Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w62 1/3 blz. 149-152
  • De haven van New York is mijn kansel

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De haven van New York is mijn kansel
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • UIT ALLE NATIËN
  • „SCHAPEN EN BOKKEN”
  • HOE HET ALLEMAAL BEGON
  • Er komt een schip binnen
    Ontwaakt! 1972
  • Werk in smalle wateren
    Ontwaakt! 1975
  • ‘Niemand van jullie zal omkomen’
    ‘Geef grondig getuigenis over Gods Koninkrijk’
  • Uw religie — Een schip dat nooit verlaten mag worden?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
w62 1/3 blz. 149-152

De haven van New York is mijn kansel

Zoals A. Insberg dit heeft verteld

AAN de New Yorkse waterkant heerst een zondagse rust. Gisteren was de haven nog een wirwar van sleepboten, vrachtvaarders, tankers, aken, oceaanschepen en ronkende helikopters. Vandaag is alles rustig op een paar veerboten na, die elkaar tussen beneden-Manhattan en Stateneiland passeren. De ochtendzon wordt weerspiegeld in de hemelhoge reeksen vensters van de wolkenkrabbers van Wall Street. Het vroege verkeer spoedt zich langs de supersnelweg die zich als een lint langs de oever slingert. Onder de vlaggen van 170 scheepvaartmaatschappijen liggen rij aan rij de pasgeverfde oceaanschepen alsof ze aan het zonnebaden waren. Dit is de haven van New York, de rijkste ter wereld. Het is eveneens mijn kansel, en het is dit ook in de afgelopen twintig jaren geweest.

Bij de ingang van het havengebied controleert een geüniformeerde terreinopzichter van de havendienst mijn pas en geeft mij door een gebaar te kennen dat ik naar binnen kan gaan. Ik stap op de eerste de beste loopplank af en begeef mij benedendeks met de bijbel in de ene en mijn lectuurtas in de andere hand. Hier en daar bespreken groepjes zeelui belangrijke dingen, zoals de mogelijkheid van een oorlog om Berlijn. Ik predik vaak het eerst tot de koks en matrozen en ga dan dek voor dek verder naar de officieren, machinisten, stuurlui, marconisten en ten slotte naar de kapitein. Op deze wijze probeer ik niemand over te slaan en bewerk toch zo’n drie tot vijf schepen per dag.

In vergelijking met hen die op het land wonen, vind ik zeevarenden ruimer van opvatting en beter bekend met de bijbel. Misschien ligt het aan het feit dat zij meer tijd hebben om te lezen en na te denken. Bovendien hebben zij meer gereisd en staan zij meestentijds in nauw contact met Gods scheppingswerk — de zee en de sterrenhemel.

Aan boord van een Frans schip stel ik me voor aan de hoofdmachinist. „Kom in mijn hut”, zegt hij. „Ik zal u twee boeken laten zien die mij veel voldoening en genoegen hebben geschonken. Ik heb ze in mijn vrije tijd gelezen.” Tot mijn vreugde haalt hij twee welbekende Wachttorenpublikaties in het Frans tevoorschijn, „God zij waarachtig” en „De waarheid zal u vrijmaken”. De machinist aanvaardt gretig ons nieuwe bijbelstudiehulpmiddel Van het verloren naar het herwonnen paradijs. Vervolgens neemt de kapitein hetzelfde boek en zo hebben beiden weer iets interessants en belangrijks te lezen.

Op een ander schip tref ik een groep vriendelijke Spaanse zeelieden aan. „Kom erbij staan jongens, dan zal ik jullie eens iets laten zien!” Terwijl ik een prachtige illustratie in het Paradijs-boek opsla, waag ik het met een beetje gebroken Spaans: „Kijk! No mas guerra, no mas muerte.” („Geen oorlog meer, geen dood meer.”) „Zouden jullie niet in zo’n wereld willen leven?” „¡Si!” Ik bied hun het boek tegen een kleine vergoeding aan, maar krijg ten antwoord: „No tengo dinero.” („Ik heb geen geld”.) Ik verzeker hun dat geld niet belangrijk is, vergeleken met de goede dingen die zij in hun geest prenten en kom met hen overeen dat zij het boek voor een paar geldstukken mogen hebben, doch op één voorwaarde: „Jullie moeten het van hand tot hand laten gaan net als in een uitleenbibliotheek.” Afgesproken. En voor het aangename bezoek wordt beëindigd, krijgen allen een paar traktaatjes in het Spaans.

UIT ALLE NATIËN

Van schip tot schip verschillen de talen en geloofsrichtingen. De meeste zeelui die ik ontmoet zijn Spanjaarden, Portugezen en Scandinaviërs. Er komen ook bemanningsleden uit Italië, Japan, Duitsland, India en andere landen. Feitelijk komen er schepen uit elk zeevarend land in de wereld de haven van New York binnen. Het is voor mij niets ongewoons om met moslims, rooms-katholieken, protestanten, hindoes of boeddhisten over Gods koninkrijk te spreken. De meesten spreken Engels. Zelf spreek ik Engels, Russisch, Lettisch en een paar zinnetjes Spaans en Duits. Ik heb echter altijd, wanneer ik aan boord ben, de brochure van het Wachttorengenootschap „Preach the Word” [Predik het Woord] bij mij, met een getuigenis in dertig belangrijke talen.

Op een dag kwam ik op een Japans vrachtschip in de kapiteinshut en stelde mij voor als een bedienaar van het evangelie. De kapitein stond op en bood mij hoffelijk zijn stoel aan. Zijn gasten, de eerste stuurman en de hoofdmachinist zaten om de tafel; allen spraken Engels. „Onder Gods koninkrijk zal spoedig alles op aarde mooi zijn”, betoogde ik. De kapitein haalde een grote, in het Japans gedrukte bijbel tevoorschijn. Wij zochten Matthéüs 24:14 op, waar Jezus’ profetie voorzegt dat er vóór het einde een wereldomvattend getuigenis over het Koninkrijk zou worden gegeven. „Deze schriftplaats gaat vandaag op uw schip en over de gehele wereld in 181 landen door Jehovah’s getuigen in vervulling”, zo verklaarde ik. De kapitein belde de hutbediende. Spoedig genoten wij van warme koffie en versnaperingen. Het was een genoegen het interessante boek Wat heeft de religie voor de mensheid gedaan? bij de kapitein achter te laten.

„SCHAPEN EN BOKKEN”

Korte tijd geleden kreeg ik van het Wachttorengenootschap een brief die het ontvangen had van een vrouw in Florida, waarin zij vroeg of een Getuige haar vader, een tweede machinist op een van de schepen in de haven, een bezoek wilde brengen. Toen ik deze man gevonden had, zette ik het doel van mijn bezoek uiteen en was blij hem te horen zeggen: „Kom binnen, ik heb u verwacht.” Ik antwoordde: „Laat mij u in dat geval dan mogen tonen hoe uw dochter en uw twee kleinkinderen het goede nieuws van Gods koninkrijk met Jehovah’s getuigen prediken.” Hij luisterde aandachtig naar een kort bijbels toespraakje over Gods voornemen om de gehoorzame mensheid vrede, gezondheid en leven te verschaffen. Hij nam onmiddellijk een abonnement op De Wachttoren. Zeevarenden krijgen hun post gewoonlijk op het kantoor van de scheepvaartmaatschappij op Manhattan, wanneer zij in de haven terugkeren. Toen ik zijn abonnement had genoteerd, nodigde de machinist mij uit om te blijven eten en terwijl ik van de kip smulde, kon ik ook aan anderen — waaronder de Spaanse messroombediende, die een exemplaar van het Paradijs-boek in zijn moedertaal nam — uiteenzetten waarvoor ik kwam. Voor ik het schip verliet, kon ik tot mijn genoegen nog enkele bijbelse vragen van de kapitein beantwoorden en een Wachttoren-abonnement bij een andere officier afsluiten. Zo eindigde een gelukkige dag op het water.

Over het algemeen zijn zeelieden zeer ontvankelijk en gastvrij, hoewel deze regel natuurlijk uitzonderingen kent. Enige dagen geleden werd ik aan boord van een Zweeds schip uitgescholden, bedreigd en werd mij tenslotte bevolen het schip te verlaten. Bij een vroegere gelegenheid gaven een paar Italiaanse zeelieden ronduit te kennen: „Hier zijn alleen maar katholieken en communisten!” Deze vijandigheid komt echter niet vaak voor. Spaanse en Portugese katholieken zijn mijn gretigste toehoorders.

De zeldzame onheuse bejegeningen worden spoedig verdrongen door vreugdevolle ervaringen, zoals die welke ik laatst op een Engels schip met een Nigeriaanse bemanning meemaakte. De Nigerianen kwamen om mij heen staan om mijn toespraakje te horen, dat aanleiding werd tot vele bijbelse vragen. Drie bemanningsleden namen het Paradijs-boek. „Hoe denken jullie over een bezoek aan het hoofdbureau van het Wachttorengenootschap?”, vroeg ik. Zij spraken af de volgende dag te komen en inderdaad verschenen er ’s maandags zes Nigerianen met een Britse officier. Allen genoten van de interessante tocht door de enorme drukkerij van het Genootschap. „Waarom bouwen jullie in ons land niet zo’n prachtig gebouw?”, vroeg een zeeman. Misschien heeft hij nu inmiddels wel het mooie bijkantoor van het Genootschap in Nigeria gezien. Zeer onder de indruk van de vrede en eenheid in het hoofdbureau van Jehovah’s organisatie, namen mijn gasten afscheid.

Afscheid nemen is het moeilijkste deel van mijn werk, omdat het „vaarwel” gewoonlijk voor goed is. De meesten van mijn toehoorders zie ik nooit meer terug omdat de bemanning van een schip ongeveer om de drie maanden verandert. Soms ontstaat er wel eens een briefwisseling, doch slechts af en toe smaak ik het genoegen van een kort weerzien. Daarom wijs ik aan het eind van mijn gesprekken met geïnteresseerde zeelieden op de lijst van bijkantoren van het Wachttorengenootschap achter in de verspreide lectuur. „U hebt een prachtige gelegenheid om waar u ook komt, Jehovah’s getuigen te leren kennen”, zeg ik hun dan. „Er is bijna geen land waar u komt, of het heeft een van onze bijkantoren. Zorg ervoor dat u in de volgende haven waar u aanlegt, beter op de hoogte raakt.” Dan demonstreer ik hoe men het bijbelstudiehulpmiddel kan gebruiken, de vragen onderaan de bladzijden kan stellen en zodoende een beter begrip van Jehovah’s voornemen dat tot eeuwig leven leidt, kan krijgen.

HOE HET ALLEMAAL BEGON

Hoe ik ertoe kwam om juist deze reusachtige haven als kansel te kiezen? Dit gelukkige besluit nam ik twintig jaar geleden nadat ik een oude vriend had bezocht aan boord van een schip in de haven. Tijdens ons gesprek hadden wij het over het goede nieuws van Gods koninkrijk. Hij vond het prettig en ik ook, en ik vroeg mijzelf af: „Waarom zou ik dit ook niet op andere schepen gaan doen?”

Natuurlijk was ik geen vreemdeling op schepen. Vijftien jaar lang had ik onder de vlag van Amerika, Groot-Brittannië, Zweden en Duitsland gevaren. Het was aan boord van een schip ergens op het zuidelijk halfrond, dat ik in een heldere sterrennacht mijn hart voor de Heer uitstortte en hem smeekte mij naar het volk te leiden dat hem werkelijk in geest en waarheid aanbad. In mijn geboorteland Letland en later in Rusland had ik onder kerkgangers veel huichelarij gezien en daar wilde ik niets meer mee te maken hebben. Mijn gebed werd verhoord, toen ik in 1914 te Cleveland, Ohio, een voorstelling bijwoonde van het „Fotodrama der schepping” van het Genootschap. Eindelijk had ik de waarheid gevonden — hoe volkomen harmonieerde de bijbel met de wetenschap en de geschiedenis! Binnen twee jaar was ik gedoopt en met het predikingswerk begonnen, terwijl ik, wanneer ik in geldnood kwam, weer een poosje naar zee ging. In de zomer van 1922 ontving ik van rechter Rutherford, de president van het Wachttorengenootschap, de uitnodiging om lid te worden van de familie op het hoofdbureau, waar ik sinds die tijd dienst ben blijven verrichten. Vanuit dit tehuis aan Brooklyn Heights trek ik elke zondagmorgen naar de waterkant.

Wanneer ik tot deze zeelieden die zo ver van huis zijn, predik, denk ik dikwijls terug aan mijn jeugd in Letland, waar mijn vader altijd dagelijks aan het ontbijt twee of drie hoofdstukken uit de bijbel voorlas. De liefde voor God die mij op deze wijze was ingeprent, nam nog toe toen wij naar het woeste Oeralgebergte in Rusland verhuisden. In mijn verbeelding veranderen de wolkenkrabbers soms in de vertrouwde bergen, diepe ravijnen en watervallen. Nog hoor ik de roep van de koekoek na de krachtige onweersbuien en schitterende regenbogen. Nooit zal ik het vroege ochtendgezang van nachtegalen, de verblindende sneeuwstormen en de kleine sneeuwklokjes die door de sneeuwlaag heendrongen om de komst van de lente aan te kondigen, vergeten. Hoe dikwijls heb ik op de groene bergweiden mijn vaders schapen gehoed!

Thans hoed ik hier in de haven nog steeds „schapen” voor mijn hemelse Vader, Jehovah. Jezus zelf vond vele op schapen gelijkende toehoorders aan de oevers van het Meer van Galiléa. In de afgelopen negentien eeuwen zijn er grotere schepen gekomen dan de vissersbootjes van Galiléa — en ook grotere moeilijkheden. Nederige zeelieden luisteren echter nog altijd graag naar het goede nieuws dat God een koninkrijksregering heeft die het paradijs op aarde zal herstellen. Met zulk een gelukkige boodschap en zoveel gretige toehoorders kunt u zich voorstellen hoe ik al weer uitzie naar de volgende zondagochtend, waarop ik mij met bijbel en lectuurtas op weg begeef naar mijn boeiende kansel.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen