Gileadschool gradueert 101 ’assistenten in het kentekenwerk’
DE DAG van de graduatie voor de 101 studenten van de vijfenveertigste klas van de zendelingenschool Gilead viel op 10 maart 1968, een dag die zij nooit zullen vergeten. De vice-president van het Wachttorengenootschap, die zowel tot hen als tot een gehoor van ongeveer 2000 vrienden en verwanten van de studenten sprak, identificeerde de studenten als assistenten in het kentekenwerk.
Wijzend op de profetie in het negende hoofdstuk van Ezechiël, waarin werd voorzegd dat er op het voorhoofd van personen die „zuchten en kermen over al de gruwelen die . . . bedreven worden”, een kenteken gezet zou worden, zei F. W. Franz dat de studenten zo’n kenteken hadden ontvangen en erop uit zouden trekken om in het kentekenen van anderen te helpen. Hij wees erop dat het kenteken dat op het voorhoofd is gezet, niet slechts op een verstandelijk begrip van Gods Woord der waarheid betrekking heeft. Het is een kenteken dat iemand als een christen identificeert. Het is een bewijs van een christelijke persoonlijkheid. De vice-president van het Genootschap was slechts een van de verscheidene sprekers die de vijfenveertigste klas van Gilead op die dag toespraken.
De president van het Wachttorengenootschap, N. H. Knorr, besloot de verschillende lezingen van aanmoediging voor de studenten, door er bij hen op aan te dringen hun belofte die zij hebben gedaan om Gods wil te doen, niet te vergeten. „Er zijn personen die Gods organisatie geheel hebben verlaten”, zei hij, „die ten slotte hebben vergeten waarin zij geloof hebben gesteld. Zij hebben God vergeten.”
„Nu de school is afgelopen”, zei hij, „is dit niet het einde, maar het begin”, en hij besloot met te zeggen: „Jullie hebben een schitterend voorrecht. Jullie moeten datgene wat jullie hebben geleerd en jullie belofte om Gods wil te doen, niet vergeten.”
Na zijn aanmoedigende toespraak stelden de studenten zich in een rij op het podium op en ontvingen ieder afzonderlijk een enveloppe van hem, die, in de meeste gevallen, een diploma bevatte. Om een diploma te kunnen ontvangen moet aan bepaalde vereisten van de school worden voldaan. De enveloppe bevatte ook een foto van de vijfenveertigste klas en wat geld om aan enkele persoonlijke onkosten tegemoet te komen. Toen de laatste gegradueerden weer naar hun plaatsen gingen, ging er bij wijze van felicitatie vanuit het publiek een luid applaus op.
Een afgevaardigde van de gegradueerden bood de president van het Genootschap daarna een brief van waardering aan, die hij ten aanhoren van allen voorlas. In deze brief gaven de gegradueerden uiting aan hun dankbaarheid voor de voortreffelijke opleiding die hun gedurende de voorgaande vijf maanden door het Genootschap was gegeven. Zij verklaarden dat hun begrip van en waardering voor Jehovah’s organisatie buiten al hun verwachtingen waren toegenomen. Zij waren ook van mening dat de bijbel nu een diepere betekenis voor hen had gekregen. Na het lezen van deze waarderende woorden was het programma voor die dag nog niet ten einde. Er zou ’s middags nog meer komen.
Ten einde alle aanwezigen aangenaam bezig te houden, gaven verscheidene gegradueerden enkele schitterende muzikale voordrachten ten beste, waaronder vrolijke liederen in het Spaans door een groep gegradueerden die deze taal op school hadden geleerd.
Tussen deze muzikale voordrachten door werd een tot nadenken stemmende „sketch” opgevoerd die liet zien hoe verscheidene studenten in de klas een demonstratie hadden ingestudeerd waarin werd aangetoond waarom het gehele boek Eén Korinthiërs nuttig is. Na een bespreking besloten zij een tafereel dat zich in de Korinthische gemeente van de eerste eeuw zou hebben kunnen afspelen, op te voeren. Hierdoor werd aangetoond hoe Paulus’ brief onder meer de aangelegenheid van scheuringen in de gemeente behandelde, hoe erin tot handelen werd aangespoord jegens een immoreel lid van de gemeente, en hoe de brief raad gaf aan hen die een ongelovige huwelijkspartner hadden. Op bekwame wijze lieten zij het hoofdthema goed uitkomen, namelijk, dat de beginselen in de bijbel voor ons allen nuttig zijn.
Het hoogtepunt van het middagprogramma was een indrukwekkende gekostumeerde opvoering van taferelen uit het leven van de dochter van een rechter in het Israël uit de oudheid, rechter Jefta. Het was een ontroerend en tot geloof inspirerend toneelstuk, een verrukkelijke voordracht.
Nadat het toneelstuk was afgelopen, kwam de hele klas op het podium en zong een ontroerend afscheidslied. Daarna moedigde de president van het Genootschap hen in zijn slotopmerkingen aan „dit voortreffelijke werk te blijven voortzetten”. Dit schitterende graduatieprogramma van de vijfenveertigste klas van Gilead werd door zijn slotgebed beëindigd.