Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w65 1/9 blz. 534-536
  • Mijn aandeel in het bevorderen van de ware aanbidding

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Mijn aandeel in het bevorderen van de ware aanbidding
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1965
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • BELANGSTELLING IN DE BIJBEL BEGINT
  • VERLANGEN NAAR MEER DIENST VERVULD
  • DE WARE AANBIDDING VINDT SNEL VOORTGANG
  • Samenwerken met de meest vooruitstrevende organisatie
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
  • De Watch Tower Bible and Tract Society verkoopt WBBR
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
  • Na-oorlogse uitbreiding van de theocratische organisatie
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Radiostation WBBR predikt het Woord
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1965
w65 1/9 blz. 534-536

Mijn aandeel in het bevorderen van de ware aanbidding

Door A.H. Secord verteld

TOEN ik jong was, dacht ik dat ik een christen was. Ik was gedoopt in een van de kerken van de christenheid en bezocht regelmatig de zondagsschool. Ik nam aan dat dit de juiste manier was om God te aanbidden. Toch waren er altijd vele vragen in mijn geest over de bijbel en wat er volgens mij in werd geleerd.

Toen ik oud genoeg was om mij onder zogenaamde christenen te begeven en degenen van wie werd verondersteld dat zij onderwijzers van de bijbel waren en zijn waarheden hooghielden, beter leerde kennen, ging ik ontdekken dat er van de kerk en de zondagsschool geen werkelijk schriftuurlijk onderricht in de ware aanbidding uitging. In plaats daarvan gaven zij ons met Kerstmis bijvoorbeeld avonturenboeken, boeken over heldendaden in de oorlog, verhalen over de zeevaart en andere lectuur die onze geest van de Schepper en de ware aanbidding aftrok. Met het voorbijgaan van de tijd kreeg ik hoe langer hoe minder belangstelling voor religieuze leerstellingen.

BELANGSTELLING IN DE BIJBEL BEGINT

Mijn vader was de eerste van ons gezin die de bijbel grondiger ging bestuderen. Ofschoon hij op onze boerderij in Ontario in Canada, heel hard moest werken om ons grote gezin te onderhouden (ik was een van zeven kinderen), had hij belangstelling voor de ware aanbidding.

De belangstelling van mijn vader werd nog verder geprikkeld toen zijn broer zich ging interesseren voor de leer van de bijbel, zoals C. T. Russell die vóór de eeuwwisseling predikte. Mijn oom zond brochures, tractaten en folders die de bijbel uitlegden, maar mijn vader was de enige van ons gezin die er waardering voor had. Hij trachtte ons te vertellen wat hij leerde en moedigde ons aan de lectuur te lezen. Ik probeerde het, maar het kerkelijke stelsel waartoe ik sinds mijn geboorte in 1890 had behoord, had mijn belangstelling voor religie afgestompt.

Enige tijd later ging ik naar Toronto om mijn oom te bezoeken. Op een zondagmiddag nodigde hij mij uit hem te vergezellen naar een tentoonstellingszaal waar de „Internationale bijbelstudenten” (zoals Jehovah’s getuigen destijds werden genoemd) bijeenkwamen voor het houden van openbare vergaderingen. De spreker sprak aan de hand van het boek Het Goddelijke plan der eeuwen. Terwijl hij dit deed, voerde mijn geheugen mij terug tot wat mijn vader ons had trachten te vertellen en het weinige dat ik had gelezen. Ik bemerkte dat ik niet alleen kon begrijpen wat er werd gezegd, doch bovendien erg blij was met de gegeven inlichtingen, zó zelfs dat ik vast besloten was zodra ik weer thuis was de bijbel te gaan lezen en bestuderen!

In 1911 nam ik een abonnement op de Wachttoren. Ik kreeg ook een bijbels woordenboek en de brochure What Say the Scriptures About Hell? Ongeveer in die tijd werden de preken van C. T. Russell, de president van de Watch Tower Society, in onze provinciale krant afgedrukt. Deze bleken zeer interessant en onderwijzend met betrekking tot bijbelse leerstellingen te zijn. Later zag ik de film „Het Fotodrama der Schepping” die in mijn woonplaats Simcoe in Ontario werd vertoond. Het was de eerste maal dat ik het voorrecht had deze prachtige film te zien en de lezingen waarvan deze vergezeld ging, te beluisteren, wat allemaal bijdroeg tot mijn verlangen meer over de bijbel en wat erin werd geleerd, te weten te komen. Ten slotte, na veel bijbelonderzoek, besefte ik dat ik mijn leven aan Jehovah moest opdragen. Ik ging middenin de zomer van 1915 naar Toronto en werd als symbool van mijn opdracht in water ondergedompeld.

Ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog rees er tegenstand tegen de predikingsactiviteiten van Jehovah’s getuigen. Zo wenste ik bijvoorbeeld naar Hamilton te gaan om C. T. Russell een lezing te horen uitspreken die op het programma stond, doch ten gevolge van de druk die door de oorlog was ontstaan, werd het hem niet toegestaan te spreken en moest hij Canada verlaten. Tevens werd al onze lectuur verboden en werden wij in onze vrijheid van handelen belemmerd. Niettemin ging ik ermee voort alles te doen wat in mijn vermogen lag om de ware aanbidding te bevorderen.

VERLANGEN NAAR MEER DIENST VERVULD

Na de oorlog verlangde ik ernaar een zo groot mogelijk aandeel aan de bevordering van de ware aanbidding te hebben. Ik had in mij zelf het verlangen aangekweekt mijn diensten aan het hoofdbureau van de Watch Tower Bible and Tract Society in Brooklyn, in New York, aan te bieden. Ik zond mijn aanvraag in, nauwelijks verwachtend dat deze aanvaard zou worden, daar ik toen boer van beroep was en niet veel opleiding had genoten vergeleken bij wat ik dacht dat door het hoofdbureau vereist zou worden.

Tot mijn verrassing kwam er echter spoedig een brief van het Genootschap waarin ik werd uitgenodigd onmiddellijk naar het hoofdbureau, Bethel, te komen. Kort daarop nam ik afscheid van mijn familie en vrienden. Ik kan mij nog herinneren hoe bedroefd mijn vader keek, omdat hij zijn metgezel in de waarheid verloor. Doch hij was ter zelfder tijd blij omdat hij wist dat het in het belang van mijn geestelijke welzijn was en dat het mijn verlangen in vervulling deed gaan om een groter aandeel te hebben aan de bevordering van de ware aanbidding.

Ik begon mijn volle-tijd-dienst op Bethel met een toewijzing voor de drukkerij, destijds een klein gebouwtje in Concord Street 18 in Brooklyn. In de week die volgde, hoorde ik uit een gesprek tussen twee medewerkers, dat het Genootschap een radiostation op Stateneiland, New York, ging bouwen en in de weekends hulp bij het werk nodig had. Ik was blij dit te horen en bood mijn diensten aan. Toen mijn tweewekelijkse vakantie aanbrak, besteedde ik die tijd om te helpen bij de bouw van het radiostation.

Spoedig werd ik aangewezen om er regelmatig te werken, wat voor mij inhield kabels te splitsen, het staal op de 60 meter hoge torens te brengen en andere werkzaamheden te verrichten. De masten werden overeindgezet en geschilderd, antennes werden gebouwd en de zenders in de studio geïnstalleerd. Het werd raadzaam geacht het land, grenzende aan het radiostation te kopen, zodat geen hoge gebouwen de radiogolven zouden kunnen storen. Dit land werd later ook gebruikt om er groenten op te verbouwen. Behalve dat werd er een elektrisch krachtstation geïnstalleerd, zodat er geen zendtijd verloren zou gaan wanneer de installatie van de plaatselijke firma tijdens elektrische stormen zou uitvallen. Toen was alles gereed. Op de avond van de 24ste februari begon WBBR uit te zenden, de ware aanbidding bevorderend door het goede nieuws van Gods koninkrijk te vertellen.

Bij tijd en wijle werd ik aangewezen om de radiomasten en antenne-uitrusting te schilderen. Dan moest ik de gehele dag boven doorbrengen, vanwaar ik bijna het hele Stateneiland kon zien. Ik zag als in vogelvlucht de bomen, straten en huizen in de gehele omgeving. Ik vroeg mij echter af of dit nu wel het prediken van het goede nieuws van Gods koninkrijk was. Dan besefte ik dat op enkele meters afstand van mij goed nieuws de ether werd ingezonden en dat mijn werk noodzakelijk was om de uitrusting te beschermen die door Jehovah God als een onderdeel van de bevordering van de ware aanbidding werd gebruikt.

Zoals gezegd, werd de extra bezitting naast het radiostation gebruikt voor de verbouw van groenten. Een broeder, Herman Henschel, die zelf een groentekweker was geweest, bood zijn diensten aan om degenen van ons die, naast onze plichten in verband met de radio, aan dat werk waren toegewezen, te onderrichten. Hij kwam één- of tweemaal per week, vooral op de zaterdagochtend, en deed in die tijd wat hij maar kon, terwijl hij wenken achterliet voor wat er verder nog gedaan kon worden.

De verbouwde groenten werden door de Wachttorenfamilie op WBBR en de Bethelfamilie in Brooklyn gebruikt. Wat in het seizoen niet kon worden geconsumeerd, werd ingemaakt voor de wintermaanden. Hiervoor was inmaakmateriaal en een voor dat doel geschikt gebouw nodig. In dit alles werd voorzien door vele in de omgeving wonende broeders, die Gods liefderijke goedheid hadden ondervonden toen zij tot een kennis van de waarheid kwamen. Zij waren dus blij hun hulp te kunnen aanbieden en kwamen, wanneer er ook maar een beroep op hen werd gedaan ons helpen met het inmaken van het voedsel. Soms vroeg ik mij ook af hoe dit inmaken met de prediking van het goede nieuws van het Koninkrijk te rijmen was. Doch dan bracht ik mij te binnen hoe passend het was dat wij onze energie gebruikten om degenen te helpen voeden die al hun tijd besteedden aan het bevorderen van de koninkrijksactiviteiten.

DE WARE AANBIDDING VINDT SNEL VOORTGANG

De Tweede Wereldoorlog brak uit en bemoeilijkte de prediking van het goede nieuws zowel door middel van de radio als door het van huis tot huis bezoeken van de mensen. De vijanden van de ware aanbidding gebruikten alle mogelijke middelen om te trachten deze predikingsactiviteit te doen ophouden. Door echter met betrekking tot oorlogsactiviteiten neutraal te blijven, en door te vertrouwen op Jehovah’s woord en leiding, vond de ware aanbidding voortgang. In het begin van 1942 beëindigde onze geliefde broeder Rutherford, die vijfentwintig jaar lang president van de Watch Tower Society was geweest, zijn loopbaan als bevorderaar van de ware aanbidding en als president van de Watch Tower Bible and Tract Society. Jehovah’s hand was echter niet verkort. Broeder N. H. Knorr werd als president gekozen en de koninkrijksactiviteit vond voortgang, ja, breidde zich dag na dag en maand na maand uit. Toen de Tweede Wereldoorlog eindigde, namen alle aspecten van de koninkrijksprediking enorm toe.

Uiteindelijk had de prediking van het goede nieuws van het Koninkrijk over WBBR zijn grootste nut gehad. Een intensievere prediking van deur tot deur werd geschikter bevonden. Het WBBR-station werd dus in 1957 van de hand gedaan. De president van het Genootschap sprak de afscheidsboodschap uit. Hij vertelde de radioluisteraars dat de prediking van het goede nieuws op een doeltreffender wijze voortgang zou vinden. De volgende ochtend, nadat het programma om 8 uur was geëindigd, verdween WBBR uit de ether, aldus de drieëndertig jaar dat dit station de ware aanbidding van Jehovah God had bevorderd, beëindigend.

Toen werd ik aangewezen om naar Brooklyn-Bethel te komen om in de drukkerij te helpen. Maar wat een verschil met de kleine drukkerij in Concord Street 18, waarin ik eerst had gewerkt! In plaats daarvan waren er nu twee grote, moderne gebouwen, goed uitgerust met de nieuwste en beste persen met een drukcapaciteit van miljoenen stuks lectuur per week in talloze talen ten einde de ware aanbidding te bevorderen. Jezus’ profetie is stellig vervuld toen hij zei: „Dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën.” — Matth. 24:14, NW.

Nu ik de leeftijd van driekwart eeuw nader en terugblik op de eenenveertig jaar volle-tijd-dienst in het meest begerenswaardige werk dat iemand maar kan doen, weet ik dat Jehovah mij heeft begunstigd, aangezien ik ermee ben voortgegaan mijn deel te doen in het bevorderen van de ware aanbidding. Ik weet ook dat hij alle anderen zal begunstigen die tot een nauwkeurige kennis van zijn wil en voornemens komen, hun leven aan God opdragen en dan hun deel doen in het bevorderen van de ware aanbidding.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen