Wie zal de beslissende klap geven?
DE PERFECTIONERING van een intercontinentaal ballistisch projectiel zou er toe kunnen leiden dat men, door enkele knoppen in te drukken, Amerika zo’n onverwachte klap kan toebrengen, dat binnen vijfendertig seconden een groot deel van dit land verwoest zal worden. Deze eerste klap kan tevens de beslissende zijn. Een aantal personen is nu tot de conclusie gekomen dat Amerika dan maar de eerste klap moet uitdelen. In het tijdschrift U.S. News & World Report konden we hier het volgende over lezen:
„Moet de V.S. in dit projectielentijdperk, dat zo pas begonnen is, ingeval van een oorlog de eerste klap incasseren, waardoor haar belangrijkste steden van de kaart weggevaagd zullen worden, haar bevolking uitgeroeid en haar industrie vernietigd, voordat zij in staat is terug te slaan? Met andere woorden: Kunnen wij ons een ’Pearl Harbor’ met kernwapens veroorloven? . . . Wij hier in Amerika en onze buitenlandse bondgenoten lopen het gevaar vernietigd te worden, omdat wijzelf niet de eerste klap willen toebrengen. Dit zou immers een ’preventieve oorlog’ betekenen en zo’n idee schuift men als iets totaal ondenkbaars terzijde. Maar wie garandeert ons dat wij niet plotseling aangevallen zullen worden? . . . Het is in elk geval zeer wenselijk nog eens goed de werkelijke betekenis van deze ’eerste klap’ onder de loep te nemen en aan te dringen op een overeenkomst zonder mazen waarin beperkingen zijn vastgelegd ten aanzien van of een totaal verbod op het gebruik van atoombommen en projectielen. Totdat een dergelijke internationale overeenkomst tot stand is gekomen, is de vrije wereld echter verplicht klaar te zijn, niet alleen wat het opvangen van de eerste klap betreft, maar ook om die zelf uit te delen wanneer ze merkt dat de mobilisatie van de vijand het voor haar gevaarlijke punt heeft bereikt.”
Uit deze woorden blijkt duidelijk de ontstellende vrees die in deze projectieleneeuw onder de mensen heerst. Deze vrees kan er de oorzaak van worden dat men alle morele beginselen over boord zet en men niet nuchter meer denkt.
Wanneer Amerika werkelijk deze aanvalspolitiek tot de hare zou maken, zouden de spanningen en de vrees dan niet nog meer toenemen? Zou het wantrouwen tussen Oost en West niet nog veel groter worden? Zou men niet aan beide zijden bij de minste verdenking zijn toevlucht nemen tot het lanceren van een raket? Zou men zich niet hals over kop in een derde Wereldoorlog storten, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien?
Op dit ogenblik is de Verenigde Staten niet van plan de aanval te beginnen. Ter bescherming tegen de communisten blijft ze op haar hoede door steeds vliegtuigen voorzien van waterstofbommen te laten vliegen. Ze zal alleen de communisten van een aanval kunnen weerhouden wanneer ze zelf in staat is een dergelijke aanval onmiddellijk en met nog vernietigender kracht te beantwoorden. Generaal Norstad had hier het volgende over te zeggen:
„Een aanvaller zou tegelijkertijd duizenden plaatsen moeten vernietigen — iedere luchtbasis en elke lanceerinstallatie voor projectielen — om werkelijk aan een vergelding te kunnen ontkomen. Wanneer wij nog meer lanceerinstallaties zouden bouwen, zou de aanvaller ook deze duizenden plaatsen in een klap moeten kunnen vernietigen. Hiertoe is geen enkel land in staat en het behoort dan ook tot het rijk der onmogelijkheden. Men zal het Westen noch nu, noch in de toekomst, een slag kunnen toebrengen als gevolg waarvan ze niet in staat zou zijn wraak te nemen.”
Hoe lang men dit standpunt nog zal innemen, staat te bezien, maar of men er al of niet op terugkomt, het is wel zeker dat bij een verdere ontwikkeling van de projectielen degene die de eerste slag toebrengt zeer waarschijnlijk tevens de beslissende klap zal uitgedeeld hebben. Zelfs al zou men de weerwraak ook niet kunnen voorkomen. Uiteindelijk zou dit alles niet alleen voor de aanvaller slechte gevolgen hebben, maar de gehele wereld zou er bij betrokken worden.
De onzichtbare regeerder der wereld, Satan, is de boosaardige macht die de natiën op dit krankzinnige pad leidt (Openb. 12:12). In 1914 begon de slotfase van zijn lange en goddeloze regering. Alleen wanneer Satans wereld vernietigd zal worden, zal er vrede en veiligheid op aarde mogelijk zijn. Jehovah zal haar dan ook op de door hem vastgestelde tijd vernietigen. „Nabij is de grote dag des HEREN [van Jehovah] . . . Dan zal Ik de mensen benauwen, . . . Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden op den dag van de verbolgenheid des HEREN [van Jehovah]. Door het vuur van zijn naijver zal de ganse aarde verteerd worden, want de vernietiging, ja, een verschrikkelijk einde zal Hij alle inwoners der aarde bereiden.” Op een andere plaats geeft Jehovah te kennen dat hij hen zal „ruïneren die de aarde ruïneren.” — Zef. 1:14, 15, 17, 18, NBG; Openb. 11:18.
Jehovah’s dag zal met de slag van Armageddon komen, wanneer de in deze profetieën voorspelde gebeurtenissen in vervulling zullen gaan. Dan zal er een eind aan Satans heerschappij zijn gekomen. Omdat hij weet dat zijn tijd kort is, probeert hij alle natiën tot zelfvernietiging te leiden. Hij wil niet dat er ook maar één overblijft.
Ondanks al Satans pogingen zal hij er niet in slagen de aarde tot een verlaten woestenij te maken. Een groot aantal mensen die Jehovah liefhebben en dienen, zullen met hun eigen ogen aanschouwen hoe er een eind aan Satans wereld wordt gemaakt. Zij zullen getuige zijn van het in vervulling gaan van de volgende goddelijke belofte „dan woont het recht in de woestijn en de gerechtigheid verblijft in de gaarde. En de vrucht der gerechtigheid zal vrede zijn, de uitwerking der gerechtigheid rust en veiligheid tot in eeuwigheid. En mijn volk zal in een verblijf des vredes wonen, in veilige woningen, in oorden van ongestoorde rust.” — Jes. 32:16-18, NBG.
Het doet er niet toe of het Oosten of het Westen de eerste klap zal uitdelen, want Jehovah zal uiteindelijk de beslissende slag toebrengen. In Armageddon zal hij zowel het Oosten als het Westen wegvagen. Het is de enige weg waarlangs de zachtmoedigen de aarde in hun bezit zullen krijgen en ’zich buitengewoon zullen verlustigen over overvloedige vrede.’ — Ps. 37:11.