Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w57 15/12 blz. 600
  • Getuigen in een Russisch werkkamp

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Getuigen in een Russisch werkkamp
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
w57 15/12 blz. 600

Getuigen in een Russisch werkkamp

’ALS een kwaaddoener heb ik tot gevangenisbanden toe kwaad te lijden. Niettemin is het woord Gods niet gebonden.’ De apostel Paulus schreef dit aan zijn vriend Timotheüs, maar deze woorden zijn ook waar ten aanzien van vele hedendaagse christenen die zich aan God hebben opgedragen, zoals zij die zich in de Russische werkkampen bevinden. — 2 Tim. 2:9.

Hiervan getuigt het bericht dat het Wachttorengenootschap kort geleden van een Duitse vluchteling in de Verenigde Staten ontving. Hij schreef over zijn ervaringen in een Russisch werkkamp, en wij halen hieruit het volgende aan:

„Ik dacht altijd dat Jehovah’s getuigen zich alleen maar in Rusland bevonden. Toen ik uit de gevangenis werd ontslagen, ontmoette ik hen echter tot mijn grote verbazing ook in westelijke landen. Deze mensen hebben mij in de afgelopen jaren tot nadenken gebracht.

Het gebeurde tijdens mijn bijna driejarige gevangenschap in Rusland, waarvan ik acht maanden in 1946 in het werkkamp X in noordwest-Rusland aan de Wolga doorbracht. Enkele gevangenen trokken vanaf het eerste moment mijn aandacht, omdat zij zo opgewekt en vriendelijk waren. Hun leeftijden varieerden van 17 tot 50 jaar, ze hadden verschillende ambachten en beroepen, en leken bijzonder intelligent. Daar zij al zo’n tien jaar in de gevangenis hadden doorgebracht, werden ze als oude rotten beschouwd.

Vanwege hun betrouwbaarheid hadden zij verantwoordelijke posities en zowel de kampbeambten als de ergste misdadigers hadden het grootste respect voor hen. Zij schenen altijd wel ergens over te kunnen praten en spraken dan ook met iedereen vrijuit over hun hoop. Alhoewel het verboden was vergaderingen te houden, slaagden zij er bijna elke avond in bij elkaar te komen, acht uit onze barak en twee of meer van andere barakken. Bij hun besprekingen onderzochten zij een klein, verfomfaaid en door ouderdom vergeeld bijbeltje. Op allerlei soorten materiaal schreven zij er gedeelten uit over, zoals op lege zakken, stukken hout en dergelijke. De manier waarop zij deze bijbel vereerden, deed ons veronderstellen dat zij nog liever een bijbel hadden dan hun vrijheid herkregen.

Het overgeschrevene smokkelden zij naar al de vijf delen van het kamp, via boodschappers, waarvan enkelen zelfs niet eens gelovigen waren maar het toch graag voor de getuigen deden. Een hunner, broeder X, scheen met de leiding belast te zijn. Hij organiseerde hun activiteiten, scheen te weten wie hij er voor kon gebruiken en hij bezocht de barakken geregeld.

Velen wisten dat zij in het geheim vergaderingen hielden, maar niemand verried hen. Wij stelden onze bedden (britsen) zo op, dat zij in de hoek welke het verst van de deur was, lagen, waar zij niet opgemerkt zouden worden. Zij waren ons hiervoor dankbaar en toonden dit op velerlei manieren.

Eens per jaar moest het gehele kamp voor speciale inspectie op de fabrieksterreinen bijeenkomen. De getuigen gebruikten deze gelegenheid om hun eigen vergadering te houden, en kwamen dan bijeen op een plaats welke zij met berkegroen versierden. Alhoewel ik dit nimmer zelf heb gezien, was ik er zeker van dat zij daar een doopdienst hielden, in een open tank, welke zij brandschoon maakten. En dit alles deden zij, zonder dat de kampleiding er ook maar iets van wist.

Die zelfde avond hadden de twee jongste getuigen in onze barak, 17 en 19 jaar waren ze, veel bezoekers. Herhaaldelijk doken er nieuwe gezichten op; er werden handen geschud, er werd op de schouders geklopt en zachtjes werden er enkele woorden gefluisterd. Ongetwijfeld waren dit de pas-gedoopten die nu gefeliciteerd werden. Zij straalden beiden zo van vreugde, dat anderen hun verbaasd vroegen: ’Zijn jullie zo gelukkig omdat jullie gaan trouwen?’

Voor allerlei goed werk waren de getuigen altijd bereid, maar wanneer je iets verkeerds in de zin had, gingen ze niet met je in zee. Alhoewel wij daar een zeer moeilijke tijd hebben gehad, bleef hun vaste overtuiging en vertrouwen ongeschokt. Wij benijdden hen; wij begrepen er niets van. Toch was het voor ons allen een hele troost deze getuigen van Jehovah bij ons te hebben, om hun aanwezigheid en de gedachte dat er werkelijk nog echte mensen bestonden.”

Het schijnt paradoxaal dat terwijl de getuigen van Jehovah buiten Rusland zich afvroegen of er in dat land nog getuigenis werd gegeven, iemand die naar dat land was getransporteerd de getuigen daar zo actief vond, dat hij dacht dat ze alleen maar in Rusland bestonden! Alhoewel christenen gebonden mogen zijn, het Woord van Jehovah God kan stellig niet gebonden worden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen