Bestaat er werkelijk een Duivel?
Is er grond om te geloven dat er een goddeloos geestelijk schepsel bestaat? Of is dit geloof ongegrond?
DE OP grote schaal gelezen redactionele schrijver D. Lawrence heeft eens opgemerkt: „’Vrede op aarde’ — dat wil bijna iedereen. ’In de mensen een welbehagen’ — bijna alle mensen op de wereld voelen dat voor elkaar. Wat is er dan verkeerd? Waarom dreigt er oorlog, de aangeboren verlangens van de mensen ten spijt?”
Deze vragen zetten iemand aan het denken. Als alle normale mensen het verlangen koesteren in vrede te leven, waarom komt het dan zo algemeen voor dat de mensen elkaar haten en er een gewoonte van maken elkaar te doden? Dit is beslist een paradox, zoals Dr. H. Keenleyside, een vroegere Canadese diplomaat, enkele jaren geleden opmerkte: „Wij kunnen zonder gewetensbezwaar het idee aanvaarden honderdduizenden of miljoenen vrouwen en kinderen te verbranden, die wij onder normale omstandigheden graag zouden liefkozen, in wie wij behagen zouden scheppen en die ons genoegen zouden bezorgen.”
Tegenwoordig zijn de omstandigheden hetzelfde. Oorlogsslachtoffers worden gehavend en verminkt. Hoe kunnen beschaafde mensen elkaar zo behandelen? Welke krachten drijven hen tot dergelijke walgelijke daden, of brengen hen in een toestand waarin zij zich verplicht voelen deze daden te bedrijven? Het is beslist niet misplaatst om in alle ernst de vragen te stellen: Zou het kunnen zijn dat de een of andere goddeloze, onzichtbare kracht de mensen ertoe aanzet deze daden van geweldpleging te bedrijven? Bestaat er werkelijk een Duivel?
Maak u niet van deze vragen af met het antwoord dat de mensen nu eenmaal zo zijn; integendeel, hun normale verlangen gaat naar vrede uit. Dit is dus een aangelegenheid die het waard is zorgvuldig door u in ogenschouw genomen te worden.
HET MODERNE DENKBEELD
De populariteit die de materialistische ideeën tegen het eind van de vorige eeuw kregen, is van grote invloed geweest op de gedachte die veel mensen in deze tijd met betrekking tot de Duivel hebben. Onder de kop „Materialisme” zegt The Encyclopedia Americana (1955): „Het radicale materialisme verklaart dat er slechts fysieke lichamen en fysieke processen bestaan.”
Dit materialistische denkbeeld heeft in veel kringen de overhand gekregen en is zelfs van invloed geweest op de meningen die veel religieuze leiders er betreffende de Duivel op na houden. Het religieuze tijdschrift Eternity verklaart in de uitgave van augustus 1964: „Al meer dan een eeuw lijkt het alsof het geloof in de duivel achteruit gaat. . . . Protestantse theologen hebben over het algemeen de persoonlijke duivel uit de bijbel naar de rommelzolder verbannen, die gebruikt wordt voor vergane mythen.”
De Dictionary of All Scriptures and Myths (1960), door G.A. Gaskell, zegt betreffende het moderne idee omtrent de Duivel: „De echte duivel, die wij nuchter en waakzaam dienen te weerstaan, is in de mens, in het menselijke hart. Hij is het dierlijke deel van de menselijke aard.”
Ook The Encyclopædia Britannica merkt onder de kop „Duivel” het volgende op: „Het moderne liberale protestantisme heeft de neiging de noodzaak van geloof in een persoonlijke duivel te loochenen, en geeft er de voorkeur aan de verwijzingen in de bijbel en op andere plaatsen naar hem, op te vatten als verwijzingen naar de personificatie van het beginsel van kwaad.”
Het is dus mode geworden eerder in een „dierlijk deel van de menselijke aard” of een „beginsel van kwaad” te geloven dan in een echte Duivel. Het vroeger algemeen aanvaarde idee dat de Duivel een levende, onzichtbare persoon is, wordt door velen dus niet langer au sérieux genomen. Wat is de oorzaak van deze veranderde zienswijze? Is deze gerechtvaardigd?
REDENEN WAAROM ZIJN BESTAAN WORDT GELOOCHEND
E. Langton gaat in zijn boek Satan, A Portrait, na wat men in de oudheid over de Duivel geloofde. Het is interessant dat hij over de denkbeelden met betrekking tot de Duivel die in de literatuur van de monniken uit de middeleeuwen tot uitdrukking werden gebracht, opmerkt: „De religieuze verbeelding heeft de vrije teugel, en visioenen en hallucinaties, de voortbrengselen van een ziekelijke of overspannen geest, worden vermeld als door feiten gestaafde realiteit.”
In die tijd hebben veel religieuze personen dus allerlei bijgelovige en belachelijke dwalingen omtrent de Duivel aanvaard. Zelfs tegenwoordig stelt men zich de Duivel over het algemeen voor als een schepsel dat in een nauwsluitend rood pak gestoken is, horens en een staart heeft en een drietand in zijn hand houdt. Ongetwijfeld zijn dergelijke belachelijke dwalingen er ten dele verantwoordelijk voor dat velen het bestaan van de Duivel loochenen.
De bijbel is echter niet de bron van deze dwalingen. Niettemin werd er gedurende de laatste helft van de vorige eeuw door mensen die materialistische denkbeelden voorstonden, een aanval gedaan op de leerstellingen ervan. Dit had vooral tot gevolg dat men het bestaan van de Duivel loochende, zoals in de elfde uitgave van The Encyclopædia Britannica (1910–1911) wordt vermeld. Onder het kopje „Duivel” wordt daarin opgemerkt:
„Men kan nu wel met zekerheid zeggen dat het geloof in Satan over het algemeen niet wordt beschouwd als een essentieel onderdeel van het christelijke geloof . . . Het moderne standpunt ten aanzien van de inspiratie van de Schrift maakt het niet noodzakelijk dat men de leer van de Schrift op dit punt als afdoende en absoluut gezaghebbend aanvaardt. De leer van Jezus zou zelfs in deze aangelegenheid beschouwd kunnen worden als òf een aanpassing aan het standpunt van degenen met wie hij omging, of, wat waarschijnlijker is, als een bewijs van de beperking van zijn kennis, welke een noodzakelijke voorwaarde voor de Incarnatie was . . .”
Het „moderne standpunt” dat de bijbel niet letterlijk waar is, heeft velen er dus toe gebracht datgene wat dit boek over een persoonlijke Duivel gezegd heeft, te verwerpen (Matth. 25:41; Luk. 4:1-8; Joh. 8:44). Zelfs religieuze leiders begonnen de mensen te leren dat de verwijzingen van Jezus naar de Duivel het gevolg waren van zijn beperkte kennis over dat onderwerp. Òf zij beweerden dat Jezus zich heeft aangepast aan de ideeën en de taal die toen algemeen in Judéa voorkwamen en werden gebruikt, maar dat hij zelf de Duivel niet als een echte en levende persoon beschouwde.
Schonk dit idee, dat er geen persoonlijke Duivel bestaat, echter bevrediging? Hoe werd de verschrikkelijke mishandeling die men zijn medemensen toebracht, dan verklaard?
HET MATERIALISTISCHE STANDPUNT IS ONBEVREDIGEND
De materialistische theorie dat de mens uit lagere dieren is geëvolueerd, werd als het antwoord aangenomen, zelfs door veel religieuze leiders. Men beweerde dat de mens nog een deel van zijn dierlijke verleden behouden heeft en dat dit er de reden van is dat hij met zijn medemensen vecht en hen martelt en doodt. Ook redeneerde men dat zijn verdorvenheid te zijner tijd, wanneer de mens bleef evolueren, zou verdwijnen. E. Langton geeft hier in het besluit van zijn boek over de geloofsovertuigingen die de mens omtrent de Duivel heeft, een interessant commentaar op:
„Geleerden hebben [de Duivel] dogmatisch en zonder complimenten uit hun stelsel van leringen verdreven. Zij hebben de deur met een klap achter hem dichtgetrokken, deze afgesloten en de grendel erop gedaan. Hun conclusie was dat Satan een overblijfsel van oud bijgeloof was. Hij was voorgoed verdwenen onder het felle licht van de rede en het gezonde verstand. Het is eenvoudig zó, zeiden zij, dat de mens van de dieren afstamt. . . . De tijd zal echter komen dat de mens, onder invloed van de krachten der beschaving — opvoeding, cultuur, toegenomen kennis — geleidelijk aan de aap, de tijger en de wolf achter zich zal laten, en ten slotte zullen wij dan de volmaakte mens aanschouwen. Ondertussen wordt elke generatie steeds beter.”
Maar hoe onbevredigend is deze uitleg gebleken! Want in plaats van beter te worden, is de mensheid tot ongekende diepten van ontaarding gezonken. De Eerste Wereldoorlog begon, en daarin werden duivelse gassen gebruikt om mensen te doen stikken en levend te verbranden, en andere nieuwe wapens om mensen te verminken. Maar dat conflict was slechts het begin van de gruwelen. Denk een aan het koelbloedige plezier dat men gehad heeft in de monsterachtige wreedheid welke op die oorlog gevolgd is. Denk eens aan de vlammenwerper, de concentratiekampen, de gaskamers, de massamoord op miljoenen joden; denk eens aan de atoombommen, de napalmbommen, de waterstofbommen.
Het is buiten kijf dat er, in plaats dat elk volgende geslacht beter wordt, nog nooit op zo’n reusachtige schaal een grotere verlaging van alle maatstaven op het gebied van moraal en gedrag is geweest. Denkt u dat al het kwaad dat bedreven wordt, zo maar toevallig gebeurt? Denkt u dat de mens, die naar vrede en geluk verlangt, uit zichzelf tot een dergelijke grove misdadigheid tegen zichzelf in staat is? Wel, zelfs dieren maken zich niet schuldig aan de verschrikkelijke martelingen en moorden die menselijke schepselen voor hun medemensen beramen.
Laat u er dus niet door bedrog toe verleiden de zuiver materialistische zienswijze te aanvaarden. Een van de vooraanstaandste wetenschapsmensen van deze eeuw, wijler Dr. R. A. Millikan, merkte weloverdacht op: „Een zuiver materialistische filosofie is voor mij het toppunt van onverstand.”a Het is eenvoudig onredelijk te geloven dat stoffelijke schepselen de hoogste levensvorm zijn. Een gezond redenatievermogen wijst op het feit dat er onzichtbare, niet geziene levende schepselen zijn, en dat dezen een krachtige invloed op menselijke aangelegenheden uitoefenen.
DE UITLEG VAN DE BIJBEL
Ook de bijbel wijst hierop. Hij is daarom nog niet onwetenschappelijk of belachelijk wanneer hij over onzichtbare geestelijke personen spreekt. „God is een Geest” verklaart de bijbel (Joh. 4:24). Ook vertelt hij ons dat God de engelen in geestelijke vorm gemaakt heeft (Hebr. 1:7). Dit zijn werkelijke, levende personen. Ook de Duivel is dus een geestelijk persoon.
„Maar”, zou iemand kunnen vragen, „als God alle geestelijke schepselen gemaakt heeft, waarom schiep hij dan een Duivel?” God heeft dat in werkelijkheid niet gedaan. Hij heeft alle geestelijke schepselen volmaakt gemaakt. Maar een van hen heeft zichzelf tot Duivel gemaakt. Hij werd verdorven door zijn eigen onjuiste verlangens. De bijbel verklaart het proces waardoor zelfs volmaakte schepselen slecht kunnen worden: „Een ieder wordt beproefd doordat hij door zijn eigen begeerte meegetrokken en verlokt wordt. Vervolgens baart de begeerte, als ze vruchtbaar is geworden, zonde.” — Jak. 1:14, 15.
Dit geestelijke schepsel koesterde het onjuiste verlangen de aanbidding van andere schepselen te ontvangen, aanbidding die alleen de Schepper, Jehovah God, toekomt. Hij kon het menselijke echtpaar ertoe brengen hem te gaan dienen door verkeerd voor te stellen wat God over het eten van een bepaalde boom in de hof van Eden had gezegd. Aldus werd hij een lasteraar of „Duivel”. Ook wordt hij in de bijbel „Satan”, „draak” en „oorspronkelijke slang” genoemd. Na verloop van tijd sloten zelfs andere geestelijke schepselen zich in de opstand tegen God bij Satan aan, en werden aldus duivels of demonen. — Gen. 3:1-6; Openb. 12:9; Mark. 3:22.
Iemand zou echter nog verder kunnen vragen: „Maar waarom vernietigde God de Duivel en het menselijke echtpaar dat ertoe was gebracht Gods wet te overtreden, niet onmiddellijk?” Jehovah God verkoos dit niet te doen. Er was door de opstand een geschilpunt opgeworpen, en een onderdeel daarvan was de vraag: Zal de Duivel erin slagen alle schepselen van God af te keren? Het werd Adam en Eva toegestaan nageslacht voort te brengen, zodat de rechtschapenheid van getrouwe personen onder hun afstammelingen hun Schepper zou rechtvaardigen en zou bewijzen dat de Duivel een leugenaar is. God heeft daarom voldoende tijd terzijde gesteld om dit geschilpunt op te lossen. — Job, de hoofdstukken 1 en 2.
Ondertussen heeft Satan de Duivel een ongeziene invloed op de menselijke aangelegenheden uitgeoefend. Hij is degene die ervoor verantwoordelijk is dat hoewel ’bijna iedereen vrede op aarde wil’, de mensen vechten en elkaar met miljoenen tegelijk afslachten. Ja, het is aan zijn goddeloze invloed te wijten dat alle pogingen om blijvende vrede op aarde te vestigen, falen, zelfs hoewel ’bijna alle mensen op de wereld van goede wil zijn jegens elkaar’.
De bijbel verklaart dat de Duivel „de regeerder van deze wereld” is. Ook wordt hij „de god van dit samenstel van dingen” genoemd (Joh. 12:31; 2 Kor. 4:4). Hoe duidelijk blijkt thans dat deze bijbelse verklaringen waar zijn! Het verslag van de menselijke geschiedenis maakt onbetwistbaar duidelijk dat er een onheilige, goddeloze kracht achter de menselijke regeerders staat, een kracht die hen tot daden van onuitsprekelijke verschrikking aandrijft.
De vraag zou echter bij iemand kunnen opkomen: Waarom zijn in deze tijd, nu materialistische mensen voorspeld hebben dat elke volgende generatie beter zal worden, de menselijke betrekkingen met medeschepselen slechter geworden dan ooit tevoren? Waarom is de wetteloosheid tot epidemische omvang uitgegroeid, zodat het in veel steden niet meer veilig is om in het donker zelfs maar op straat te lopen? Ook hiervoor verschaft de bijbel de uitleg.
DE TIJD VAN DE DUIVEL IS KORT
De bijbel onthult dat wij in de tijd van het einde van dit samenstel van dingen zijn aangeland. Bijbelse profetieën en de gebeurtenissen die in vervulling daarvan plaatsvinden tonen aan dat Gods Zoon, Jezus Christus, zijn macht heeft opgenomen en te midden van zijn vijanden is gaan regeren (Ps. 110:1, 2). Hierdoor wordt aangetoond dat hij beslist binnen dit geslacht Satan een verpletterende nederlaag zal toebrengen. Hoe dan wel? De bijbel verklaart:
„Neergeslingerd werd . . . de grote draak, de oorspronkelijke slang, die Duivel en Satan wordt genoemd, die de gehele bewoonde aarde misleidt; neergeslingerd werd hij naar de aarde . . . Weest hierom vrolijk, gij hemelen en gij die daarin verblijft! Wee de aarde en de zee, want de Duivel is tot u neergedaald, en hij heeft grote toorn, daar hij weet dat hij slechts een korte tijdsperiode heeft.” — Openb. 12:9, 12.
Dit is de oorzaak van de verschrikkelijke toename in wetteloosheid sinds de Eerste Wereldoorlog. Satan de Duivel is uit de hemel geworpen en hij is eropuit zoveel mogelijk schade aan te richten onder de mensheid. Ja, nu leven wij in de korte tijdsperiode van wee, waarover de bijbel spreekt. Hoe uiterst belangrijk is het daarom dat wij al het mogelijke doen om het te vermijden door de Duivel in de vernietiging meegesleept te worden!
De eerste noodzakelijke stap is te erkennen dat de Duivel werkelijk bestaat — dat hij en zijn demonen echte, ongeziene vijanden zijn (Ef. 6:12). Het is ook belangrijk dat wij zijn methoden voor het misleiden van mensen leren kennen. Hij is listig. „Satan zelf blijft zich veranderen in een engel des lichts”, zegt de bijbel (2 Kor. 11:14). Zijn plannen tot het misleiden van de mensen kunnen erg onschuldig lijken. Zoals wij gezien hebben, gebruikt hij zelfs religieuze leiders als zijn dienaren, die de mensen zo moeten bedriegen dat zij zullen geloven dat hij niet bestaat.
Keer u daarom af van de religieuze geestelijken, die de bijbel steeds meer als een mythe beschouwen. Word met kennis gewapend. Onderricht uzelf. Verkrijg hulp bij uw bijbelstudie van degenen die de bijbel als waarachtig blijven beschouwen. Jehovah’s getuigen zijn steeds bereid u te helpen.
[Voetnoten]
a New York Times, 30 april 1948.