Vragen van lezers
● Was Judas wel of niet aanwezig toen Christus de gedachtenisviering instelde? — W.E., Verenigde Staten.
Wanneer wij Mattheüs 26:20-25 en Johannes 13:21-30 met elkaar vergelijken, bemerken wij dat Judas er niet bij was toen Christus het avondmaal des Heren instelde. Het ene evangelie vertelt enkele bijzonderheden welke er in het andere niet voorkomen, maar door de twee met elkaar in overeenstemming te brengen, wordt het volledige beeld verkregen. Mattheüs vertelt hoe de vraag werd gesteld wie Jezus zou verraden. Johannes vertelt ons dat voordat men van dat onderwerp afstapte, de verrader werd geïdentificeerd, doordat hij het stuk brood kreeg dat Jezus had ingedoopt, en terstond daarop verliet Judas hen en ging het duister in. Mattheüs beschrijft dan verder hoe Jezus de overblijvende elf apostelen de symbolen van het gedachtenismaal toereikte, terwijl Johannes, die zijn verslag na Mattheüs schreef, niet herhaalt wat er zich bij het avondmaal afspeelde, maar in plaats daarvan breedvoerig uitweidt over wat Jezus toen zei; dit staat opgetekend in hoofdstuk 13. Jezus’ gesprek en gebed met zijn discipelen, dat in Johannes de hoofdstukken 14 tot en met 17 staat opgetekend, behoorden niet tot het avondmaal des Heren, maar vonden later plaats.
Deze twee apostelen en ooggetuigen van de beschreven gebeurtenissen stemmen dus overeen wat het tijdselement betreft, want Johannes’ verslag spreekt dat van Mattheüs geenszins tegen ten aanzien van de tijd waarop Judas hen verliet. Men neemt aan dat het verslag van Lukas (22:14-23) deze volgorde wat tijd betreft, evenmin tegenspreekt. Lukas was geen ooggetuige van de gebeurtenissen. Hij verhaalt dezelfde gebeurtenissen, maar niet noodzakelijkerwijs in precieze chronologische volgorde zoals de twee anderen, die echte ooggetuigen waren. Bovendien kon bij Lukas 22:28-30 Judas niet inbegrepen zijn, waaruit afgeleid moet worden dat hij voordat dat werd gezegd, was weggegaan. Zie De Wachttoren van 1 februari 1951, de bladzijden 36 en 46.