De bijbel — waarom hem te onderzoeken?
DE hedendaagse geestelijken drukken zich graag als volgt uit: „Nu, dat zie ik zo,” „Ik begrijp hier uit,” of „Nu ja, dat is uw opvatting.” Hoe anders was Jezus’ houding! Hij heeft nimmer gezegd: „Mijns inziens moet je het zus en zo bezien,” waarmee hij te kennen zou hebben gegeven dat iemand anders er een andere zienswijze op na zou kunnen houden. Voor Jezus en de apostelen waren de leerstellingen óf goed óf verkeerd, waar of vals, een tussenweg was er niet, geen grijze, vage schaduw zo half tussen waarheid en dwaling in.
Hoe komt het toch dat de hedendaagse religieuze leiders zo’n geheel ander standpunt innemen dan Jezus en zijn apostelen? Eenvoudig omdat Jezus en zijn apostelen de waarheid wisten. Zij waren er van overtuigd dat zij de waarheid onderwezen. Zij beschouwden de bijbel nimmer als een oude viool, waarop je elk wijsje kunt spelen, maar zij erkenden dat de Hebreeuwse Geschriften, het toen op schrift gestelde gedeelte van de bijbel, het waarachtige Woord Gods waren, dat nauwkeurig opgevolgd moest worden. Toch nemen vele hedendaagse geestelijken precies het tegenovergestelde standpunt in, terwijl zij zich schijnbaar meer bekommeren om andere aangelegenheden, en er veel minder van overtuigd zijn hoe belangrijk hun leer is en dat de bijbel een ware, duidelijke en zekere gids is.
Alhoewel Jezus de Zoon van God was, matigde hij zich niet het recht aan de geïnspireerde geschriften te kunnen negeren. Hij stelde daarentegen een uitmuntend voorbeeld doordat hij zijn autoriteit geheel en al aan die Geschriften ontleende. Die schriftuurlijke weg is logisch, want aangezien de bijbel door Jehovah God werd geïnspireerd en Jezus diens afgevaardigde was, zou Jezus stellig in overeenstemming zijn met die geïnspireerde geschriften.
Jezus weerde de verzoeker, Satan, niet af met de woorden „Nu ja, dat is uw opvatting.” Hij weerde hem echter af doordat hij tot drie maal toe verwees naar wat er geschreven stond. Bovendien verwees hij naar wat er geschreven stond, om te bewijzen dat Johannes een voorbereidend werk zou verrichten; om toe te lichten waarom hij de geldwisselaars uit de tempel dreef, en om zijn komende verraad, dood en zelfs de verwarring die er te dien tijde onder zijn volgelingen zou bestaan, uiteen te zetten. — Matth. 4:4, 7, 10; 11:10; 21:13; 26:24, 31.
Hij veroordeelde de zich in eigen ogen zo rechtvaardig achtende Farizeeën door Jesaja’s woorden aan te halen. In de synagoge te Nazareth las hij zijn predikingsopdracht uit datzelfde boek Jesaja voor. Op de vraag: „Door wat te doen, zal ik eeuwig leven beërven?” verwees hij naar wat er in de wet van Mozes geschreven stond. Hij verklaarde aan de hand van de geïnspireerde Geschriften dat hij verworpen en gedood zou worden. Hij zeide: „Alles wat in de wet van Mozes en in de Profeten en de Psalmen omtrent mij staat geschreven, [moest] vervuld . . . worden.” En hij zette zelfs uiteen hoe de geschreven profetieën zijn opstanding op de derde dag hadden voorzegd. — Mark. 7:6; Luk. 4:17-21; 10:25, 26; 18:31-33; 24:44, 46, NW.
Wat een uitmuntende kennis van de Hebreeuwse Geschriften! En wat een schitterend voorbeeld stelde hij ons door zijn werkzaamheid niet op menselijke ideeën te baseren, maar op Gods geschreven Woord te bouwen!
Jezus’ discipelen waren eveneens goed op de hoogte van de Schrift en erkenden welk een belangrijke en betrouwbare gids hij is. Zij zagen hoe reeds lang geleden opgetekende profetieën in Jezus in vervulling gingen, en zij vestigden hierop de aandacht in hun geschriften. Paulus verwees vele malen naar de Hebreeuwse Geschriften, waardoor hij er blijk van gaf dat ook hij er vertrouwd mee was, er op vertrouwde en hun belangrijkheid inzag. Hij schreef: „Ik geloof in al wat er in de Wet is uiteengezet en in de Profeten staat geschreven.” Ja, deze vroege christenen bewezen afdoend dat zij niet op hun eigen opvatting vertrouwden, maar dat zij het reeds opgetekende in Gods Woord, de bijbel, geloofden, aanvaardden en wisten, en zich daarnaar richtten. — Hand. 24:14; Luk. 3:4; Joh. 2:17; 12:14, 15; Hand. 13:29, 33, NW.
Waarom is het zo van levensbelang een juiste kennis van de inhoud van de bijbel te bezitten? Omdat u geen redding kunt verkrijgen en niet rechtvaardig verklaard kunt worden door uw eigen macht of op een andere wijze dan door de voorziening welke Jehovah heeft getroffen. Uit de bijbel blijkt wat die voorziening is en wat u er in verband mede dient te doen.
Paulus heeft gezegd dat Jezus ’de bewerker werd van eeuwige redding voor allen die hem gehoorzamen.’ Let wel: „Voor allen die hem gehoorzamen.” Ten einde hem te kunnen gehoorzamen, moet u weten wat zijn instructies inhouden. Waar zou u ze anders kunnen leren dan in de Heilige Schrift? De apostel repte van geen andere plaats toen hij de jonge Timotheüs schreef: „Van kindsbeen af [hebt gij] de heilige geschriften . . . gekend die u wijs kunnen maken tot redding door het geloof in verband met Christus.” — Hebr. 5:9; 2 Tim. 3:15, NW.
Dit is geen blind, maar een degelijk, op kennis berustend geloof. Het is gefundeerd op feiten, logica, inzicht en vertrouwen; op een kennis van God en zijn voornemens, waarom er een rantsoen nodig was en wat de uitwerking er van was. En door die kennis gaat u op een degelijke basis geloof oefenen in Jehovah God en zijn Zoon Christus Jezus. De bijbel, het boek waardoor dit geloof wordt opgebouwd, is krachtig. Hij kan uw leven veranderen, u een ander doel in het leven geven en uw persoonlijkheid hervormen.
Maar waarom zijn zovele hedendaagse religiën geestelijk zo zwak wanneer de bijbel zulk een kracht bezit? Omdat hun leiders u maar al te graag willen vertellen hoe zij er over denken, willen spreken over de filosofie welke zij hebben ontwikkeld. Zij bekreunen zich meer om hun theorieën over de dienst welke de geestelijken dienen te verrichten, dan om Gods instructies ten aanzien van wat zij dienen te onderwijzen. Mocht het gebeuren dat zij naar de Schrift verwijzen, dan zijn dit er maar al te vaak belachelijke toepassingen van om hun eigen vooropgezette ideeën te ondersteunen in plaats dat zij zich houden aan hetgeen de bijbel werkelijk onderwijst.
Er zijn echter mensen die evenals Jezus, de apostelen en alle overige christenen uit de eerste eeuw hun leven en geloofsovertuigingen in overeenstemming willen brengen met wat er geschreven staat. Zij hebben een krachtig geloof, volgen een verstandige handelwijze, en handelen zij op juiste wijze overeenkomstig hun kennis, dan leidt die tot redding. Ook u kunt zulk een geloof en kennis verkrijgen, door dit boek te onderzoeken en de daarin vervatte instructies te gehoorzamen. Er is voor u dus alle reden een nauwkeurige kennis van de bijbel en zijn inhoud te verwerven. Zult u zich door deze goede redenen laten leiden en deze kennis verwerven?
„Verheugd volg ik de weg van uw voorschriften, meer verheugd dan over alle rijkdom. Ik wil uw leer overwegen, mijn blik gevestigd houden op uw paden, aan uw leer mij verkwikken, en nooit uw woord vergeten.” — Psalm 119:14-16, KB.