balak, de koning van Moab, de profeet Bileam huurde om Jehovah’s volk te vervloeken. Drie maal trachtte deze de Israëlieten te vervloeken, maar elke keer leidde de Almachtige God Bileams tong zo, dat de voorgenomen vervloeking in een zegen voor Israël veranderde, hiermee te kennen gevend dat „er . . . geen bezwering [bestaat] tegen Jakob, noch waarzeggerij tegen Israël”. — Num. 23:23.

3. (a) Welk middel vond Bileam om de onoverwinnelijkheid van Israël teniet te doen, en waartoe leidde dit? (b) Welke prompte en positieve daad bracht Jehovah ertoe een einde aan de plaag te maken?

3 Toen ontdekte Bileam de enige manier waarop de onoverwinnelijkheid van dit krachtige volk teniet gedaan kon worden. Hij lokte hen weg van hun God, Jehovah, hun Beschermer en Bron van kracht. Hij adviseerde de koning van Moab Jehovah’s eigen vloek over zijn volk te brengen door hen door middel van hoererij met afgodenaanbidsters tot afgoderij te verleiden. Het bijbelse verslag luidt (Num. 25:1-3): „Het volk [begon] ontucht te plegen met de dochters van Moab. Dezen nodigden het volk tot de slachtoffers van haar goden en het volk at daarvan en boog zich neer voor haar goden. Toen Israël zich aan Baäl-Peor gekoppeld had, ontbrandde de toorn des HEREN tegen Israël.” De rechters van Israël kregen derhalve het bevel de mannen die zich aan deze valse god, Baäl van Peor, gekoppeld hadden, te doden. Maar zelfs toen de oudsten bij de ingang van de tent der samenkomst Israëls ontrouw beweenden, was de zoon van een Israëlitische vorst, Zimri genaamd, zo onbeschaamd om voor de ogen van Mozes en de hele vergadering een Midianitische vrouw het kamp binnen te brengen. Pinehas, de zoon van de priester Eleazar, ging prompt en positief tot handelen over; hij pakte een speer op, volgde hen in de tent en doorstak hen beiden. „Toen hield de plaag over de Israëlieten op. Het getal van hen die aan de plaag gestorven waren, bedroeg vier en twintig duizend” (Num. 25:8, 9). Vierentwintigduizend overtreders werden aldus op Jehovah’s bevel terechtgesteld. Toen zij op de drempel van het Beloofde Land stonden, bleken zij er niet voor in aanmerking te komen het land binnen te gaan. Zij hadden aan zelfzuchtige hartstocht toegegeven en hadden hun God Jehovah als hun Gids in het leven in de steek gelaten.

4. Hoe zouden de Israëlieten verder nog op de proef gesteld worden?

4 Dat was echter nog niet alles. Een man, die niet voor de ontuchtige sex-orgiën van de Baäl van Peor was bezweken, was nog steeds niet onkwetsbaar. Ook hij werd het slachtoffer van zelfzuchtige hartstocht, maar deze bestond in zijn geval in hebzucht en gierigheid, de listige strik van het materialisme. En zijn genotzucht kostte zesendertig van zijn mede-Israëlieten het leven.

5. (a) Waarom nam Jehovah zijn gunst van Israël weg, en hoe werd dit aan het licht gebracht? (b) Welke straf werd de kwaaddoener opgelegd, en waarom?

5 Het incident deed zich voor nadat de stad Jericho door een wonder in handen van Gods volk was gevallen en zij tegen de stad Ai waren opgetrokken om deze in te nemen. Jozua, hun leider, had slechts drieduizend gewapende mannen uitgestuurd, aangezien hij met het oog op de inferieure strijdkrachten van de vijand een gemakkelijke overwinning verwachtte. De mannen van Ai stroomden echter de stad uit en joegen hen volledig op de vlucht, waarbij zij zesendertig van de mannen van Israël doodden. Jozua en de oudere mannen vielen voor het aangezicht van Jehovah ter aarde, terwijl zij hem dringend verzochten de oorzaak van deze ramp vast te stellen. Jehovah deelde hun de oorzaak mee: „Israël heeft gezondigd en zij hebben mijn verbond, dat Ik hun geboden had, overtreden, en ook iets van het gebannene weggenomen, en ook gestolen, en het heimelijk bij hun huisraad gelegd.” Op Jehovah’s bevel bracht Jozua direct de volgende morgen de gehele natie bijeen, waarna hij, door eliminatie, ten slotte Achan aanwees als de man die schuldig was voor het aangezicht van Jehovah. Onder de druk van het verhoor gaf Achan toe dat hij zich wat had toegeëigend van de buit van de stad Jericho, welke buit Jehovah voor zijn dienst had geheiligd. Achan werd veroordeeld, waarna hij, te zamen met zijn hele familie, die zijn daad klaarblijkelijk door de vingers had gezien, werd doodgestenigd. — Joz. 7:1-25.

DE ONVOORZICHTIGEN WAARSCHUWEN

6. (a) In welke overeenkomstige positie bevindt Gods volk zich thans vergeleken bij de Israëlieten op de vlakten van Moab? (b) Welke bescherming hebben wij?

6 Thans staat Gods volk op de drempel van een nieuwe ordening die in rechtvaardigheid zal worden bestuurd, met eeuwig leven in het vooruitzicht. En elke vloek die door Satans wereld over dit volk is gebracht, is door Jehovah in een zegen veranderd. Maar net als in het geval van Bileam en het volk Moab, biedt het huidige goddeloze samenstel de verlokkende en verstrikkende invloed van sexaanbidding en vele andere immorele praktijken, zoals liegen, bedriegen en stelen. Zijn wij immuun? Het verslag zegt Neen! Elk jaar worden er verscheidene duizenden uit Gods organisatie gesloten omdat zij Jehovah en zijn rechtvaardige beginselen in de steek laten, omdat zij in gebreke blijven naar de bijbel op te zien als hun gids in het leven. Slechts enkelen van hen zullen beseffen wat zij hebben verloren, zullen berouw hebben en zullen hun verkeerde handelwijze corrigeren. Alle anderen zullen de schitterende zegeningen van het nieuwe samenstel van dingen nooit ervaren. Hoe kunnen wij deze tragedie vermijden?

7. (a) Waardoor wordt, volgens Jakobus, een opzettelijke overtreding van Gods wet veroorzaakt? (b) In welke twee richtingen kunnen wij worden geleid, en wat is in deze twee gevallen de leidende kracht?

7 Zowel Zimri als Achan handelden opzettelijk. Zij wisten dat hun respectieve daden in strijd waren met Jehovah’s uitdrukkelijke geboden. Het is in beide gevallen echter onwaarschijnlijk dat de specifieke daden als gevolg waarvan zij hun leven verloren, werden begaan als gevolg van verlangens die zij nog nooit eerder hadden gekoesterd. Jakobus, de broer van Jezus, zet uiteen dat opzettelijke overtreding het gevolg is van een progressieve slechte denkwijze: „Een ieder wordt beproefd doordat hij door zijn eigen begeerte meegetrokken en verlokt wordt. Vervolgens baart de begeerte, als ze vruchtbaar is geworden, zonde; de zonde op haar beurt, wanneer volbracht, brengt de dood voort” (Jak. 1:14, 15). Beide mannen stonden onder de Wet die God door bemiddeling van Mozes had gegeven en waren aan de sancties ervan onderworpen. Thans staan wij onder de wet van Christus, en de kracht achter die wet is Gods geest die ons tot rechtvaardigheid aanzet (Rom. 6:18, 19; 7:6; Gal. 5:16-18). Het is echter dezelfde geest die werkzaam is ten aanzien van de christelijke gemeente en haar opzieners die door Gods geest zijn aangesteld (Hand. 20:28). Indien wij door Gods geest worden bewogen, indien wij toelaten dat Gods geest, die door zijn Woord en organisatie werkzaam is, ons leven leidt, bestaat er derhalve geen reden voor waarom wij niet van tevoren kunnen weten wanneer een onjuist verlangen ons er waarschijnlijk toe zal brengen in dezelfde strik te vallen waarin Zimri en Achan terechtkwamen, zodat wij dit kunnen vermijden. Het punt waar het om gaat, is: Hebben wij er echt en oprecht belangstelling voor door Gods geest geleid te worden, of geven wij er in werkelijkheid de voorkeur aan de neigingen van onze eigen verlangens te volgen, terwijl wij, om maar aan onze verlangens te kunnen toegeven, het verkiezen een gok te wagen op de gevolgen die dit voor ons zou kunnen hebben?

8. In welk opzicht vormen de dienaren in de gemeente een bescherming, en waarom zijn zij zich bewust van de verantwoordelijkheid die zij dragen?

8 De opzieners en dienaren in de bediening in de gemeente zijn gaven in mensen, die door Christus zijn gegeven opdat zij de leden van de christelijke gemeenten op de gehele aarde zouden opbouwen en versterken (Ef. 4:8, 11, 12). Zij zijn mannen die tot rijpheid zijn gegroeid in het naleven van Gods wet en die, door ervaring en oefening in Gods rechtvaardige vereisten, hebben geleerd wat ervoor nodig is om aan Gods vereisten te voldoen en zijn wet te houden. Zij houden derhalve voortdurend waakzaam toezicht op de toestand van de gemeente en haar leden, die aan hun zorg zijn toevertrouwd, en zijn er snel bij symptomen van geestelijke zwakheid te herkennen die een ernstige geestelijke ziekte zouden kunnen veroorzaken of tot een fatale overtreding van Gods wet zouden kunnen leiden. Daar zij zeer bezorgd zijn voor de kudde van God en weten dat zij rekenschap moeten afleggen (Hebr. 13:17), aanvaarden zij gaarne hun verantwoordelijkheid de aansporing van de apostel Paulus aan de Galáten op te volgen (Gal. 6:1, 2): „Broeders, zelfs al doet iemand een misstap voordat hij zich ervan bewust is, tracht gij, die geestelijke hoedanigheden hebt, zo iemand in een geest van zachtaardigheid te herstellen, terwijl een ieder van u zichzelf in het oog houdt, opdat ook gij niet verzocht wordt. Blijft elkaars lasten dragen en vervult aldus de wet van de Christus.”

HOE ERNSTIG HET IS VAN HET RECHTE PAD AF TE WIJKEN

9. Welke houding dienen wij aan de dag te leggen wanneer ons raad wordt gegeven, en waarop zou het ten sterkste wijzen wanneer wij in gebreke zouden blijven dit te doen?

9 Als zulke symptomen worden waargenomen en een broeder onder de aandacht worden gebracht, welke houding dient hij dan aan de dag te leggen? Het is duidelijk dat hij waardering dient te bezitten voor deze voorziening die Jehovah binnen zijn organisatie heeft getroffen. Hij dient te erkennen dat de raad uit Gods Woord afkomstig is en bereid te zijn dit Woord als zijn gids te volgen. Indien hij zich, aan de andere kant, beledigd voelt of hardnekkig probeert een verkeerde handelwijze goed te praten, zou hierdoor dan niet des te duidelijker te kennen worden gegeven hoe wijs de raad is en hoe dringend noodzakelijk het is dat de verkeerde daad onder zijn aandacht wordt gebracht? Zou er niet door te kennen worden gegeven dat zijn voorkeur reeds zo sterk is geworden dat de aantrekkingskracht van de wereldse neiging om het kwade te doen, zwaarder weegt dan de aandrijvende geest van God om zich naar het theocratische schriftuurlijke standpunt te schikken? Zou het er niet ten sterkste op wijzen dat de overtreder in zijn afwijken van het rechte pad een gevaarlijk punt heeft bereikt en misschien reeds zo ver is gegaan dat Gods Woord geen vat meer op hem heeft? Wat zou hem er nu van kunnen weerhouden verder te gaan en een overtreding te begaan die de dood kan veroorzaken? „Wordt niet misleid: God laat niet met zich spotten. Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten; want wie met het oog op zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie met het oog op de geest zaait, zal uit de geest eeuwig leven oogsten.” — Gal. 6:7, 8.

10. Waarom dienen wij zelfs een geringe afwijking van Jehovah’s vereisten, niet te bagatelliseren? Welke handelwijze is in werkelijkheid eenvoudiger, en waarom?

10 Wij dienen het dus nooit te bagatelliseren wanneer wij, al is het in nog zo’n geringe mate, van het rechte pad afwijken. Wat betekent het namelijk van het rechte pad af te wijken? Het betekent dat men afdwaalt, dat men van een juiste handelwijze afwijkt of deze de rug toekeert. En elke afdwaling, hoe gering ook, veroorzaakt een kloof die steeds breder wordt naarmate men deze verkeerde handelwijze blijft volgen. De enige manier waarop de afgedwaalde persoon ooit weer op het goede pad gebracht kan worden, is, hem weer van richting te doen veranderen, en als men terugblikt naar de zigzagkoers die zo iemand heeft gevolgd, wat is het dan een moeilijke weg geweest! Hoeveel eenvoudiger is het „rechte paden voor uw voeten [te blijven] maken, opdat wat kreupel is niet ontwricht raakt, maar veeleer gezond gemaakt wordt”. — Hebr. 12:13.

11. Hoe zouden wij een misstap kunnen doen zonder ons ervan bewust te zijn, en voor welke bescherming dienen wij dankbaar te zijn?

11 De invloed die wij allen van Satans samenstel van dingen ondervinden, is bijzonder sterk. Soms zijn wij ons misschien niet bewust van de mate waarin of de manier waarop dit precies gebeurt. Het is mogelijk dat men ongemerkt een gedachtengang of handelwijze gaat volgen die in het begin beslist heel onschuldig lijkt maar, na verloop van tijd, tot ernstige moeilijkheden kan leiden. Deze zienswijze of handelwijze kan er in werkelijkheid toe leiden dat men een misstap doet, dat men afdwaalt van een schriftuurlijke maatstaf of hierbij een schriftuurlijk beginsel overtreedt, terwijl degene die deze handelwijze volgt, hier helemaal geen erg in heeft omdat hij niet weet welke maatstaf of welk beginsel erbij is betrokken of omdat hij zich er niet van bewust is waartoe dit kan leiden of omdat hij zijn waakzaamheid een ogenblik heeft laten verslappen. Door welke omstandigheden de situatie ook is ontstaan, wij dienen er beslist heel erg dankbaar voor te zijn dat Jehovah door middel van zijn Woord of zijn organisatie, zoals deze door de dienaren van de gemeente wordt vertegenwoordigd, oplet, de misstap opmerkt en deze onder onze aandacht brengt.

12. (a) Hoe kunnen de dienaren van de gemeente te weten komen dat iemand een misstap heeft gedaan? (b) Om welke tweevoudige reden zijn zij dermate bezorgd dat zij op passende wijze handelend optreden?

12 De dienaren van de gemeente zullen misschien niet altijd precies weten wat het werkelijke probleem is, maar door bepaalde waarneembare neigingen of houdingen merken zij wel dat er iets verkeerd is. Zo kan de neiging bestaan vergaderingen over te slaan of toewijzingen voor de Theocratische Bedieningsschool terug te geven; ook is het mogelijk dat zich een steeds groter wordend gevoel van onafhankelijkheid ontwikkelt, dat het geestelijke niveau van de gesprekken daalt of dat er een toenemend „modebewustzijn” in de kleding is ontstaan. Wàt ook het geval mag zijn, de dienaren maken zich er bezorgd over, aangezien hierdoor te kennen wordt gegeven dat het geestelijke welzijn van de persoon in gevaar wordt gebracht. Hun zorg gaat echter zelfs nog verder, omdat zij weten dat iets wat van invloed is op een afzonderlijke persoon, ook van invloed zal zijn op de hele gemeente. De apostel Paulus zei: „Wij zijn een theatraal schouwspel geworden voor de wereld” (1 Kor. 4:9), hiermee te kennen gevend dat de handelwijze die wij volgen, door personen buiten de gemeente wordt waargenomen. Als een verkeerde handelwijze net zo lang wordt gevolgd totdat er een overtreding plaatsvindt, zal de hele gemeente hiervan de terugslag ondervinden. Ook is het niet altijd noodzakelijk dat er een werkelijke overtreding wordt begaan voordat er smaad over de organisatie wordt gebracht. Dit wordt geïllustreerd door wat een onderwijzeres aan een openbare school opmerkte: „Ik heb de kinderen van Jehovah’s getuigen altijd bewonderd. Zij waren altijd zo welgemanierd en zagen er zo verzorgd uit. Ik vind het vervelend om het te zeggen, maar bij sommigen kan ik helemaal geen verschil meer zien. Hun kleding en hun haardracht — hun uiterlijk en gedrag is precies als dat van alle andere kinderen.” Iedereen die de gemeentevergaderingen van Jehovah’s getuigen bezoekt, zal weten dat dit veeleer uitzondering als regel is, maar dat zo’n verklaring kon worden gedaan, geeft reden tot bezorgdheid, en de dienaren in de gemeenten waar zulke neigingen worden opgemerkt, zouden hier graag verbetering in brengen, opdat „wat kreupel is niet ontwricht raakt, maar veeleer gezond gemaakt wordt”.

13. (a) Wat is er verkeerd aan de gedachte dat wij mensen kunnen winnen door op gelijke voet met hen te komen, en hoe werd dit punt in de gemeente te Korinthe aangetoond? (b) Welke gevaren liggen er besloten in de vrees er anders uit te zien dan wereldse metgezellen?

13 Sommigen zouden wellicht kunnen aanvoeren dat de zaak van de waarheid erdoor wordt gediend als wij er net zo „vooruitstrevend” en „up-to-date” uitzien als de modernste personen uit de wereld, zodat wij als het ware op gelijke voet met hen komen te staan. Bij deze redenatie gaat men echter van een onjuiste grondstelling uit. Het doel heiligt niet de middelen. Jehovah wil niet dat mensen zich bij zijn organisatie aansluiten omdat ze populair en modern zou zijn. Hij wil mensen hebben die rechtvaardigheid liefhebben en die bereid zijn overeenkomstig beginselen te leven. Een voorbeeld hiervan treffen wij in de vroege gemeente te Korinthe aan. Sommigen van de gemeenteleden dachten dat beruchtheid de gemeente vermaard zou maken. Toen de apostel Paulus hiervan hoorde, schreef hij: „Er wordt zowaar hoererij onder u bericht, en zulk een hoererij als zelfs onder de natiën niet voorkomt, dat een zekere man een vrouw heeft van zijn vader. En zijt gij opgeblazen en hebt gij niet veeleer getreurd, opdat de man die deze daad heeft bedreven, uit uw midden werd weggenomen? Uw reden tot roemen is niet fraai. Weet gij niet dat een weinig zuurdeeg het gehele deeg doet gisten? Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een nieuw deeg moogt zijn, zoals gij ongezuurd zijt” (1 Kor. 5:1, 2, 6, 7). Paulus achtte het noodzakelijk onmiddellijk en drastisch op te treden ten einde deze gemeente te reinigen. Hij deed dit door de overtreders van Gods wet uit de gemeenschap te sluiten en door de verkeerde denkwijze van anderen, die de overtreding door de vingers hadden gezien, te corrigeren. Net zoals het zuurdeeg van de zonde de gehele gemeente doet gisten, zal een verkeerde neiging met betrekking tot het imiteren van de modegrillen, gewoonten en manieren van deze wereld, iemands denkvermogen en theocratische zienswijze bederven. Als wij er bang voor zijn er anders uit te zien dan onze metgezellen in de wereld, wat zal ons er dan van weerhouden een stap verder te gaan en ten aanzien van onze christelijke beginselen te schipperen, opdat wij niet te veel van hen zullen verschillen? Of wat zal ons ervan weerhouden een wereldse gedachtengang te volgen bij het oplossen van onze problemen? Hierdoor zal bij ons niet de vrucht van Gods geest worden voortgebracht, maar veeleer de vrucht van de geest van deze wereld, hetgeen ten slotte tot overtreding van Gods wet kan leiden (Gal. 5:16-18). Zoals door Jakobus te kennen wordt gegeven, geschieden immorele daden zelden zonder waarschuwing. Een verkeerd verlangen komt zelden plotseling tot volledige wasdom. Gewoonlijk zijn er twee elementen nodig: de neiging ertoe en gelegenheid. Als wij naar de bijbel opzien als onze gids in het leven, zullen wij trachten beide zo volledig mogelijk uit ons leven te bannen.

HET GEVAAR VAN SLECHTE OMGANG

14. In welk opzicht verschaft slechte omgang alle elementen waardoor men tot immoraliteit kan vervallen, en hoe kan dit geïllustreerd worden?

14 Wegens zijn verontreinigende invloed, verschaft slechte omgang alle elementen waardoor men tot immoraliteit kan vervallen. Beginselen worden verzwakt, hetgeen ertoe kan leiden dat verkeerde neigingen worden aangemoedigd. Bovendien is de gelegenheid tot kwaaddoen altijd aanwezig, waardoor men er door overrompeling gemakkelijk toe kan komen een onverstandige handelwijze te volgen, hetzij als gevolg van onwetendheid of als gevolg van vrees voor bespotting. Wanneer iemand in een groep een overtreding begaat, komt hierdoor bovendien op alle anderen, als medeplichtigen, schuld te rusten. Een jonge broeder maakte goede vorderingen in de bediening, maar hij verkoos het ook met schoolvriendjes om te gaan die zich helemaal niet om bijbelse beginselen bekommerden. Op zekere dag besloten zij, uit sensatiezucht, een paar flessen limonade gazeuse van een bestelwagen af te nemen. Zij beschouwden dit als een onschadelijke grap, maar de chauffeur zag hen en rende op de jongelui af om hen eens flink de les te lezen. Voordat iemand wist wat er precies gebeurde, haalde een van de jongens een springmes uit zijn zak en stak de chauffeur in de maag. Hij werd hierdoor gedood. De jonge bedienaar van het evangelie die bij de bende was, werd uit de gemeenschap gesloten en bevindt zich nu in een verbeteringsgesticht. Zo had ook Achan rampspoed over de gehele natie gebracht en dit met zijn eigen leven moeten bekopen. De natie was bovendien niet vrij van schuld totdat hij uit hun midden was verwijderd. — Joz. 7:20-25.

15. (a) Welke fout beging Dina, en hoe kan hetgeen haar daardoor overkwam, als een waarschuwing voor ons dienen? (b) Welke tegenovergestelde handelwijze volgde Jozef, en hoe kan deze handelwijze als een voorbeeld voor ons dienen?

15 Niemand die aan christelijke beginselen vasthoudt, zal opzettelijk hoererij gaan bedrijven. Voorzichtigheid schrijft echter voor dat men het ook vermijdt in omstandigheden te geraken die tot verkrachting zouden kunnen leiden. Dina zag deze mogelijkheid over het hoofd toen zij met de jonge dochters van de Kanaänieten omging. De verliefde zoon van Hamor zag haar en onteerde haar. Wanneer zij geen omgang had gehad met personen die de ware God niet vreesden, zou zij voor deze vernederende ervaring gespaard zijn gebleven (Gen. 34:1, 2). In onze tijd dienen overeenkomstige voorzorgsmaatregelen getroffen te worden. De verstandige handelwijze is, geen kleding te dragen die van onbescheidenheid getuigt en zich niet alleen in eenzame of geïsoleerde streken of gevaarlijke buurten op te houden. Zorg voor een juiste begeleiding en vermijd het gezelschap van degenen die zich niet door hun opdracht aan Jehovah en een liefde voor juiste beginselen in bedwang houden. Jozef, Dina’s broer, koos de verstandige handelwijze toen hij als slaaf in Egypte vertoefde. Toen de vrouw van zijn meester Potifar hem herhaaldelijk trachtte te verleiden, weigerde hij consequent af te wijken van datgene waarvan hij wist dat het juist en aangenaam in Gods ogen was. Voor zover dit in zijn toestand als slaaf mogelijk was, trachtte hij het te vermijden aan deze verleiding blootgesteld te worden, en toen deze onbeschaamde vrouw hem er ten slotte toe trachtte te dwingen immorele betrekkingen met haar te hebben, draaide hij zich om en holde hard haar kamer uit, waarbij hij zijn overkleed in haar hand achterliet. Hij wilde veel liever de straf ondergaan die zij voor hem kon bedenken dan zich Jehovah’s misnoegen op de hals halen door zijn wet te overtreden. Jozef werd wegens zijn vastberadenheid door de ware God gezegend. — Gen. 39:7-23.

16. (a) Wat is het gevaar voor iedereen die er afkerig van is zich volledig aan de wereldse maatstaven te onttrekken? (b) Hoe wordt dit geïllustreerd in het geval van Achan, de gemeente te Korinthe en Dina? (c) Welke oplossing biedt Jehovah ons aan, en welke taak heeft de gemeente als geheel hierbij?

16 Als wij Jehovah oprecht liefhebben en werkelijk het verlangen hebben zijn wil te doen, zal geen probleem waaraan wij het hoofd moeten bieden, zo diepgeworteld zijn dat het niet door een juiste toepassing van bijbelse beginselen opgelost kan worden. Iedereen die zich onverschillig van verantwoordelijkheden afmaakt en die er afkerig van is zich volledig van wereldse maatstaven los te maken, zal na verloop van tijd zo van deze denkwijze zijn doortrokken, dat dit beslist op de een of andere wijze rampspoedig voor hem of haar zal aflopen. Wij zijn thans in dit opzicht niet anders dan Gods volk in het verleden. Achans materialistische zienswijze en zijn verkeerde verlangen brachten hem ertoe God te bestelen, waardoor hij de gehele gemeente verontreinigde en er verantwoordelijk voor was dat zowel zesendertig mede-Israëlieten als zijn eigen gezinsleden de dood vonden. In de gemeente Korinthe waren sommigen er zo op uit hun goddeloze naasten te behagen, dat zij zelfs bloedschande door de vingers zagen, denkend dat beruchtheid hen vermaard zou maken. Slechts doordat Paulus de gemeente streng onderrichtte, waarbij hij bijbelse beginselen toepaste en de kwaaddoener uit de gemeenschap sloot, werd de geest van de gemeente gered. Dina dacht dat zij met ongelovigen kon omgaan zonder hierdoor besmet te worden. Zij verloor haar maagdelijkheid en bracht over alle manlijke inwoners van Sichem de dood. Haar broer, Jozef, weigerde daarentegen met betrekking tot zijn beginselen te schipperen, ook al was hij ver van huis en in een vreemd land, gescheiden van zijn familie. Hij bewees dat God degenen die hem liefhebben en zijn rechtvaardige vereisten nakomen, liefheeft en beschermt. Welnu, maakt u deel uit van een gezin dat de waarheid aanvaardt, of staat u alleen? Dit maakt niets uit. Wij hebben allen met deze problemen te kampen. Ze gaan de hele gemeente aan. Door bemiddeling van haar aangestelde dienaren dient de gemeente er een actieve belangstelling voor te hebben. Er is één oplossing voor al deze problemen. Deze wordt in de bijbel aangetroffen. De psalmist schreef in dit verband: „Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad” (Ps. 119:105). Ja, wij hebben Gods belofte dat de bijbel ons zonder mankeren door de wildernis van Satans samenstel van dingen zal heenvoeren; de bijbel zal ons in de tegenwoordigheid en tegen de invloed van immorele mannen en vrouwen die de aanbidding van de hedendaagse Baäl van Peor beoefenen, beschermen en zal ons steeds sterker maken in Gods liefde en ons veilig en ongedeerd in de vlak voor ons liggende nieuwe ordening van rechtvaardigheid brengen — indien wij naar de bijbel opzien als onze gids in het leven.

[Illustratie op blz. 331]

Christenen moeten naar de bijbel opzien als hun gids in het leven, indien zij het willen vermijden om evenals Achan, wiens hebzucht zesendertig mede-Israëlieten het leven kostte, aan immorele praktijken ten offer te vallen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen