De schipperende christenheid
● The Interpreter’s Bible, een commentaar op de bijbel, bespreekt in Deel V, blz. 364 de neiging van de natie Israël uit de oudheid zich in plaats van tot God, tot Egypte om hulp te wenden; het boek vergelijkt dit dan op een niet mis te verstane wijze met de hedendaagse christenheid: „De Hebreeën waren aanbidders van Jahweh — dat was hun religie, maar in tijden van nood wendden zij zich tot de legers van Egypte. Zijn wij in deze tijd anders dan die in verwarring verkerende joden? Wij hebben beweerd christenen te zijn en wij hebben zelfs onze beschaving er naar genoemd. Geeft een enkel voorstel tot oplossing van de internationale geschillen er blijk van dat wij christenen zijn?
● Geven de hedendaagse gebeurtenissen er blijk van dat wij als christenen nog steeds het motto hebben In Domino confido? Of is veeleer de van tijd tot tijd tot ons gerichte wrange beschuldiging van mensen die door onze houding pijnlijk zijn getroffen, waar, namelijk: ’Jullie zijn in naam christenen, en in jullie gedrag als het zo uitkomt, maar voor de rest doen jullie rustig met deze wereld mee’? De apologeet kan deze uitdaging niet ontwijken. Hij kan weliswaar spreken over het vele goede dat de kerk heeft gedaan, of op de vele overwinningen wijzen die het christelijke geloof heeft behaald, maar hij zal nooit en te nimmer kunnen ontkennen dat twintig eeuwen christendom geen economische of sociale maatschappij hebben geschapen waarin de nadruk op het christen-zijn valt; wij hebben geen wereldeenheid tot stand kunnen brengen, en we hebben rustig meegedaan aan het sluiten van overeenkomsten en allerlei andere dingen die totaal verschillen met de denkbeelden en de geest van de religie die wij belijden.”