Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w68 15/6 blz. 359-360
  • Maria is niet de moeder van God

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Maria is niet de moeder van God
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • CHRISTUS IS AAN GOD ONDERWORPEN
  • HET GETUIGENIS VAN JEZUS’ DISCIPELEN
  • Is Maria werkelijk de „moeder van God”?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Aanbid de Schepper, niet de schepping
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Hebt u zich dit ooit afgevraagd?
    Ontwaakt! 1996
  • Wie was Jezus Christus?
    Ontwaakt! 1973
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
w68 15/6 blz. 359-360

Maria is niet de moeder van God

VOOR de ongeveer 590 miljoen rooms-katholieken in de gehele wereld zal deze verklaring ongetwijfeld schokkend zijn, maar ze wordt door de bijbel bevestigd. Waarom zou u bevreesd zijn het getuigenis van de bijbel aan een onderzoek te onderwerpen? Als Gods geïnspireerde Woord is de bijbel de waarheid, en de waarheid kan u nooit misleiden.

Al bladert u de gehele bijbel door, u zult geen enkele verklaring kunnen vinden die er zelfs maar op zinspeelt dat Maria de moeder van God is. Waarom geloven zoveel mensen het dan? Omdat het een officiële leerstelling van hun kerk is. Welke redenering er achter deze leerstelling schuilt, treedt aan het licht in de uiteenzetting in De Katholieke Encyclopædie, uitgegeven in 1953. Hierin wordt op bladzijde 259 verklaard: „Het is van Godswege geopenbaarde waarheid, dat Maria de moeder is van Jesus, die Gods eigen Zoon is. . . . Maria is geenszins de moeder van Jesus’ menselijke natuur, maar van de tweede persoon der Allerheiligste Drieëenheid zelf, die uit haar de menselijke natuur aannam. Vandaar dat allen, die het mysterie der menswording verminkten, ook Maria’s goddelijke moederschap in de Christologische strijd betrokken. Dit geschiedde door de ontkenning van Jesus’ Godheid.”

Oppervlakkig beschouwd, lijkt dit misschien een zuivere redenatie, doch ze is gegrond op een veronderstelling die niet juist is, en derhalve is de gevolgtrekking verkeerd. Daarom vindt de gevolgtrekking geen ondersteuning in de bijbel. De fout ligt in de veronderstelling dat Jezus Christus God is. Jezus heeft zichzelf nooit als God beschouwd en zijn volgelingen deden dit evenmin. Dit valt gemakkelijk te zien uit wat de bijbel zegt.

CHRISTUS IS AAN GOD ONDERWORPEN

Beschouw wat het Heilige Verslag verklaart met betrekking tot de wijze waarop Jezus zichzelf bekeek. Voor alle aanhalingen uit de bijbel zal, tenzij anders wordt aangegeven, de Sint-Willibrordvertaling worden gebruikt. Jezus zei tot de religieuze leiders uit zijn dagen die hem tegenstonden: „Maar waarom dan beschuldigt ge Mij, die door de Vader geheiligd en in de wereld gezonden werd, van godslastering als Ik Mijzelf Gods Zoon noem?” (Joh. 10:36) Merk op dat hij niet beweerde God te zijn, maar de Zoon van God. Jezus heeft zichzelf altijd als ondergeschikt aan zijn hemelse Vader en aan hem onderworpen beschouwd. Zoals in Johannes 14:28 wordt aangetoond, erkende Jezus dit door te zeggen: „De Vader is groter dan Ik.” Hij heeft dit ook aangetoond door erop te wijzen dat hij niet naar de aarde was gekomen om zijn eigen wil te doen, hetgeen stellig wel het geval zou zijn geweest als hij God was. Zoals in Johannes 6:38 staat opgetekend, zei hij: „Ik ben immers uit de hemel neergedaald, niet om mijn eigen wil te doen maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft.” Bij een andere gelegenheid merkte hij op: „Als God uw vader was, zoudt gij Mij beminnen, want van God ben Ik uitgegaan en van Godswege ben Ik hier. Neen, Ik ben niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden” (Joh. 8:42). Als hij God was geweest, zou hij uit zichzelf gekomen zijn.

Uit Jezus’ eigen getuigenis blijkt dus duidelijk dat hij zichzelf niet als God beschouwde of zichzelf aan God gelijk trachtte te maken. Door zich herhaaldelijk de Zoon van God te noemen, gaf hij te kennen dat hij een van Gods scheppingen was, evenals de engelen en Adam. Zij worden allen zonen van God genoemd. — Job 1:6, PC; Luk. 3:38.

Dat Jezus Christus God als zijn Vader erkende, duidt erop dat God hem tot bestaan heeft gebracht, hem een begin heeft gegeven. Na zijn opstanding uit de doden, heeft Jezus Christus hiervan getuigd in de openbaring die hij aan de apostel Johannes gaf, zeggende: „Zo spreekt ’Amen’, de getrouwe en waarachtige getuige, de oorsprong van de schepping Gods” (Apok. 3:14). Dat Jezus Christus hier sprak, wordt te kennen gegeven door Apokalyps 1:5.

Bij een zekere gelegenheid sprak Jezus over zijn Vader als zijn God, hetgeen hij niet had kunnen doen als hij in werkelijkheid zelf God was. Tot Maria Magdalena zei hij: „Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader, maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God” (Joh. 20:17). Als Jezus opsteeg naar zijn God, Degene die hem had gezonden, hoe kon Jezus’ moeder Maria dan de moeder van God zijn geweest?

HET GETUIGENIS VAN JEZUS’ DISCIPELEN

Hoe staat het echter met de discipelen van Jezus Christus die geïnspireerd werden om over hem te schrijven? Hoe luidt hun getuigenis? Zoals wij in 1 Korinthiërs 11:3 kunnen lezen, werd de apostel Paulus geïnspireerd als volgt van de ondergeschikte positie die de uit de doden opgewekte Jezus Christus in de hemel ten opzichte van zijn Vader inneemt, te getuigen: „Maar gij dient dit te beseffen: het hoofd van iedere man is Christus, het hoofd der vrouw is de man, en het hoofd van Christus is God.” Als Jezus Christus God was, zou hij niemand als hoofd boven zich hebben, vooral niet nadat hij naar de hemelen was teruggekeerd.

Verder zijn onderworpenheid aan God aantonend nadat hij naar de hemel was opgestegen, verklaart 1 Korinthiërs 15:28: „En wanneer alles aan Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan Degene, die het al aan Hem onderwierp, opdat God zij alles in allen.”

Maar u zult wellicht zeggen: „Hoe staat het met Johannes 1:1, waar wij lezen: ’Het Woord was God’?” Oppervlakkig gezien, zou hieruit opgemaakt kunnen worden dat Jezus Christus God is, doch dat zou een verkeerde gevolgtrekking zijn, daar ze niet in overeenstemming zou zijn met de andere teksten die wij zojuist aan de hand van een katholieke bijbelvertaling hebben onderzocht. De moeilijkheid ontstaat als men de Griekse tekst in het Nederlands vertaalt. De vertaling van de vier Evangeliën door H.A.P.J. Ogilvie, geeft deze passage weer op een wijze die in harmonie is met de rest van het getuigenis van de bijbel met betrekking tot Jezus Christus. Daar staat: „In den oerbeginne was het Woord, en het Woord was bij God en een goddelijk wezen was het Woord.” Dit is in overeenstemming met het volgende vers 1:2, waarin staat dat het Woord „bij God” was.

Door ten onrechte te veronderstellen dat Jezus Christus God is, is het mogelijk de conclusie te trekken dat Maria, de moeder van Jezus Christus, de moeder van God is. Aangezien de Schrift echter te kennen geeft dat Jezus Christus niet de Almachtige God is, doch de Zoon van God, de eerste schepping van de Vader, is de conclusie verkeerd. Hierdoor zijn alle miljoenen mensen misleid die Maria als de moeder van God vereren. Het heeft veroorzaakt dat zij tot degenen behoren van wie in Romeinen 1:25 gewag wordt gemaakt en die „de goddelijke waarheid [hebben] verruild voor de leugen, en de schepping geëerd en aanbeden in plaats van de Schepper; Hij zij gezegend in eeuwigheid!”

Religieuze organisaties die de mensen zo misleiden dat zij een schepsel aanbidden, zijn niet Gods ware vertegenwoordigsters op aarde, zoals ze beweren. Ze zijn in plaats daarvan een deel van het wereldrijk van valse religie, „Babylon de Grote” genoemd. Aan eerlijke mensen, die misleid zijn door Babylon de Grote en die datgene wensen te doen wat juist is in de ogen van God, wordt het bevel gegeven dat staat opgetekend in Apokalyps 18:4: „Vertrek, mijn volk, verlaat de Stad, opdat gij niet deelt in haar zonden en geen deel krijgt aan haar plagen.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen