Prediken door het schrijven van brieven
ELKE getuige van Jehovah die zich aan hem heeft opgedragen, heeft de plicht het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken. Natuurlijk wordt dit het doeltreffendst gedaan door van huis tot huis te gaan. Sommigen kunnen dit echter niet omdat zij ziek, oud of gebrekkig zijn. Velen hunner maken goed gebruik van de gelegenheden om brieven te schrijven over het goede nieuws van Gods koninkrijk.
Een hunner schrijft: „Omdat ik drie jaar geleden een beroerte heb gehad, kan ik niet langer van huis tot huis gaan, en daarom geef ik nu getuigenis door brieven te schrijven. Kort geleden schreef ik nog zo’n brief naar een vrouw die plotseling haar man had verloren. Deze vrouw kwam mij toen opzoeken en zei mij hoe veel mijn brief haar geholpen had. Ik kon haar verder getuigenis geven en regelingen treffen om de daaropvolgende week een huisbijbelstudie te houden. De studie verloopt fijn en zij geeft getuigenis aan iedereen met wie zij in contact komt.”
Een andere aan het bed gekluisterde schrijft: „Ik ben op het ogenblik al langer dan een jaar aan mijn bed gekluisterd. Ik kan niet eens rechtop zitten, maar toch schrijf ik brieven en stuur ik heel veel lectuur op. Alhoewel ik in bijna vier jaar maar vier abonnementen op De Wachttoren heb afgesloten, heb ik een bijbel, verschillende boeken en ook honderden tijdschriften en brochures verspreid.”
Deze zuster besteedt maandelijks 65 tot 85 uur aan het schrijven van brieven. Zij is al zes en een half jaar in dit sanatorium maar kwam pas vier jaar geleden in contact met de waarheid. Ongeveer drie jaar geleden mocht zij het sanatorium verlaten en kon toen gedoopt worden.
Een andere gebrekkige zuster van 72 jaar besteedt elke maand ongeveer 100 uur aan het schrijven van brieven, waarbij zij brochures insluit. De gemeente bericht dat haar brieven het pad hebben gebaand waardoor velen die wel van huis tot huis konden gaan, doeltreffend getuigenis konden geven aan de deur. Van één vrouw ontving zij de volgende brief:
„Beste ———, ik zou u willen bedanken voor de fijne brief die ik gisteren van u heb ontvangen. Om te beginnen ben ik katholiek en houd ik heel veel van mijn religie. Ik weet niet hoe u aan mijn adres bent gekomen, maar ik was er zeer onder de indruk van en had veel belangstelling voor uw brief. Ik vind het gewoon prachtig wanneer iemand oprecht en enthousiast in zijn religie opgaat. De meeste mensen zouden er niet voor gaan zitten en er de tijd voor afnemen zoals u, om anderen te vertellen en te schrijven over onze wonderbaarlijke en liefdevolle Meester. Ik ben er zeker van dat God uw werk waardeert. Een goede vriendin van mij behoort tot Jehovah’s getuigen, dezelfde religie dus als u, en het is eveneens een zeer fijne persoon zoals u, en zij besteedt veel tijd aan zendingswerk. Nogmaals dank dus en God zegene u.”
Op een van de Bethelhuizen van het Genootschap stuurt een bijna tachtigjarige broeder die geen trappen meer kan lopen omdat hij een hartkwaal heeft, vertroostende brieven met lectuur naar het adres van hen wier naam in de overlijdenskolom voorkomt, omdat zij een geliefde hebben verloren. Hij maakt ook gebruik van een lijst van namen en adressen, welke hij voor een klein bedrag van een instelling heeft gekocht, van belijdende christenen die graag met andere belijdende christenen zouden willen corresponderen. Hij stuurt een korte brief waarin hij zich zelf voorstelt en hij zendt daarbij traktaten, een brochure of een tijdschrift, en nodigt hen uit iets over de ingesloten lectuur te zeggen nadat zij die gelezen hebben. Hij heeft uit verschillende delen der wereld al enkele zeer fijne antwoorden gekregen.
Evenmin dienen wij hen over het hoofd te zien die zelfs geen brieven kunnen schrijven en die getuigenis geven door de telefoon te gebruiken, of die het schrijven van brieven aanvullen door mensen op te bellen. Een zuster die al vele jaren aan haar bed is gekluisterd, maakte een goed gebruik van de telefoon welke zij vlak bij haar bed had staan, totdat zij ook hierdoor niet meer getuigenis kon geven wegens reumatische gewrichtsontsteking.