De „verlichting” van een yogi
Wanneer een yogi, of iemand anders die de soort van concentratie beoefent waarbij de zinnen worden „teruggetrokken”, het doel van de „verlichting” bereikt, wat ontvangt hij dan? Een yogi beschrijft zijn eerste ervaring met samadhi of de toestand van „verlichting” als volgt: „Mijn lichaam was onbeweeglijk aan de grond genageld; de adem werd uit mijn longen getrokken . . . Het vlees was als dood, maar toch wist ik in mijn intense bewustzijn dat ik nog nooit eerder zo geheel levend was geweest. Mijn identiteitsgevoel was niet langer bekrompen tot een lichaam beperkt. . . . De wortels van planten en bomen verschenen door een matte doorzichtigheid van de grond; ik onderscheidde de innerlijke stroom van hun sappen. De hele omgeving kwam voor mij bloot te liggen. Mijn normale, frontale gezichtsvermogen was nu veranderd in een onmetelijke sferische blik, waarbij ik gelijktijdig alles kon waarnemen. Door mijn achterhoofd zag ik mensen helemaal aan het einde van de Rai Ghat-laan kuieren en ik merkte ook op dat een witte koe langzaam deze kant op kwam. Toen ze de geopende asjram-poort naderde, kon ik haar zo duidelijk zien alsof ik met mijn twee fysieke ogen keek. Nadat ze achter de stenen muur van de binnenplaats was verdwenen, kon ik haar nog steeds heel duidelijk zien.” — Autobiography of a Yogi, Yogananda, de bladzijden 149 en 150.
De „verlichting” die tijdens dergelijke ascetische en lichamelijke concentratie-oefeningen, zoals yoga, wordt verkregen, komt dus voornamelijk neer op een reeks buitenzintuiglijke indrukken. Deze soort van buitenzintuiglijke waarneming, die een gelukzalig gevoel voortspruitend uit het feit dat men buiten het lichaam leeft, schijnt te geven, wordt door de beoefening van spiritisme verkregen. In de bijbel worden wij hiervoor gewaarschuwd. — Gal. 5:19-21, NW.