Een gevat en passend antwoord
ENIGE tijd geleden werd op een kringvergadering van Jehovah’s getuigen in Texas de volgende interessante ervaring verteld. Er wordt door aangetoond hoe men op succesvolle wijze het hoofd kan bieden aan tegenstand.
„Een andere Getuige en ik predikten in een landelijk gebied van huis tot huis. Toen ik het eerste huis naderde, zaten er twee mannen voor de deur. De huisbewoner had niet veel belangstelling maar zijn gast, George, was erg hatelijk tegen ons. Hij zei dat wij venters waren van Gods Woord en dat hij die ’oude tijdschriften’ niet nodig had, omdat hij alles bezat waaraan hij behoefte had. Hij zei dat hij de King-Jamesvertaling las en er elk woord van geloofde. Na dit gezegd te hebben, liep hij weg.
Toen ik bij het tweede huis aankwam, stond George daar bij de deur met de huisbewoner te spreken. Ja, hij had zijn achterbakse werk reeds gedaan. De huisbewoner zei dat hij geen belangstelling had. George ging nu weg. Toen wij bij het derde huis aankwamen, stond hij daar weer; deze keer praatte hij met een echtpaar.
George wist echter niet dat ik in het najaar lectuur bij deze mensen had achtergelaten. Zij gingen toen weg om de winter in Florida door te brengen. Bij die gelegenheid hadden zij mij evenwel heel welwillend toegestaan hun te tonen hoe zij de lectuur moesten bestuderen. Dit was mijn eerste nabezoek aan hen sinds zij uit Florida waren teruggekomen. Ik wist niet hoe zij over de lectuur die ik bij hen had achtergelaten dachten.
Toen George begon met zijn toespraak tegen ons, lette ik op het echtpaar om te zien hoe zij erop reageerden. Onmiddellijk merkte ik dat de man zichtbaar in verlegenheid werd gebracht, omdat hij datgene wat hij in de boeken van het Wachttorengenootschap had gelezen interessant had gevonden. Ik stelde George snel een vraag: ’Hoeveel hebt u van de lectuur gelezen?’
’Nog geen enkele regel’, antwoordde hij minachtend, ’en dat ben ik ook beslist niet van plan!’
’Wilt u daarmee zeggen’, zo vroeg ik, ’dat u helemaal niets van deze lectuur hebt gelezen en er toch een oordeel over hebt geveld, en dat u nu anderen uw denkwijze probeert op te dringen?’
’Ja, mevrouw’, antwoordde hij.
’En gelooft u in de King-Jamesvertaling?’ vroeg ik. Hij antwoordde weer dat dit zo was. Toen vroeg ik hem Spreuken 18:13 voor te lezen, waar staat: ’Wie antwoord geeft voordat hij hoort, dien is het tot dwaasheid en smaad.’
’Juist, dat zegt de bijbel!’ riep de huisbewoner uit, ’en ik oordeel over niemand, omdat ik niet wil dat iemand over mij oordeelt.’ Zij vroegen mij te gaan zitten, en George ging weg. De man vertelde mij toen dat hij had genoten van de manier waarop wij de Schrift onderzoeken, en ik kon ter plaatse een huisbijbelstudie met hem en zijn vrouw beginnen. Toen ik het volgende huis bezocht, was er — neen — geen George.”