Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w64 15/11 blz. 677-679
  • Het christendom — waar uitersten elkaar raken

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het christendom — waar uitersten elkaar raken
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • UITERSTEN OP HET GEBIED VAN HOEDANIGHEID RAKEN ELKAAR
  • EEN BOODSCHAP VAN UITERSTEN
  • ’Volken moeten tot de levengevende aanbidding stromen’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • Gods kudde met liefde weiden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
  • Behoud dezelfde instelling als Christus
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2009
  • De dynamische persoonlijkheid van de auteur van de bijbel
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
w64 15/11 blz. 677-679

Het christendom — waar uitersten elkaar raken

De ware aanbidding van God is zowel evenwichtig als alomvattend. Kan dit ook van uw aanbidding worden gezegd?

HET was in het najaar van 1961. In een stad van een Engelse Westafrikaanse kolonie hing een gespannen sfeer. Men verwachtte het ergste, omdat er een verandering van regering ophanden was, en daarom hadden de Engelsen duizenden soldaten rond de stad gelegerd. Alle Europeanen, en in het bijzonder de vrouwen, werd gelast de stad te verlaten. Er was echter één zendeling-echtpaar dat, tot grote ergernis van de autoriteiten, geen reden zag waarom zij de stad zouden verlaten. Ten slotte dreef de storm over; de overdracht geschiedde zonder enig geweld.

Waarom vond dit echtpaar het niet roekeloos te blijven? Omdat zij, ten gevolge van hun onzelfzuchtige werk onder de Afrikanen, ware vrienden onder hen hadden verworven. Voor hen waren de Afrikanen hun broeders, en de Afrikanen tot wie zij predikten, beschouwden de zendelingen als hun broeders, ondanks het verschil in huidkleur. Onnodig te zeggen dat het feit dat zij bleven veel gunstig commentaar onder de Afrikanen uitlokte. Dit is slechts één, minder belangrijk voorval, doch het is typerend voor het ware christendom, dat geen rassenonderscheid erkent en waar, ook in dit opzicht, de twee uitersten, zoals het blanke en het zwarte ras door sommigen worden genoemd, elkaar raken.

Ja, dat in het christendom uitersten elkaar raken, geldt voor elk gebied der menselijke betrekkingen, zoals bijvoorbeeld dat van ontwikkeling. Zo werkte de zeer ontwikkelde Farizeeër, de apostel Paulus, samen met „ongeletterde en gewone” mannen als Petrus en Johannes en dit gebeurt thans ook op vergaderingen van opgedragen christenen, waar leraren van hogere onderwijsinstellingen, dienst verrichten met of gezeten zijn naast anderen die pas hebben leren lezen en schrijven toen zij met de theocratische maatschappij van Jehovah’s getuigen in contact kwamen. De meer ontwikkelden zien niet neer op hen die weinig officieel onderwijs hebben genoten; anderzijds worden eerstgenoemden niet op enigszins spottende wijze „boekenwurmen” genoemd. — Hand. 4:13; Spr. 14:17; Hand. 17:34; 22:3, NW.

Voorts is het ook zo dat het ware christendom nationaliteiten verenigt die al heel lang een antipathie tegen elkaar hebben, zoals de Ieren van Ierland en de Ieren van Ulster. Voor christenen ’is er noch jood noch Griek, is er noch slaaf noch vrije, en is er noch man noch vrouw’. Hetzelfde is ook van toepassing op zulke verdeeldheid brengende factoren als rijkdom en cultuur, hetgeen nog niet wil zeggen dat deze twee dingen noodzakelijkerwijs samengaan. Zij slaan acht op de raad van de discipel Jakobus: „Laat de geringe broeder echter juichen over zijn verhoging, en de rijke over zijn vernedering”, zodat beiden op een gemeenschappelijk niveau zullen komen. — Gal. 3:28; Jak. 1:9, 10, NW.

In het ware christendom is zelfs geen afscheiding op grond van leeftijd, zodat er geen religieuze fröbelscholen voor kinderen of zondagsscholen zijn, maar allen gezamenlijk bijeenkomen, iets wat de Israëlieten uit de oudheid eveneens deden in gehoorzaamheid aan het gebod: „Verzamel het volk, de mannen en de vrouwen en de kleinen . . . opdat zij mogen luisteren en opdat zij mogen leren.” De jeugd heeft respect voor wat rijpheid en jarenlange ervaring te bieden hebben, terwijl omgekeerd de ouderdom waardering heeft voor de geestdrift van de jeugd. Of, zoals sommige Braziliaanse Getuigen het graag uitdrukken: „Wij hebben geen oudjes onder ons, alleen zijn sommigen wat langer jong geweest dan anderen!” — Deut. 31:12, NW.

UITERSTEN OP HET GEBIED VAN HOEDANIGHEID RAKEN ELKAAR

In het ware christendom worden niet alleen personen met tegenovergestelde karaktertrekken verenigd, maar ook bij één en dezelfde christen treft men hoedanigheden aan die over het algemeen als uitersten ten opzichte van elkaar worden beschouwd, doch nu harmonieus samengaan. Hoe dan wel? Doordat het christendom een evenwichtige persoonlijkheid tot gevolg heeft. Zo worden bijvoorbeeld hoedanigheden als tederheid, vriendelijkheid, zachtmoedigheid en zachtheid, in de regel niet met een krachtige, vrijmoedige en onbevreesde dynamische persoonlijkheid verbonden. Toch raken in het ware christendom deze uitersten op het gebied van hoedanigheden elkaar in de afzonderlijke persoon.

Niemand minder dan Jezus Christus zelf heeft hiervan het voorbeeld gegeven. Vrijmoedig, onbevreesd en dynamisch als hij was, nam hij geen blad voor de mond om de bijeengekomen scharen of zijn vijanden een bepaald punt duidelijk te maken. „Huichelaar! Haal eerst de balk uit uw eigen oog, en dan zult gij duidelijk zien hoe gij het strootje uit het oog van uw broeder moet halen.” „Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! . . . Slangen, adderengebroed, hoe zult gij het oordeel van Gehenna ontvlieden?” Als een man van actie dreef hij bij twee gelegenheden ’allen met schapen en runderen de tempelhoven uit, terwijl hij de geldstukken van de geldwisselaars uitstortte en hun tafels omkeerde’. — Matth. 7:5; 23:29-33; 21:12; Joh. 2:15, NW.

Niettemin had hij het ook in zich om vriendelijkheid, zachtheid en mededogen ten toon te spreiden: „Bij het zien van de scharen had hij medelijden met hen, omdat zij gestroopt en heen en weer gedreven waren als schapen zonder herder.” Tot hen richtte hij de uitnodigende woorden: „Komt allen tot mij die zwoegt en zwaar beladen zijt, en ik zal u verkwikken. Neemt mijn juk op u en wordt mijn discipelen, want ik ben zachtaardig en ootmoedig van hart, en gij zult verkwikking vinden voor uw ziel. Want mijn juk is weldadig en mijn vracht is licht.” — Matth. 9:36; 11:28-30, NW.

Van de apostel Paulus, die een goed navolger van Jezus Christus was, kan hetzelfde worden gezegd. Zowel in het boek Handelingen als in zijn brieven lezen wij over zijn onbevreesde standvastigheid; hij kwam vrijmoedig op voor de waarheid en sprak deze onbevreesd, ongeacht wie het aanging, hetzij een medeapostel of andere medechristenen, hetzij een vijandig gepeupel of bestuurders en koningen, en hij sloeg, wanneer de gelegenheid het eiste, niemand over. — Hand. 13:9-11; 14:19; 15:39; 17:23-32; 21:30-40; 24:10; 25:8-11; Gal. 2:11-14, NW.

Terzelfder tijd kon Paulus over zichzelf schrijven: „Wij zijn in uw midden vriendelijk geworden, zoals wanneer een zogende moeder haar eigen kinderen koestert. Daar wij dus tedere genegenheid voor u hadden, hebben wij u gaarne niet alleen het goede nieuws van God meegedeeld, maar ook onze eigen ziel, want gij zijt ons lief geworden.” „Zoals een vader zijn kinderen, bleven [wij een ieder van u] vermanen en bemoedigen en steeds getuigenis tot u [afleggen].” Ja, zowel in de apostel Paulus als in Jezus Christus waren de tegenovergestelde hoedanigheden van een gehard soldaat en een vriendelijke herder — vrijmoedige onbevreesdheid, rechtvaardige verontwaardiging, en tederheid, zachtheid en vriendelijkheid — verenigd. — 1 Thess. 2:7, 8, 11, NW.

Met het oog hierop was het te verwachten dat christenen de raad zouden krijgen deze tegenovergestelde hoedanigheden bij zichzelf aan te kweken, en dit is ook inderdaad het geval. Zo lezen wij: „Blijft wakker, staat vast in het geloof, gedraagt u als mannen, wordt machtig.” „Tenslotte, blijft kracht verwerven in de Heer en in de macht van zijn sterkte.” „Draag als een voortreffelijk soldaat van Christus Jezus uw deel in het lijden van kwaad.” — 1 Kor. 16:13; Ef. 6:10; 2 Tim. 2:3, NW.

Terzelfder tijd lezen wij ook: „Wordt vriendelijk jegens elkaar, teder mededogend, elkaar vrijelijk vergevend, zoals ook God door Christus u vrijelijk vergeven heeft.” „Indien er dan enige aanmoediging in Christus is, enige vertroosting der liefde, enig delen in geest, enige tedere genegenheid en enig mededogen, maakt dan mijn vreugde volkomen doordat gij gelijkgezind zijt en dezelfde liefde hebt, in ziel samengevoegd, het ene in gedachten houdend.” — Ef. 4:32; Fil. 2:1, 2, NW.

EEN BOODSCHAP VAN UITERSTEN

Ook van het goede nieuws van Gods koninkrijk, dat door het christendom wordt bekendgemaakt, zou men kunnen zeggen dat uitersten elkaar daarin raken. Zo bevatte het profetische bevel dat Jezus bij zijn terugkeer in zijn woonplaats Nazareth aanhaalde, een tweeledige, contrasterende opdracht: „De HERE [heeft] mij gezalfd . . . Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN en [de] dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten.” Evenals Jezus zich, toen hij op aarde was, van deze tweeledige opdracht heeft gekweten, doen ook zijn volgelingen op aarde dit thans — zij prediken het goede nieuws van een paradijs dat de gehele aarde zal omvatten en waarschuwen voor Armageddon, de oorlog van de grote dag van God de Almachtige. — Jes. 61:1, 2, NW; Openb. 16:14, 16; 21:4, NW.

Merk op hoe krachtig dit punt duidelijk wordt gemaakt in de profetie in Micha 5:6, 7 7, 8, die in onze tijd haar vervulling heeft: „Het overblijfsel van Jakob zal te midden van vele volkeren zijn als dauw van den HERE, als regenstromen op het groene kruid, dat niet wacht op den mens, noch mensenkinderen verbeidt. En het overblijfsel van Jakob zal zijn onder de natiën, te midden van vele volkeren als een leeuw onder de dieren des wouds, als een jonge leeuw onder de schaapskudden, die, wanneer hij er binnendringt, neerslaat en verscheurt, zonder dat iemand redt.”

Een groter contrast of een grotere serie uitersten kan men zich toch nauwelijks voorstellen. Wat is weldadiger en verkwikkender dan de dauw en regenstromen, die zo onontbeerlijk zijn voor de instandhouding van het leven, en vooral in het land Palestina, waar deze woorden werden geschreven? En wat is verscheurender dan een jonge leeuw te midden van een kudde hulpeloze schapen? Ware christenen vervullen beide rollen. Voor personen die van een goede gezindheid jegens God blijk geven, hebben zij een verkwikkende, leven-onderhoudende boodschap. Maar voor de vijanden van de waarheid is de boodschap die ware christenen brengen, even verwoestend als een jonge leeuw, want met het „zwaard van de geest”, Gods Woord, richten deze christenen grote verwoestingen aan onder de valse leerstellingen die erop na worden gehouden. — Ef. 6:17, NW.

Hoe komt het dat deze uitersten elkaar in het christendom raken? Omdat het de religie is van de ene, onpartijdige, ware God, Jehovah, wiens hoedanigheden volmaakt met elkaar in evenwicht zijn. Wegens zijn macht en gerechtigheid is hij „een verterend vuur” voor de goddelozen, maar aan degenen die rechtvaardigheid liefhebben, toont hij zijn andere zijde: „Het zijn de gunstbewijzen des HEREN, dat wij niet omgekomen zijn, want zijn barmhartigheden houden niet op, elken morgen zijn zij nieuw.” — Hebr. 12:29, NW; Klaagl. 3:22, 23.

Ja, het christendom beveelt zich bij allen die waarheid en rechtvaardigheid liefhebben, aan. Omdat het „de wijsheid van boven” heeft, is het „allereerst zuiver, vervolgens vredelievend, redelijk, bereid tot gehoorzamen, vol van barmhartigheid en goede vruchten, geen partijdig onderscheid makend, niet huichelachtig”. — Jak. 3:17, NW.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen