Getuigenis afleggen voor de God van ware profetie
DEZE wereld is vol valse goden, goden die door misleide en bedrogen mensen worden aanbeden. Hoewel men van sommige goden later inziet dat het helemaal geen goden zijn, zoals keizer Hirohito van Japan en Stalin van Rusland, wordt nog steeds de grote meerderheid van deze valse goden, met inbegrip van de 330.000.000 goden van India, door mensen aanbeden.
Het aanbidden van een valse god kan geen blijvend nut afwerpen. Men bedriegt er zichzelf alleen maar mee en uiteindelijk zal dit tot teleurstelling leiden. Wanneer het op de aanbidding aankomt, willen wij ons niet door sentiment maar door de rede laten leiden, zoals wij ons ook in onze wereldse belangen door de rede laten leiden.
Hoe kunnen wij echter de ware God van alle valse goden onderscheiden? De profeet Jesaja deelt ons mee dat de ware God kan worden onderscheiden doordat hij nauwkeurig kan voorzeggen wat er gebeuren gaat: „Laten de natiën allemaal op één plaats bijeengebracht worden en laten nationale groepen vergaderd worden. Wie onder hen kan dit vertellen? Of kunnen zij ons zelfs de eerste dingen doen horen? Laten zij hun getuigen verschaffen, opdat zij rechtvaardig verklaard mogen worden, of laten zij horen en zeggen: ’Het is de waarheid!’” — Jes. 43:9, NW.
Het feit bestaat dat al deze honderden miljoenen valse goden geen enkele getuige naar voren kunnen brengen om er getuigenis van af te leggen dat het werkelijk goden zijn die nauwkeurige voorzeggingen kunnen doen. Wat mogen wij ons dan gelukkig prijzen dat wij de ene ware God kennen en aanbidden, de God die niet kan liegen en zichzelf niet kan verloochenen en die tot ons zegt: „Hebt geen angst en staat niet verstomd. Heb ik [het] u niet van die tijd af ieder afzonderlijk doen horen en aangekondigd? En gij zijt mijn getuigen. Bestaat er een God buiten mij? Neen, er is geen Rots. Ik heb er geen erkend.” — Jes. 44:8, NW.
Een van de vele profetieën waardoor Jehovah God heeft bewezen dat hij de God van ware profetie is, is die welke de Babylonische gevangenschap van zijn volk zowel in de oudheid als in onze tijd heeft voorzegd. Lang voordat zijn volk uit de oudheid in ballingschap naar Babylon werd gevoerd, voorzegde Jehovah niet alleen dat zij uit die ballingschap zouden terugkeren, maar ook dat een zekere Kores als Zijn dienstknecht dit herstel tot stand zou brengen. En ongeveer 2500 jaar later ging deze profetie nog eens in vervulling, toen Jehovah’s hedendaagse getuigen, het overblijfsel van het geestelijke Israël, gedurende de Eerste Wereldoorlog in een geestelijke ballingschap geraakten, waaruit zij in 1919 te voorschijn kwamen, om terstond daarna het getuigeniswerk te hervatten. — Jes. 44:26-28; Openb. 11:2-12.
Het feit dat wij getuigenis afleggen voor de God van ware profetie, maakt ons tot Jehovah’s getuigen, en dat moeten alle ware christenen ook zijn. Kwam Jezus niet bekend te staan als „de Getrouwe Getuige”, en als „de getrouwe en waarachtige getuige”? En deed hij niet de verklaring dat hij naar de aarde was gekomen speciaal met het doel van de waarheid getuigenis af te leggen en zijn Vaders naam aan zijn discipelen bekend te maken? Ja zeker! — Openb. 1:5; 3:14; Joh. 17:6, 26; 18:37.
Als Jehovah’s getuigen hebben wij de verantwoordelijkheid aan anderen onze God, de God van ware profetie, bekend te maken. Wij hebben vele gelegenheden om getuigenis te geven. Maken wij van al deze gelegenheden goed gebruik? Reeds door onze daden kunnen wij getuigenis afleggen, zoals wanneer een dienstknecht van Jehovah weigert, werelds werk dat een onschriftuurlijk karakter draagt te aanvaarden, of wanneer een jeugdige bedienaar van het evangelie niet deelneemt aan activiteiten welke van school uitgaan doch buiten het lesrooster vallen, en wel omdat hij de geestelijke belangen op de eerste plaats stelt en zijn hoop op de profetische beloften van Jehovah God heeft gevestigd. — 1 Kor. 15:33; Jak. 1:27; Openb. 18:4.
Dan is er natuurlijk ook nog het mondelinge woord, door middel waarvan getuigenis over Jehovah’s naam en koninkrijk kan worden gegeven, door van huis tot huis te gaan en bij belangstellende personen nabezoeken te brengen.
En hoe staat het met de gelegenheden die wij hebben om terloops getuigenis te geven en anderen op deze manier de bijbelse profetieën uiteen te zetten? Zijn wij wel altijd even waakzaam om gelegenheden te scheppen en aan te grijpen zodat wij in dit terloops prediken een aandeel nemen? Enkele jaren geleden bijvoorbeeld vertelde een verkondigster uit Oost-Duitsland die het congres in West-Berlijn bijwoonde, hoe zij bij een bioscoop een dame erover hoorde klagen dat de kinderen zich tegenwoordig toch zo misdragen, hetgeen die dame toeschreef aan gebrek aan geloof in God. Deze verkondigster wendde zich toen tot die dame en vroeg haar of zij in God geloofde. De vrouw antwoordde bevestigend, en in het gesprek dat volgde, maakten zij een afspraak dat de verkondigster haar zou bezoeken. Als gevolg hiervan richtte de verkondigster in het huis van deze dame een bijbelstudie op.
Laten wij dus geen enkele gelegenheid om een getuige te zijn voor de God van ware profetie, voorbij laten gaan. Dit zal voor ons blijvend nut afwerpen, namelijk eeuwig leven in geluk op aarde, terwijl valse goden en afgoden voorgoed verdwenen zullen zijn.