„Uw wil geschiede op aarde” — Deel 23
Voordat de eerste Wereldoorlog op 11 november 1918 eindigde, diende Amerika’s president Wilson een voorstel in tot de oprichting van een Volkenbond. Alvorens de Parijse Vredesconferentie in 1919 begon, had het bestuur van de Federale Raad van Kerken van Christus in Amerika een Bekendmaking goedgekeurd waarin werd verklaard dat de voorgestelde Bond „de politieke uitdrukking van het koninkrijk Gods op aarde” was. Het bestuur stelde tevens een speciale commissie aan om de Bekendmaking officieel op de Vredesconferentie, die destijds spoedig in Parijs zou worden gehouden, te overhandigen.
32. Welk bericht hebben wij voorhanden waaruit blijkt dat de speciale commissie de Bekendmaking aan de Parijse Vredesconferentie heeft aangeboden?
32 Heeft deze speciale commissie de Bekendmaking aan de Parijse Vredesconferentie aangeboden nadat deze op 18 januari 1919 was begonnen? In het jaarrapport van de Federale Raad van Kerken van Christus in Amerika voor het kalenderjaar 1919 verscheen op bladzijde 11 de volgende zin:
Op de in Parijs gehouden Vredesconferentie werd door regeringsambtenaren een vertegenwoordigende commissie van de Federale Raad ontvangen die de door het bestuur genomen besluiten aanbood welke zij aan de Vredesconferentie moesten overhandigen.
33. Wat deed de Federale Raad van Kerken nog meer om de Volkenbond te verafgoden?
33 Er werd nog meer dan het bovengenoemde gedaan. Op 28 juni 1919 werd het Vredesverdrag getekend. In de Federal Council Bulletin van juni 1919 werd op bladzijde 94 in een artikel getiteld „Resoluties aangenomen door de Federale Raad van Kerken van Christus op een speciale bijeenkomst te Cleveland, Ohio, 6-8 mei 1919”, het volgende gezegd:
I. Sociale gerechtigheid . . .
II. Nationale en internationale aangelegenheden
De volgende RESOLUTIE werd aangenomen: Dat wij onze dankbaarheid tot uitdrukking brengen voor de oprichting van de Volkenbond, waartoe op de Parijse Vredesconferentie overeenstemming is bereikt, en plechtig beloven er onze steun aan te zullen verlenen dat de Volkenbond door de Senaat van de Verenigde Staten wordt bekrachtigd en onze toewijding aan de bond te zullen geven ten einde hem tot een succes te maken.
34. Hoe bleken de krachtsinspanningen van de Raad tevergeefs te zijn?
34 Hun krachtsinspanningen waren tevergeefs. De Senaat der Verenigde Staten heeft het Parijse Vredesverdrag, met zijn Volkenbond-charter, nimmer aangenomen. Noch de toewijding van de Federale Raad van Kerken, noch de toewijding welke de religieuze organisaties in het Britse rijk van de zevende wereldmacht aan de Volkenbond hebben geschonken, hebben hem ooit tot een succes kunnen maken. De Volkenbond heeft de 2de Wereldoorlog en het invoeren van de atoombom niet kunnen verhinderen. Op 10 januari 1946 werd de bond formeel ontbonden.
35. Wat was die Bekendmaking, zoals deze aan de Parijse Vredesconferentie werd aangeboden, met betrekking tot Gods koninkrijk? en wat deden de kerken der christenheid aldus ten opzichte van de zogenaamde tempel van God?
35 Zelfs afgezien van het profetische Woord van God onthullen de niet te verbergen feiten der geschiedenis dat de Volkenbond geen aards beeld van het koninkrijk Gods was dat in het Evangelie was geworteld, maar een godslasterlijk, door mensenhanden vervaardigd namaaksel van het koninkrijk Gods. Hij was een afgodisch „beeld van het wilde beest”, welk politieke beest „zijn kracht en zijn troon en grote macht” van de grote draak Satan de Duivel had ontvangen (Openb. 12:3, 4, 7-9, 13-17; 13:1, 2). De Bekendmaking die door het bestuur van de Raad van Kerken in Atlantic City was aangenomen en in het laatste deel van januari 1919 door zijn speciale commissie aan de Parijse Vredesconferentie was aangeboden, was een boosaardige godslastering tegen het ware koninkrijk van God. Het was een valse profetie waardoor de wereld werd misleid en was een walglijke daad van afgoderij jegens een beestachtig „beeld”. Door deze handelwijze, waaraan de religieuze leiders der christenheid en de politici der zevende wereldmacht en haar bondgenoten zich in januari 1919 schuldig maakten, zetten zij een gruwel voor het aangezicht van Jehovah God op, iets wat walglijk in zijn ogen was. Aangezien de kerken der christenheid er aanspraak op maakten de tempel van God te zijn, kwam het er in feite op neer dat zij een gruwelijke afgod in de religieuze tempel brachten.
36. Wie bootsten de kerken der christenheid aldus na, en voor het oprichten waarvan werd de zevende wereldmacht gebruikt?
36 Door deze ’gruwel die verwoesting brengt’ op te richten, bootsten de geestelijken der christenheid degenen na die in 33 (n. Chr.) Jezus Christus verwierpen en tot de Romeinse bestuurder Pontius Pilatus uitriepen: „Wij hebben geen koning, alleen den keizer!” (Joh. 19:15) De zevende wereldmacht werd hier door de „god van dit samenstel van dingen” gebruikt om de ’gruwel die verwoesting brengt’, „het walglijke ding dat verwoesting veroorzaakt”, op te richten (Matth. 24:15, NW). Dit kenmerkt een belangrijk punt in het berekenen van de profetische tijd.
„DE OVERTREDING DIE VERWOESTING AANRICHT”
37. Wat staat met deze verwoestende gruwel in verband, en wat kwam Daniël hierover van de engel te weten?
37 Er staat echter een „overtreding” met de ’gruwel die verwoesting brengt’ in verband. Daniël zegt dat een engel hier een vraag over stelde: „Toen hoorde ik een heilige spreken, en een andere heilige zei tot de heilige die sprak: ’Hoelang zal het visioen betreffende het voortdurende brandoffer en de overtreding die ontstelling veroorzaakt [de overtreding die verwoesting aanricht, RS], om zowel het heiligdom als het heir over te geven ten einde onder de voeten vertreden te worden, duren?’ En hij zei tot mij: ’Tot tweeduizend driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom zegevieren [in zijn rechtmatige toestand worden hersteld, RS].’” — Dan. 8:13, 14, Jewish Publication Soc.
38. Welke vragen rijzen met betrekking tot de „overtreding die verwoesting aanricht”, en waarom is het antwoord op deze vragen nodig?
38 Het „voortdurende brandoffer” werd op 7 mei 1918, op het hoogtepunt van de „tijd, twee tijden en eenen halven tijd”, weggenomen.a Tegen het einde van januari 1919 werd de ’gruwel die verwoesting brengt’, opgericht om vereerd te worden. Op dat tijdstip was de „overtreding die verwoesting aanricht”, waarna met het tellen van de tweeduizend driehonderd avonden en morgens een begin gemaakt kon worden, echter nog niet begaan. Wat was deze „overtreding” dan? Wanneer werd ze begaan, en door wie? Jehovah’s getuigen presenteren de volgende feiten:
39. Hoe werd na de 1ste Wereldoorlog het naoorlogse getuigeniswerk ter hand genomen, en wat werd met betrekking tot de Volkenbond onthuld en gedaan?
39 Op 26 maart 1919 werden de bestuurders en schrijvers van de Watch Tower Bible & Tract Society onder borgstelling uit hun opsluiting in de Federale strafgevangenis in Atlanta, Georgia, bevrijd.b De volgende dag begonnen de bestuurders van het Genootschap plannen op te stellen om het door de heiligdomklasse van Jehovah God te verrichten naoorlogse getuigeniswerk te organiseren en voort te zetten. Dit had een grote herleving van Jehovah’s geheiligde volk tot gevolg. Hij stortte zijn energie schenkende geest op hen uit opdat zij zouden kunnen onderscheiden waarin zijn werk voor hen bestond en hun geest konden versterken om het te verrichten. Van 1 tot en met 8 september hielden zij dat jaar een algemeen congres te Cedar Point, Ohio. Op dit congres zette de eertijds in de gevangenis opgesloten president van het Genootschap het onbevreesde getuigeniswerk uiteen dat van toen af tot aan de universele strijd van Armageddon verricht moest worden. De profetieën werden duidelijker, en op bladzijde 12 van de uitgave van 1 januari 1921 van The Watch Tower, het officiële tijdschrift van het Genootschap, werd er de aandacht op gevestigd dat de Volkenbond de door Jehovah’s profeet Daniël voorzegde ’gruwel die verwoesting brengt’ was (Matth. 24:15). Het volgende jaar werd er een nog groter internationaal congres gehouden, weer te Cedar Point, Ohio. Door een aldaar op zondag, 10 september 1922, aangenomen Resolutie werden de natiën der aarde die de gruwelijke Volkenbond aanhingen, uitgedaagd en ervan in kennis gesteld dat de Bond overeenkomstig Gods besluit tot falen was gedoemd.c
40. Wat begon er met het tweede te Cedar Point gehouden congres, en waartoe leidde dit in Londen, Engeland?
40 Met dit tweede congres te Cedar Point begon een reeks jaarlijkse congressen van wereldomvattende betekenis. Het vijfde werd in Londen, Engeland, de hoofdstad van het zich over de gehele aardbol uitstrekkende Britse Rijk, gehouden. Onder de bezoekers bevonden zich afgevaardigden van Engelands partner in de Anglo-Amerikaanse dualistische wereldmacht en van andere vreemde landen.
41. Wat werd op vrijdagmiddag door dat congres aangenomen, en wat werd in de vijfde clausule tot de wereldheersers gezegd?
41 Het congres begon op dinsdag, 25 mei 1926, en duurde tot en met de volgende maandag, 31 mei. Vrijdagmiddag legde de president van het Genootschap de aanwezigen aan het einde van zijn toespraak over het 49ste hoofdstuk van Jesaja een Resolutie voor getiteld „Een getuigenis aan de heersers der wereld”. Hierin werd de aandacht gevestigd op de verantwoordelijkheid welke op alle regeerders werd geplaatst omdat alle aanwijzingen der tijden er getuigenis van aflegden dat Gods koninkrijk in 1914 in de hemelen was opgericht. In de vijfde clausule van de Resolutie stond vervolgens dat „de commerciële, politieke en geestelijke heersers de wereld [ondanks dit afdoende bewijs en] in strijd met het Woord van God trachtten te stabiliseren en de volken onder controle trachtten te houden door het surrogaat dat de Volkenbond wordt genoemd en ten onrechte en op godslasterlijke wijze als de politieke uitdrukking van Gods koninkrijk op aarde werd toegejuicht, te aanvaarden; dat de werkelijke auteur en vader van het verdrag van de Volkenbond Satan de Duivel, de god van deze goddeloze wereld, is die [het] als zijn laatste wanhopige poging heeft aangegrepen om de volken te misleiden, ze van de ware God af te keren en ze onder zijn goddeloze bestuur te houden; dat nu na zeven jaar van moeizame krachtsinspanningen van de zijde der voorstanders van dat verdrag om vrede en voorspoed te bevestigen, vrijwel wordt toegegeven dat de Volkenbond een volkomen mislukking is en dat zijn volledige ineenstorting slechts een kwestie van een kort tijdsbestek is; . . .”
42. Hoe werd deze Resolutie aan een publiek gehoor voorgelegd, en hoe werd ze ontvangen?
42 Deze Resolutie werd op die vrijdag niet alleen met groot enthousiasme door het congres van Jehovah’s heilige volk aangenomen, maar ze werd de volgende zondagavond aan een openbaar gehoor voorgelegd dat de Royal Albert Hall tot de nok toe vulde. De president van het Genootschap hield toen een meesterlijke toespraak ter ondersteuning van de Resolutie, terwijl hij er tevens over uitweidde. De Volkenbond werd voor allen niet alleen als de ’gruwel die verwoesting brengt’ aan de kaak gesteld, maar ook als de „achtste” koning van Openbaring 17:11, aangezien het Britse Rijk de zevende „koning” is en als de belangrijkste steunpilaar van de Volkenbond optrad. „Zou Engeland zich er morgen aan onttrekken, dan gaat hij onmiddellijk ten onder”, zo verklaarde J.F. Rutherford onder applaus. Na het einde van de toespraak, waarin de zegeningen der mensheid onder Gods koninkrijk werden beschreven, stonden de vele toehoorders op om zich eenstemmig ten gunste van de zojuist beschreven Godsregering uit te spreken.
43. Aan wie werd dit Getuigenis vervolgens bekendgemaakt, en hoe werd de „overtreding die verwoesting aanricht” aldus begaan?
43 Uitgezonderd het een gehele pagina beslaande verslag dat de Daily News de volgende dag aan de Resolutie en de openbare toespraak wijdde, werd het grootste, belangrijkste nieuws aller tijden door de Londense nieuwsbladen in de doofpot gestopt.d Nochtans werden herdrukken van de volledige pagina van de Daily News van 31 mei 1926 op grote schaal in omloop gebracht en werd de Resolutie over de gehele aarde verspreid. Het Getuigenis werd aan de natiën der aarde bekendgemaakt, de Volkenbond werd in zijn ware gedaante aan de kaak gesteld en degenen werden er verantwoordelijk voor gesteld die dit ook inderdaad waren. De zevende wereldmacht en de andere politieke machten der aarde sloegen het Getuigenis echter in de wind. Zij keerden de ’gruwel die verwoesting brengt’ niet de rug toe ten einde hun steun aan Gods bekendgemaakte koninkrijk te geven. Hun blijvende aanbidding van dit „beeld van het wilde beest” werd op 8 september 1926 op dramatische wijze vastgelegd doordat Duitsland weer in de familiekring van natiën die in goed aanzien waren, werd opgenomen, zoals bleek uit het feit dat Duitsland in de Volkenbond werd toegelaten. Wat vormde zulk een verachten van Jehovah’s boodschap betreffende de Volkenbond als het door de Duivel ontworpen en door mensen gemaakte surrogaat voor Gods koninkrijk onder Christus? Een „overtreding” tegen God, een „overtreding die verwoesting aanricht”, die ontzetting en verbazing wekt onder allen die verlangend naar Gods beloofde koninkrijk onder zijn Christus uitzien en hierom bidden. Wat een walglijk gedrag van de zijde der wereldse natiën!
44. Vanaf wanneer kunnen wij daarom de 2300 avonden en morgens rekenen, en wanneer eindigen ze?
44 Wanneer wij dit als de vervulling van de profetie betreffende de „overtreding die ontstelling veroorzaakt” of „die verwoesting aanricht”, aanvaarden, wanneer dient het heiligdom dan te ’zegevieren’ (Jewish Publication Soc.), „gerechtvaardigd” (SV) of „gereinigd” (PB) te worden of „in zijn rechtmatige toestand [te] worden hersteld” (RS)? Dit dient „tweeduizend driehonderd avonden en morgens” na die zo ontstellende en beslist op een verwoesting uitlopende overtreding te geschieden. Passen wij voor het berekenen van profetische tijd de bijbelse regel toe die reeds is uiteengezet,e waarbij men er dus van uitgaat dat een profetisch jaar 360 dagen telt, dan zouden de 2300 avonden en morgens zes jaar vier maanden en twintig dagen bedragen, waarvan elke dag zowel een avond als een morgen omvat (Gen. 1:5, 8, 13, 19, 23, 31). Rekenen wij nu van het begin van dit op 25 mei 1926 gehouden internationale congres te Londen, dan bemerken wij dat de 2300 uit avonden en morgens bestaande dagen ons op 15 oktober 1932 brengen.
45. Waarop werd in het officiële door het Wachttorengenootschap uitgegeven tijdschrift van die datum de aandacht gevestigd?
45 Hoe werd Jehovah’s „heiligdom” tegen die tijd gereinigd, gerechtvaardigd of in zijn rechtmatige toestand hersteld? Onderzoek het officiële tijdschrift van Jehovah’s getuigen, The Watchtower, van die datum eens, en neem dan notitie van bladzijde 319. Op die bladzijde vindt u de Resolutie die op 5 oktober 1932 door de groep New York van Jehovah’s getuigen werd aangenomen. Hierin werd erop aangedrongen de gemeenteorganisatie te reinigen en in de rechtmatige toestand van Jehovah’s heiligdomklasse te herstellen. Op welke wijze? Door de organisatie te zuiveren van „gekozen ouderlingen”, of ouderlingen die tot het ouderlingschap waren gekozen doordat de gemeenteleden zoals bij een volks- of democratische verkiezing de hand hadden uitgestoken, naar de politieke trant der Griekse staten uit de oudheid en de democratische Anglo-Amerikaanse dualistische wereldmacht.
46, 47. (a) Hoe waren de gemeenten bij het aanstellen van ouderlingen in hun ambt, te werk gegaan, en waartoe had dit geleid? (b) Welke Resolutie werd in het tijdschrift De Wachttoren ter aanneming voorgelegd?
46 Tientallen jaren lang hadden de gemeenten van Jehovah’s heiligdomklasse via handopsteking van de plaatselijke gemeente plaatselijk mannen tot het ouderlingschap aangesteld. Dit kwam natuurlijk omdat zij de apostolische procedure van de eerste eeuw, zoals die in de christelijke Griekse Geschriften wordt beschreven, niet juist hadden begrepen.f Nu verscheen op Gods verkozen tijd in De Wachttoren echter het artikel getiteld „Jehovah’s organisatie”, en wel Deel 1 in de uitgaven van oktober en november 1932 en Deel 2 in de uitgave van november. Hierin werd openbaar gemaakt dat het stelsel van „gekozen ouderlingen” volgens het democratische deel van deze wereld was gevormd en derhalve onrein en niet theocratisch was, niet onderworpen aan de grote Theocraat, die zijn heiligdom van boven naar beneden regeert. Deze democratische wijze van ouderlingen kiezen, was er de oorzaak van geweest dat velen in dit ambt werden aangesteld die niet werkelijk rijp of geestelijk volwassen waren, die zich niet van een superieur bestuur afhankelijk voelden, maar zichzelf belangrijk achtten in hun plaatselijke gemeente, daar zij de toewijzing hadden ontvangen om de plaatselijke gemeente te besturen en derhalve voornamelijk verantwoording tegenover de gemeente, waarnaar zij voor het verkrijgen van stemmen hadden opgekeken, verschuldigd waren. Zulk een houding van dit soort van „ouderlingen” had ertoe geleid dat het wereldomvattende getuigeniswerk waartoe de Watch Tower Bible & Tract Society elke gemeente door bemiddeling van haar dienstvertegenwoordiger aanmoedigde, ernstig werd belemmerd. Aan het einde van het artikel over „Jehovah’s organisatie” werd een Resolutie voorgelegd die door alle gemeenten aangenomen kon worden. Een gedeelte hiervan luidde:
47 „Daarom [komen wij] tot het besluit . . . dat er geen Schriftuurlijke grond bestaat voor het verkozen ambt van ouderlingen in de kerk en dat wij daarom niet eenig persoon moeten verkiezen voor het ambt van ouderling; dat al de gezalfden van God ouderlingen zijn, gelijk deze uitdrukking door de Heilige Schrift is bepaald, en dat allen dienstknechten zijn van den Allerhoogste. . . . Een dienstleider die benoemd zal worden door ons en bevestigd wordt door den uitvoerder of bestuurder van het Genootschap, en welke dienstleider een lid zal zijn van het dienstcomité van deze groep.”
48. Wat vormde de aankondiging in de oktober-uitgave van De Wachttoren derhalve, en hoe stemde dit met de betekenis van de „vierentwintig oudsten” en de „zeven sterren” overeen?
48 Deze resolutie werd over de gehele aarde door gemeenten van Jehovah’s getuigen aangenomen. De aankondiging in het tijdschrift De Wachttoren van oktober 1932, aan het einde van 2300 avonden en morgens, was de officiële kennisgeving die Jehovah door middel van zijn zichtbare communicatiekanaal deed dat zijn heiligdom van gezalfde „levende stenen” was gereinigd en gerechtvaardigd. Het was wat de verwijdering van de op democratische wijze gekozen „ouderlingen” en tevens wat de theocratische aanstellingswijze van de gemeenteopziener betreft, in zijn rechtmatige toestand hersteld. De vierentwintig oudsten die de apostel Johannes in zijn hemelse visioen met kronen op tronen rondom de troon van de Allerhoogste God zag zitten, waren stellig geen „oudsten” of ouderlingen die op democratische wijze door de gemeenten op aarde beneden waren gekozen. Zij waren door de Soeverein van het universum tot „oudsten” gekozen vanwege hun volledige christelijke groei en omdat zij hun rechtschapenheid hadden bewezen. De „zeven sterren” die Johannes op de rechterhand van de verheerlijkte Jezus Christus zag en die een afbeelding van de „engelen” of opzieners over de gemeenten van Jehovah’s gezalfde heiligdomklasse vormden, waren stellig eveneens volwassen „oudsten”, die niet volgens de democratische procedure van de zevende wereldmacht door de gemeenten waren gekozen en bestuurd, maar door het Oppermachtige Hoofd van de theocratische organisatie door bemiddeling van Jezus Christus (Openb. 1:16, 20; 2:1; 4:4, 10, 11). Zeer terecht werd het overblijfsel van de heiligdomklasse op aarde op Jehovah’s bestemde tijd met deze theocratische heerschappij in overeenstemming gebracht.
(Wordt vervolgd)
[Voetnoten]
a Zie De Wachttoren van 15 november 1959, de paragrafen 25 tot en met 27.
b Zie De Wachttoren van 15 november 1959, bladzijde 693, paragraaf 26; eveneens de publikatie Light, Deel I, bladzijde 249.
c Zie The Watch Tower van 1 november 1922, de bladzijden 324 en 325.
d Zie The Watch Tower van 15 juli 1926, de bladzijden 211 tot en met 217; ook The Golden Age van 8 september 1926, de bladzijden 780 tot en met 791.
e Zie De Wachttoren van 1 juli 1959, bladzijde 414, paragraaf 40. Houd in gedachten dat er geregeld zeven maal in elke negentien jaar een dertiende joodse maand wordt toegevoegd ten einde de maantijd in overeenstemming te brengen met de zonnetijd, die schrikkeljaren kent.
f Zie het boek The New Creation, door C.T. Russell, kopijrecht 1904, de bladzijden 276-282; Zion’s Watch Tower van 15 maart 1906, bladzijde 91, paragraaf 7. Zie ook De Wachttoren van 15 oktober 1959, de bladzijden 634 (paragraaf 29) tot en met 636, paragraaf 38.