Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w60 1/8 blz. 453-456
  • Hoe wordt het Koninkrijkswerk gefinancierd?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe wordt het Koninkrijkswerk gefinancierd?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • VRIJWILLIGE GAVEN
  • HET PENNINGSKE DER WEDUWE
  • Hoe Jehovah zijn werk ondersteunt
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • Hoe wordt het allemaal gefinancierd?
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Het goede nieuws met anderen delen door persoonlijk bijdragen te schenken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • „Waar komt het geld vandaan?”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
w60 1/8 blz. 453-456

Hoe wordt het Koninkrijkswerk gefinancierd?

DE EERSTE vraag die er in de geest van vele vreemdelingen opkomt die langs het tien verdiepingen hoge, als een huizenblok zo grote gebouw te Brooklyn in New York — het internationale hoofdbureau van Jehovah’s getuigen — wandelen, is, „Hoe wordt dit alles gefinancierd?” Wanneer hun wordt verteld dat het nieuwe uit twaalf verdiepingen bestaande gebouw dat aan de overkant van de straat wordt opgetrokken, ook het eigendom van het Wachttorengenootschap is, alsmede een drukkerijcomplex van vele verdiepingen ongeveer een kilometer verderop, vragen zij nog dringender: „Hoe komen jullie aan het geld?”

Daar het Wachttorengenootschap niet in commerciële ondernemingen is betrokken, maar een filantropisch, bijbels onderwijzingswerk verricht, verbaast het zulke personen hoe dergelijke grote, fraaie gebouwen door het Genootschap gebouwd en onderhouden kunnen worden. Deze gebouwen die voor het publiceren van bijbels en bijbelse lectuur worden gebruikt en om hen die in de drukkerijen werken, te huisvesten, vormen echter niet het enige waaraan het Genootschap geld spendeert. Over de gehele wereld onderhoudt het vijfentachtig bijkantoren met een personeel van 1236 personen om de werkzaamheden gaande te houden. Daarnaast heeft het een groot aantal zendingshuizen. Het Genootschap voorziet eveneens in de noodzakelijke behoeften van de zendelingen en andere speciale vertegenwoordigers opdat dezen hun volledige aandacht aan het in de vele waarheden uit Gods Woord onderwijzen van personen van goede wil kunnen wijden. Dit alles kost geld.

Het produceren van enorme hoeveelheden bijbels en bijbelse lectuur vormt een grote uitgave. Het Wachttorengenootschap drukte in 1959 meer dan 734 miljoen stuks lectuur. Er is veel geld voor nodig om in de materialen en de zeer nauwgezet werkende machinerieën voor het verzorgen van zo’n groot drukprogramma te voorzien. De onvermijdelijke vraag van vreemdelingen is daarom dan ook, hoe een dergelijk kolossaal filantropisch werk gefinancierd wordt. Sommige personen zijn misschien de mening toegedaan dat het geld dat voor de door het Genootschap gedrukte bijbels en bijbelse lectuur wordt bijgedragen, hiervoor wordt gebruikt, maar dit is niet het geval. De geringe bijdrage die van personen wordt ontvangen die lectuur nemen, dekt niet de kosten van de activiteiten van het Genootschap. Anderen denken misschien dat het geld binnenkomt door middel van verzoeken om geld, speciale campagnes of doordat er tienden worden geheven. Ook dit is echter een verkeerde gevolgtrekking.

Van de tijd af dat het Wachttorengenootschap in 1884 werd opgericht, heeft het nooit om geld gevraagd. Wat iemand die niet zo goed bekend is met Jehovah’s getuigen nog meer zal verbazen, is, dat het Genootschap gedurende de zesenzeventig jaren van zijn bestaan nooit een collectezak heeft laten rondgaan.

De vraag wordt evenmin beantwoord door het heffen van tienden, omdat Jehovah’s getuigen dit niet als een op christenen van toepassing zijnd vereiste bezien. Het werd tot een deel van de Mozaïsche wet gemaakt om de levitische priesterschap te ondersteunen, maar christenen staan niet onder die wet. Christus heeft er een eind aan gemaakt. Bovendien bestaat de levitische priesterschap niet langer. Door Jehovah’s getuigen wordt derhalve niet het geven van tienden beoefend.

VRIJWILLIGE GAVEN

In Spreuken 3:9 staat er geschreven: „Vereer den HERE met uw rijkdom”. Dit is het wat zij die belang stellen in het werk van het Wachttorengenootschap hebben gedaan. Uit eigen beweging schenken zij het Genootschap vrijwillige gaven, of bijdragen, ten einde het evangelisatiewerk voortgang te doen vinden. Zij bezien dit als een schriftuurlijke verplichting.

In het achtste hoofdstuk van Lukas vinden wij een voorbeeld van christelijke vrouwen die Christus en zijn apostelen materiële bijstand verleenden opdat de christelijke bediening van dorp tot dorp en van stad tot stad zou blijven voortgaan. In het derde vers wordt gezegd dat deze vrouwen „hen dienden met hetgeen zij bezaten”. Dit is dus een voorbeeld van het vrijwillige schenken van bijdragen wat thans door Jehovah’s getuigen wordt gedaan. Door het Wachttorengenootschap vrijwillige bijdragen te schenken, dienen zij duizenden speciale vertegenwoordigers van het Genootschap die al hun tijd aan de bediening van het evangelie besteden.

Ook de Korinthiërs vormen een voorbeeld van het geven van vrijwillige bijdragen. De apostel Paulus schreef hun in een brief: „Door het bewijs dat deze bediening geeft, verheerlijken zij God omdat gij onderdanig zijt aan het goede nieuws omtrent de Christus, zoals gij dit in het openbaar bekendmaakt, en omdat gij overvloedig zijt in uw bijdrage aan hen en aan allen”. — 2 Kor. 9:13, NW.

Het is een soortgelijke vrijgevigheid van de zijde van Jehovah’s getuigen over de gehele wereld waardoor het mogelijk wordt gemaakt dat het Genootschap vele bijkantoren, drukkerijen en zendingshuizen kan onderhouden en voor de bedieningsactiviteiten van het evangelie kan zorgdragen. Zij die al hun tijd aan het werken op de bijkantoren of als speciale vertegenwoordigers in het veld besteden, doen dit geheel vrijwillig en niet tegen betaling van een salaris.

HET PENNINGSKE DER WEDUWE

Bij een bepaalde gelegenheid sloeg Jezus de mensen gade die bijdragen schonken om de tempel in Jeruzalem te onderhouden. Hij kwam onder de indruk van de toewijding welke door een weduwe aan de dag werd gelegd, die, hoewel zij zeer arm was, toch een bijdrage schonk. Wat zij in de heilige offerkist van de tempel wierp, waren slechts twee kleine geldstukken van geringe waarde. In vergelijking met wat de anderen bijdroegen en de kosten van het tempelonderhoud, was haar bijdrage oneindig klein. Jezus beschouwde haar gave echter niet als van geen enkele waarde omdat ze zo gering was. In plaats daarvan zei hij: „Voorwaar, Ik zeg u, deze arme weduwe heeft het meeste in de offerkist geworpen van allen, die er iets in geworpen hebben. Want allen hebben er in geworpen van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede er in geworpen, alwat zij had, haar ganse levensonderhoud”. — Mark. 12:43, 44.

De vrijgevigheid van de weduwe was zeer groot. Haar liefde voor Jehovah werd erdoor te kennen gegeven. Hetzelfde kan van de getuigen van Jehovah worden gezegd die arm zijn, maar die ondanks hun lage inkomen toch geregeld bijdragen aan het Genootschap schenken. Hoewel hun vrijwillige bijdragen niet meer dan enkele muntstukken van geringe waarde zijn, worden ze toch zeer door het Wachttorengenootschap gewaardeerd. De vrijgevigheid van deze mensen toont hun toewijding aan Jehovah en hun waardering voor het door het Genootschap ten uitvoer gebrachte werk.

Wanneer men de houding zou aannemen dat de financiële last voor de prediking van het goede nieuws van Gods koninkrijk door de Getuigen met een goed betaalde werkkring gedragen dient te worden, zou men niet de prijzenswaardige houding van de weduwe bezitten. Men zou geen waardering voor Gods werk tonen. Misschien kan men niet meer dan een muntstuk van geringe waarde bijdragen, nochtans is zo’n bijdrage belangrijk. Hoe klein ze ook is, het Koninkrijkswerk wordt erdoor bevorderd. Het schenkt hem of haar ook de voldoening die het op een materiële wijze tot uitdrukking brengen van zijn liefde voor Gods dienst met zich mee brengt.

Het is het voorrecht van Jehovah’s getuigen en belangstellende personen in hun respectieve landen de theocratische activiteit financieel te ondersteunen. Zij kunnen dit plaatselijk in een bepaald opzicht doen door te helpen de kosten van de gemeentelijke vergaderplaats, de Koninkrijkszaal, te helpen dragen. In elke Koninkrijkszaal bevindt zich een bus voor vrijwillige bijdragen waarin men zijn gave kan doen zonder dat iemand anders weet hoeveel deze bedraagt.

De vrijwillige bijdragen die rechtstreeks aan een bijkantoor van het Genootschap worden gezonden, worden aangewend ter ondersteuning van de werkzaamheden in het gehele land of de landen onder de jurisdictie van dat bijkantoor. Zulke gaven helpen in de kosten van het bijkantoor en de zendingshuizen bij te dragen, helpen de speciale bedienaren van het evangelie in het veld, maken het mogelijk grote vergaderingen te houden, financieren de rechtszaken welke ter verdediging van het werk worden gevoerd, en worden voor andere kosten gebruikt. De Getuigen in elk land verheugen zich erover dat zij behalve het onderhoud van hun plaatselijke Koninkrijkszaal, ook deze financiële last mogen dragen. Zij wensen hiervoor niet van hun geestelijke broeders in andere landen afhankelijk te zijn.

Elke Getuige wenst aan het financieren van het Koninkrijkswerk deel te nemen, ongeacht hoe klein zijn bijdrage ook mag zijn. Hij schat de door de apostel Paulus gegeven vermaning naar waarde: „Een ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft den blijmoedigen gever lief”. — 2 Kor. 9:7.

Opdat het Genootschap voor het komende jaar plannen kan opstellen, moet het bij benadering weten hoeveel getuigen van Jehovah en belangstellende personen van plan zijn een bijdrage te doen. Wat zij beloven, is geen toezegging, maar louter een schatting van wat zij gedurende het jaar hopen te schenken. Noem het hun vooruitzichten inzake het schenken van bijdragen. Het is een vrijwillige belofte zoals die ook door de Korinthiërs werd gedaan: „Ik achtte het dus noodzakelijk de broeders op te wekken, van te voren tot u te gaan en uw vroeger toegezegde milde gave in gereedheid te brengen”. — 2 Kor. 9:5.

Indien u van plan bent in de komende twaalf maanden het Wachttorengenootschap een of meer bijdragen te schenken, schrijf dan een briefkaart of brief naar het bijkantoor in uw land waarin u vermeldt wat u ter bevordering van de prediking van Gods koninkrijk aan dat bureau hoopt bij te dragen. Schrijf erop „Mijn vooruitzichten inzake het schenken van bijdragen”. Op de tweede bladzijde van deze uitgave van De Wachttoren treft u een lijst aan waarin de adressen van de verschillende bijkantoren van het Genootschap staan vermeld. Achterin de meeste boeken en brochures van het Genootschap bevindt zich een volledige lijst van alle bijkantoren. Voor Nederland kunt u uw briefkaart of brief naar de „Watch Tower Bible and Tract Society”, Koningslaan 1, Amsterdam-Zuid, sturen. Uw onmiddellijke reactie op dit verzoek zal het Genootschap helpen plannen op te stellen voor zijn werkzaamheden.

Hoe de faciliteiten en het werk van het Wachttorengenootschap worden gefinancierd, is geen geheim. Zonder dat het Genootschap tot de geldklopperij van de kerken der christenheid zijn toevlucht neemt, is het, daar Jehovah’s getuigen en belangstellende personen van hun kostbaarheden vrijwillige bijdragen schenken, in staat een uitgebreid filantropisch bijbels onderwijzingswerk ten uitvoer te brengen. — 1 Kron. 29:17.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen