Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w69 1/3 blz. 155-158
  • De uitdaging van de oogst in Zuid-Amerika

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De uitdaging van de oogst in Zuid-Amerika
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Onderkopjes
  • GEBED OM MEER WERKERS IN BRAZILIË
  • EEN UITGELEZEN OOGST IN ARGENTINIË
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
w69 1/3 blz. 155-158

De uitdaging van de oogst in Zuid-Amerika

„WEL, Jaap, dat was een heel opbouwende dienstvergadering.” „En of, Bert, ik ben er helemaal vol van en verlang ernaar iets meer te doen dan ik tot nu toe gedaan heb. Weet je, mijn gedachten gaan steeds maar uit naar onze zendelingen in verafgelegen landen. Irene en ik krijgen nog altijd brieven uit Zuid-Amerika, en telkens als wij er een krijgen, spreken wij erover ons boeltje te pakken en daarheen te gaan.”

„Maar jij en Irene doen nu al heel veel. Je bent hier boekstudiedienaar en zij gaat om de andere maand in de vakantiepioniersdienst. En jullie leiden allebei bijbelstudies met belangstellende personen. Wat kunnen jullie nog meer doen?”

„O ja, wij hebben het steeds druk, net als jij en Agnes. Maar waar ik over heb nagedacht, is de veel grotere behoefte in sommige van die andere landen. Sommige landen zijn net een akker gerijpt graan die zonder uitstel geoogst dient te worden!”

„Maar staat het er hier in ons eigen land niet net zo voor? Er moet hier beslist ook nog heel wat werk worden gedaan.”

„Neen, het is niet helemaal hetzelfde. Bijna iedereen hier kent het Wachttorengenootschap en Jehovah’s getuigen, en de meesten van deze mensen hebben de bijbel tot hun beschikking. Te trachten hen voor Gods voornemens te interesseren, is hetzelfde als een kind ertoe te bewegen iets voedzaams te eten te midden van overvloed. Let wel, het werk hier moet gedaan worden, doch mij dunkt dat er elk jaar genoeg nieuwe werkers bijkomen om ervoor te zorgen.”

„Jij bedoelt dus dat het in de Zuidamerikaanse landen heel anders is?”

GEBED OM MEER WERKERS IN BRAZILIË

„Beslist. Neem bijvoorbeeld Brazilië. Vóór 1945 bleef het aantal Getuigen daar jarenlang ongeveer 250 bedragen, en velen van hen waren emigranten uit Polen en de Oekraïne. Toen begon het Genootschap er zendelingen heen te sturen die een opleiding hadden gehad aan de Gileadschool en begon er beweging in te komen. De volgende twintig jaar waren jaren van fenomenale toename. Tegen 1965 waren er meer dan 36.000 Getuigen. Het laatste bericht sprak zelfs, als ik mij goed herinner, over 50.000 actieve Getuigen.”

„Maar dat bewijst juist dat het Koninkrijkswerk daar ook heel bekend raakt.”

„Nu, tot op zekere hoogte, Bert. Je moet echter ook de uitgestrektheid van het gebied en de enorme bevolking die het omvat in aanmerking nemen. Bedenk dat Brazilië 85.000.000 inwoners heeft en dat de bevolking snel toeneemt. Besef je dat dit een ware uitdaging vormt voor de Getuigen die daar nu actief zijn? Elke Getuige moet de verantwoordelijkheid dragen voor ongeveer 1700 mensen. Dat alleen al is een grote verantwoordelijkheid. Maar daar komt nog bij dat de bevolking over een gebied is verspreid dat bijna even groot is als het vasteland van de Verenigde Staten. Brazilië beslaat in feite ongeveer de helft van heel Zuid-Amerika.”

„Ik moet toegeven dat je over heel wat feiten en cijfers beschikt. Ik neem aan dat je heel wat inlichtingen krijgt door je correspondentie met de zendelingen.”

„Dat is zo. En zij vertellen mij dat het meeste werk in Brazilië tot dusverre in de grootste steden is verricht en er zijn nog altijd heel wat steden en dorpen die geen grondig getuigenis omtrent het Koninkrijk hebben gehad. Dan zijn er ook veel gemeenten die sneller vooruitgegaan zouden zijn als ze de hulp van ervaren bedienaren hadden gehad.”

„Maar hoe staat het met het taalprobleem? Heb je daarover nagedacht, Jaap?”

„Jawel. Ik ben van mening dat iemand die werkelijk volgens een geregeld schema Portugees zou gaan leren, al gauw een praktische kennis zou hebben, en als hij daar dan dagelijks onder de mensen van Brazilië oefent, zal hij de taal spoedig vloeiend spreken.”

„Hoe staat het met de plaatselijke religie? Zijn de meeste mensen niet streng katholiek?”

„Katholiek, ja, maar in één brief die wij onlangs daarvandaan kregen, stond dat de krachtige greep van de kerk slapper wordt en dat de mensen voor het merendeel vriendelijk zijn en luisteren als de Getuigen bij hen aan de deur komen. Een voorbeeld van de verandering is de stad São João do Rei, een plaats waar fanatieke katholieken de gewoonte hadden de Getuigen met stenen te bekogelen. Ten slotte kwam een van de plaatselijke priesters onder de indruk van de volharding van de Getuigen en vroeg of zij hem bijbelstudie wilden geven. Ook op anderen hebben zij een gunstige indruk gemaakt, zozeer zelfs dat er nu een actieve gemeente van Getuigen in die stad is.”

„Je overreedt mij bijna om te gaan dienen waar de behoefte groter is. Maar ik weet niet of Agnes en ik wel tegen de verandering van klimaat en gewoonten kunnen.”

„Kom nou toch, je spreekt alsof jullie al oude mensen zijn. Je bent nota bene nog geen veertig en je gezondheid is aardig goed. Bovendien zal je niet worden gevraagd in het oerwoud te werken en in een plaggenhut te wonen, zoals sommige zendelingen hebben moeten doen. Er is hulp nodig in vele prachtige moderne steden met 100.000 of meer inwoners. Het klimaat is misschien een beetje warmer dan je gewend bent, maar de zendelingen hebben bemerkt dat zij er wel kunnen wonen, en de geestelijke beloningen zijn groot. Stel je voor in een gebied te werken waar je net zoveel bijbelstudies kunt hebben als je maar aan kunt!”

„Het klinkt geweldig! Maar weet je zeker dat het werk in Brazilië nog altijd vooruitgaat?”

„Nu, luister eens naar deze passage uit een brief die wij onlangs van een zendeling kregen die daar in 1949 heen is gegaan: ’Toen wij in Belém kwamen, waren er maar 60 Getuigen. Thans is dit aantal toegenomen tot bijna 400 in verscheidene gemeenten. Wat zijn wij dankbaar dat Jehovah ons kon gebruiken om zovelen de waarheid te onderwijzen en hen te helpen tot christelijke rijpheid te groeien!’ Bovendien heb ik gehoord dat 126.520 personen dit jaar het Gedachtenisfeest in Brazilië hebben bijgewoond. Denk eens aan de mogelijkheden voor toename!”

„Geweldig! Ik denk dat Agnes en ik er eens ernstig met elkaar over moeten spreken of wij niet de stap zullen doen om daarheen te emigreren.”

„Dat is nu net wat Irene en ik gaan doen. Waarom zou je er alleen verlangend aan blijven denken om naar zo’n toewijzing te gaan? Je moet er iets aan doen. En vooral als je, zoals ik, de slotwoorden van een brief die mij zeer dierbaar is, leest en herleest: ’Wij die zo gelukkig zijn in Brazilië te mogen dienen, blijven de Meester van de oogst smeken meer werkers in zijn oogst uit te zenden.’ En Brazilië is slechts één deel van de grote akker die met deze uit Matthéüs 9:38 aangehaalde woorden om aandacht vraagt.”

„Nu heb je werkelijk mijn belangstelling opgewekt. Vertel mij er eens meer over.”

EEN UITGELEZEN OOGST IN ARGENTINIË

„Welnu, wij krijgen ook brieven uit Argentinië. En het is opwindend te horen wat een vooruitgang het Koninkrijkswerk daar vanaf het kleine begin in 1924 heeft gemaakt. In werkelijkheid is ook hier, dadelijk na de komst van op Gilead opgeleide zendelingen, een spectaculaire toename geweest. Sedert 1946 is de toename uitstekend geweest en nu zijn er meer dan 14.000 Getuigen die een bevolking van 23.000.000 bedienen. Weet je wat dat betekent? Ongeveer 1650 inwoners voor elke Getuige, en ook hier is die bevolking over een land verspreid dat zich uitstrekt van de warme tropen in het noorden tot de koude stormen van het verre zuiden.”

„Dat betekent dat je je eigen klimaat kunt kiezen.”

„Inderdaad. Maar ik zou je graag de schitterende beschrijvingen willen laten horen die zendelingen van hun toewijzing geven. Hier is er een van een zendeling in Tucumán: ’Dit wordt de tuin van de Republiek genoemd, zo groen is het er en zo weelderig is de tropische vegetatie. Tijdens de zomermaanden december, januari en februari zijn er nachten waarin de afkoeling niet voldoende is om het slapen aangenaam te maken. Als je dus van vergaderingen of bijbelstudies thuiskomt, is het normaal de mensen voor hun huis of op caféterrasjes te zien zitten. Door de hitte is het tempo hier natuurlijk wat langzamer dan in andere delen van het land.’”

„Dat neemt niet weg dat het waarschijnlijk gemakkelijker is die drie hete maanden door te komen dan de vijf of zes koude maanden die wij noorderlingen moeten verduren.”

„Juist, Bert. En luister naar een andere zendelinge die haar nieuwe toewijzing beschrijft: ’Mendoza, hoewel zo dicht bij het met sneeuw bedekte Andesgebergte, is een land van zon en vruchtbare akkers. Er zijn overvloedig veel wijngaarden en olijventuinen. De driebaanswegen zijn koel en verfrissend, en de stad is smetteloos schoon. Huisvrouwen stellen er een speciale eer in, de geglazuurde tegels van het trottoir vóór hun huis blinkend schoon te houden. Mendoza heeft de harteklop van een moderne, actieve stad, met arbeidzame en welopgevoede burgers. Als dit soort van mensen zich aan Jehovah God opdraagt, tonen zij in de christelijke bediening dezelfde ijver.’”

„Het klinkt als een ideale toewijzing, Jaap.”

„Ja, maar ik hoor dat ook in Buenos Aires, de federale hoofdstad, en in vele andere steden, de behoefte nog steeds sterk wordt gevoeld. Het lijdt geen twijfel dat er een buitengewoon rijke oogst in die zuidelijke landen is zodat er plaats is voor alle handen en harten die gerecruteerd kunnen worden. Wat zou je ervan zeggen als wij, beide echtparen, er eens iets aan gingen doen?”

„Ik vind het prima, maar waar beginnen wij?”

„Nu, wij zouden naar het bureau van de president, Watch Tower Bible and Tract Society, kunnen schrijven en om inlichtingen vragen, of wij in aanmerking komen en met welke dingen wij in verband met een dergelijke stap rekening moeten houden.”

„Als jij dit nu eens voor ons vieren deed, dan zou ik intussen een brief naar het bijkantoor van het Genootschap in een van die landen kunnen schrijven om uit te vinden welke vooruitzichten wij hebben om het land binnen te komen en een toewijzing te krijgen.”

„Goed. En dan is er nog een andere kwestie. De taal, weet je wel? Wij zullen moeten beslissen op welk land wij ons zullen richten, voordat wij hieraan iets kunnen doen, want in het ene land spreekt men Portugees en in het andere Spaans. Als wij echter een beslissing nemen, kunnen wij als groepje één avond per week de taal leren terwijl wij alle andere zaken afhandelen en ons tevens van onze theocratische verantwoordelijkheden hier kwijten.”

„Dan is er nog een dringende aangelegenheid waaraan wij moeten denken. Wij zullen met onze goede helpsters, onze vrouwen, moeten spreken. Ik geloof dat het goed zou zijn als elk echtpaar eerst een persoonlijk gesprek heeft en dan kunnen wij overleggen om met ons vieren bij elkaar te komen en een meer uitgebreide bespreking te houden.”

„Uitstekend. En wij kunnen alle brieven van de laatste tijd meenemen die wij van de zendelingen hebben ontvangen, en op deze wijze kunnen wij onze fundamentele kennis van de Zuidamerikaanse akker uitbreiden. Met de volgende vergadering hier in de Koninkrijkszaal zal het interessant zijn na te gaan welke vorderingen wij hebben gemaakt en wat wij eraan kunnen doen om de uitdaging van een overvloedige oogst in de Zuidamerikaanse landen het hoofd te bieden. Tot dan.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen