Gezinsproblemen aanpakken voordat ze groeien
Wat is vaak een bron van gevaar? Hoe kunt u uw kinderen het beste beschermen?
HEBT u ooit iemand gezien die zijn tuin aan het eind van de zomer gaat wieden, als het onkruid reeds hoger is dan de planten? U weet dat dit hem heel veel werk en een pijnlijke rug kost. Dat niet alleen, doch in vele gevallen zijn de wortels van het onkruid en van de echte planten zó in elkaar verstrengeld, dat het praktisch onmogelijk is het onkruid te verwijderen zonder de planten te beschadigen. Maar als het onkruid er niet wordt uitgehaald, zal de vruchtbaarheid en schoonheid van de tuin bedorven zijn. Stellig een ontmoedigende toestand!
Doch als u erover nadenkt, beseft u dat hij een dergelijke toestand had kunnen vermijden door op de geschikte tijd het karwei van het wieden ter hand te nemen. Tijdens de zo belangrijke groeitijd, aan het eind van de lente, had hij met een minimum aan werk het onkruid uit de tuin kunnen houden en zo de bloemen en groenten een kans kunnen geven sterke wortels te ontwikkelen. In dat vroege stadium had hij, in dezelfde tijd die hij nu nodig heeft om één rij te wieden, de hele tuin tien keer kunnen schoffelen.
Ja, die tuinman heeft zijn problemen, en in dat geval zijn het grote problemen. Wist u dat als u een godvrezende vader of moeder bent, dit precies van toepassing zou kunnen zijn op uw eigen achtertuin, om zo te zeggen? U hebt dikwijls horen zeggen dat kinderen opschieten als onkruid. Doch zij dienen eigenlijk vruchtbare planten te zijn, en zij moeten beschermd worden voor het binnendringende onkruid van een goddeloos samenstel van dingen. Wat voor tuinman bent u dus? Stelt u het behandelen van de kleine problemen van uw gezin uit tot ze grotere afmetingen hebben aangenomen en u niet meer in staat bent ze op te lossen?
HET GEVAAR VAN PROBLEMEN DIE NIET WORDEN AANGEPAKT
Kinderen gaan maar al te vaak met een of ander probleempje naar vader of moeder, met als enige resultaat dat zij worden genegeerd door een ouder die meent dat hij of zij het te druk heeft om te worden lastig gevallen. Het is misschien maar een simpele vraag die het kind heeft, of een verzoek om leiding bij het een of andere plan, maar de houding van de ouder dreigt de toekomst van het kind te ondermijnen. Naar wie anders kan het kind gaan? Zeker, de ouder vindt de vraag misschien onbelangrijk, maar ze kan voor het kind wel heel belangrijk zijn.
In het begin van de tienerjaren kan de jongen die dikwijls op die manier behandeld werd, wel met grotere problemen te kampen hebben, doch zijn ouders hebben hem het gevoel gegeven dat zij geen tijd voor hem hebben, en zij hebben bovendien niet die nauwe gezinsverhouding in stand gehouden die het gemakkelijk gemaakt zou hebben naar hen toe te gaan. De jongen kan wel in het gezelschap van een groep leeftijdgenoten hebben verkeerd en hen dingen zien doen die niet goed schenen. Als hij zich slechts vrij gevoeld had zich om raad tot zijn ouders te wenden! Maar neen. Te laat; hij is in grotere moeilijkheden verwikkeld geraakt, en de ouders zijn geschokt door de vragen die de politie over hem stelt.
In de latere tienerjaren begint de jongen afspraakjes met meisjes te maken. Er opent zich nu een vreemd nieuw deel van zijn leven voor hem, en o, wat had hij vaak voordeel kunnen trekken van ouderlijke raad! Maar op de een of andere manier moest hij maar op zijn eigen houtje doormodderen. Hoe zou hij ook met zijn ouders over zulke intieme kwesties kunnen spreken? Tegen deze tijd zijn zij bijna vreemden voor hem geworden. Waarom zouden zij nu wél belangstelling voor zijn problemen hebben, als zij tevoren zo weinig interesse toonden?
Ziet u nu hoe dit wereldse onkruid om hem heen opgroeit en de wortels daarvan in die van hem verward raken? Hij heeft naar raad van buitenstaanders geluisterd, van andere jonge mensen met een slecht oordeel, of van volwassenen die hun oordeel door sentimentaliteit laten verwarren. Zijn hele toekomst is reeds in gevaar.
Ten slotte komt de slag. Omdat hij minderjarig is, heeft hij nu de handtekening van zijn vader nodig om een meisje van een ander geloof te trouwen met wie hij seksuele betrekkingen had. Wat moeten zijn ouders doen? Zij haasten zich raad te vragen bij een rijpe medechristen. Maar wat valt hun nu te vertellen? Is het nu niet een aangelegenheid die zij zelf moeten beslissen? Zeker is, dat zij hun problemen tot een mengeling van teleurstelling, zorgen en verdriet hebben laten groeien.
EEN BETERE METHODE
Hoe anders zou de toestand thans zijn geweest als zij de kleine problemen van hun zoon in zijn kinderjaren hadden aangepakt! Denk eens aan de vele gelegenheden die zij hebben gemist waarbij zij in een warme, liefdevolle verbondenheid met hun zoon hadden kunnen komen, wat hun op zijn beurt tot de gerespecteerde vertrouwelingen van zijn vreugden zowel als van zijn moeilijkheden had gemaakt. Ja, het was zelfs hun christelijke verantwoordelijkheid zo te handelen, want de apostel Paulus gaf deze instructie: „Vaders, irriteert uw kinderen niet, maar blijft hen in het strenge onderricht en de gezaghebbende raad van Jehovah grootbrengen” (Ef. 6:4). Voor het opvolgen van deze raad is het natuurlijk onontbeerlijk dat men regelmatig bijeenkomt voor gezinsbijbelstudie. Als de kinderen dan met vragen komen, hebben de ouders echter een schitterende gelegenheid er nog wat meer van de instructies of het strenge onderricht van Jehovah in te verwerken.
Christelijke ouders hebben dezelfde verantwoordelijkheid hun kinderen goddelijke beginselen bij te brengen als de Hebreeuwse ouders hadden toen de Mozaïsche wet van kracht was. De veelomvattendheid van dit onderwijzingsprogramma wordt onthuld in het gebod: „Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat” (Deut. 6:6, 7). Deze goddelijke raad was erop berekend de aanvallen van met onkruid te vergelijken wereldse gewoonten en gedachten in het leven van de jongen te voorkomen.
Merk op wat er gezegd kon worden tegen een bepaalde jongeman die in zijn jeugdjaren warme en liefdevolle hulp en raad van zijn christelijke moeder en grootmoeder had ontvangen: „Blijf gij echter in de dingen die gij hebt geleerd en waarin gij door overtuiging zijt gaan geloven, wetend van welke personen gij ze hebt geleerd en dat gij van kindsbeen af de heilige geschriften hebt gekend, die u wijs kunnen maken tot redding door middel van het geloof in verband met Christus Jezus” (2 Tim. 3:14, 15). Timótheüs groeide op tot een verdienstelijke medearbeider van de apostel Paulus. Omdat zijn vader geen opgedragen christen was, viel de verantwoording om hem in het strenge onderricht van Jehovah op te voeden op zijn moeder.
Evenzo bestaat, te beginnen met de kindsheid, de noodzaak uw kind te onderwijzen en het met zijn kleine problemen te helpen. Timótheüs geloofde niet louter omdat zijn moeder hem dat gebood. Hij was „door overtuiging . . . gaan geloven.” Dit dient met kinderen van christenen thans het geval te zijn, maar het kan alleen worden bereikt als er een uitwisseling van liefde en vertrouwen tussen ouder en kind bestaat. Als deze juiste verhouding door zijn gehele kinderjaren heen zorgvuldig is opgebouwd, zal uw jongen niet aarzelen met zijn tienerproblemen naar u toe te komen.
DE VERANTWOORDELIJKHEID NIET UIT DE WEG GAAN
Verantwoordelijkheid kan men niet uit de weg gaan. Als u bij voorbeeld vader bent, zult u misschien geneigd zijn te denken dat het de taak van uw vrouw is de kinderen met hun problemen te helpen. Bovendien hebt u op uw werk uw eigen problemen, en als u ’s avonds thuiskomt, bent u doodmoe. Doch zijn dit goede redenen om de raad van de apostel, ’Gij, vaders, blijft uw kinderen grootbrengen in het strenge onderricht van Jehovah’, uit de weg te gaan? Beslist niet.
Zelfs op de plaats waar u werkt, hebt u uit ervaring geleerd hoe belangrijk het is problemen aan te pakken eer ze uit de hand lopen. Indien u dit had nagelaten, zou u geen succes in uw werk gehad hebben. Het is waar dat uw salaris en het materiële welzijn van uw gezin ervan afhangen dat u ervoor zorgt dat zakenproblemen worden behandeld eer ze te groot worden. Doch hoeveel belangrijker is het toekomstige geestelijke welzijn van uw gezin! Er zijn levens mee gemoeid, levens die door een rechtvaardige en liefdevolle God, die te zijner tijd rekenschap zal vragen, aan uw rentmeesterschap zijn toevertrouwd.
Het gaat er niet louter om hoe u uw verantwoordelijkheid ten opzichte van uw kinderen bekijkt, doch hoe God ze beziet! Wij zien dat Jezus, die getrouw tot uitdrukking bracht hoe zijn hemelse Vader over het onderwerp dacht, het volgende beginsel tegenover zijn discipelen onder woorden bracht: „Wie getrouw is in het geringste, is ook getrouw in veel, en wie onrechtvaardig is in het geringste, is ook onrechtvaardig in veel” (Luk. 16:10). Het kan dus een kleinigheid schijnen uw kind af te schepen als hij met u wil praten of u iets wil laten zien dat hij gedaan of gemaakt heeft, maar voor hem is het een grote teleurstelling en voor God bent u wellicht in gebreke gebleven de gelegenheid aan te grijpen om het geloof en het vertrouwen van het kind in uw christelijke leiding op te bouwen.
Inderdaad, zo ernstig vindt God de aangelegenheid van toezicht op het gezin, dat hij de apostel Paulus inspireerde te verklaren: „Immers, indien iemand zijn eigen huisgezin niet weet te leiden, hoe zal hij dan voor Gods gemeente zorg kunnen dragen?” Indien een christen zulk een bevoorrechte verantwoordelijkheid zou hebben, moet hij zijn „kinderen met alle ernst in onderworpenheid” hebben (1 Tim. 3:4, 5). Dit betekent dat hij de aangelegenheid van het leiderschap over zijn huisgezin ernstig moet opvatten en zijn uiterste best moet doen om het goed te doen. Hij kan dit niet louter bereiken door een straffe hand en door machtsvertoon. Er moeten ook liefde en empathie worden aangewend.
Gewetensvolle ouders willen niet dat hun kind een wetschender wordt en zo zijn kansen op een gelukkig leven verspeelt. Zij willen niet dat hij een vreemde voor hen wordt. Zij weten dat een van de grootste krachten voor goed en kwaad in het toekomstige leven van hun kind is gelegen in het soort van huwelijk dat hij sluit. Zij weten dat het Woord van God zijn aanbidders de raad geeft alleen met diegenen te trouwen die het met elkaar eens zijn in kwesties van geloof en religie (1 Kor. 7:39). Zij zouden dus stellig graag zien dat hun zoon of dochter de juiste huwelijkspartner vindt.
Hoe verstandig is het dus om gezinsproblemen aan te pakken en te behandelen zolang ze nog klein zijn en u ze kunt oplossen! Op die manier kunt u regelmatig alle ongewenste dingen in het leven van uw kind uitwieden. U kunt in de beginstadia de mogelijkheid voorkomen dat hij een wetschender wordt of een huwelijk aangaat met een ongelovige. U kunt, met Gods hulp, een gezinsverhouding ontwikkelen die kan worden vergeleken met een prachtige, vruchtbare tuin.