Onbevreesde getuigen behalen de overwinning
IN APRIL 1957 werd er in de strijd tegen Jehovah’s getuigen in Columbia van een nieuw middel gebruik gemaakt. Het was het inschakelen van het gepeupel. Maar even nieuw was de ondersteuning die hieraan door de autoriteiten werd gegeven.
● Het hele voorval speelde zich af in een dorp van 6000 inwoners, in de heuvels van de staat Bolívar, ongeveer vijf en veertig kilometer van de stad Cartagena verwijderd. De hele dag hadden twee speciale vertegenwoordigers van het Wachttorengenootschap, die aan deze stad waren toegewezen, de meest onheilspellende bedreigingen moeten aanhoren, die ten uitvoer gebracht zouden worden wanneer zij met hun predikingswerk van deur tot deur zouden voortgaan. Onbevreesd gingen zij verder, en toen zij ’s avonds thuis kwamen, barricadeerden zij de deur en begonnen na het eten met hun persoonlijke studie.
● Toen het donker begon te worden, kwam het gepeupel, dat die dag gedreigd had met de woorden „vanavond zullen wij de protestanten een bezoek brengen,” opzetten. Ze kwamen bij honderden tegelijk, dikke kereltjes, vrouwen die voor in de kerk zaten, onderwijzers en leerlingen. Opgewonden schreeuwden ze: „Wij willen hier geen protestanten hebben.” „Wij zijn katholiek!” Daarna begonnen zij het huis met keistenen te bekogelen. Omwonenden vroegen hen waarom ze dat kabaal maakten en haalden hen er ten slotte toe over weg te gaan. Ze bezwoeren elkaar echter dat zij de volgende avond terug zouden komen.
● De volgende morgen belden de getuigen het hoofdbureau van het Wachttorengenootschap op om de zaak uiteen te zetten. Onmiddellijk werd het hele geval aan een onderzoek onderworpen. Vervolgens werd de plaatselijke burgemeester bezocht. Hij was min of meer overrompeld toen hij hen zag, maar beloofde niet hen te zullen beschermen. Daarna werden de bestuurders van de staat Cartagena bezocht. Daar de gouverneur niet aanwezig was, gaf zijn plaatsvervanger bevel de getuigen begeleid door vijf bewapende politieagenten met een patrouilleauto naar de stad te brengen waar het gebeurde had plaatsgevonden.
● De aankomst van de staatspolitie was iets nieuws en verraste de omwonenden. Het gepeupel was klaarblijkelijk ook onder de indruk want ze kwamen die avond niet terug. Bij een nader onderzoek ontdekte de politie — hetgeen door degenen die in de buurt woonden werd bevestigd — dat een onderwijzer, een katholieke priester en zelfs de burgemeester bij het geval betrokken waren. De staatspolitie waarschuwde de burgemeester iets dergelijks in het vervolg na te laten, en ging toen weg.
● Toen de getuigen weer met de burgemeester in overleg traden, was hij totaal veranderd; hij was nu bereid naar hen te luisteren en zelfs met hen samen te werken. Het hoofd van de school werd eveneens bezocht en de situatie werd haar duidelijk onder ogen gebracht. Zij respecteerde nu eveneens de rechten van Jehovah’s getuigen en beloofde het andere personeel en de leerlingen er nog diezelfde middag op te wijzen dat ze respect voor anderen dienen te hebben.