Een gratis bijbelstudie
Een van Jehovah’s getuigen in Georgia, Verenigde Staten, schrijft:
„Enkele maanden geleden verscheen er in de krant onder de rubriek ’Hulp gewenst’ een advertentie die luidde: ’Slecht ziende christelijke dame vraagt iemand die bereid is een of twee uur per week uit de bijbel en andere geestelijke lektuur voor te lezen — telefoon . . .’
Aangezien Jehovah’s getuigen veel tijd besteden aan het zoeken naar mensen die belangstelling hebben voor de bijbel, was mijn belangstelling gewekt toen ik las dat iemand voor het voorlezen uit de bijbel wilde betalen. Ik pakte meteen de telefoon en belde haar op. Toen ik haar zei dat ik haar naar aanleiding van haar advertentie opbelde, was zij er verbaasd over dat die advertentie nog in de krant stond. Zij vertelde dat zij enkele dagen tevoren had opgebeld met het verzoek de advertentie in te trekken, daar zij slechts twee telefoontjes had gekregen. Eén dame had er geen belangstelling voor toen zij vernam wat het was; de ander was een dame van haar kerk die haar aanbood voor $4,– per uur voor te lezen. Zij zei tegen mij: ’Ik geloof niet dat ik meer dan $2,– per uur kan betalen; u zult dus ook wel geen belangstelling hebben om voor dat bedrag te komen.’
Ik verzekerde haar dat ik het een genoegen zou vinden om, niet voor $2,– per uur, maar geheel gratis naar haar toe te komen en haar uit de bijbel voor te lezen. Zij verbaasde zich erover dat iemand vrijwillig en kosteloos en nog wel aan een onbekende zijn diensten wilde aanbieden. Ik vertelde haar dat ik een van Jehovah’s getuigen was en dat wij er vele uren van onze tijd aan besteden om het grondiger lezen van de bijbel aan te moedigen en te bevorderen, en om gratis met de mensen de bijbel te bestuderen. Ik maakte een afspraak om haar de volgende vrijdag te bezoeken.
Aangezien toentertijd de lopende uitgave van het tijdschrift Ontwaakt! als titel had ’De wereldtoestanden verklaard — door de bijbel bij u thuis’, was dit een uitstekend thema om te gebruiken. Wij spraken over de wereldtoestanden en zochten vele schriftuurplaatsen op. Daarna las ik haar een van de artikelen over dat onderwerp uit Ontwaakt! voor. Voordat wij er erg in hadden, was het uur om. Toen ik mij gereed maakte om op te stappen, gaf zij mij $2,– en verontschuldigde zich dat zij niet meer kon geven. Toen ik het geld weigerde, zei zij: ’Welnu, als u het niet voor u zelf wilt gebruiken, gebruikt u het dan voor uw werk.’ Ik vertelde haar dat wanneer zij het tijdschrift Ontwaakt! en het zustertijdschrift De Wachttoren over de post wilde ontvangen, zij $2,– voor een jaarabonnement op beide tijdschriften kon bijdragen. Dan zouden wij altijd iets hebben waaruit ik kon voorlezen, als ik kwam. Zij stemde er gaarne mee in, maar daarna probeerde zij mij nog steeds die $2,– te betalen, wat ik natuurlijk weigerde.
Sindsdien hebben wij vele bijbelse onderwerpen met elkaar besproken en twee brochures doorgenomen. Zij heeft dikwijls gezegd dat zij in deze laatste paar maanden meer over de bijbel heeft geleerd, dan in al de jaren dat zij hem nog zelf kon lezen. En wanneer ik mij weer klaarmaak om te vertrekken, vraagt zij mij telkens weer: ’Kan ik u niet iets betalen voor de tijd die u hebt besteed?’ Dit is werkelijk een unieke bijbelstudie!”