Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w68 1/3 blz. 151-154
  • Kunt u het stellen zonder God?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kunt u het stellen zonder God?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DE BRON VAN HET LEVEN
  • DEGENE DIE HET LEVEN ONDERHOUDT EN HET VAN HET NODIGE VOORZIET
  • ZONDER GOD LEVEN
  • ERKEN DAT U GOD NODIG HEBT
  • Wie is God eigenlijk?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Beschouw wat Jehovah voor u heeft gedaan
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Wanneer leven zo lang kan zijn als u maar wilt
    Ontwaakt! 1977
  • Bestaat er een God die zich om ons bekommert?
    Bestaat er een God die zich om ons bekommert?
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
w68 1/3 blz. 151-154

Kunt u het stellen zonder God?

IS GOD ONONTBEERLIJK VOOR HET MENSELIJK BESTAAN? IS LEVEN ZONDER HEM MOGELIJK?

BIJNA tweehonderd jaar geleden vroeg Napoleon Bonaparte aan de beroemde Franse astronoom Pierre Simon Laplace waarom hij in zijn nieuwe boek over de sterren helemaal geen melding maakte van God. Laplace antwoordde: „Ik had de hypothese niet nodig.” Hoewel de gedachte dat men het zonder God kan stellen destijds in sommige kringen tamelijk radicaal was, denkt men hier thans niet meer zo over.

Vele mensen vinden het thans niet ongewoon te denken dat zij het zonder God kunnen stellen. Hoewel zij beweren in het bestaan van God te geloven, doen de meeste mensen weinig of niets waaruit blijkt dat zij erkennen hem nodig te hebben. Zij bidden niet geregeld tot hem. Zij doen er geen moeite voor zijn wil te leren kennen. Ook proberen zij niet hun leven in harmonie met de voortreffelijke beginselen die in Zijn Woord de bijbel staan opgetekend, te leiden. Misschien noemen zij de bijbelse leerstellingen wel prijzend voortreffelijke idealen, maar zij aanvaarden ze niet als de maatstaf waarnaar zij willen leven.

Sommige mensen pochen zelfs dat zij alles wat zij hebben, door hun eigen krachtsinspanningen en zonder enige hulp van God hebben verworven. Is deze conclusie juist? Hebben wij niets aan God te danken en zijn wij geheel onafhankelijk van hem? Kunnen wij het werkelijk zonder hem stellen?

DE BRON VAN HET LEVEN

Wie heeft ons, om te beginnen, leven gegeven? Individueel hebben wij het vanzelfsprekend van onze ouders ontvangen. Maar wie heeft het menselijke leven doen ontstaan of geschapen? Het is duidelijk dat wij die Bron dank verschuldigd zijn. Zou het leven echter door toeval kunnen zijn ontstaan, zodat er dus geen intelligente bron voor nodig is geweest?

De vermaarde Franse filosoof Claude Tresmontant, die aan de beroemde Sorbonne in Parijs natuurfilosofie doceert, heeft deze vraag onlangs aan een onderzoek onderworpen. In een interview merkte hij op: „Slechts zeer weinig geleerden denken nu serieus” dat zuiver toeval „aangevoerd kan worden als een verklaring voor het verschijnen van zelfs het eenvoudigste levende organisme.”

Vervolgens ging hij ertoe over te verklaren waarom een toevallige combinatie van elementen niet langer serieus als een verklaring voor de oorsprong van het leven kan worden opgevat. „Wij zijn ons nu bewust van de buitengewone ingewikkeldheid van de grote moleculen die van de samenstelling van de levende cel deel uitmaken”, zei hij. „Er zijn berekeningen gemaakt om te ontdekken welke kans er zou bestaan om door middel van de werking van het toeval vanuit een oorspronkelijke toestand van primitieve chaos op deze grote moleculen te komen, en de conclusie is dat de tijdsduur en de hoeveelheid materie die voor de toevallige schepping van één enkele molecule nodig zouden zijn, in geen enkele verhouding tot de bekende ouderdom van onze Melkweg staan.”

Tresmontant merkte derhalve op dat „als materie in staat is geweest uit zichzelf” ingewikkelde levensvormen uit te vinden, „ze met grote wijsheid en onvergelijkelijk verstand begiftigd moet zijn”. Als men aan toeval toeschrijft wat radicaal tegen de waarschijnlijkheidswetten indruist, spelt men toeval in werkelijkheid met een hoofdletter en gebruikt men het als een synoniem voor God.

Het is duidelijk dat niet het stomme toeval maar de Almachtige God de Bron van alle leven is! Samen met de bijbelpsalmist erkent de eerbiedige mens ’dat Jehovah God is. Hij is het die ons heeft gemaakt, en niet wij zelf’. „Want bij U is de bron des levens” (Ps. 100:3, NW; 36:10 9). Wij zijn God er stellig dank voor verschuldigd dat hij ons leven heeft gegeven, en wij dienen hem voor deze wonderbare gift zeer erkentelijk te zijn.

DEGENE DIE HET LEVEN ONDERHOUDT EN HET VAN HET NODIGE VOORZIET

Hebben wij, nu wij in leven zijn, God echter nog nodig? Zijn wij in enig opzicht van hem afhankelijk? Een klein kind kan het nu eenmaal niet zonder zijn aardse ouders stellen. Het heeft iemand nodig om het te voeden, te kleden en van al het andere nodige te voorzien. Zijn mensen net zo afhankelijk van God, hun hemelse Vader of Levengever?

Veel mensen denken van niet. ’Wat heeft God voor mij gedaan?’ zullen zij wellicht vragen. Het is best mogelijk dat zij hard moeten werken om hun gezin van voedsel en kleding te voorzien, en misschien moeten zij wel uren lang werken om zaad te zaaien, terwijl zij daarna in de brandende zon moeten zwoegen om de oogst binnen te halen. Wie brengt dat zaad echter tot ontwikkeling, zodat het tot voedzaam voedsel wordt dat in staat is hun lichaam te versterken en hun kinderen te laten groeien? Hoe komt het dat zaad, plus een beetje water en grond, zulke wonderbare resultaten kan voortbrengen? Is een mens hiervoor verantwoordelijk?

Neen, God is hier aan het werk! Lang geleden besprak de christelijke apostel Paulus deze aangelegenheid van groei en zei: „Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God bleef het wasdom geven; zodat noch hij die plant iets is, noch hij die begiet, maar God, die het wasdom geeft” (1 Kor. 3:6, 7). Hoewel Paulus hier over geestelijke groei sprak, is het beginsel even waar met betrekking tot de groei van letterlijk zaad. God onderhoudt de wonderbare processen als gevolg waarvan deze zaadjes ontkiemen en de vele dingen voortbrengen die de mens nodig heeft.

Doordat de Franse astronoom Laplace enkele van de wetten had ontdekt die voor de ordelijke en ingewikkelde bewegingen van de hemellichamen verantwoordelijk zijn, ging hij er hooghartig van uit dat de hand van God hier niet bij was betrokken. Maar wie heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat de aarde met precies de juiste snelheid (ongeveer 1600 kilometer per uur bij de equator) om haar as zou draaien, zodat het leven op aarde zich in ideale perioden van zonlicht en duisternis kan verheugen? En wie heeft de snelheid waarmee de aarde een baan om de zon beschrijft op ongeveer 107.000 km per uur vastgesteld, hetgeen precies de juiste snelheid is om de aarde op een afstand van de zon te laten voortbewegen die voor de groei en voorspoed van het aardse leven ideaal genoemd kan worden?

De luisterrijke wet en orde die het universum beheersen, schakelen de mogelijkheid dat deze ideale omstandigheden door toeval zijn ontstaan, beslist uit. Jehovah God is de Schepper en Ontwerper van de sterren- en planetenstelsels. De bijbel verklaart hieromtrent: „Hij bepaalt het getal der sterren. Hij roept ze alle bij name” (Ps. 147:4; Jes. 40:25, 26). En de wet en orde waardoor de beweging van de planeten en sterren nog steeds wordt beheerst, getuigen ervan dat God nog altijd bestaat en deze wetten schraagt en er de hand aan houdt. Ja, de mens zou het niet buiten hem kunnen stellen; het leven op aarde zou zelfs niet kunnen voortbestaan.

Evenals een kind voor de noodzakelijke levensbehoeften van zijn ouders afhankelijk is, zo zijn alle mensen op overeenkomstige wijze van Jehovah God afhankelijk. De apostel Paulus had het bij het juiste eind toen hij de mensen zei dat God „regens vanuit de hemel en vruchtbare tijden [geeft], door uw hart overvloedig met voedsel en vrolijkheid te vervullen” (Hand. 14:15-17). Wij dienen God derhalve de eer voor deze dingen te geven en hem hier van harte voor te danken. Wij dienen te beseffen, zoals de bijbel zegt, dat „hij zelf aan allen leven en adem en alle dingen geeft”, ja, „door hem hebben wij het leven en bewegen wij ons en zijn wij”. — Hand. 17:25, 28.

Of de mensen dit nu willen erkennen of niet, zij hebben hun leven van God ontvangen en zijn van hem afhankelijk voor de vele fysieke behoeften die het leven mogelijk maken. Verschaft de hemelse Vader echter alleen maar voedsel voor het in stand houden van het lichaam en helemaal niets voor het voeden van de geest? Kunnen mensen het zonder de geestelijke voorzieningen van Jehovah God stellen?

ZONDER GOD LEVEN

Hoewel de grote meerderheid van de wereldbevolking waarschijnlijk zal beweren in het bestaan van God te geloven, verkiezen de meesten van hen in onwetendheid van zijn geestelijke voorzieningen te leven. Zij houden zich doof voor de inhoud van de Heilige Schrift. Zij doen weinig of geen moeite om zich op de hoogte te stellen van Gods voorzieningen om de mensen van de steeds erger wordende gevolgen van de zonde te herstellen en hen in een rechtvaardig, nieuw samenstel van dingen met volmaakte gezondheid en volmaakt leven te zegenen.

De omstandigheden van zulke mensen komen overeen met die van de Efeziërs uit de oudheid, voordat zij christenen werden. De apostel Paulus schreef aan hen: „Gij [waart] in die tijd zonder Christus . . ., vervreemd van de staat Israël en vreemden met betrekking tot de verbonden der belofte, en gij hadt geen hoop en waart zonder God in de wereld. Maar nu zijt gij die eens veraf waart, in eendracht met Christus Jezus dichtbij gekomen, door het bloed van de Christus.” — Ef. 2:12, 13.

Voordat die Efeziërs tot een kennis van Gods voornemens kwamen, waren zij „zonder God”. Zij leefden in onwetendheid van zijn geestelijke voorzieningen en hadden geen werkelijke hoop op leven in blijvend geluk. Zij hadden alleen het vooruitzicht gedurende een korte tijdsduur te blijven leven en dan te sterven. Pas nadat zij op gunstige wijze op de boodschap van de Heilige Schrift hadden gereageerd, kwamen zij in een intieme verhouding tot God te staan en koesterden zij de zekere hoop op eeuwig leven. Dit vooruitzicht werd mogelijk gemaakt doordat zij dankbaar gebruik maakten van Gods voorziening van Jezus Christus, door bemiddeling van wiens slachtoffer zij van de veroordeling als gevolg van de overgeërfde zonde werden bevrijd en dicht bij God werden gebracht. — Ef. 1:7; Rom. 5:12.

Het is derhalve waar dat men tijdelijk zonder Gods geestelijke voorzieningen kan leven. Wanneer iemand alleen stoffelijk voedsel tot zich neemt, kan hij het een tijd lang volhouden. Maar na verloop van tijd kan hij er niet aan ontkomen dat de gevolgen van de zonde zich doen gevoelen en dat hij sterft. Ondanks de grote vorderingen op medisch gebied kan de mens niets doen om dit te verhinderen. Hoe duidelijk is het derhalve dat de mens God nodig heeft! Hij kan het op de duur niet zonder een kennis van hem en zijn voorzieningen stellen! Jezus Christus legde op dit feit de nadruk toen hij in aanwezigheid van zijn discipelen zei: „Dit betekent eeuwig leven, dat zij kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.” — Joh. 17:3.

ERKEN DAT U GOD NODIG HEBT

Doordat vele mensen zoveel goddeloosheid en menselijk lijden zien zonder ook maar iets van tussenkomst door God te bemerken, trekken zij klaarblijkelijk het bestaan van God in twijfel en concluderen zij dat zij, als hij toch mocht bestaan, het best zonder hem kunnen stellen. Sommigen worden er hierdoor zelfs toe gebracht zich in een handelwijze van goddeloosheid te verharden, zoals door de bijbelschrijver wordt opgemerkt: „Omdat het vonnis over de boze daad niet aanstonds voltrokken wordt, daarom is het hart der mensenkinderen in hen begerig om kwaad te doen.” — Pred. 8:11.

Enkel het feit dat God niet onmiddellijk opstaat om het kwade uit te roeien, is echter nog geen bewijs dat hij niet bestaat of dat men het zonder hem kan stellen. Dit is een voorbarige conclusie, die waarschijnlijk getrokken wordt omdat men die zelfzuchtig wénst te geloven. De geïnspireerde bijbelpsalmist merkt op: „De goddeloze stelt in zijn verwaandheid geen onderzoek in; al zijn denkbeelden zijn: ’Er is geen God’” (Ps. 10:4, NW). Zo iemand, die weigert een onbevooroordeeld onderzoek naar de bewijzen in te stellen, zal de waarheid nooit te weten komen. Door zijn bevooroordeelde en ondankbare handelwijze te blijven volgen, zal hij het zonder de grootse zegeningen moeten stellen die Jehovah God heeft weggelegd voor allen die zich zijn voorzieningen ten nutte maken.

Toon derhalve waardering en wees dankbaar. Geef God de eer voor het leven dat u geniet. Laat hem weten hoe dankbaar u bent voor het voedsel dat u eet, de lucht die u inademt, het prachtige landschap dat een verrukking is voor uw oog, de melodieuze geluiden die uw oor strelen en de vele andere zegeningen die hij schenkt. Begin er nu mee! Waarom zou u Jehovah God de eerstvolgende keer dat u zich aan de maaltijd zet er bijvoorbeeld niet van harte voor danken dat hij het voedsel heeft verschaft?

U hebt echter meer dan Gods stoffelijke voorzieningen nodig. Het leven is slechts tijdelijk en leeg zonder het geestelijke voedsel dat hij voor het in stand houden van de geest en het hart heeft verschaft (Matth. 4:4). Toon derhalve uw waardering voor deze voorziening door tijd voor een geregelde bijbelstudie terzijde te stellen. Stel dit niet uit! Jehovah’s getuigen willen u er graag bij helpen deze waardevolle kennis betreffende God en zijn voornemens te verkrijgen. U kunt het niet zonder deze kennis stellen. Houd Jezus’ woorden in gedachten dat het eeuwig leven betekent.

O, wat zal het heerlijk zijn als de verlossende macht van Christus’ slachtoffer ten behoeve van allen wordt aangewend die waardering hebben voor hun Grootse Schepper! Zelfs geliefde overledenen zullen uit hun graven te voorschijn worden gebracht. Dan zullen niet slechts enkelen, maar miljoenen de vreugde smaken die de ouders van het twaalfjarige meisje dat door Jezus Christus werd opgewekt, ten deel viel. Het bijbelse verslag zegt: „Zij [waren] buiten zichzelf van grote verrukking” (Mark. 5:42). Stelt u zich de blijdschap op aarde eens voor wanneer Jezus’ stellige belofte in vervulling gaat: „Het uur komt waarin allen die in de herinneringsgraven zijn, zijn stem zullen horen en te voorschijn zullen komen”! (Joh. 5:28, 29) Geen enkele menselijke macht kan dit bewerkstelligen. Het kan alleen tot stand gebracht worden door de macht van de oorspronkelijke Bron van het leven, Jehovah God, die de doden door bemiddeling van Jezus Christus zal opwekken. Wat is het duidelijk dat wij God nodig hebben en het niet zonder hem kunnen stellen.

Indien u thans, evenals de christenen uit het oude Éfeze, gebruik maakt van Gods voorziening om de mensheid van de veroordeling tot zonde en dood te herstellen, zult u het gelukkige vooruitzicht hebben in de gehele eeuwigheid nooit zonder God te zijn. U zult veeleer persoonlijk deel uitmaken van het in Gods Woord beschreven tafereel:

„Zie! De tent van God is bij de mensen, en hij zal bij hen verblijven, en zij zullen zijn volken zijn. En God zelf zal bij hen zijn. En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan.”

Kunt u zich er vol vertrouwen op verlaten dat deze belofte waar is? Ja, beslist, want de bijbel geeft ons vervolgens de verzekering: „En hij die op de troon zat, zei: ’Zie! Ik maak alle dingen nieuw.’ Ook zegt hij: ’Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig.’” — Openb. 21:3-5.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen