Red zowel u zelf als hen die naar u luisteren
„Schenk voortdurend aandacht aan uzelf en aan uw onderwijs. Blijf bij deze dingen, want door dit te doen, zult gij zowel uzelf redden als hen die naar u luisteren.” — 1 Tim. 4:16.
1. Wat is het allerbelangrijkste werk in het leven van een dienstknecht van God? Noem drie redenen waarom wij ons getrouw moeten betonen.
DAT is het belangrijkste werk in het leven van een evenwichtige dienstknecht van God: Jehovah ten aanhoren van anderen loven, ja, zijn wonderbaarlijke voornemens aan iedereen bekendmaken, maar vooral aan degenen die willen luisteren. Wat schenkt het een vreugde het goede nieuws van Gods koninkrijk door te vertellen aan mensen die er een horend oor voor hebben en hen in kennis en waardering te zien groeien! Wat is uw vreugde groot wanneer zij er op hun beurt een begin mee maken Jehovah met hun hart te prijzen! U ziet deze „schapen” in werkelijkheid de weg des levens opgaan, en het is uw voorrecht hen daarbij te helpen. Ja, u hebt er beslist drie krachtige redenen voor om getrouw in uw bediening te blijven voortgaan: zowel u zelf redden als degenen die naar u luisteren en bovenal Jehovah’s naam te loven. — Ps. 109:30.
2. Hoe heeft Jehovah ervoor gezorgd dat luisterende personen leven kunnen verkrijgen, en is dit thans een dringende aangelegenheid?
2 In dit samenstel van dingen, dat voor de vernietiging van Armageddon is bestemd, staat ons leven op het spel. De mens kan niet langer zeggen: „Laat de volgende generatie zich daar maar zorgen over maken” of „Het zal nooit in mijn tijd komen”. Er is niet voldoende tijd voor een dergelijke gedachtengang. Het is later dan velen denken! Wanneer u de waarheid van Gods bijbel derhalve aan luisterende personen aanbiedt, trekt u hen in werkelijkheid uit een dodelijke valstrik. Zij hebben het leven net zo lief als u. Jehovah heeft in de weg der redding voorzien en wij lezen hierover in Matthéüs 20:28: „Evenals de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn ziel te geven als een losprijs in ruil voor velen.” Het leven komt stellig niet automatisch of als gevolg van de wijsheid van de mens; Jehovah God en zijn Zoon Christus Jezus hebben hier veeleer iets in te zeggen. Het is voor degenen die „het werkelijke leven stevig . . . vastgrijpen” en het zich niet meer willen laten ontnemen (1 Tim. 6:19). De beweegreden die aan de losprijs ten grondslag lag, was Gods liefde, maar willen wij van deze wonderbaarlijke gift voordeel trekken, dan moeten wij deze aanvaarden en van geloof in God blijk geven. De bijbel zegt ons in Johannes 3:16: „God heeft de wereld zozeer liefgehad dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een ieder die geloof oefent in hem, niet vernietigd zou worden, maar eeuwig leven zou hebben.” Eeuwig leven is voor degenen die geloof bezitten en zich dit leven waardig tonen.
3. (a) Toon aan op welke wijze Jezus een evenwichtige bedienaar van het evangelie was. (b) In welk opzicht staat werk dat in Jakobus 2:24, 26 wordt genoemd, met ons geloof in verband?
3 Christus Jezus was een volmaakt voorbeeld van evenwicht toen hij op aarde was. Merk sommige van de dingen op die hij heeft gezegd en waarmee hij instemde: „Jehovah, uw God, moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten” (Matth. 4:10). „Geef ons heden ons brood voor vandaag” (Matth. 6:11). „Blijft dan eerst het koninkrijk . . . zoeken” (Matth. 6:33). „Mijn juk is weldadig en mijn vracht is licht” (Matth. 11:30). „Betaalt caesar daarom terug wat van caesar, maar God wat van God is” (Matth. 22:21). „Gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand” (Matth. 22:37). „Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf” (Matth. 22:39). „Dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt” (Matth. 24:14). „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën” (Matth. 28:19). „Martha, gij zijt bezorgd en verontrust over veel dingen. Toch zijn maar weinig dingen nodig, of maar één” (Luk. 10:41, 42). Traditie had hem niet uit zijn evenwicht gebracht; hij genas een vrouw op de sabbat (Luk. 13:10-17). Dus ook al erkende Jezus dat het nodig was zich van gezinsverantwoordelijkheden te kwijten en verschuldigde belasting te betalen, kunnen wij gemakkelijk inzien dat het er in de eerste plaats om gaat Jehovah te aanbidden, zijn woord en koninkrijk te prediken en zijn naam te loven. Het is zelfs zo dat alleen zulke bedienaren van het evangelie gered zullen worden. Sta in dit verband eens stil bij Jakobus 2:24, 26: „Gij ziet dat een mens rechtvaardig verklaard wordt door werken, en niet door geloof alleen. Ja, zoals het lichaam zonder adem dood is, zo is ook geloof zonder werken dood.” Om leven te kunnen verkrijgen, is het noodzakelijk dat u een werkende bedienaar van het evangelie bent, hetgeen betekent dat u een prediker en onderwijzer van het goede nieuws van Gods koninkrijk moet zijn. U moet Jehovah God als een opgedragen bedienaar aanbidden. Jehovah’s getuigen vormen een genootschap van geordineerde bedienaren van het evangelie, en in deze tijd nemen zij aan een tweevoudig reddingsprogramma deel.
EEN TWEEVOUDIG REDDINGSPROGRAMMA
4. Hoe zullen wij, wanneer wij onze persoonlijkheid veranderen, de werkelijke vreugde van het dienen van God gaan smaken?
4 Het zal moeilijk zijn dit evenwicht, dat kenbaar is aan de zorg voor u zelf en degenen die naar u luisteren, te verkrijgen wanneer u de persoonlijkheid en denkwijze van dit huidige samenstel van de mensheid behoudt. In dit stelsel denkt de meerderheid der mensen aan zich zelf, en daar blijft het bij. Het is vanzelfsprekend juist en schriftuurlijk wanneer men zich om zich zelf bekommert. Dit dient voor ons in te houden dat wij ons dagelijks met Gods Woord voeden. Het dient te betekenen dat wij de vergaderingen van Gods volk bezoeken om geloof opbouwende kennis tot ons te nemen en door andere rijpe bedienaren van het evangelie geholpen te worden. Ja, het dient voor ons te betekenen dat wij er energiek voor zorgen deze belangrijke activiteiten werkelijk in ons persoonlijke programma op te nemen, terwijl wij bovendien deelnemen aan de allerbelangrijkste activiteit, door wekelijks een aandeel te hebben aan het uitdragen van het goede nieuws van Gods koninkrijk. Het is evenwel alleen mogelijk evenwichtig te zijn en de absoluut onontbeerlijke hoedanigheid van geloof te blijven bezitten wanneer wij ons gezichtsveld verbreden en deze kennis toepassen. Jezus zei tot Martha: Hij die „geloof oefent in mij, zal stellig nooit sterven” (Joh. 11:26). In Romeinen 10:10 lezen wij bovendien: „Want met het hart oefent men geloof tot rechtvaardigheid, maar met de mond doet men een openbare bekendmaking tot redding.” Men wordt met verbazing vervuld en voelt een grote tevredenheid en voldoening over zich komen wanneer men Jehovah’s voornemens gaat begrijpen, maar het schenkt werkelijk veel meer vreugde wanneer men datgene wat men heeft geleerd, aan anderen gaat vertellen. — Ps. 71:1-24.
5. Welke vragen met betrekking tot geestelijk voedsel leggen de nadruk op de noodzakelijkheid van geestelijke gezondheid?
5 Wanneer wij aandacht aan ons zelf schenken, doen wij dit met de beweegreden God te behagen, niet om aan onze zelfzucht toe te geven, en wanneer wij God willen behagen, zijn hier verscheidene factoren bij betrokken. Dagelijks voedsel, dat wil zeggen geestelijk voedsel, is absoluut noodzakelijk om geestelijk sterk te blijven. Eet u op geregelde, vastgestelde tijden van Gods Woord? Neemt u hier en daar een hapje en verbaast u zich dan nog waarom u niet de kracht bezit om in Gods dienst te werken? Geniet u ten volle van het geestelijke voedsel of hebt u het te druk om deze voedzame, geloof opbouwende maaltijden tot u te nemen? Is persoonlijke studie een vervelend karweitje op uw schema, dat u nu eenmaal móet doen, of is het een genoegen, iets waar u met blijde verwachting naar uitziet? Persoonlijke studie stilt niet alleen die honger, maar ze vermeerdert tevens de voorraad waarheden en ideeën waarmee u kunt werken en anderen doeltreffend kunt onderwijzen. Wanneer u er moeite mee schijnt te hebben een punt duidelijk te maken, hebt u een voorraad, een schatkamer van andere ideeën en andere manieren om te onderwijzen tot uw beschikking. Reine bedienaren van het evangelie hebben Gods steun, en dit betekent dat zij niet alleen in het wekelijkse predikingswerk rein moeten zijn, maar ook thuis, op hun wereldse werk en wanneer zij zich ontspannen of voor een verzetje wat anders doen; want ook al spréken wij niet de waarheid, dan léven wij er toch naar en zijn wij een voorbeeld voor anderen. Deze dingen zijn mogelijk voor ons wanneer de in Matthéüs 22:37 genoemde beweegreden de basis voor onze bediening vormt: „Gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.” Wanneer wij dit verbinden met de aanmoediging in 1 Timótheüs 4:16 zullen wij tot een echte, onzelfzuchtige en evenwichtige bedienaar van het evangelie opgroeien: „Schenk voortdurend aandacht aan uzelf en aan uw onderwijs. Blijf bij deze dingen, want door dit te doen, zult gij zowel uzelf redden als hen die naar u luisteren.”
VOED „SCHAPEN” IJVERIG DOOR MIDDEL VAN BIJBELSTUDIES
6. Wanneer wij het goede nieuws met anderen delen, wat voor soort van houding ontwikkelt zich dan in ons? Schenkt deze handelwijze geluk?
6 Door middel van zijn Woord heeft Jehovah zijn volk de opdracht gegeven het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken (Matth. 24:14). Het actieve deel van onze aanbidding bestaat er in aan deze bediening een aandeel te hebben. Wij doen het omdat wij het graag willen doen, niet om anderen te behagen of een rapport op papier te kunnen inleveren. De echte vreugde in de dienst van God is voedsel voor de bedienaar van het evangelie en zal hem opbouwen, maar wanneer hij alleen maar aan het predikingswerk deelneemt om de een of andere mens te behagen of een rapport te kunnen invullen, is dat het einde van de zaak, een stukje papier. Waardering voor dit voorrecht om Jehovah te aanbidden en levengevende kennis met luisterende personen te delen, zal ons de kracht schenken deze zegeningen niet alleen nu, maar zo lang wij leven, te genieten. Wij weten dat anderen er heel wat tijd aan besteden om publikaties gereed te maken, bijbels te drukken en bij ons thuis op bezoek te komen om het goede nieuws met ons te delen. Nu is de tijd aangebroken om onzelfzuchtig te reageren en anderen te helpen. Nu is de tijd gekomen om te prediken. In de niet al te verre toekomst zal er een tijd komen dat het niet meer mogelijk is naar Jehovah te vluchten voor veiligheid. Nu is het de tijd om „uit [te gaan] van haar [Babylon de Grote], mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen, en indien gij geen deel van haar plagen wilt ontvangen” (Openb. 18:4). Nu is het de tijd om „andere schapen” te zoeken, te voeden en teder te verzorgen door aan alle mensen te zeggen dat zij moeten ’uitgaan van haar’. Er staan levens op het spel, en dit punt moet niet uit onze geest worden gewist doordat wij zelfzuchtig genoegens najagen en materialistisch zijn in plaats dat wij er een aandeel aan hebben anderen in de waarheid te onderwijzen. Het leiden van bijbelstudies is het belangrijkste werk waardoor wij aandacht kunnen schenken aan degenen die luisteren (Joh. 21:15-17). Kunt u het geluk van ouders beschrijven wanneer zij hun kinderen zien groeien en hun best zien doen om nieuwe dingen te zeggen en te doen? Deze zelfde vreugde valt degenen ten deel die de „schapen” door middel van geregelde bijbelstudies met geestelijk voedsel voeden.
7. Welk punt maakte Jezus in zijn illustratie van de oogst duidelijk, en wat is in werkelijkheid bij de oogsttijd betrokken?
7 In Matthéüs 9:35-38 heeft Jezus er zelf de nadruk op gelegd hoe belangrijk het is aandacht te schenken aan degenen die luisteren, want wij lezen daar: „Jezus begon een rondreis . . . terwijl hij . . . onderwees en het goede nieuws van het koninkrijk predikte . . . Bij het zien van de scharen had hij medelijden met hen, omdat zij gestroopt en heen en weer gedreven waren als schapen zonder herder. Toen zei hij tot zijn discipelen: ’Ja, de oogst is groot, maar er zijn weinig werkers. Smeekt daarom de Meester van de oogst dat hij werkers in zijn oogst uitzendt.’” Hij legde de nadruk op de noodzaak terug te komen en voor deze „schapen” te zorgen, ten einde hen te voeden en op weiden des levens te geleiden. Een boer plant het zaad in grond die hij tevoren reeds ijverig heeft bewerkt opdat deze geschikt zou zijn wanneer de zaaitijd zou aanbreken. Het zaaien van het zaad vormt echter niet het einde van de zaak of het einde van het werk. De velden moeten nog steeds tegen hongerige dieren, onkruid en insekten worden beschermd. In vele streken zal hij terugkeren om de dorstige scheutjes door irrigatie van water te voorzien. Dan zult u de eerste fase van de oogst zien, het maaien van het graan. De oogst is echter pas volledig wanneer er wordt gedorst en het graan veilig in de schuur wordt opgeborgen. De oogsttijd is een tijd van spanning: het weer zou wel eens slecht kunnen worden, de regens zouden kunnen komen en het op de grond liggende afgesneden graan kunnen doorweken, waarvan het erg te lijden zou hebben, of de regens zouden de oogsttijd kunnen verkorten, zodat de kans bestaat dat de boer zijn laatste gewassen van onder de vroege sneeuw vandaan moet halen. Geen wonder dat de boer in de oogsttijd lange dagen maakt en van zijn helpers verwacht dat zij dit eveneens doen. De akker is geen plaats voor luie mensen of personen die alleen maar op plezier uit zijn.
8. Op welke wijze worden wij Gods medearbeiders, en om wat voor soort van medebedienaren van het evangelie wordt gebeden wanneer er hulp nodig is?
8 Jezus bracht de oogsttijd met werkers in verband en gaf te kennen dat de zorg voor deze „schapen” in een sfeer van dringendheid zou gebeuren. Het is een tot nadenken stemmende gedachte wanneer wij beseffen dat deze hongerige „schapen” tot God bidden of iemand hun de weg naar de ware religie mag wijzen en dat uw broeders om hulp in het oogstwerk bidden. Bedenk echter wel dat deze „schapen” en uw broeders om werkers bidden. Wanneer u niet werkt, zult u geen antwoord op hun gebeden vormen. Wanneer een verstandige boer de oogst binnenhaalt, erkent hij God als de gever van regen en zonneschijn, waardoor de groei tot stand is gebracht. Regen en zonneschijn zullen echter geen gewas voortbrengen wanneer er geen zaad is gezaaid in een goed voorbereid zaaibed. Zo dient u ook bij het voeden van de „schapen” na te denken over datgene wat in 1 Korinthiërs 3:6-9 staat geschreven: „Ik [Paulus] heb geplant, Apóllos heeft begoten, maar God bleef het wasdom geven; zodat noch hij die plant iets is, noch hij die begiet, maar God, die het wasdom geeft. Hij nu die plant en hij die begiet, zijn één, maar ieder zal zijn eigen beloning ontvangen naar zijn eigen arbeid. Want wij zijn Gods medewerkers. Gijlieden zijt Gods akker, die wordt bebouwd, Gods gebouw.”
9. (a) Zal de bijbelstudiemethode die door Filippus en anderen werd gebruikt, ook nu nog gunstige resultaten afwerpen? (b) Als gevolg waarvan is de bijbelstudieactiviteit thans nog dringender en belangrijker geworden?
9 De luisterende „schapen” door middel van bijbelstudies voeden, is niet iets nieuws. Jehovah’s engel gaf de bedienaar van het evangelie Filippus de aanwijzing van deze methode gebruik te maken om de Ethiopische schatmeester ertoe aan te sporen God te dienen. Het was een vraag-en-antwoordstudie die deze man al spoedig tot de doop en geluk in Jehovah’s dienst bracht (Hand. 8:27-38). Er moeten nog veel meer van deze „schapen” zijn die gevonden moeten worden en regelmatig door middel van dezelfde methode, bijbelstudies, met hetzelfde geestelijke voedsel moeten worden gevoed. Heel belangrijk bij het aandacht schenken aan anderen is ook de houding die u aanneemt wanneer u van huis tot huis werkt. Zult u snel weer een bezoek brengen, binnen een paar dagen, om meer voedsel te brengen? Is uw zorg voor het leven van deze mensen groter dan de vrees dat u in uw tijd beknot zult worden doordat u regelmatig elke week een bijbelstudie moet leiden en deze „schapen” net zo lang en geduldig en teder moet verzorgen totdat ook zij bedienaren van het evangelie zijn geworden? Kunt u het zich veroorloven de vreugden te missen die u in de bijbelstudiebediening kunt hebben, waar u voor uw ogen kunt zien hoe de mensen groeien en in waardering voor Gods regelingen toenemen? Filippus luisterde naar een engel toen hem werd opgedragen met een luisterend persoon te studeren, en zij werden hier beiden voor gezegend. Thans is het eveneens de tijd om naar het bevel dat vanuit de hemel wordt gegeven, te luisteren en er een aandeel aan te hebben hongerige personen met de levengevende wateren der waarheid te voeden. Jehovah God heeft belangstelling voor het geestelijke welzijn van de „schapen” (Ezech. 34:11-16). Christus Jezus heeft het bevel gegeven dat de „schapen” opgezocht en gevoed moeten worden (Matth. 28:19, 20; Joh. 21:15-17). De engelen, die verantwoordelijkheid voor het predikingswerk dragen, geven het bevel aan deze zaak dringend aandacht te schenken (Openb. 14:6-10). Een hemelse stem vaardigt het bevel uit: „Gaat uit van haar [Babylon de Grote], mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen, en indien gij geen deel van haar plagen wilt ontvangen” (Openb. 18:4). Wij hebben derhalve de hoogste autoriteit en steun wanneer wij een aandeel hebben aan het voorrecht de „schapen” door middel van een bijbelstudieprogramma te voeden. U zult een zegen ontvangen wanneer u luistert en tot handelen overgaat.
10. Is het noodzakelijk alles te weten voordat men bij iemand die luistert, een bijbelstudie leidt, en waarom antwoordt u aldus?
10 Dit voorrecht is zowel voor jong als voor oud weggelegd. U zult hier in het Yearbook of Jehovah’s Witnesses voor 1966 vele voorbeelden van kunnen lezen. Het is een eenvoudige, nuchtere bespreking van de leerstellingen en beginselen die in Gods Woord worden aangetroffen. De bijbel blijft de deugdelijke autoriteit die u alleen maar behoeft te raadplegen om de juiste antwoorden te geven. Concordanties en de publikaties van het Wachttorengenootschap blijken in een programma voor zulk een bijbelstudie zeer veel hulp te verschaffen. Met het oog op het oogstveld, de dringendheid van de tijd en datgene wat wij hebben ontvangen, bestaat er behoefte aan nog veel meer personen in de gemeente die bij deze luisterende, verstrooide en hongerige „schapen” een bijbelstudie oprichten en geregeld leiden.
LEID NIEUWELINGEN TEDER NAAR JEHOVAH’S ORGANISATIE
11. Welke dingen dienen nieuwelingen te weten voordat zij de gemeentevergaderingen bezoeken?
11 Willen degenen die luisteren gered kunnen worden, dan moet er een regelmatig voedingsprogramma bestaan en iemand zijn die erop is berekend hen vanaf het allereerste begin op te leiden in de noodzaak een evenwichtig leven van dienst jegens God te leiden. De beproefde en schriftuurlijke manier is deze „schapen” onmiddellijk naar Jehovah’s organisatie te leiden. Voordat de mensen de vergaderingen bezoeken, dienen zij reeds veel over de organisatie te weten, zoals: hoe worden de vergaderingen geleid en wat wordt er van de aanwezigen verwacht? Velen zijn verbaasd te vernemen dat er op de vergaderingen van Jehovah’s getuigen niet met collecteschalen wordt rondgegaan. Zij zijn blij te horen en te zien dat er gedurende het programma zo veel van de bijbel gebruik wordt gemaakt. Werkelijk, zo zeggen zij, de vergaderingen zijn bijzonder onderwijzend, terwijl de nadruk veeleer wordt gelegd op het verkrijgen van kennis dan op ceremoniën en riten.
12. Verwacht Jehovah van ons dat wij deze nieuwelingen over de vereisten voor reine aanbidding inlichten, en wat betekent reine aanbidding voor deze mensen?
12 Willen deze mensen zich werkelijk thuis voelen, dan moeten zij een begrip krijgen van de schriftuurlijke vereisten met betrekking tot het rein houden van de organisatie. Daarom stellen wij hen geleidelijk aan in kennis van de vereisten met betrekking tot eerlijkheid, matige drinkgewoonten, de verhouding tussen de seksen, het spreken van de waarheid en het gedrag dat passend is voor iemand die in het openbaar zegt: „Ik ben een bedienaar van het evangelie en als een van Jehovah’s getuigen breng ik u een bezoek om u goed nieuws over Gods koninkrijk te vertellen.” U zult niet van hen verwachten dat zij alles in één keer tot stand zullen brengen, maar u zult de tot nadenken stemmende mededeling in 1 Korinthiërs 6:9-11 in gedachten houden: „Wat! Weet gij niet dat onrechtvaardigen Gods koninkrijk niet zullen beërven? Wordt niet misleid. Noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch mannen die er voor tegennatuurlijke doeleinden op na worden gehouden, noch mannen die bij mannen liggen, noch dieven, noch hebzuchtige personen, noch dronkaards, noch beschimpers, noch afpersers zullen Gods koninkrijk beërven. Toch zijn sommigen van u dat geweest. Maar gij zijt rein gewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt rechtvaardig verklaard in de naam van onze Heer Jezus Christus en met de geest van onze God.” Niet alleen doordat u de reine organisatie aan hen uitlegt, maar ook door uw gedrag zullen zij leren dat het mogelijk is en zal hun een inzicht worden gegeven in het geluk dat men verkrijgt wanneer men Gods raad met betrekking tot rein gedrag opvolgt. Deze nieuwelingen die in de organisatie komen, moeten vanzelfsprekend het soort van gedrag bewaren dat passend is voor een christelijke bedienaar van het evangelie. Dit is een noodzakelijk vereiste wanneer zij in de gemeente opgenomen willen worden en werkelijk deel willen uitmaken van de familie (1 Petr. 4:3, 4). Het allerbelangrijkste zal hun verhouding tot Jehovah, de Schepper, zijn. Zullen zij hem in gebed kunnen naderen zonder dat hun smeekbeden door onreine toestanden worden gehinderd? (1 Petr. 3:7) „Het offer der goddelozen is den HERE een gruwel, maar aan het gebed der oprechten heeft Hij welgevallen.” — Spr. 15:8.
13. Hoe wordt u door de gemeentelijke organisatie geholpen nieuwelingen te onderwijzen?
13 Hen uitnodigen naar de gemeente te komen, betekent in werkelijkheid hen uitnodigen de voorrechten van de bediening te smaken, want de organisatie is onderwijzend van aard, en ze is vastbesloten zich van haar verantwoordelijkheid om nieuwelingen ervoor op te leiden weer anderen te onderwijzen, te kwijten. Merk op hoe dit punt in 2 Timótheüs 2:2 wordt beklemtoond: „En de dingen die gij van mij gehoord hebt met de ondersteuning van vele getuigen, vertrouw die toe aan getrouwe mensen, die op hun beurt voldoende bekwaam zullen zijn om anderen te onderwijzen.” De organisatie is de beste plaats waarheen u deze „schapen” met wie u studeert, kunt brengen, omdat zij daar waardevol onderricht ontvangen over de wijze waarop zij hun evenwicht als dienstknechten van God kunnen bewaren.
14. Beschrijf hoe u nieuwelingen over de organisatie zou inlichten, en wat is uiterst belangrijk voor vooruitgang?
14 Nu rijst vanzelfsprekend de vraag: hoe dienen wij deze luisterende personen uit te nodigen naar de organisatie te komen? Alhoewel de omstandigheden en de mensen kunnen verschillen, volgen hier enkele punten die u wellicht graag zult willen toepassen. Vertel hun elke week iets over één facet van de organisatie. Raadpleeg de indexen van de Wachttorenpublikaties en zoek vooral onder het opschrift „Gemeente” naar punten die u zou kunnen gebruiken. Beschrijf het doel van elk van de vergaderingen en vertel iets over de congressen, de dienaren en de verschillende manieren waarop wij het predikingswerk ten uitvoer brengen. Door deze paar minuten na uw bijbelstudie zullen zij snel met de gemeente op de hoogte geraken en zullen zij zich er onmiddellijk thuis voelen en weten wat zij kunnen verwachten. Neem hen met u mee in de bediening en geef hun geduldig, stap voor stap, onderricht door hen te helpen er ervaring in te krijgen met mensen te spreken, de bijbel te gebruiken en de publikaties aan te bieden. Deze opleidingsperiodes zijn zeer belangrijk, want uw betrouwbaarheid en regelmatigheid zullen later het patroon zijn dat door deze nieuwelingen wordt gevolgd wanneer zij degenen beginnen te onderwijzen aan wie zij bijbelstudie geven. Schapen varen wel bij een regelmatig voedingsprogramma, en daarom is getrouwheid zo uiterst belangrijk wanneer men hen helpt en opleidt. Jehovah en Jezus zijn voorbeelden van personen die hun beloften nakomen; „laten wij zonder wankelen vasthouden aan de openbare bekendmaking van onze hoop, want hij die beloofd heeft, is getrouw.” — Hebr. 10:23.
GETROUWHEID LEIDT TOT LEVEN
15. (a) Geef voorbeelden van ontrouwe personen wier handelwijze wij dienen te vermijden. (b) Vergelijk hiermee de getrouwen en de zegeningen die zij hebben gesmaakt.
15 Om ’vast te kunnen houden’, heeft men volharding nodig en het is juist de volharding die een goedgekeurde toestand voortbrengt, terwijl de goedgekeurde toestand op haar beurt hoop tot resultaat heeft (Rom. 5:4). ’Want met het hart moet men geloof blijven oefenen tot rechtvaardigheid, maar met de mond blijft men een openbare bekendmaking doen tot redding’ (Rom. 10:10; 2 Kor. 13:5; Gal. 6:9). Paulus zei: „Ik ben hard voor mijn lichaam en leid het als een slaaf, om niet, na tot anderen te hebben gepredikt, zelf op een of andere wijze afgekeurd te worden” (1 Kor. 9:27). Salomo verzuimde dit te doen, en sta er eens een ogenblik bij stil wat dit voor hem tot gevolg had. Hij regeerde veertig jaar lang als koning en besteedde er twintig jaar aan om een huis voor Jehovah en een huis voor de koning te bouwen. Hij bouwde steden en schepen. De hele wereld sprak over zijn wijsheid en vredige voorspoed. Salomo bad om wijsheid en Jehovah verhoorde dat gebed. Toch ging hij het verkeerde pad op en stierf hij in ontrouw (1 Kon. 11:1-43). Jezus profeteerde dat anderen de ware aanbidding zouden verlaten (Matth. 24:12). Waarom zou u tot degenen behoren die „verkoelen”? Volg het voorbeeld van de velen die in Hebreeën 11:4-39 worden opgesomd. Denk eens aan Abraham. Hij was vijfenzeventig jaar oud toen Jehovah hem een verantwoordelijke toewijzing gaf. Hij stierf op honderd vijfenzeventigjarige leeftijd. Honderd jaar heeft hij die dienst behartigd, en het verslag luidt: „Toen blies Abraham de laatste adem uit en stierf in een gezegende ouderdom, oud en voldaan” (Gen. 12:1, 4; 25:8, NW). God was over hem tevreden en in Hebreeën 11:8 noemt hij hem als een man van gehoorzaamheid en geloof. Nu het leven in plaats van de dood voor u ligt, dient het uw verlangen te zijn voldoening te blijven hebben in Jehovah’s dienst en Gods goedkeuring op uw aanbidding te ontvangen. Toen de gevoelens van sommige discipelen werden gekwetst door wat Jezus had te zeggen, koelden zij af en keerden zij tot hun vroegere handelwijze terug. Toen Jezus aan anderen vroeg of ook zij niet wilden heengaan, zei Simon Petrus: „Heer, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven” (Joh. 6:68). Jezus had deze vraag reeds eerder beantwoord, zoals in Matthéüs 24:13 staat opgetekend: „Wie tot het einde heeft volhard, die zal gered worden.”
16. Licht toe welke evenwichtige zienswijze wij moeten hebben om ons van onze vele verantwoordelijkheden te kwijten, en wat gebruikt u als basis voor deze conclusie?
16 Het is waar dat er heel veel is te doen wanneer wij God aanbidden en ons van onze verantwoordelijkheden kwijten. Wij hebben de geest van een gezond verstand nodig om ons evenwicht te bewaren. Een rustige en tevreden zienswijze betekent tevredenheid en geluk. In Spreuken 14:30 (NW) wordt dit als volgt onder woorden gebracht: „Een rustig hart is het leven van het vleselijke organisme” en in Spreuken 15:13 staat: „Een blij hart maakt het aangezicht vrolijk.” Bovendien hebben degenen die onze handelwijze gadeslaan en naar ons luisteren, vanzelfsprekend persoonlijke hulp nodig om hun oude persoonlijkheid weg te doen en de nieuwe aan te trekken. Na de aansporing te hebben gegeven deze verandering aan te brengen door de geest te hervormen (Rom. 12:2, 3), toont Paulus aan hoe dit tot stand gebracht kan worden: „Maakt niet van tevoren plannen voor de begeerten van het vlees” (Rom. 13:14). U zult niet alleen houvast hebben aan het voorbeeld dat Jezus Christus in alle dingen heeft gegeven, maar hier hebt u het steunpunt voor uw evenwicht. Alhoewel Jezus volmaakt was en u onvolmaakt, kunt u toch te weten komen wat de veilige gebieden zijn waar u kunt wandelen. Jezus weerspiegelde de geest van de Schepper Jehovah, en daarom raakt u met uw hemelse Vader bekend wanneer u de woorden en werken van deze Zoon kent. Bij degenen die naar u luisteren, moet waardering voor deze feiten worden aangekweekt. Als de waarheid ons kostbaar is, zullen wij deze onderwijzen, ja, aanbevelen, ja, wat nog meer is, wij zullen erop aandringen dat de waarheid wordt gebruikt en zelfs nog verder gaan door er bij deze personen, die zich naar alle waarschijnlijkheid als „schapen” zullen openbaren, op aan te dringen Gods Woord in hun leven toe te passen, terwijl wij ’uit persoonlijk belang het oog op hen houden’. In Filippenzen 2:4 worden wij ertoe aangespoord deze mensen te helpen hun leven zo in te richten dat dit God behaagt. In plaats dat wij voor hen denken of handelen, zal het noodzakelijk zijn hen te helpen de beginselen van Gods Woord toe te passen.
17. (a) Waarom moeten wij geduldig zijn met nieuwelingen? (b) Beschrijf wat de oorzaak is van diepe voldoening en groot geluk in Jehovah’s dienst.
17 Laten wij in gedachten houden dat Gods Wóórd de nieuwe persoonlijkheid bewerkstelligt, want dan zullen wij niet ongeduldig worden en de moed opgeven wanneer deze verandering niet op stel en sprong geschiedt. Er is tijd voor nodig om veranderingen aan te brengen en een evenwichtige bedienaar van het evangelie te worden. „Door liefderijke goedheid en waarachtigheid wordt dwaling verzoend en in de vrees van Jehovah wendt men zich af van het kwade” (Spr. 16:6, NW). Wat kan u, doordat u zich nuttig voelt, echter een voldoening ten deel vallen wanneer u de „schapen” voedt en hen teder naar Jehovah’s veld van aanbidding leidt. Indien Jehovah in u een instrument ziet om de waarheid naar iemand te brengen en de engelen u hierbij helpen, wat bent u dan bevoorrecht! Woorden kunnen dit intense geluk niet beschrijven, maar de bijbel zegt er het volgende over: „Als iemands wegen den HERE behagen, doet Hij zelfs diens vijanden vrede met hem maken” (Spr. 16:7). „Moge nu de God van vrede, die de grote herder van de schapen met het bloed van een eeuwig verbond, onze Heer Jezus, uit de doden heeft doen opkomen, u toerusten met al het goede om zijn wil te doen, en moge hij door bemiddeling van Jezus Christus datgene in ons verrichten wat welgevallig in zijn ogen is; aan wie de heerlijkheid zij in alle eeuwigheid. Amen.” — Hebr. 13:20, 21.