’Oorspronkelijk geen onderscheid tussen geestelijken en leken’
Elk jaar hebben vele protestantse kerken in de Verenigde Staten een zogenaamde „lekenzondag” waarop een leek samen met de predikant op de kansel staat. Commentaar leverend op dit onderscheid tussen geestelijken en leken, zeide Dr. Sockman, een der vooraanstaandste Amerikaanse protestantse geestelijken, op zo’n zondag, dat er „oorspronkelijk geen onderscheid was tussen geestelijken en leken.” Kort daarvoor had Dr. Sockman opgemerkt dat de activiteit van de leken nodig was om „de afnemende doeltreffendheid van de klerikale prediking” weer goed te maken. Hij drong er bij de leken op aan een aandeel te hebben aan de prediking door met hun vrienden over het geloof te spreken, daar „er iets afbrekends zit in woorden die niet van daden vergezeld gaan,” en dat wij op een „slappe” manier uitdrukking geven aan onze gevoelens, wanneer wij dit niet „daadwerkelijk” doen. Alles goed en wel, Dr. Sockman, maar zolang er een onderscheid blijft bestaan tussen geestelijken en leken, en de leken de geestelijken voor hun prediking, hoe ondoeltreffend ook, betalen, zal er weinig door de leken gepredikt worden. Wanneer er oorspronkelijk geen onderscheid bestond tussen geestelijken en leken, waarom wordt er dan ook nu geen eind aan gemaakt en waarom keert men niet terug tot de apostolische gewoonte dat allen prediken zonder hiervoor geldelijk beloond te worden?
Een einde maken aan het begrip ’leek’
Dat een vakbondsleider geestelijken goede raad kan geven, blijkt uit het volgende: Albert Whitehouse, een leider van de United Steelworkers of America (CIO) was uitgenodigd het Amerikaanse baptistische congres in Atlantic City, New Jersey, toe te spreken. Hij gaf uitdrukking aan zijn bezorgdheid over het feit dat velen van hen die lid zijn van een kerk, hun lidmaatschap opzeggen, en zeide: „Misschien dienen wij een einde te maken aan het begrip ’leek’ en dienen wij allen predikers van ons geloof te worden. Wij dienen onze kerk uit te gaan en ons onder de mensen te begeven.” Zou het kunnen zijn dat mijnheer Whitehouse heeft vernomen dat Jehovah’s getuigen dit al vele jaren doen en dat dit ten dele verantwoordelijk is voor hun opmerkelijke toename?