Mijn doel in het leven nastreven
Zoals Julia Clogston dit heeft verteld
U HEBT dus even tijd om naar enkele van mijn in de volle-tijd-dienst opgedane ervaringen te luisteren! In 1938 symboliseerde ik mijn opdracht aan Jehovah door mij op het congres in Seattle, Washington, te laten dopen. Nadat ik in de Engelse Wachttoren van juli 1938 een brief van broeder Rutherford aan een Australische jongen had gelezen over het aanvaarden van pioniersvoorrechten, besloot ik mijn levensdoel te gaan nastreven door pionierster te worden.
Mijn eerste buitengewone ervaring deed ik op in Dunsmuir, Californië. Zonder het te weten, belde ik aan bij het huis van een rooms-katholieke priester en gaf zijn huishoudster getuigenis. Toen ik enkele minuten later getuigenis gaf aan een huisvrouw, stond er een politieagent naast mij. Hij zei dat hij had gehoord dat ik de vrouw een boek trachtte te verkopen en arresteerde mij daarom. Ik werd veroordeeld tot een hoge boete of dertig dagen gevangenisstraf. De zonedienaar had de agent duidelijk gemaakt dat wij de boete niet zouden betalen; het zag er dus naar uit dat ik dertig dagen zou moeten brommen. Een welgestelde persoon van goede wil kwam me echter te hulp. Ik werd vrijgelaten en genoot die avond meer dan ooit van de gezamenlijke maaltijd met de andere pioniers. Dat ik Jehovah’s beschermende schaduw over mij voelde, maakte mij nog gelukkiger en deed mij nog vaster besluiten mijn levensdoel te blijven nastreven.
Hebt u in 1941 het congres in St. Louis bijgewoond? Ik wel, dank zij de edelmoedigheid van enkele goedhartige mensen, en ik heb in mijn hele leven nog nooit zo van enkele dagen genoten. Voor de eerste maal had ik mij voor vrijwilligersdienst op een congres opgegeven. Ik was verheugd toen ik ontdekte hoe ik veel meer van al het onderricht genoot wanneer ik besefte dat ik een klein aandeel had aan het geweldig grote werk dat noodzakelijk was om voor zo veel mensen te zorgen.
Toen ik van St. Louis in Californië terugkeerde, begon ik daar vervolgens in de Imperial Valley te werken. Samen met een vijftienjarige pionierster woonden wij in een klein huisje in Calipatria. Tweemaal per week liftten wij zo’n 65 kilometer om de vergaderingen in El Centro te bezoeken, terwijl wij soms onze mensen van goede wil meenamen. Eén gezin van acht volwassen personen leerde de waarheid kennen en binnen enkele maanden gingen zes van hen in de pioniersdienst.
Hierna ontving ik mijn toewijzing voor de speciale pioniersdienst in Whittier. Ik pakte mijn spullen bij elkaar in een weekendtas en stond de volgende ochtend al vroeg te liften. Toen ik laat op diezelfde avond in Whittier aankwam, werd ik door de andere speciale pioniersters op de drempel van hun trailer hartelijk verwelkomd en er ontstond een levenslange vriendschap tussen ons.
In december 1942 vertrok ik naar een speciale toewijzing in Boulder City, Nevada, waar ik alleen, maar niettemin zeer verheugd arriveerde. Het andere meisje dat dezelfde toewijzing had ontvangen, was nog niet aangekomen. Het was een gebied waar nogal eens moeilijkheden rezen en daarom ging ik eerst naar het politiebureau om te vragen of zij de brief van J.E. Hoover van het Departement van Justitie hadden ontvangen, waarin om bescherming van het werk van Jehovah’s getuigen werd verzocht. Daarna begon ik van deur tot deur getuigenis te geven met mijn eigen exemplaar van het boek The New World, waarbij ik vertelde dat ik precies zo’n boek kon brengen wanneer mijn boekenvoorraad zou aankomen. Bij dit werk werd ik door iemand in een auto gevolgd. Ik hoopte dat het ter bescherming van mij was, maar ik was er niet zeker van. Toen ik die avond echter met tijdschriften voor de bioscoop stond en veel verspreidde, liep de politie vlak langs mij het gebouw binnen zonder mij zelfs ook maar op te merken. Ik was Jehovah aan het einde van die dag van dienst werkelijk dankbaar.
Toen ik op een heldere winteravond van een nabezoek bij een Mormoonse bisschop terugkwam, ontving ik de lange enveloppe met het aanvraagformulier om de eerste klas te bezoeken van een nieuwe school die het Genootschap begon om zendelingen voor dienst in het buitenland op te leiden. Na een en ander onder gebed overwogen te hebben, vulde ik diezelfde avond nog het formulier in en stuurde het terug. De rest van die maand was ik zeer opgewonden. Mijn partner kwam met haar auto en trailer. Toen ik nu de heimelijk gekoesterde hoop om naar Gilead te gaan bijna had opgegeven, kwam er een brief met de mededeling dat mijn aanvraag was aanvaard, vergezeld van een cheque om mijn reis naar New York te bekostigen.
Na een reis van tien dagen — ik bezocht vrienden in Los Angeles, Sacramento, en mijn moeder in Oregon — kwam ik in Ithaca, New York, aan, vanwaar ik verder reisde naar Gilead. De daarop volgende vijf maanden waren een schitterende ervaring waarover geen enkele schaduw viel. Wij lazen en bestudeerden de gehele bijbel en werden voor het eerst grondig opgeleid voor de theocratische predikingsdienst.
Sommigen onder ons verwachtten onmiddellijk naar onze toewijzing in Mexico te zullen vertrekken, maar aan velen van onze groep werden de visums pas bijna drie jaar later door de Mexicaanse regering verstrekt. Ten slotte kwamen alle visums door, behalve de mijne. Op de avond dat het laatste viertal vertrok, overviel mij een ongekend gevoel van droefheid. Ik begon mijn werk zo te organiseren dat ik buiten mijn eigen studies ook nog de beste studies kon behartigen die de andere meisjes hadden achtergelaten. Ten gevolge van onze gezamenlijke arbeid kwamen er die zomer veel mensen van goede wil in de waarheid. Het geeft een diepe voldoening hen op de internationale congressen te ontmoeten met hun gezin en de jongeren die met hen zijn opgegroeid. Een van de meisjes heeft de Gileadschool bezocht.
Ten slotte kreeg ook ik mijn visum voor Mexico! In de komende maanden nu werd de droom om tot die vriendelijke mensen met die heldere ogen te mogen prediken, een grootse werkelijkheid. In de herfst van 1948 ontving ik een toewijzing voor El Salvador en daarbij nog een geweldige verrassing. Ik moest per boot naar New York. In New York verbleven mijn nieuwe partner, zuster Bowin (die eveneens in Mexico had gewerkt), en ik een week op Bethel. Wij hielpen wat in de huishouding en in de drukkerij en ik bezocht tevens Gilead en het radiostation WBBR op Staten Island.
Op zee troffen wij belangstelling voor de Koninkrijksboodschap aan onder de officieren en onze medepassagiers. Wij reisden over land door Guatemala en El Salvador, zodat wij veel te zien kregen van het land dat ons tehuis zou worden. Onze kamer in de stad San Salvador wachtte reeds op ons. De eerste drie jaar hier kregen wij van een plaatselijk radiostation een uur per week gratis zendtijd; wij behandelden daarom over de radio de inhoud van de boeken „God zij waarachtig” en „Dit betekent eeuwig leven” in het Spaans en ook vele Wachttoren-artikelen. Wij hadden spoedig veel omtrent een tropische leefwijze geleerd; maar bovenal leerden wij dat ons werk veel meer inhoudt mensen van goede wil te onderwijzen en tot rijpe getuigen te maken dan grote hoeveelheden lectuur te verspreiden. Dat wij op vergaderingen de gelukkige gezichten van standvastige getuigen konden zien die met onze hulp de waarheid hebben leren kennen, is inderdaad een grote beloning en het is voor mij steeds een aansporing geweest om mijn levensdoel na te blijven streven.