Een bruidegom trekt ten oorlog
1. Hoe werd er in het Israël uit de oudheid rekening gehouden met een man die pas getrouwd was?
HET geluk van jonggehuwden vertedert iedereen, zo blijkt telkens weer. Wanneer een jonge, pasgetrouwde man wordt opgeroepen voor de oorlog, voelt gewoonlijk de hele gemeenschap met hem mee. In sommige landen staat de regering welwillend tegenover pasgetrouwde mannen en vaak geven ze hen uitstel. In het Israël uit de oudheid was een pasgetrouwd man een jaar lang vrijgesteld van militaire dienst, uit consideratie met zijn vrouw en opdat hij de gelegenheid zou hebben een nakomeling en erfgenaam te verwekken en te zien, want in Israël had elke man zijn erfdeel van het land en als hij ten strijde geroepen zou worden, zou hij kunnen sneuvelen en dan zouden er geen zoons zijn die de naam van zijn familie zouden blijven dragen en zijn bezit konden erven. Oorlogvoering was niet zo belangrijk dat hierdoor het recht op voortbestaan van elke familie teniet gedaan werd. — Deut. 24:5.
2. Waarom trekt de bruidegom die wij hier beschouwen ten oorlog, terwijl hij toch een bruidegom is?
2 De bruidegom over wie wij hier spreken, is niet de een of andere gewone soldaat. Hij is een aanvoerder. De verplichting aan de oproep tot oorlog gehoor te geven is hèm opgelegd, want deze oorlog is geen gewone oorlog. Hij is de enige aanvoerder die de noodzakelijke bekwaamheden bezit om deze oorlog te voeren. Ook de eer van de familie is erbij betrokken. Wie is de aanvoerder die zulke capaciteiten bezit en zelfs zijn huwelijksplechtigheid in de steek kan laten, ja, dit vrijwillig en met blijdschap doet? En hoe komt het dat hij een oorlog zo belangrijk vindt?
REDENEN OM TEN OORLOG TE TREKKEN
3. (a) Hoe kan de Bruidegom Jezus Christus ten oorlog trekken zonder ervoor bevreesd te zijn niet naar zijn bruid terug te zullen keren? (b) Waarom wil hij graag gaan?
3 De Aanvoerder over wie wij spreken is niemand minder dan Jezus Christus. Het mag dan waar zijn dat de religies van de christenheid hem graag afbeelden als alleen maar een baby in zijn kribbe, of als een zwak, verwekelijkt, droevig en zielig schepsel. Maar zulk een afbeelding is een grove verdraaiing van de feiten, want als de religieaanhangers van de christenheid de bijbel lezen, zullen zij moeten toegeven dat Jezus Christus zelfs niet langer meer een mens is. Hij is een machtig, verheerlijkt, onsterfelijk, geestelijk persoon in de hemel (1 Tim. 6:16; Fil. 2:9-11). Hij behoeft niet te vrezen dat hij niet van de strijd zal weerkeren. Er bestaat geen gevaar en er is geen mogelijkheid dat hij wordt gedood en niet naar zijn Bruid zal terugkeren. De strijd is belangrijk voor hem, in de eerste plaats omdat de naam van zijn Vader, Jehovah God, erbij betrokken is, en in de tweede plaats omdat hij noodzakelijk is ter bescherming van zijn Bruid. Dit is niet zo maar een oorlog, want het betreft de laatste oorlog tegen alle aardse vijanden van God en de mens, en hiervoor is dus de allerbeste Aanvoerder nodig. Laten wij de hoedanigheden die op hem betrekking hebben eens beschouwen:
4. Hoe zijn de omstandigheden wanneer de Bruidegom ten oorlog trekt?
4 In het negentiende hoofdstuk van Openbaring wordt onmiddellijk nadat het „avondmaal van de bruiloft van het Lam” is aangekondigd, beschreven dat Jezus Christus ten strijde trekt. God heeft juist Babylon de Grote, het wereldrijk van valse religie, vernietigd door bemiddeling van de koningen die worden afgebeeld door de „tien horens” van het scharlakengekleurde wilde beest (Openb. 17:16). De strijd die Jezus Christus levert, is gericht tegen de vijanden van God die nu nog op aarde zijn, de politieke regeringen die Gods koninkrijk tegenstaan en die de overgebleven leden van de Bruid, degenen die zijn uitgenodigd voor het „avondmaal van de bruiloft van het Lam”, proberen te vernietigen.
EIGENSCHAPPEN VAN EEN KRIJGSMAN
5. (a) Wat wordt afgebeeld door het witte paard waarop hij rijdt? (b) Hoe kan hij „Getrouw en Waarachtig” worden genoemd?
5 Het toneel begint met de Aanvoerder die op een wit paard gezeten is. „En ik zag de hemel geopend, en zie! een wit paard. En degene die erop zat, wordt Getrouw en Waarachtig genoemd, en hij oordeelt en voert oorlog in rechtvaardigheid” (Openb. 19:11). Een paard geeft te kennen dat er oorlog bij betrokken is, want God heeft lang geleden gezegd: „Kunt gij het paard sterkte geven? . . . reeds van verre ruikt het den strijd” (Job 39:22, 28 19, 25). Ook gebruikt de bijbel de illustratie van een paard dat zich in de strijd stort (Jer. 8:6). Wit is een symbool van reinheid, zuiverheid. Jehovah is rein, en datgene wat in overeenstemming is met zijn wil, moet ook rein zijn. Dit betekent dat de strijd die Jezus Christus voert, rechtvaardig, heilig en in overeenstemming met Gods wil is, en bovendien noodzakelijk en heilzaam voor de mensheid. Hij is de Getrouwe en Waarachtige Getuige. Op aarde heeft hij zijn onkreukbaarheid jegens God bewezen. Toen hij voor Pontius Pilatus stond, zei hij: „Een ieder die aan de zijde van de waarheid staat, luistert naar mijn stem.” Tot zijn apostelen sprak hij over zichzelf als „de weg en de waarheid en het leven”, en tot zijn dood toe was hij onwankelbaar loyaal aan zijn Vader en God. De oorlog die hij voert, is een oordeel over Gods vijanden, en gezien het bericht dat zij hebben opgebouwd, wordt deze strijd tegen hen beslist in rechtvaardigheid gestreden. — Joh. 18:37; 14:6.
6. (a) Hoe schitteren de ogen van de Bruidegom-Krijgsman als een „vuurvlam”? (b) Wat laten de „vele diademen” die hij draagt, zien?
6 Hij trekt snel tegen de vijand op: „Zijn ogen zijn een vuurvlam en op zijn hoofd zijn vele diademen. Hij draagt een geschreven naam die niemand kent dan hijzelf” (Openb. 19:12). De koningen der aarde zien hem natuurlijk niet met hun letterlijke ogen, want Johannes zegt dat hij dit visioen in de hemel zag. Maar als zij dit wilden, zouden zij hem door middel van hun geestelijk gezichtsvermogen kunnen zien, want er is veel waarschuwingswerk gedaan. Zij weigeren hem echter te zien. Zijn ogen flikkeren als een „vuurvlam” wanneer hij naar de vernietiging van zijn vijanden kijkt. De „vele diademen” die hij op zijn hoofd draagt laten zien dat hij een veel grotere autoriteit heeft dan het wilde beest dat uit de zee is opgekomen en dat Satans gehele politieke organisatie op aarde afbeeldt, hetgeen blijkt uit de tien diademen. Zijn heerschappij is groter dan van hen allemaal samen, omdat hij die van de rechtmatige Bron van alle kracht en autoriteit, Jehovah, heeft ontvangen. — Openb. 13:1, 2; 2:26, 27; 12:5, 10.
7. (a) Hoe strijden de koningen der aarde tegen Jezus Christus? (b) Hoe toonden de beweringen van een rechter in Portugal, tegen wie hij in werkelijkheid streed?
7 De koningen die tegen Jezus Christus strijden, proberen de bekendmaking die wordt gedaan, namelijk dat hij in 1914 toen de tijden der heidenen eindigden, zijn koningschap in de hemel heeft opgenomen, te negeren. Het is een strijd die betrekking heeft op soevereiniteit, en de heersers denken er niet aan hem op te geven. Zij strijden tegen het Koninkrijk door tegen de aardse aankondigers ervan te strijden. Omdat zij tegen Jezus Christus zelf niet rechtstreeks ten strijde kunnen trekken, proberen zij hun strijd tegen Gods christelijke getuigen op aarde een tintje van wettigheid te geven. Zij gebruiken verschillende wetten en proberen ze dan zo te draaien dat ze van toepassing worden op het predikingswerk van Jehovah’s getuigen. Een voorbeeld hiervan vinden wij in het geval van de recente rechtszaak tegen negenenveertig getuigen van Jehovah in Portugal die werden gearresteerd toen zij in een voorstad van Lissabon vreedzaam in een particulier huis de bijbel bestudeerden. Onder het voorwendsel dat er in Portugal vrijheid van godsdienst heerst, zei de presiderende rechter, Antonio de Almeda Mora, tot een van de gedaagden: „U wordt niet beschuldigd van onwettige vereniging. U staat niet terecht wegens het aanbidden van Jehovah”, waarna hij vervolgde: „Er is geen vrijheid voor iedereen die maar een religie uitvindt en in de naam van God of wat het ook moge zijn, maar doet wat hij wil. Hij zal ondergeschikt moeten zijn aan mensen die over de dingen op aarde heersen. . . . Het beginsel waarvan u wordt beschuldigd, is ongehoorzaamheid van algemene aard en aan de wetten van de natie.” Ten slotte liet de rechter duidelijk zien tegen wie hij werkelijk streed, toen hij verklaarde: „Wij moeten de goddelijke wet aan aardse wetten aanpassen. Wij moeten de dingen logisch interpreteren. Soms vertonen goddelijke wetten zekere aberraties.”
8. Als Jezus erop uittrekt om tegen de koningen te strijden, zullen zij dan steun krijgen van de religieuze geestelijkheid, zoals tegenwoordig, bijvoorbeeld in Portugal, gebeurt? Leg dit uit.
8 Portugal is een hecht katholiek land en de rechters worden gesteund door de religieuze geestelijkheid. Maar wanneer Jezus Christus uittrekt tot de oorlog die hier beschreven wordt, zal Babylon de Grote vernietigd zijn en de politici zullen niet langer de pontifex maximus van de christenheid en de priesters en geestelijken en aalmoezeniers achter zich hebben staan om hun religieuze goden om de overwinning te bidden. Zij vechten voor een verloren zaak.
WAPENS WAAR DE NATIËN ZELFS NIET VAN DROMEN
9. (a) Wat is de zinnebeeldige betekenis van het woord „naam”? (b) Hoe kan men zeggen dat Jezus Christus een naam heeft die „niemand kent dan hijzelf”?
9 De Bruidegom-Krijgsman heeft „een geschreven naam die niemand kent dan hijzelf”. Een naam heeft vaak betrekking op reputatie of eigenschappen. Iemand die bijvoorbeeld de naam heeft een strijder te zijn, heeft in de regel de eigenschappen die noodzakelijk zijn voor een goed strijder, zoals onbevreesdheid, waakzaamheid, kracht, vastbeslotenheid, uithoudingsvermogen, enzovoort. Dat de regeerders de „naam” van hun tegenstander Jezus Christus niet kennen is gedeeltelijk hieraan te wijten dat de religieuze leiders hun in het verleden een verkeerde voorstelling van hem hebben gegeven. Zij hebben absoluut geen idee van de krachten en eigenschappen waarover hij beschikt. Zij beseffen niet dat hij hen met het minste, het eenvoudigste van al zijn wapens, volkomen machteloos kan maken. Hoe gemakkelijk kan bijvoorbeeld een grote militaire operatie vastlopen door een enkele sneeuwstorm. Of een weersverandering, een orkaan, een aardbeving, een vloedgolf, of een van de honderden andere natuurkrachten kan een gehele oorlogsmachine in tijd van een paar uur of zelfs een paar minuten volkomen machteloos maken. Dit zijn nog maar enkele van de eenvoudigste manieren waarop Jehovah’s grote Krijgsman tegen hen kan strijden. Zij zouden Job 37:3-13; 38:22, 23; 12:17-25 eens moeten lezen, en als zij deze teksten beschouwd hebben, zullen zij weten dat dit nog maar het begin is van wat hij vermag, en nog maar een glimpje van de macht die Jehovah God heeft en die hij in handen van zijn Krijgsman-Zoon heeft gelegd. — Job 26:14.
10. Wat wordt te kennen gegeven door de naam „Het Woord van God”, en wat door het feit dat zijn bovenkleed met bloed besprenkeld is? (voetnoot) Hoe werden de geestelijken er heel goed over ingelicht wie het Woord van God in werkelijkheid is, en welke uitwerking had dit op hen?
10 „Hij is getooid met een bovenkleed dat met bloed besprenkeld is, en zijn naam wordt genoemd: Het Woord van God” (Openb. 19:13). Wat maakt hem tot de ideale aanvoerder en degene wiens legers hem met onverbrekelijke loyaliteit en onwankelbare toewijding volgen? Waar het om gaat is, dat hij, toen hij als mens op aarde was, geen duimbreed is afgeweken van zijn offerandelijke loopbaan, maar zijn eigen bloed heeft gegeven in het belang van Gods koninkrijk en tot welzijn van zijn volgelingen. Het bovenkleed waarmee hij getooid is, getuigt hiervan: het is met bloed besprenkeld. Zijn officiële naama „Het Woord van God”, duidt hem aan als de universele woordvoerder en zegsman van God de Almachtige, en als hij spreekt, gebeurt dit dus met volledige autoriteit.
11. Wie vormen de legers die Christus volgen, en hoe hebben zij reeds bewezen strijders te zijn?
11 „En de legers die in de hemel waren, volgden hem op witte paarden, en zij waren gekleed in wit, rein, fijn linnen” (Openb. 19:14). Merk op dat dit geen aardse legers zijn, want zij zijn met hun aanvoerder in de hemel, rijdend op symbolische witte oorlogspaarden, en hun kleding identificeert hen als rechtvaardige strijders. Deze engelenkrachten hebben — hetzij allen, of velen van hen — reeds deelgenomen aan een oorlogvoering in de hemel tegen Satan en zijn demonen en hebben hen naar de aarde geworpen. Het visioen van Openbaring toont aan dat de demonen sinds die tijd een ongewone activiteit aan de dag hebben gelegd om de natiën tegen God op te zetten. — Openb. 12:3-13.
12. (a) Wat stelt het zwaard voor dat uit de mond van de hemelse aanvoerder komt? (b) Hebben de koningen en rechters een eerlijke kans gehad, en wat moet Jezus met hen doen?
12 Deze Bruidegom-Krijgsman is Gods spreekbuis of woordvoerder. Wat spreekt of gebiedt hij als hij op dit punt is aangeland? Het is een bevel of vonnis tot terechtstelling — vernietiging — tegen zijn vijanden. Hij kan hun terechtstelling gelasten en erop toezien dat deze wordt uitgevoerd. Daarom wordt hij afgebeeld als met een lang zwaard dat uit zijn mond te voorschijn komt (Openb. 1:16; 2:12, 16). Zoals een zwaard de autoriteit afbeeldt om ter dood te brengen, welke autoriteit tot nu toe door de regeerders van de wereld is uitgeoefend (Rom. 13:4), zo heeft ook Jezus Christus deze autoriteit, die echter hoger is dan die van hen. De natiën met hun koningen en rechters, zoals die in Portugal, hebben een kans gekregen ernaar te luisteren en zijn gewaarschuwd „den zoon [te kussen], opdat hij [Jehovah] niet toorne en gij onderweg niet te gronde gaat”. Zij zijn halsstarrig geweest en hebben niet geluisterd. Daarom zal hij hen op gewelddadige wijze samen met hun nationale politieke stelsels, grenzen, vlaggen, banieren, handelsverdragen, internationale verbintenissen en elk spoor van hun organisaties, evenals degenen die hen in hun oorlog tegen hem blijven steunen, moeten vernietigen zoals een ijzeren roede een vaas verbrijzelt. — Ps. 2:12, 8, 9; Openb. 2:27; 12:5.
SCHENK DE VIJAND VAN DE BRUID GEEN VERTROOSTING
13. Beschrijf het verschil tussen de handelwijze die door de geestelijkheid en die welke door Jehovah’s getuigen ten opzichte van de koningen der aarde en de vraag van de soevereiniteit wordt gevolgd.
13 Geen van Jehovah’s getuigen of van degenen die luisteren naar de boodschap die zij bekendmaken, willen iets met de strijd te maken hebben, want het ligt ver buiten hun macht er enige invloed op te kunnen uitoefenen. Het is geheel en al aan de hemelse strijdkrachten onder Jezus Christus om deze oorlog te strijden. Toch tonen Jehovah’s getuigen hun trouw aan de Koning. Op welke wijze? Door pal te staan in hun erkenning en bekendmaking van zijn superieure kwaliteiten en door te weigeren de vijand steun en aanmoediging te geven, zoals de geestelijken van de religieuze organisaties van Babylon de Grote dit doen door de plannen tot handhaving van het menselijke gezag op aarde, tégen Jehovah’s soevereiniteit in, te ondersteunen. Zij trachten de heersers het idee te geven dat zij kunnen winnen. In tegenstelling hiermee sporen Jehovah’s getuigen op aarde allen die dit willen ertoe aan, de overwinnende Krijgsman-Bruidegom om vrede te smeken nu er nog tijd voor is. Personen die dit wensen, kunnen de Bruidsklasse op aarde, die de leiding heeft over het prediken van het goede nieuws van het Koninkrijk, aanmoedigen en ter zijde staan door met hen een aandeel te hebben aan dit werk.
14. In welk opzicht is Jezus Christus „Koning der koningen en Heer der heren”, en wat wordt aangetoond door het feit dat die naam op zijn dij staat?
14 Het heeft voor regeerders en natiën geen enkele zin om zich tegen Gods gezalfde en op de troon geplaatste koning te verzetten, want „op zijn bovenkleed, ja, op zijn dij, draagt hij een naam geschreven: Koning der koningen en Heer der heren”. Hij staat boven hen allen. Op zijn dij, waar gewoonlijk het zwaard van gezag wordt gedragen, staat heel duidelijk zijn naam geschreven. De koningen der aarde hebben geweigerd die te lezen, in het bijzonder sinds 1914. De koningen en regeerders hebben van zichzelf, of tenminste van hun regeringsvorm, gedacht dat zij onsterfelijk zijn. Maar zij zijn allemaal sterfelijk. Hij alleen zal de strijd overleven en Hij zal de enige koning zijn die op het slagveld overblijft. — Openb. 19:16; 1 Tim. 6:14-16.
15. Waarom beschouwt Jezus het als een voorrecht, midden in de viering van zijn huwelijk een oorlog te mogen strijden?
15 Hoe prettig is het voor de Bruidegom, in het belang van zijn Bruid te kunnen handelen en díe leden van de Bruid te sparen die ook nog zijn uitgenodigd om de bruiloft bij te wonen en erop wachten tot dit ogenblik gekomen zal zijn! Hij heeft het voorrecht een oorlog te voeren die de naam van zijn Vader Jehovah zal rechtvaardigen en waardoor de roemrijke naam en het gezin van die roemrijke persoon van blaam wordt gezuiverd. Maar er valt nog meer te zeggen over de strijd. Vaak lezen wij over veldslagen en overwinningen uit de geschiedenis. Slechts zelden kunnen wij de daarbij betrokken strijdkrachten en het gevecht zelf van zeer nabij aanschouwen. Door nu de weinige overgebleven verzen van Openbaring hoofdstuk 19 te lezen, zult u nog meer vreugde putten uit het artikel in onze volgende uitgave dat deze verzen bespreekt.
[Voetnoten]
a Merk op dat hij niet „God het Woord” wordt genoemd, want hij is niet God, maar de Zoon van God. De apostel Johannes schreef zijn evangelie nadat hij het boek Openbaring had geschreven, en zijn woorden in Johannes 1:1, 2 stemmen hiermee overeen.
Zie blz. 55-64, de paragrafen 61-83 van de 64 bladzijden tellende brochure „Het Woord” — Wie is hij? Volgens Johannes, in juni 1962 uitgegeven in het Engels (in het Nederlands in 1963). In de Engels sprekende landen werd op 19 november 1962 aan alle priesters en geestelijken van de christenheid die men wist te wonen een gratis exemplaar hiervan toegestuurd, opdat zij er kennis van konden nemen. In Nederland werd dit op 20 mei 1963 gedaan.
Het Britannica Book of the Year van 1963 zegt op bladzijde 489 onder het kopje „Jehovah’s getuigen”: „Door middel van de inhoud van de brochure „Het Woord” — Wie is hij? Volgens Johannes werd een verdere poging gedaan om aan de hand van de woorden van de apostel Johannes vast te stellen dat Jezus geen deel van de drieëenheid is. De eerste oplaag bedroeg meer dan 2.500.000 exemplaren. Onmiddellijk na de vergaderingen werd er een speciale veldtocht over de hele wereld gehouden om elke protestantse, katholieke en joodse geestelijke een exemplaar ervan in handen te leggen.”
Gezien de reactie van de zijde van de geestelijkheid, was de brochure voor hen als een plaag.