Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w69 15/2 blz. 116-119
  • ’De werken van het vlees zijn brasserijen’

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • ’De werken van het vlees zijn brasserijen’
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • BRASSERIJEN DOOR GODS WOORD VEROORDEELD
  • WAAROM WIJ OP ONZE HOEDE MOETEN ZIJN
  • FEESTELIJKE GELEGENHEDEN IN DE HAND HOUDEN
  • Carnavalsvieringen — Juist of onjuist?
    Ontwaakt! 1996
  • Brasserijen
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Carnaval en de oorsprong ervan
    Ontwaakt! 1974
  • Brasserij
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
w69 15/2 blz. 116-119

’De werken van het vlees zijn brasserijen’

„GA SAMEN naar huis en denk er nooit meer aan!” zei de Münchense rechter tegen het volkomen uit het lood geslagen jonge echtpaar vóór hem. „Het was toch immers carnavalstijd?” Ja, het gebeurt herhaaldelijk dat een Münchense rechter dat zegt tegen echtparen die bij hem komen en echtscheiding trachten te verkrijgen omdat een van hen gedurende „Fasching” of carnavalstijd, een „feest” dat in München zeven weken duurt, ontrouw is gebleken.

Hoe gaat het met deze carnavals nu eigenlijk toe? Hierover lezen wij: ’Met zorgeloze losbandigheid (hetgeen onveranderlijk tot een hoger geboortecijfer in oktober en november leidt) houden Westduitsers hun jaarlijkse feesten die in het Rijnland en Zuid-Duitsland aan de grote vasten voorafgaan en die tot de laatste minuut van vastenavond doorgaan. Zoals te verwachten was, waren sommige geestelijken en ouders er niet mee ingenomen, maar de feestgangers genoten. In het Rijnland wordt de met carnavalstijd gepaard gaande vrijheid wettelijk erkend als een verontschuldiging voor praktisch alles, behalve moord en rijden onder invloed. Voor mannen is vooral de „vrouwencarnavalsnacht” gevaarlijk, wanneer hele stadsdelen wemelen van struise Duitse deernen die nietsvermoedende mannen een pak slaag geven of zich nog intiemere vrijheden veroorloven. Ook München houdt wettelijk rekening met carnavalstijd, vooral met het oog op de soms moeilijkheden veroorzakende traditie dat echtparen niet samen naar bals gaan.’ — Newsweek van 4 maart 1963.

Tijdens het Münchense feest worden ongeveer drie miljoen liter bier plus vele duizenden liters wijn en andere alcoholische dranken gedronken, om nog maar niet te spreken van de honderdduizenden worstjes, enzovoort, die worden verorberd. Deze feesten zijn in hoofdzaak van religieuze oorsprong, daar ze zijn ingesteld om te worden gevierd vóór de grote vasten, wanneer katholieken worden verondersteld te vasten wat vlees betreft en zich andere genotmiddelen te ontzeggen. Het woord „carnaval” betekent „vaarwel, vlees”. In andere steden, zoals New Orleans, is het feest bekend als Mardi Gras, dat formeel betrekking heeft op de laatste dag van het carnaval en dat letterlijk „vette dinsdag” betekent, de laatste dag waarop het vóór de grote vasten geoorloofd is vlees te eten.

Niet dat brasserij alleen maar tot deze speciale gelegenheden is beperkt, want in vele steden bestaat het nachtleven vaak uit luidruchtige pretmakerij, waarover in één verslag over Buenos Aires wordt gezegd: „Als gewoonlijk doet een hevig lawaai in La Boca, het havendistrict waar elke avond een uitzinnige jool losbarst, een restaurant op zijn grondvesten schudden. Net als in andere vrolijke nachtgelegenheden, leggen kelners vaak hun dienblad neer om een muziekinstrument te grijpen, springen klanten op om te dansen of een lied te zingen en slingert zich een spontaan gevormde rij conga-dansende mensen tussen de tafeltjes door — aan één stuk door, tot vroeg in de morgen.” — National Geographic van november 1967.

BRASSERIJEN DOOR GODS WOORD VEROORDEELD

Ongetwijfeld beweert het grootste deel van degenen die zich aan zulke brasserijen overgeven dat zij christenen zijn, rooms-katholieken of protestanten, doch zijn brasserijen betamelijk voor christenen? Niet volgens de apostel Petrus, want hij herinnert christenen eraan dat, hoewel zij zich voordat zij christenen werden misschien aan brasserijen hebben overgegeven, zulke dingen hun nu niet meer passen: „Want het is voldoende dat gij in de voorbijgegane tijd de wil van de natiën hebt volbracht, toen gij u overgaaft aan daden van losbandig gedrag, wellusten, overdaad van wijn, brasserijen, drinkpartijen.” Omdat christenen zich niet langer aan zulke dingen overgeven, staan hun vroegere vrienden en kennissen vreemd te kijken en spreken zij schimpend over hen, zegt Petrus verder. — 1 Petr. 4:3, 4.

Dat brasserijen niet betamelijk zijn voor christenen, maakt ook de apostel Paulus duidelijk, want hij schreef: „Laten wij betamelijk wandelen, zoals overdag, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in ongeoorloofde gemeenschap en losbandig gedrag, niet in twist en jaloezie. Maar doet de Heer Jezus Christus aan en maakt niet van tevoren plannen voor de begeerten van het vlees.” Hij is trouwens dezelfde apostel die ons zegt dat brasserijen tot „de werken van het vlees” behoren: „De werken van het vlees nu zijn openbaar, welke zijn hoererij, onreinheid, een losbandig gedrag, afgoderij, . . . drinkgelagen, brasserijen, en dergelijke.” Hoe ernstig zijn deze praktijken dan wel? Het zijn dingen waardoor een christen eeuwig leven zou verliezen. „Aangaande deze dingen waarschuw ik u van tevoren”, schreef de apostel Paulus, „dat wie zulke dingen beoefenen, Gods koninkrijk niet zullen beërven”. Deze woorden zijn niet mis te verstaan! — Rom. 13:13, 14; Gal. 5:19-21.

Dat deze waarschuwing van toepassing is op de bovenbeschreven brasserijen, blijkt duidelijk uit de betekenis van het oorspronkelijke Griekse woord dat werd gebruikt, namelijk komos, want dit betekent „een braspartij, zwelgpartij, datgene wat samengaat met en de gevolgen van dronkenschap”.a Wat de betekenis van het Nederlandse woord „brasserij” aangaat, lezen wij: „overdadig eten en drinken” en onder „brassen” wordt gezegd: „gulzig en overdadig, lekker eten en drinken, veelal met het bijdenkbeeld van losbandigheid.”

WAAROM WIJ OP ONZE HOEDE MOETEN ZIJN

Een brasserij behoeft dus niet zo’n grote aangelegenheid te zijn als de aan de grote vasten voorafgaande carnavals in München, doch elk gezellig avondje kan, als men niet oppast, in een brasserij ontaarden. Hoe dan wel?

Doordat er bij een feestelijke gelegenheid, zoals een huwelijksreceptie, als er vrolijke muziek is en er misschien volop bier en wijn wordt geschonken, het gevaar bestaat in excessen te vervallen. Misschien heerst er een luidruchtige vrolijkheid die voor christenen niet betamelijk is; misschien worden er vuile moppen verteld en bestaat er neiging tot brooddronkenheid met betrekking tot wat tussen de seksen welvoeglijk is, hetgeen er allemaal toe zou kunnen leiden dat het feest in een braspartij ontaardt.

Niet dat het Woord van God een spelbreker is. Geenszins! De bijbel sluit geen vreugde en vrolijkheid uit. Integendeel, er wordt herhaaldelijk in gezegd dat Gods volk vrolijk moet zijn en zich moet verheugen, en wel om diverse redenen. Zo wordt tot de mens gezegd zich te verheugen in zijn Schepper, tot de echtgenoot, zich te verheugen in zijn vrouw, tot de jongeman, zich in zijn jeugd, tot de arbeider, zich in het werk zijner handen en tot de boer, zich in de vruchten van zijn zwoegen te verheugen (Ps. 32:11; Spr. 5:15-19; Pred. 3:22; 11:9; Deut. 26:10, 11). En de bijbel geeft herhaaldelijk te kennen dat eten en drinken met vreugde gepaard gaan: „Eet uw brood met vreugde en drink uw wijn met een vrolijk hart.” Ja, Jehovah God heeft gezorgd voor „wijn, die het hart des mensen verheugt” en „brood, dat het hart des mensen versterkt”. — Pred. 9:7; Ps. 104:15.

Christenen moeten echter matig en beheerst zijn in het genieten van de goede dingen des levens. Daarom moet een christelijke man, wil hij de geschiktheid verwerven om opziener van een christelijke gemeente te zijn, onder andere „matige gewoonten” hebben. Christelijke vrouwen wordt eveneens gezegd „matige gewoonten” te hebben. — 1 Tim. 3:2, 11.

Onmatige gewoonten, een onbeheerst gedrag, luidruchtigheid en heel harde en schelle muziek werpen een ongunstig licht op een christen. Niet alleen dat, maar een dergelijk gedrag leidt vaak tot excessen zoals dronkenschap en gulzigheid, waarover de bijbel herhaaldelijk heel berispend spreekt: „Verkeer niet met wie zich te buiten gaan aan wijn en vlees.” Een dergelijk gebrek aan zelfbeheersing leidt vaak tot seksuele immoraliteit, hetgeen Gods Woord ondubbelzinnig veroordeelt: „Want dit wil God, de heiliging van u, dat gij u onthoudt van hoererij; dat een ieder van u weet hoe in heiliging en eer in het bezit te komen van zijn eigen vat, niet in hebzuchtige seksuele begeerte, zoals ook de natiën die God niet kennen . . . Want God heeft ons niet geroepen met verlof tot onreinheid, maar in verband met heiliging.” — Spr. 23:20; 1 Thess. 4:3-7.

Ja, een luidruchtig en onbesuisd gedrag verraden iemands gebrek aan zelfbeheersing. Roekeloze praat is vaak het voorspel tot roekeloze daden. Degenen die Gods goedkeuring trachten te verkrijgen moeten dus de raad ter harte nemen: „Geen verwaten taal kome uit uw mond. De HERE immers is een alwetend God en door Hem worden de daden getoetst.” Het is een foutieve gedachte dat bier, wijn en sterke drank bij een feestelijke gelegenheid niet mogen ontbreken; dit is grotendeels een kwestie van plaatselijke gewoonte. Het is daarom goed altijd de wijze woorden in gedachten te houden. „De wijn is een spotter, de drank een luidruchtige, ieder die zich daaraan overgeeft, is onwijs.” Als christenen niet op hun hoede zijn, kunnen zij in de fout vervallen waarin de Israëlieten in de dagen van Mozes vervielen toen deze veertig dagen op de berg was, over welke gebeurtenis wij lezen: „Het volk ging zitten om te eten en te drinken en om op luidruchtige [en ook afgodische] wijze te brassen.” — 1 Sam. 2:3; Spr. 20:1; 1 Kor. 10:7 (NW, Eng. uitg. van 1950); Ex. 32:4-6.

Met betrekking hiertoe gaf de apostel Paulus de christenen in Korinthe goede raad, die vooral zij nodig hadden daar hun stad erom bekend stond dat ze zich aan zingenot en brasserijen overgaf. Hij zei: „Hetzij gij daarom eet of drinkt of iets anders doet, doet alle dingen tot Gods heerlijkheid. Geeft zowel joden als Grieken en de gemeente Gods geen aanleiding tot struikelen, zoals ook ik alle mensen in alle dingen behaag en niet mijn eigen voordeel zoek, maar dat van de velen, opdat zij gered mogen worden.” Ja, dit is nog een reden om bij feestelijke gelegenheden op onze hoede te zijn, namelijk: om anderen niet tot struikelen te brengen. Blijf bij zulke gelegenheden „rechte paden voor uw voeten maken”. — 1 Kor. 10:31-33; Hebr. 12:13.

FEESTELIJKE GELEGENHEDEN IN DE HAND HOUDEN

Er zijn een aantal dingen waarop gelet moet worden, willen feestelijke gelegenheden geen brasserijen worden. Zo geldt bijvoorbeeld het schriftuurlijke beginsel: „Wordt niet misleid. Slechte omgang bederft nuttige gewoonten.” Christenen doen er om deze reden goed aan feestjes die uitgaan van ongelovigen die geen belangstelling hebben voor Gods Woord en de hoge maatstaven daarvan met betrekking tot gedrag, te vermijden. Zelfs wanneer ongelovigen op feestjes van christenen worden uitgenodigd, moet men oppassen. In dit opzicht kan men een les nemen aan de Israëlieten uit de oudheid. Waren het geen ongelovigen door wie zij de zonde van Baäl-Peor gingen bedrijven? — 1 Kor. 15:33; Num. 25:1-9.

Nog iets waarop moet worden gelet, is het soort van dansen dat men zich permitteert. Veel van het dansen van tegenwoordig wekt de hartstocht op, doch er zijn ook gezonde volksdansen die heel wat lichaamsbeweging en vrolijkheid geven, zoals de quadrille en de polka. Bij zulke dansen behoort een zekere bedrevenheid en samenwerking en ze dragen bij tot de onderlinge vreugde van de hele groep, terwijl ze niet gekenmerkt worden door hetgeen zoveel moderne dansen aanstootgevend maakt.

Ten einde feestjes in de hand te houden, is het ook nodig aandacht te schenken aan de soort van muziek die er wordt gespeeld. De jeugd is geneigd de voorkeur te geven aan heel harde muziek die in deze wereld met brasserijen in verband wordt gebracht. Als christenen de leiding hebben, moeten zij er derhalve op toezien dat er goede of behoorlijke muziek wordt gespeeld, niet noodzakelijkerwijs klassiek of bezadigd, maar ook niet zinnelijk of vulgair, met een bovenmatige nadruk op lawaai en ritme, zoals het geval is op zoveel wereldse trouwrecepties. Zulke muziek is erop berekend de lagere instincten wakker te roepen en te maken dat men zich ongeremd laat gaan op vrijwel dezelfde wijze als sommige mensen op alcoholische dranken reageren.

Nog een waardevolle hulp is, ervoor te zorgen dat er op zijn minst verscheidene rijpe christenen aanwezig zijn. Vooral als de meerderheid uit jonge mensen bestaat, is het raadzaam dat er enkele werkelijk rijpe christenen aanwezig zijn, die zich ernstig bekommeren om het geestelijk welzijn van de jongelui. Als er op hen wordt gelet, zal dit ongetwijfeld op alle aanwezigen een heilzame uitwerking hebben.

Wat ook in ogenschouw moet worden genomen, is de waarde van bijbelse of ernstige onderwerpen van gesprek. Er kunnen bijvoorbeeld raadsels worden opgegeven die zijn gebaseerd op gebeurtenissen uit de Schrift, er kunnen bijbelse beginselen worden geïllustreerd, bijbelse figuren worden geïmiteerd of interessante ervaringen worden verteld. Zulke dingen kunnen een stimulans en een uitdaging vormen voor de vindingrijkheid, het acteertalent, enzovoort, en kunnen niet alleen tot een zeer prettige, maar ook tot een zeer nuttige avond leiden, zoals blijkt uit het succes dat de bijbelse drama’s hebben die elk jaar op de grote vergaderingen van Jehovah’s volk worden opgevoerd.

Iets wat niet over het hoofd gezien moet worden, is de praktische voorzorgsmaatregel om van tevoren een redelijke tijd af te spreken waarop het feestje zal eindigen. Hoe langer het duurt en hoe later het wordt, des te luidruchtiger zal het dan waarschijnlijk worden en des te groter wordt dan de verleiding er een „braspartij” van te maken. Aan het begin zou er een opmerking gemaakt kunnen worden betreffende de voorgenomen lengte van de avond, doch als de gastheer dit over het hoofd ziet, kunnen op zijn minst de gasten die er de noodzaak van inzien om op een redelijke tijd te vertrekken, zich, zonder zich al te bezwaard te voelen, verontschuldigen.

Dit heeft meer dan één voordeel. Niet alleen wordt de moraal waarschijnlijk beschermd, maar ook de gezondheid, daar het minder waarschijnlijk is dat men zich te buiten gaat aan eten en drinken en men meer nachtrust zal krijgen, hetgeen allemaal bijzonder belangrijk is voor christelijke bedienaren van het evangelie, die ’s zondags doorgaans een dag vol predikingsdienst en andere activiteiten in verband met hun aanbidding hebben. Een van de oudere christelijke bedienaren van het evangelie drukte het eens als volgt uit: „Hoe minder ik ’leef’, hoe meer ik geef”, waarbij hij met ’leven’ natuurlijk het zich overgeven aan wereldse genoegens bedoelde.

Ja, bij feestelijke gelegenheden zijn, evenals bij alle andere dingen die in het leven van een christen komen, beperking en zelfbeheersing nodig. Het is de bedoeling van de Schepper geweest dat zijn aardse schepselen veel vreugde zouden putten uit vele verschillende dingen, met inbegrip van gezellige avondjes. Dit behoeven echter geen brasserijen te worden; het kunnen gezonde, plezierige aangelegenheden zijn zonder dat men ergens excuus voor behoeft te vragen of spijt over behoeft te hebben. Stellig handelt men zo heel verstandig!

[Voetnoten]

a An Expository Dictionary of New Testament Words — W. E. Vine.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen