Het kruis in de aanbidding
ER IS in de vele kerken der christenheid geen symbool dat men christelijker vindt dan het kruis. Het is vele eeuwen lang het populaire symbool van de christenheid geweest. Talloze menigten hebben er in hun kerken voor gebeden en het in hun huizen vereerd. Zowel buiten als binnen de kerken, op de gewaden van geestelijken, op omslagen van bijbels, op doodkisten en grafstenen, aan halssnoeren en oorringen, op kerstkaarten en kerstversierselen en op een groot aantal andere voorwerpen komt het voor. In landen die christelijk beweren te zijn, is het ongetwijfeld het overheersende religieuze symbool.
In het algemeen nemen de mensen uit de christenheid aan dat het kruis een christelijk symbool bij uitstek is en dat het zijn begin als religieus symbool bij Christus heeft gevonden, van wie zij geloven dat hij aan een kruis werd terechtgesteld. Hun gedachtengang is echter niet in overeenstemming met de feiten. Als zij naar een goed museum van Egyptische oudheden zouden gaan, zouden zij op enkele van de uitgestalde stukken naar alle waarschijnlijkheid religieuze kruisen zien die door een volk dat vele honderden jaren voor Christus leefde, op deze kunstvoorwerpen waren aangebracht.
Het vroegere Egyptische kruis had de vorm van een „T” met daar bovenop in de meeste gevallen een cirkel als handvat. In moderne woordenboeken wordt het een anch of een crux ansata genoemd. Het werd dikwijls verbonden met de Egyptische god Osiris, wiens scepter in een kruis eindigde. De Egyptische god Kneph werd voorgesteld door een cirkel met een kruis erin.
OP WERELDOMVATTENDE SCHAAL GEBRUIKT
De vroegere Egyptenaren waren niet de enigen die het kruis als een heilig religieus symbool gebruikten. Het is in de gehele wereld in de heidense religiën populair geweest. Hierover zegt The Encyclopædia Britannica, 11de uitgave, Deel 7: „In bijna alle delen van de oude wereld zijn verschillende voorwerpen uit perioden ver vóór het christelijke tijdperk gevonden waarop kruisen van verschillende vorm waren aangebracht. India, Syrië, Perzië en Egypte hebben daar talloos veel voorbeelden van voortgebracht, terwijl er in alle delen van Europa ook vele voorbeelden uit het latere Stenen Tijdperk tot aan het christelijke tijdperk zijn gevonden. Het gebruik van het kruis als een religieus symbool in voorchristelijke tijden en onder niet-christelijke volken, kan waarschijnlijk wel als universeel worden bezien, en in zeer veel gevallen was het met de een of ander vorm van natuuraanbidding verbonden”.
Ongeveer tien eeuwen voor het christelijke tijdperk werd het in India en China in de vorm van een hakenkruis als een religieus symbool gebruikt. In het gebied van de Stille Zuidzee treffen wij het kruis aan op oude beelden op het Paaseiland en eveneens op de heilige stenen in het oostelijke deel van Nieuw-Guinea. In Nieuw-Zeeland droegen de heidense Maori’s een groenstenen kruis. Ook bij de oude inwoners van de Amerikaanse staat Nieuw Mexico was het kruis in gebruik, want ze zijn daar tussen opgegraven voorwerpen gevonden. Verder treffen wij ze ook op de tekeningen van de Dakota’s aan.
Betreffende het gebruik van het kruis onder de vroegere bewoners van Mexico zegt The Standard Dictionary of Folklore, Mythology and Legend: „De vroegere ontdekkers van Mexico stonden verbaasd toen zij bemerkten dat het kruis daar een onbetwistbare religieuze betekenis had. Men denkt nu dat het Mexicaanse kruis, dat door de regengodin der Azteken werd gedragen, met de zon of de wind verbonden is geweest”.
Dit verband tussen het kruis en de zonneaanbidding is niet verwonderlijk, want de Chaldeeën van Mesopotamië deden dat ook en van daaruit werd de mensheid na de grote Vloed naar alle delen der aarde verstrooid. Hun god Tammuz werd met de zon in verband gebracht, en volgens Alexander Hislop „was de mystieke Tau van de Chaldeeën en de Egyptenaren de eerste letter van de naam Tammuz”. Hoewel Tammuz bij andere volken weer een andere naam had, bleef zijn symbool, het „T”-kruis, over het algemeen gehandhaafd. Daar Constantijn het kruis als heidense Romein als een religieus symbool erkende, is het betekenisvol dat hij dit symbool in een visioen in de lucht onder de zon zag.
In vroeger tijden werd het kruis dikwijls met fallisme of sekseaanbidding verbonden. Dit was onvermijdelijk, daar het een symbool van het leven was geworden. Het crux ansata, een kruis met een cirkel er bovenop, vertegenwoordigde de actieve kracht van de voortplanting en de passieve kracht van het voortbrengen. Dit vormt waarschijnlijk de reden voor het kruis dat op een vrouwenfiguur dat in Troje werd opgegraven, in de streek van de geslachtsorganen was aangebracht. Omgekeerde T-kruisen worden in Griekenland, Rome en Japan als fallische symbolen gebruikt.
In het heidense Rome werd het kruis op de officiële gewaden van de priesters aangebracht en werd het door de vestaalse maagden aan een halssnoer gedragen. De archeoloog A.H. Layard zei dat het ook was gevonden op Assyrische beelden in Chorsabad, op Assyrische cilinders en op ivoren voorwerpen van Nimroed. Deze waren alle al lang voor de komst van Christus in gebruik.
De caducée — een met slangen omwonden, gevleugelde staf — was in werkelijkheid een kruis waarvan de dwarslat door vleugels was vervangen. Het werd zowel door de god Mercurius als door een aantal andere goden gedragen. Deze verbinding van een slang met het kruis bestond ook bij de Egyptenaren.
De beroemde Druïden uit Engeland zagen het kruis ook als een heilig religieus symbool. In het boek Indian Antiquities staat betreffende het gebruik ervan: „De Druïden hadden de gewoonte in hun bosjes de statigste en mooiste boom uit te zoeken als een embleem van de godheid die zij vereerden, en nadat zij er alle zijtakken van hadden afgehaald, bevestigden zij twee van de grootste weer op zo’n wijze bovenaan de stam dat deze takken aan beide zijden als de armen van een man waren uitgestrekt en te zamen met de stam een enorm kruis vormden, terwijl ook in de schors een aantal T’s werden gemaakt”.
Dat de Druïden het kruis vereerden, blijkt ook uit het feit dat zij enkele van hun tempels in de vorm van een kruis bouwden. De Druïdische tempel te Classerniss op het eiland Lewes bij Schotland was in deze vorm gebouwd evenals de Druïdische grot te New Grange in Ierland. In India staan een paar oude hindoetempels die in dezelfde vorm zijn gebouwd. Een buitengewoon voorbeeld is de zeer oude grottempel van Elephanta, een eilandje in de nabijheid van Bombay. Het was in de zware rotsen uitgehouwen en had de vorm van een kruis.
Al deze getuigenissen leveren het bewijs dat het kruis niet specifiek iets van de christenheid is maar in werkelijkheid tot het heidendom behoort. Natuurlijk willen sommigen betogen dat dit symbool heel goed door christenen gebruikt kan worden, daar Christus aan een kruis is gestorven, maar dat is niet zo. Christus is niet aan een kruis gestorven.
HET MOORDWERKTUIG WAS EEN PAAL
Jezus Christus werd aan een rechte paal zonder dwarslat gedood. Dat hierover een verkeerd begrip bestaat, is voornamelijk aan sommige bijbelvertalers te wijten die de Griekse woorden staurós en xylon met kruis hebben vertaald. Zij zijn hierbij vermoedelijk beïnvloed door het traditionele geloof in de christenheid dat Christus aan een kruis is gestorven. Het woord staurós heeft de betekenis van een rechte paal of lat, terwijl xylon meer de betekenis heeft van hout. Zelfs de oorspronkelijke betekenis van crux, het Latijnse equivalent van staurós, is slechts een houten executie-instrument waaraan een misdadiger wordt genageld of gehangen. Hoewel deze woorden in latere tijden een ruimere betekenis hebben gekregen en ook die van kruis zijn gaan omvatten, wil dat nog niet zeggen dat de bijbelschrijvers kruis bedoelden toen zij over het werktuig spraken waaraan Jezus werd gedood. In de 11de uitgave van The Encyclopædia Britannica lezen wij: „Lipsius en andere schrijvers spreken over de enkelvoudige rechtopstaande paal waaraan misdadigers werden gebonden als een kruis, en op zulk een paal heeft men de naam crux simplex van toepassing gebracht”. Jezus werd aan zo’n eenvoudige paal gehangen, terwijl zijn handen boven zijn hoofd werden vastgenageld.
De vroege christenen beschouwden Christus’ martelpaal niet als een heilig symbool van het christendom. Zij wilden het schriftuurlijke gebod geen geweld aandoen door het te vereren. Zij beschouwden het als een gehaat voorwerp dat overeenkomstig de joodse gewoonte begraven moest worden en uit het gezicht moest worden verwijderd. Pas nadat de organisatie der belijdende christenen verderfelijk begon te handelen door heidense geloofsovertuigingen, symbolen en gewoonten over te nemen, werd het kruis met het christendom verbonden. Vóór die tijd volgden belijdende christenen het heidense gebruik symbolen te vereren, niet na.
Afvallige christenen namen het populaire heidense symbool voor het leven aan en gaven het een christelijk tintje door te beweren dat Christus ook aan een kruis was gestorven. „In de Egyptische kerken”, aldus The Encyclopædia Britannica, „vormde het kruis een heidens symbool van het leven dat door de christenen werd overgenomen en op een heidense manier werd geïnterpreteerd”. Het onchristelijke kruis dient niet in de christelijke aanbidding voor te komen. Door het heilig te verklaren, doet men het volgende schriftuurlijke gebod geweld aan: „Vormt geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeen met wetteloosheid? . . . en houdt niet vast aan het onreine”. — 2 Kor. 6:14, 17.