Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w59 15/9 blz. 573-575
  • Het goede nieuws met anderen delen door persoonlijk bijdragen te schenken

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het goede nieuws met anderen delen door persoonlijk bijdragen te schenken
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • MANIEREN WAAROP MEN MET ANDEREN KAN DELEN
  • NIET ONDER DWANG
  • De Gever van „elke goede gave”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
  • Hoe wordt het Koninkrijkswerk gefinancierd?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Hoe wordt het allemaal gefinancierd?
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Hoe Jehovah zijn werk ondersteunt
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
w59 15/9 blz. 573-575

Het goede nieuws met anderen delen door persoonlijk bijdragen te schenken

„Uw vooruitzichten inzake het schenken van bijdragen” — een hulp bij de wereldomvattende koninkrijksuitbreiding.

IN AUGUSTUS 1879 werd er in dit tijdschrift verklaard: „Wij geloven dat Jehovah achter ’Zion’s Watch Tower’ staat, en daar dit het geval is, zal het nooit nodig zijn bij mensen om ondersteuning te vragen of te bedelen. Wanneer Hij die zegt: ’Van Mij is het zilver en van Mij is het goud’ niet in de noodzakelijke fondsen zal voorzien, zullen wij weten dat het tijd is om de publikatie op te schorten.” Het Genootschap heeft de publikatie niet behoeven op te schorten en The Watchtower heeft nooit een uitgave gemist. Waarom? Sedert The Watchtower bijna tachtig jaar geleden dit beleid van vertrouwen in Jehovah bekendmaakte, is het Genootschap hiervan niet afgeweken.

Hoe is het thans gesteld? Neemt het Genootschap nog steeds dit standpunt in? Heeft het Genootschap ooit om geld moeten bedelen? Neen. Jehovah’s getuigen vragen nooit om geld. Nooit doen zij een verzoek hiertoe, manen zij erom, laten zij een collecteschaal rondgaan, heffen zij entreegeld, organiseren zij kansspelen of bewerken zij zakenlieden.

Wat heeft het Genootschap gedaan? Gegeven, niet gevraagd; uitgedeeld, niet gebedeld. Jehovah’s getuigen geven van wat zij hebben. Zij hebben het goede nieuws van het Koninkrijk en dit geven zij tot zegen van anderen.

Jehovah’s getuigen zijn over de gehele aarde in geloof en streven verenigd. Deze eenheid is in geestelijke zaken en ook in materiële goederen te zien. Zij weten dat er in Spreuken 3:9 staat geschreven: „Vereer den HERE, met uw rijkdom en met de eerstelingen van al uw inkomsten.” Daar elk bijkantoor, elke gemeente en iedere enkeling er ernstig naar streeft tot het welzijn van allen bij te dragen, is de gehele Nieuwe-Wereldmaatschappij geestelijk sterk en voorspoedig geworden. Materiële voorspoed leidt niet tot geestelijke voorspoed. Geestelijke voorspoed brengt daarentegen genoeg materiële voorspoed om in de behoeften van Jehovah’s werk te voorzien.

MANIEREN WAAROP MEN MET ANDEREN KAN DELEN

Er zijn vele manieren waarop men het goede nieuws met anderen kan delen door persoonlijk bij te dragen. Eén manier houdt verband met Koninkrijkszalen. Iedereen in de gemeente maakt er gebruik van. Iemand heeft de bouw ervan of de huur, de verlichting, verwarming en het onderhoud betaald. Het is noodzakelijk dat iedereen in de gemeente hierin bijdraagt.

Voor het opleiden van zendelingen, hun reiskosten en om hen in de gebieden van de wereld te kunnen handhaven waar het goede nieuws tot dusver niet is gepredikt, kunnen er bijdragen naar het Genootschap worden overgemaakt. Dit kan naar het hoofdbureau in Brooklyn en elk andere bijkantoor in de wereld worden gedaan. Bijdragen overgemaakt naar welk bijkantoor dan ook zullen het werk in alle landen ondersteunen.

Wanneer iemand een bijdrage heeft geschonken, zal hij niet altijd precies weten hoe het wordt gebruikt, maar hij ziet de resultaten door de uitbreiding van de Koninkrijksprediking. Deze uitbreiding valt niet te loochenen. De berichten in het Yearbook of Jehovah’s Witnesses van 1959 laten zien dat het goede nieuws van het Koninkrijk door minstens 798.326 christelijke bedienaren van het evangelie in 175 landen en eilanden wordt gepredikt. Dit is hartverwarmend. Elke gift, ongeacht de grootte ervan draagt ertoe bij dat het goede nieuws met anderen wordt gedeeld.

In overeenstemming met Jezus’ woorden: „Wanneer gij gaven van barmhartigheid doet, laat uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet, opdat uw gaven van barmhartigheid in het verborgene mogen geschieden; dan zal uw Vader, die in het verborgen toeziet, het u vergelden”, doet het Genootschap geen bekendmaking over bijdragen (Matth. 6:3, 4, NW). Ten einde hen die een bijdrage hebben geschonken ervan op de hoogte te stellen dat de gift is ontvangen en zeer wordt gewaardeerd, bevestigt het Genootschap de ontvangst ervan.

Kunnen wij iets groters dan het goede nieuws delen? Ja, laat alles wat wij doen hetzelfde uiteindelijke doel dienen als waarover Paulus sprak, toen hij zei: „Ik doe echter alles ter wille van het goede nieuws, opdat ik er met anderen een deelhebber van mag worden.” — 1 Kor. 9:23, NW.

NIET ONDER DWANG

Ten einde het goede nieuws met anderen te delen, kan het soms noodzakelijk zijn materiële goederen te delen. Paulus toonde de juistheid ervan aan om wanneer het voorrecht om in dit opzicht met anderen te delen, zich voordeed, hiervan een aankondiging te doen. Niets van wat hij zei, rechtvaardigt echter een vragen om geld: „Ik achtte het dus noodzakelijk de broeders op te wekken, van te voren tot u te gaan en uw vroeger toegezegde milde gave vooraf in gereedheid te brengen, zodat zij klaar ligt als een milde gave en niet als een afgeperste gift. Een ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft den blijmoedige gever lief.” — 2 Kor. 9:5, 7.

In overeenstemming met Paulus’ woorden, vestigt het Genootschap ieder jaar uw aandacht op uw voorrecht om persoonlijke bijdragen te schenken of om het Genootschap te kennen te geven dat u van plan bent dit in de loop van het komende jaar te doen. Het Genootschap dwingt u hiermee niet een bepaalde belofte af. Doordat men aan zo’n aankondiging gehoor geeft, wordt de aard van de bijdrage niet veranderd waardoor deze niet meer vrijwillig zou zijn. Toen Mozes bijvoorbeeld ter voorbereiding van de bouw van de tabernakel zei: „Dit is het gebod dat de HERE gegeven heeft: neemt van uw bezit een heffing voor den HERE”, werd er later in het verslag gezegd: „De Israëlieten brachten het als een vrijwillige gave voor den HERE.” — Ex. 35:4, 5, 29.

Toen David de tempelbouw voorbereidde, vroeg hij: „Wie verklaart zich nu bereid, om heden den HERE zijn gave te schenken?” Het verslag antwoordt: „Zij gaven met een volkomen toegewijd hart vrijwillig aan den HERE.” — 1 Kron. 29:5, 9.

Thans getuigen vrijwillige bijdragen van christelijke rijpheid. Een kind is niet rijp en is bovendien afhankelijk, maar toch groeit het op. Als christenen dienen wij ten aanzien van onze verantwoordelijkheid om het goede nieuws op alle mogelijke manieren met anderen te delen, op te groeien. Wanneer iemand niet langer een kind is, onderhoudt hij niet alleen zichzelf, maar kan hij ook voor anderen zorgen. Zo is het ook met de enkelingen en de gemeenten die de Nieuwe-Wereldmaatschappij uitmaken, gesteld. Wij bereiken ten slotte het punt waarop wij in materieel opzicht kunnen helpen. Een gemeente kan in haar eigen Koninkrijkszaal voorzien en dan een andere gemeente helpen er een te krijgen, en op andere manieren het Koninkrijkswerk bevorderen.

Waren de meeste mensen op aarde aan de Koninkrijksactiviteit toegewijd, dan zou er geen geld nodig zijn. Firma’s zouden het Genootschap papier en andere benodigdheden kunnen schenken; transportondernemingen zouden zonder kosten bijbels en bijbelstudiehulpmiddelen vervoeren; aannemers en werklieden zouden kosteloos de benodigde bijkantoren en Koninkrijkszalen bouwen. De posterijen zouden gratis de correspondentie kunnen bezorgen zonder dat er port betaald moest worden; warenhuizen zouden de broeders en zusters op Bethel van het benodigde voedsel en de nodige kleding kunnen voorzien. Niet iedereen heeft er echter belangstelling voor om het goede nieuws met anderen te delen, en het Genootschap beheert geen papierfabrieken en transportondernemingen. Het Genootschap moet voor alles wat het laat doen of wat het aanschaft, betalen. Indien iemand ons in het werk dat wij doen, wil helpen, dan aanvaarden wij zijn ondersteuning en zijn er dankbaar voor. Wij vragen er echter niet om; het wordt ons aangeboden. Wat wij voor zulke personen kunnen doen, is, in hun geestelijke behoeften te voorzien.

Opdat het Genootschap op juiste wijze plannen kan opstellen voor de werkzaamheden gedurende het komende jaar, is er een vrijwillige voorziening getroffen die bekend staat als „Uw vooruitzichten inzake het schenken van bijdragen”. Dit is geen verplichting maar louter een verklaring van wat iemand in het komende jaar hoopt te kunnen bijdragen. Hoe zou men in dit opzicht kunnen handelen? Door een kaart of brief naar het bijkantoor van het Genootschap van het land waarin u woont, te zenden. Voor Nederland kunt u uw briefkaart of brief naar de „Watch Tower Bible and Tract Society”, Koningslaan 1, Amsterdam-Zuid, sturen.

U zou ongeveer het volgende kunnen schrijven: „De komende twaalf maanden hoop ik een bedrag van ƒ . . . . . . bij te dragen voor het predikingswerk van het goede nieuws van het koninkrijk, welke bijdrage ik in zulke bedragen en op zulke tijdstippen zal overmaken als het mij gelegen blijkt te komen, en naarmate ik voorspoed heb door de onverdiende goedgunstigheid van Jehovah God door bemiddeling van Christus Jezus.” [Handtekening] Op bladzijde 546 van deze uitgave treft u een lijst met adressen van bijkantoren aan. Een volledige lijst van alle bijkantoren kunt u op de laatste bladzijde van de meeste door het Genootschap uitgegeven boeken en brochures aantreffen.

Is het geen vreugde zich als een hardwerkende, zichzelf bedruipende Nieuwe-Wereldmaatschappij aan de wereld te kunnen vertonen? Is het geen bezielende vreugde om het goede nieuws met anderen te kunnen delen? Daar de Koninkrijksprediking zich gestadig uitbreidt en in opmars is, kunnen wij thans stellig opnieuw bevestigen dat Jehovah God waarlijk de Steunpilaar van zijn werk en zijn volk is.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen