Hoe „Ontwaakt!” op school wordt gebruikt
BIJ TOESPRAAKJES VOOR DE KLAS
Een schoolmeisje, een van Jehovah’s getuigen, vertelde de volgende ervaring op de ’Verenigde aanbidders’-districtsvergadering in Amsterdam: „Op school spreek je met vele jongens en meisjes en het gebeurt vaak dat zij over religie beginnen. Soms is het een katholiek kind dat zegt: ’Hè bah, vanavond weer naar de kerk.’ Dan zeg ik meestal: ’Vind je dat niet prettig? Ik ga altijd graag naar religieuze bijeenkomsten.’ En dan vertel ik hun over de vergaderingen van Jehovah’s getuigen. Soms zijn er kinderen die belangstelling krijgen en dan nodig ik hen uit de vergaderingen bij te wonen. Zij gaan vaak vragen stellen over allerlei dingen die met de Nieuwe-Wereldmaatschappij in verband staan.
Alle onderwijzers weten dat ik een van Jehovah’s getuigen ben, daar ik niet aan de viering van koninginnedag, Kerstmis, enzovoorts, meedoe. Toen ik in de eerste klas zat, moest ik hun iedere keer vertellen waarom niet en dan gaf ik hun getuigenis. Voor de toespraakjes die wij eenmaal per week op school moeten houden, krijg ik altijd de hoogste cijfers. Nu moet u niet denken dat ik zo trots op mijzelf ben, want die goede cijfers zijn weer dingen die ik aan Jehovah heb te danken. Ik haal altijd mooie en interessante artikelen over dieren uit Ontwaakt! en dank zij de School der theocratische bediening ben ik nooit zo zenuwachtig als de andere jongens en meisjes.”
DE LESSEN IN SPAANS EN GESCHIEDENIS
Op de ’Verenigde aanbidders’-districtsvergadering in Houston, Texas, vertelde een jonge getuige van Jehovah de volgende ervaring: „Mijn lerares Spaans vertelde de klas dat wij meer inlichtingen over de Latijns-Amerikaanse landen en gewoonten zouden kunnen meebrengen. Ik herinnerde mij dat er in de laatste Ontwaakt! een artikel over een van de Latijns-Amerikaanse landen had gestaan. De volgende dag nam ik de Ontwaakt! voor haar mee. Ik wees haar het artikel aan en zij nam het tijdschrift. Enkele dagen later vroeg ik haar hoe zij het had gevonden en zij zei mij dat het heel interessant was, terwijl zij de leerlingen later vertelde over wat zij had gelezen. Iedere keer wanneer de Ontwaakt! een artikel bevatte dat met Latijns-Amerika in verband stond, nam ik die voor haar mee. Zij was er zeer blij mee en accepteerde ongeveer zeven verschillende uitgaven. Zij zei dat mij om deze inlichtingen extra lof toekwam. Hieruit bleek mij dat wij altijd van iedere kans die wij krijgen om tijdschriften te verspreiden, gebruik kunnen maken.
Voor de lessen in wereldgeschiedenis gebruikte ik materiaal uit uitgaven van Ontwaakt! waarin over wereldtoestanden en de oorzaken ervan werd gesproken. Mijn geschiedenisleraar was zeer onder de indruk van de uiteenzettingen over het feit dat deze dingen waren voorzegd. Ook van het onderdeel van Ontwaakt! ’Een blik op de wereld’ had ik op school veel plezier. Ik vind het erg prettig dat ik mijn medeleerlingen en de leraren lectuur kan aanbieden waardoor zij meer over Jehovah te weten komen.”
STOF VOOR OPSTELLEN
Een jongeman uit de staat Washington schrijft: „Ik zou u graag vertellen hoeveel waardering ik voor uw artikelen in De Wachttoren en Ontwaakt! over wereldse feestdagen heb. Ik zit in de eerste klas van een middelbare school. De leerlingen die vergevorderd waren in het maken van opstellen werd gevraagd een opstel, verhaal of gedicht over ’Thanksgiving Day’ te schrijven. Ik nam direct de Watch Tower Publications Index ter hand om materiaal voor mijn opstel te zoeken. Ik gebruikte de Awake! van 22 november 1958 waarin het artikel ’Thanksgiving Yesterday and Today’ stond. Nadat wij ons opstel hadden ingeleverd, hoorden wij dat enkele daarvan voorgelezen of gebruikt zouden worden op de bijeenkomst ter gelegenheid van ’Thanksgiving’ op school. Ik werd uitgekozen om mijn opstel ten aanhoren van de gehele school voor te lezen. Er zijn tussen de 600 en 700 leerlingen bij ons op school en tot mijn verbazing waren er ook vele ouders aanwezig.
Gewoonlijk komt er op deze bijeenkomst een predikant drie kwartier preken, maar deze keer waren de leraren van mening dat indien enkelen van de leerlingen ernstig over ’Thanksgiving’ zouden spreken, de anderen er meer bij stil zouden staan. Aan het begin van de bijeenkomst waren de toehoorders zeer luidruchtig en onbeleefd. Toen ik mijn opstel begon voor te lezen, en vooral tijdens het tweede deel, kon men een speld horen vallen! Ik stond versteld van het applaus en van de aandacht waarmee iedereen luisterde, daar de meeste kinderen niet in God geloven. Uit de opmerkingen die later werden gemaakt, kon ik opmaken dat, hoewel mijn opstel op sommige punten nogal scherp was, het goed in de smaak was gevallen. Ik ben van mening dat ik door de School der theocratische bediening heb leren spreken en heb geleerd hoe ik mij voor een gehoor moet gedragen. Daarom wil ik u werkelijk voor deze prachtige publikaties danken, daar ze voor zowel jong als oud zeer waardevol zijn.”