De kerken geven een verkeerde voorstelling van God!
INDIEN u een van de 960 miljoen personen bent die de kerken der christenheid als vertegenwoordigers van God beschouwen, zal de stoutmoedige bewering dat ze hem verkeerd voorstellen, u misschien schokken. Op grond van uw persoonlijke ervaring kunt u zich misschien niet indenken hoe dit het geval zou kunnen zijn, doch sta ons toe u enkele feiten te verstrekken. Als u niet bang bent voor de waarheid, zult u ze overwegen.
In het deel van de bijbel dat oorspronkelijk in het Hebreeuws werd geschreven, komt de persoonlijke naam van God in de vorm van vier letters voor. De kerken weten wat deze letters betekenen. Ze hebben ze zelfs op vele van hun gebouwen overal ter wereld aangebracht, zoals de Saint Paul’s Chapel in de stad New York, de Basilica van St. Victor in Varese, in Italië, en de oudste kerk van Parijs, Saint Germain des Près, om er maar enkele te noemen. Hoewel de kerken Gods persoonlijke naam kennen, hebben ze deze voor de mensen verzwegen door hem weg te laten. Ze hebben dit zelfs in hun bijbelvertalingen gedaan.
PLAATSVERVANGENDE TITELS
Overal waar de vier Hebreeuwse letters voor Gods naam in de Hebreeuwse handschriften van de bijbel voorkomen, hebben de kerken er in hun vertalingen bijna onveranderlijk de titel „Here” voor in de plaats gezet. In het Nederlands zijn de letters voor zijn naam JHVH of JHWH. Hoe kunt u daar Here van maken? Zelfs in de verste verte lijkt het niet op de persoonlijke naam van God, die, als er klinkers aan worden toegevoegd, Jehovah of, zoals sommigen verkiezen, Jahweh is.
Kerkelijke instellingen hebben de Statenvertaling en de katholieke Petrus Canisius Vertaling voortgebracht. In de Statenvertaling komt Gods naam echter niet één maal voor, hoewel in de marge van oudere uitgaven ervan, zoals in de kanttekening van Pieter Keur, bij de eerste tekst waarin in het Hebreeuws de vier letters voor Gods naam voorkomen, namelijk Genesis 2:4, de lezer op het volgende attent wordt gemaakt: „Onthoud dit eens voor al: waar gij voortaan het woord HEERE met groote letters geschreven vindt, dat aldaar in het Hebreeuwsch het woord JEHOVAH, of korter JAH staat.” Hoewel in oudere uitgaven van de Petrus Canisius Vertaling in alle 6800 gevallen waarin in het Hebreeuws de vier letters voorkomen, steeds de naam Jahweh wordt gebruikt, is men er kort geleden toe overgegaan deze bij het herdrukken overal te vervangen door God.
Hoewel „Jehovah” misschien niet de wijze is waarop de Hebreeën de naam oorspronkelijk hebben uitgesproken, is dit geen steekhoudend argument om deze naam niet te gebruiken. In de naam „Jehovah” zijn de vier letters behouden waardoor Gods naam in het Hebreeuws wordt voorgesteld en deze naam is lange tijd als zijn persoonlijke naam erkend. Die naam onderscheidt hem van de miljoenen door mensen gemaakte goden — zoals de 330 miljoen goden van India — hetgeen niet van de algemene titel „Here” gezegd kan worden. Hoewel de kerken de naam Jehovah verwerpen door te beweren dat het niet de nauwkeurige Hebreeuwse uitspraak van Gods naam is, zijn ze zo inconsequent wel de eigennaam Jezus te gebruiken, hoewel dit niet de nauwkeurige Hebreeuwse of Griekse uitspraak van de naam van Gods Zoon is. Door Jehovah’s naam te verzwijgen en die door titels te vervangen, stellen de kerken hem verkeerd voor en doen ze het voorkomen alsof hij naamloos is.
VERKEERD VOORGESTELD ALS EEN DRIEËENHEID
Alsof deze belediging nog niet genoeg was, hebben de kerken de ware God verkeerd voorgesteld als een onbegrijpelijk drieënig God van drie personen in één. Ze noemen hem de „Drieënige God” of de „Heilige Drievuldigheid”. Als u uw bijbel onderzoekt, zult u niet één maal het woord „drieëenheid” aantreffen, noch een verklaring vinden dat de Almachtige God drie personen is die met elkaar van gelijke eeuwigheid en elkaar gelijk zijn, zoals de kerken beweren. Wat u daar zult vinden, is lijnrecht in tegenspraak met hun bewering en maakt hun leerstelling van de drieëenheid tot een leugen.
Ter ondersteuning van hun leerstelling beweren de kerken dat verschillende verklaringen in de bijbel te kennen geven dat God drie personen in één is. Ze beweren dat als hij, in Genesis 1:26, bijvoorbeeld zegt: „Laat Ons mensen maken naar ons beeld”, het gebruik van het woord „ons” drie personen in één God impliceert, hoewel het vers niet te kennen geeft hoeveel personen er met het woord werden bedoeld. Ze blijven deze schriftplaats halsstarrig verdraaien om hun geliefkoosde leerstelling te ondersteunen. Dat degene tot wie de Schepper werkelijk sprak zijn eerste schepping, zijn eniggeboren Zoon, was, wordt door de bijbel in Kolossenzen 1:15, 16 bewezen, waar staat: „Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping, want door bemiddeling van hem werden alle andere dingen in de hemelen en op de aarde geschapen.” Die machtige geestelijke Zoon was Jehovah’s meesterwerker. Het is logisch dat de Almachtige God tot dit geestelijke schepsel sprak en niet louter tot zichzelf.
Nog een schriftplaats die de kerken verdraaien om een schijnbare ondersteuning voor de drieëenheid te impliceren, is Johannes 10:30, waar Jezus zegt: „Ik en de Vader zijn één.” Ze beweren dat Jezus getuigde dat hij God is, doch is dat werkelijk hetgeen hij zei? Door Johannes 10:30 met Johannes 17:20, 21 te vergelijken, wordt het duidelijk dat Jezus dat helemaal niet zei. In de laatste schriftplaatsen zegt hij dat zij die geloof hebben in hem één met hemzelf en de Vader zijn. Jezus sprak kennelijk over eenheid van doel en niet over het één zijn als god.
Vele kerken gaan zo ver dat zij God verkeerd voorstellen door het te doen voorkomen alsof híj zijn leven als slachtoffer heeft gegeven voor de verzoening van de mensheid. Een katholieke publikatie uitgegeven door het Benedictijner Klooster van Eeuwigdurende Aanbidding in Missouri, V.S., doet deze onschriftuurlijke bewering door de titel te voeren: „God zelf ons Slachtoffer.” En het Boek van Mormon doet een soortgelijke bewering in Alma 42:15: „God Zelf [maakt] verzoening voor de zonden der wereld.” Deze grove verkeerde voorstelling van de eeuwige God spruit voort uit de leugen dat Jezus God is. Het genoemde boek voert die leugen zelfs zo ver dat het Jezus Christus in Ether 4:12 laat zeggen: „Ik ben de Vader.”
Gedurende zijn gehele bediening heeft Jezus Christus zichzelf niet bekend gemaakt als God, maar als de Zoon van God. Hij gewaagde er met geen woord over dat hij een deel van een drieënig God was en de bijbelschrijvers evenmin. In plaats dat hij beweerde gelijk aan zijn Vader te zijn, zei hij: „De Vader is groter dan ik” (Joh. 14:28). Deze verhouding waarin hij niet gelijk was aan de Vader veranderde niet na zijn opstanding en hemelvaart. Dit blijkt uit 1 Korinthiërs 11:3 en 15:28, waar wordt getoond dat de uit de doden opgewekte Jezus Christus onderworpen is aan de Vader.
Jezus noemde zijn Vader zijn God toen hij aan een van zijn volgelingen zei: „Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader en naar mijn God en uw God” (Joh. 20:17). Hij aanbad dezelfde God als zijn volgelingen. Het was tot deze God, Jehovah, dat hij bad toen hij stervende was aan de martelpaal: „Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?” — Matth. 27:46.
Zoals uit deze schriftplaatsen duidelijk blijkt, liegen de kerken der christenheid wanneer ze zeggen dat Jezus Christus God is en dat God naar de aarde is gekomen en gestorven is om mensen te redden. Ze geven een grove verkeerde voorstelling van de Schepper wanneer ze beweren dat hij een drieënig God of drie personen in één is, waardoor ze hem gelijkstellen met wat heidenen over hun goden zeggen. Ze verdraaien op oneerlijke wijze de Schrift om het te doen voorkomen alsof hun leerstelling er bij implicatie door wordt ondersteund. Wanneer wij beschouwen hoe de kerken aldus een verkeerde voorstelling van de ware God en zijn naam geven, hoe kunnen ze dan zijn vertegenwoordigers zijn? Gelooft u oprecht dat u de God der waarheid kunt behagen door tot dergelijke organisaties te behoren? — Openb. 18:4.