Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w56 15/6 blz. 282-285
  • Ik was een banneling in Siberië

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ik was een banneling in Siberië
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • Vergelijkbare artikelen
  • Verbannen in Siberië!
    Ontwaakt! 1999
  • Een doelwit van de sovjetaanval
    Ontwaakt! 2001
  • Niets kon me ervan weerhouden God te dienen
    Ontwaakt! 2005
  • Jehovah’s Getuigen in Rusland
    Ontwaakt! 1997
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
w56 15/6 blz. 282-285

Ik was een banneling in Siberië

DAAR ik Duits staatsburger ben, kon ik in november 1955, na vier en een half jaar in Siberië in ballingschap te hebben geleefd, naar mijn vaderland terugkeren. Vele andere getuigen van Jehovah uit het Memelgebied, Litauen, Letland, Estland, Bessarabië en de Oekraïne alsook uit de andere gedeelten van Rusland, die niet het Duitse staatsburgerschap bezitten, bevinden zich echter nog steeds in dat koude land. Velen van hen vroegen mij Jehovah’s getuigen in andere delen der wereld een verslag uit te brengen.

Toen de Russische strijdkrachten verschillende gedeelten van Duitsland bezetten, woonde ik in Oost-Pruisen, Memel. Daar ik een getuige van Jehovah ben, had ik onder het Hitler-regime reeds zes jaar doorgebracht in verschillende gevangenissen en inrichtingen. Toen Hitler bevel gaf het Memelgebied [thans Klaipeda] te evacueren, vluchtten bijna alle bewoners van dit gebied naar Duitsland. Ik niet. Ik kon me maar niet met het idee verzoenen, toevlucht te zoeken bij het Hitler-regime dat Jehovah’s getuigen zulk een onbeschrijfelijk leed had aangedaan. Bovendien dacht ik dat de communisten Jehovah’s getuigen, die onder het Hitler-regime reeds zo veel hadden geleden, wel wat toegeeflijker gezind zouden zijn. Hoever sloeg ik de plank mis! Meer dan ooit ben ik er van overtuigd dat deze wereld door haar onzichtbare regeerder Satan wordt bestuurd en geleid.

De communistische regeringsvorm heeft zich wat de vervolging van Jehovah’s getuigen aangaat, ontpopt als een ware navolger van Hitler en zijn nationale partij. Met de komst van de Russen namen de geestelijken en predikers de benen en lieten hun schapen in de steek. Vele getuigen van Jehovah zagen hoe deze mensen in nood verkeerden, en zij grepen de gelegenheid aan met hen over Gods koninkrijk te spreken. Ja, men vroeg Jehovah’s getuigen dikwijls te komen prediken.

Ten gevolge hiervan ontstonden er in dit gedeelte van het land een aantal nieuwe gemeenten. Vele personen droegen zich aan Jehovah op en werden in water gedoopt. De weinige exemplaren van De Wachttoren, welke wij in ons bezit hadden, werden op de geregeld gehouden vergaderingen bestudeerd. Ze werden daar niet alleen bestudeerd, maar ook herdrukt en verspreid onder de bevolking. Dit alles geschiedde in het openbaar onder de ogen van de Russische veiligheidspolitie. Vele malen werden wij gevangengenomen en eerst vrijgelaten nadat zij ons een tijd lang vragen hadden gesteld over de leerstellingen en de organisatie van Jehovah’s getuigen. Wij wisten dat de geheime politie spionnen naar de gemeente zond ten einde te weten te komen wat wij bespraken, doch wij hadden niets te verbergen. Wij predikten Gods Woord en zagen naar Gods koninkrijk uit als de enige hoop der wereld. In 1949 kon ik zelfs nog op één vergadering een menigte van 300 personen toespreken. De besproken schriftuurplaats was Jesaja 25:6-8.a Ik zette aan de hand van deze teksten uiteen hoe Jehovah degenen die hem dienden, rijkelijk zou zegenen, dat de dood voor eeuwig overwonnen en vernietigd zou worden, dat Jehovah de tranen van alle aangezichten zou afwissen en dat hij de zijn volk aangedane smaad van de aarde zal verwijderen, omdat hij dit had beloofd.

Toen ik de volgende dag op straat liep, werd ik gearresteerd. Twee dagen bracht ik op het politiebureau door en werd pas na vele lange uren ondervragen weer vrijgelaten. Verschillende dagen later moest ik wederom bij de veiligheidspolitie komen. Daar werd mij gezegd een nauwkeurig verslag op te stellen over de organisatie van Jehovah’s getuigen. Er werd een verslag opgemaakt over het reeds opgerichte koninkrijk van Jehovah God en over vele andere nieuwe waarheden. Er werd ook de aandacht op gevestigd dat Jehovah’s getuigen onder het Hitler-regime op verschrikkelijke wijze waren vervolgd en dat er op 7 oktober 1934 door gemeenten van Jehovah’s getuigen uit vele delen der wereld gelijkluidende telegrammen naar de Rijkskanselarij te Berlijn waren gestuurd: „Uw mishandeling van Jehovah’s getuigen schokt alle fatsoenlijke mensen op aarde en onteert Gods naam. Zie af van verdere vervolging van Jehovah’s getuigen, anders zal God u en uw nationale partij vernietigen.”

Voor mij staat het vast dat dit verslag werd opgestuurd naar het hoofdbureau van de veiligheidspolitie te Moskou. In september 1950 werd Jehovah’s getuigen in dit gedeelte van Rusland de eerste ernstige slag toegebracht. Op een nacht werden alle broeders die gezond van lijf en leden waren, en verschillende zusters door de veiligheidspolitie opgepakt en naar de staatsgevangenis te Wilna gebracht. Hier werden zij een half jaar lang gevangen gehouden, totdat van Moskou doorkwam dat bijna allen tot tien jaar tuchthuisstraf waren veroordeeld. Na zes maanden op zenuwslopende wijze ondervraagd en vervolgd te zijn, waren veler zenuwen geschokt. Velen hadden zeer geleden door de afmattende verhoren. Vervolgens werden sommigen overgeplaatst naar werkkampen. Velen werden ondergronds in de kolenmijnen te werk gesteld. Sommigen werden zelfs naar het beruchte, hoog in het noorden gelegen kamp Workoeta gezonden, waar nog steeds enigen van onze broeders werken.

Het is daar zeer koud, en er is geen enkele vorm van plantengroei; de winters zijn er lang en de zomers kort. Vele broeders werden invalide door de bovenmenselijke vereisten welke hun door het wrede communistische regime werden opgelegd. Enigen van hen werden daarna naar hun gezin in Siberië gestuurd.

Eind maart 1951 kwam de tweede golf van vervolging. Zij die tot nu toe nog niet waren gearresteerd, zoals oude mannen, vrouwen en kinderen en anderen die nog niet waren opgepakt, werden nu door de Russen gevangen genomen. Niemand werd overgeslagen, en allen werden in vrachtauto’s naar goederentreinen gebracht met de bestemming Siberië. Zij konden slechts heel weinig persoonlijke bezittingen meenemen, een beetje meel, enkele kledingstukken en enkelen konden hun bed meenemen. Al het andere viel in handen van de politieautoriteiten. Dit maal werd ook alle bagage zorgvuldig door de communisten onderzocht, om te zien of zij ook bijbels of lectuur van het Wachttorengenootschap bij zich hadden.

In Wilna stonden twee grote goederentreinen gereed, elk samengesteld uit ongeveer vijftig veewagens. Hierin werden uit alle streken gekomen getuigen van Jehovah naar een land vervoerd waar zij zouden sterven of een zware strijd moesten voeren om te blijven leven. De wagens waren overvol, niemand kon zitten. Het voedsel was schaars en erg slecht. Onder al deze moeilijke omstandigheden dankten Jehovah’s getuigen hun hemelse Vader en loofden hem, en moedigden elkaar aan. Doordat Jehovah’s Woord werd besproken werden allen vertroost en aangemoedigd voort te gaan ongeacht wat er ook mocht gebeuren. De woorden waarmede zij in deze tijd van het einde de mensen hadden vertroost, waren nu zij zelf in veewagens opgepakt stonden, voor hen een grote troost. Luid klonken hun Koninkrijksliederen, doch later werd zelfs dit door de sowjetsoldaten verboden.

Na dertien dagen en nachten in veewagens te hebben gereisd, bereikten alle getuigen van Jehovah hun bestemming. Daar werd hun medegedeeld: „Als staatsvijanden bent u voor levenslang naar Siberië verbannen. Laat elke hoop varen dat u ooit weer naar uw geboortestreek zou kunnen terugkeren.”

Vervolgens werden Jehovah’s getuigen als slavenarbeiders tussen Tomsk en Irkoetsk over verschillende collectieve boerderijen verspreid. Slechts door Jehovah’s bescherming en hulp waren wij in staat de situatie onder de ogen te zien. Voor ons lag een bestaan dat door honger gekenmerkt zou worden. De voorraden welke sommigen van ons hadden meegebracht, waren spoedig op. De collectieve boerderijen verkeerden nu niet bepaald in de allerbeste toestand. De leiders van deze sowjetagitatiecentrums dachten er niet aan deze ondervoede slachtoffers van brood te voorzien voordat de nieuwe oogst kwam. Instellingen voor maatschappelijk hulpbetoon komen in het „sowjetparadijs” niet voor.

Jehovah’s getuigen laten zich echter door naastenliefde leiden, en op deze wijze werden zelfs de behoeftigen geholpen met het kleine beetje voedsel dat wij hadden. Gedurende de eerste twee jaren stierf een aantal van de verbannenen door de zware beproevingen. In het bijzonder de vrouwen kregen zeer zwaar werk te verrichten. ’s Winters werden zij de sneeuw ingestuurd om in het bos hout te hakken, want in de korte zomer was er voor zulk werk geen tijd. De winters in Siberië duren zeven maanden aan één stuk door. Voor- en najaar zijn onbekend. Koudegolven zijn echter niet onbekend, wanneer de temperatuur zo ongeveer 45 graden Celsius beneden het vriespunt daalt. In dit land verbruikt men veel brandstof, en dat is een van de grootste problemen van de bannelingen in Siberië. Er zijn in Siberië vele grote wouden, maar het hout uit het bos naar uw huis te vervoeren, is een zeer zwaar karwei. Om brandhout bijeen te zamelen, heeft men een paard en een slee nodig, doch deze arme verplaatste personen moeten de opzichter vragen, beter gezegd smeken, of hij hun zulke hulpmiddelen ter beschikking wilde stellen. Voor de ouderen is zulk een leven bijna ondraaglijk. Zij zijn lichamelijk niet in staat het werk op de boerderij te doen, en wanneer iemand zestig of zeventig jaar oud is, is het geen gemakkelijke taak een lading brandhout op zijn rug naar huis te dragen.

Het gaat me aan mijn hart over de woningtoestand in Siberië te spreken. Gedurende het grootste gedeelte dat ik in ballingschap vertoefde, woonde ik met vier gezinnen, met inbegrip van de kinderen, in één kamer. Behalve dat beschikten wij over een kleine keuken met een van blik gemaakte, geïmproviseerde kachel, waarop wij ons voedsel moesten koken. Telkens wanneer de sneeuw ontdooide, werd ons huis overstroomd. Onder al deze omstandigheden hielpen de verbannen getuigen van Jehovah elkaar zo veel mogelijk. Sommigen begonnen hun eigen hutjes te bouwen buiten de werkuren op de boerderij. Ook al konden zij hun eigen huizen bouwen en ze een beetje geriefelijker inrichten, toch liet het nog veel te wensen over.

Toen ik in een van deze slavenkampen van Siberië verbleef, bestond de eerste twee jaren het dagloon van een op een collectieve boerderij werkende man of vrouw, uit een halve tot één kilo graan. Na de dood van Stalin zijn de levensstandaarden iets verbeterd. Zij krijgen nu meer graan en bovendien ontvangen de slavenarbeiders wat geld zodat zij niet meer zoals vroeger zo hongerig behoeven rond te lopen of het zo koud behoeven te hebben. Onder al deze omstandigheden blijven Jehovah’s getuigen echter zo veel mogelijk het Woord van God bestuderen, maar ze zijn daarbij grotendeels op hun geheugen aangewezen, en bij elke zich voordoende gelegenheid spreken zij met elkaar en vertroosten elkaar. Onze smeekbede is nog steeds: „Hadden wij maar bijbels en nieuwe Wachttorens!”

Alle in geheel Rusland in deze slavenkampen verblijvende getuigen van Jehovah bidden Jehovah God voortdurend of zij eens van deze toestanden bevrijd zullen zijn en zij hebben daar het volste vertrouwen in. In geheel Rusland aanvaardt de Russische bevolking in deze slavenkampen en daarbuiten in groten getale de waarheid. Een zuster berichtte: „Ik moet voor ongeveer dertig meisjesleerlingen zorgen die gretig elk woord dat ik tot hen over het Koninkrijk spreek, tot zich nemen.” Vele mensen in Rusland willen op het ogenblik graag over Gods koninkrijk horen en luisteren gretig naar de waarheid. Wat een vreugde brengt het een brief van andere Koninkrijksverkondigers in Rusland te lezen en over hun ervaringen in de gevangenkampen te horen. Doordat zij tot gevangenisstraf zijn veroordeeld, zijn zij veel dichter tot elkaar en tot Jehovah gekomen. Elke dag neemt hun begrip van Jehovah’s theocratische organisatie toe en allen hebben zich nog vaster voorgenomen de grote Rechter het bewijs te leveren dat zij getrouwe predikers zijn. Door Jehovah’s onverdiende goedgunstigheid zijn zij vast besloten hun rechtschapenheid te handhaven en te bewijzen dat zij het eeuwige leven waardig zijn.

Ik weet dat deze verplaatste personen op de collectieve boerderijen hun licht niet onder een korenmaat verbergen. Zij laten daarentegen hun licht overal schijnen.

In november 1954 haalde het Russische nieuwsblad de Prawda uit Moskou de volgende woorden aan van een vooraanstaande communistische partijleider: „Het communisme heeft zich in deze tijd over de gehele wereld zo sterk verschanst dat de strijd tegen de verschillende religies niet verder voortgezet behoeft te worden. In het verleden nadat wij aan de macht waren gekomen, was deze strijd noodzakelijk. Nu echter de jeugd in het bijzonder op juiste wijze is getraind, moet een ieder stellig tot de conclusie komen dat alleen het communisme de mensen ware vrede en voorspoed kan brengen.” Maar Jehovah’s getuigen zijn er rotsvast van overtuigd dat de mensen alleen ware vrede en voorspoed zullen ontvangen door het thans nabij zijnde koninkrijk van God, dat bestuurd zal worden door hun grote Vredevorst, Christus Jezus.

Spoedig zal ik zevenenzeventig jaar oud zijn. Een paar maanden voordat in 1914 de eerste wereldoorlog uitbrak, kwamen er dienaren van het Genootschap bij mij. Ik heb het voorrecht gehad al deze jaren een van Gods dienaren te zijn, en nu ik uit Rusland ben teruggekeerd, is het mijn enige wens het overige gedeelte van mijn aardse leven in de dienst van Jehovah door te brengen.

[Voetnoten]

a Jesaja 25:6-8 (NBG) luidt: ’En Jehovah der heerscharen zal op dezen berg voor alle volken een feestmaal van vette spijzen aanrichten, een feestmaal van belegen wijnen: van mergrijke, vette spijzen, van gezuiverde, belegen wijnen. En hij zal op dezen berg den sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmede alle volken bedekt zijn. Hij zal voor eeuwig den dood vernietigen, en de Here Jehovah zal de tranen van alle aangezichten afwissen en den smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want Jehovah heeft het gesproken.’

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen