Getuigen volharden achter het IJzeren Gordijn
ONDANKS de meedogenloze pogingen van de communistische regeerders aan het werk van Jehovah’s getuigen een eind te maken, wordt dit goede nieuws van het Koninkrijk toch ook achter het IJzeren Gordijn gepredikt. Het hieronder aangehaalde artikel dat de titel draagt „Den wolk van getuigen”, en dat in de Washington Post van 21 maart 1959 is verschenen, getuigt ervan dat Jehovah’s getuigen in Rusland aan hetzelfde geloof vasthouden als hun christelijke broeders en zusters in andere landen en dat zij in hun toewijding aan Jehovah God en zijn nieuwe wereld van rechtvaardigheid een onwrikbaar standpunt innemen. Het artikel luidt:
„Het is interessant door middel van een uitgebreide aanklacht in de Prawda te vernemen dat de sekte van Jehovah’s getuigen voor de leiders van communistisch Rusland een al bijna even grote moeilijkheid is geworden als het voor de leiders van nazi-Duitsland was. Het schijnt dat de getuigen overal in de Sowjet-Unie, tot in de afgelegen gebieden van Siberië en Koergan toe, bekeerlingen hebben gemaakt en dat zij nu een enorme ondergrondse beweging in het leven hebben geroepen welke het regime weerstaat.
De uitgevers van de Prawda geven voor te geloven dat deze hele beweging door ’de meest reactionaire elementen van het Amerikaanse kapitalisme’ wordt gesubsidieerd en dat het haar bedoeling is de Russische bevolking met een geest van zachtmoedigheid en berusting te infecteren om zodoende de wereldomvattende triomf van het revolutionaire proletariaat te dwarsbomen of te vertragen. De organisatoren van de beweging worden als ’gewezen oorlogsmisdadigers, fascistische collaborateurs en helpers van de Gestapo’ beschreven, die met het oog hierop in Duitse concentratiekampen geïnstrueerd en getraind zijn.
De verklaring dat zij in de concentratiekampen instructies hebben ontvangen, bevat wel enige waarheid. Bijna allen die deze kampen hebben overleefd, hebben getuigenis afgelegd van de moed en de onvermurwbaarheid van de getuigen die gevangen genomen waren en eveneens van hun vermogen om intimidatie en zelfs martelingen te doorstaan. Het zou ons daarom niet behoeven te verbazen als vele Russische gevangenen die nauwelijks minder reden hadden als de Duitse getuigen om de staat met de regering van de antikrist te vereenzelvigen en zich ten aanzien van de geschiedenis een apocalyptische zienswijze eigen te maken, zeer onder de indruk waren gekomen van dit voorbeeld.
In ieder geval heeft de op het duizendjarige rijk gebaseerde leer van de getuigen — die geloven dat de tweede komst van Jezus Christus al sinds lang een feit is, dat Zijn onzichtbare regering binnenkort in Zijn zichtbare Koninkrijk op aarde omgevormd zal worden en dat daarom alle bestaande staatsvormen uit de duivel zijn en gedoemd zijn in de naderende strijd van Armageddon vernietigd te worden — een enorme aantrekkingskracht op de volkeren die onder meer totalitaire en tirannieke regeringsvormen leven, uitgeoefend. U kunt dus gerust de raming van de getuigen zelf van meer dan 100.000 bekeerlingen achter het IJzeren Gordijn aannemen. Ook kan men nu geloof hechten aan de klacht van de Prawda dat de getuigen op de collectieve boerderijen en fabrieken van de Sowjet-Unie met dezelfde hardnekkigheid de dwingende invloed van het communisme en zijn propaganda weerstaan als hun broeders en zusters in de Verenigde Staten geweigerd hebben militaire dienst te verrichten en aan het verplichte eerbetoon ten aanzien van de vlag mee te doen.”
Een ander verslag dat in de 1 april-uitgave van The Current Digest of the Soviet Press van dit jaar verscheen en waarin Jehovah’s getuigen en hun activiteiten openlijk werden veroordeeld, had het volgende te zeggen:
„Bent u al op de hoogte van de grote ramp die ons allen boven het hoofd hangt — de verschrikkelijke en verwoestende oorlog die op een goede dag op de aarde zal uitbreken?
Het zal een oorlog tussen God en Satan zijn. Ja, nu moet u niet lachen. De dag zal komen dat God het ten slotte moe zal zijn de misdaden van de Boosdoener nog langer te verdragen en hij zal vanuit de hemel naar beneden komen om een beslissende en dodelijke strijd met hem aan te binden. O, wat zal dat een verschrikkelijke dag voor de mensheid zijn! In de algemene slachting van Armageddon zal niet alleen Satan omkomen maar ook allen die met hem zijn verbonden — in de eerste plaats natuurlijk de ongelovigen, zoals u en ik, lezer! Maar daar zal het niet bij blijven. De meerderheid van de gelovigen is er ook toe gedoemd om in deze massavernietiging om te komen, want zij bezitten niet het ware geloof. De enigen die worden gered en voor eeuwig in geluk op deze aarde zullen wonen, zullen de leden van de religieuze sekte van Jehovah zijn, die ook wel ’getuigen van de Heer Jehovah’ genoemd worden en eveneens onder de naam ’Onderzoekers van de Heilige Schrift’ bekendstaan. Dat houdt Armageddon dus in. Bereid u er maar vast op voor en beef!
Ivanna K., een leerlinge uit de achtste klas van een school in Lvov, vertelde me hier met een ernstig gezicht en een heilige overtuiging over. Als u in de veronderstelling bent dat alleen maar oude mensen en uitgemergelde hysterische vrouwen met een koortsige glans in hun ogen bij Jehovah’s getuigen zijn aangesloten, zult u zich moeilijk kunnen voorstellen dat het hier een aantrekkelijk, blozend meisje betrof, een voorbeeldige leerlinge, een toonbeeld van bescheidenheid en iemand met een prachtige stem.
Ivanna en haar jongere zusje Yaroslava, die in de vijfde klas van dezelfde school zit, groeien op en studeren zoals iedereen, en uiterlijk zijn zij nauwelijks van hun klasgenoten te onderscheiden. Het is waar dat niemand hen om de een of andere reden ooit het uniformhalsdoekje van de Jonge Pioniers had zien dragen of hen op schoolavondjes en films had ontmoet, maar toch zocht niemand hier iets achter. Hier was echter wel reden toe. De onderwijzers van de school en de leiders van de Jonge Pioniers dachten dat zij de enigen waren die Ivanna en Yaroslava onderwezen en opvoedden; in werkelijkheid werden de studies, leesgewoonten en gedragingen van de zusjes K. echter door geheel andere onderwijzers en gidsen geleid. Zij onderwezen de zusjes in de vriendelijke en rustige bescheidenheid die op school zo’n prijzenswaardige indruk maakten. Zij waren het die Ivanna en Yaroslava de voortdurende vrees voor ’Gods oordeel’ en een beslist niet kinderlijke verachting voor ’alles wat van deze wereld is’ inprentten en hen erin oefenden hun gedachten niet te uiten en ’de lippen stijf op elkaar’ te houden. . . . Zij kent geen enkele getuige. Ieder mens zal voor God alleen maar voor zichzelf verantwoordelijk zijn.”
Hoewel het verslag verder gaat met beweringen die erop gericht zijn anderen tegen Jehovah’s volk op te zetten, wordt er toch duidelijk door bewezen dat Jehovah’s getuigen in Rusland prediken en de mensen de waarheid horen. De regelmatige druk van de staat die erop gericht is hun geloof te vernietigen, heeft hen er nog niet toe kunnen brengen hun aanbidding te verloochenen of hen er als gevolg van vrees mee te doen ophouden anderen over Gods koninkrijk te vertellen. Met de hulp van Jehovah’s geest gaan zij ermee door ’het jaar van het welbehagen des HEREN uit te roepen en een dag der wrake van onzen God; om alle treurenden te troosten’. — Jes. 61:2.
Er is nu wel duidelijk gebleken dat zij de geïnspireerde raad van de apostel Paulus ter harte hebben genomen, die zei: „Alleen, gedraagt u waardig het evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vast staat in één geest, één van ziel medestrijdende voor het geloof aan het evangelie, zonder dat gij u in enig opzicht door de tegenstanders laat beangstigen. Hierin is voor hen aan aanwijzing van hún verderf, doch van úw behoud, en dat van Gods wege. Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in hem te geloven, maar ook voor hem te lijden.” — Fil. 1:27-29.