Waarom men moet geloven dat er een God bestaat
Is het een logisch geloof? Welke bewijzen zijn er voor voorhanden? Waarom dient u de bijbel als Gods Woord te aanvaarden?
ER ZIJN heel wat mensen die zeggen dat zij alleen maar geloven in wat zij kunnen zien. Met nadruk antwoorden wij: Goed! Geloof in datgene wat u kunt zien! De apostel Paulus zeide dat de zichtbare schepping Gods macht weerspiegelt: „Want zijn onzichtbare hoedanigheden worden van de schepping der wereld af duidelijk gezien, omdat ze uit het geschapene worden begrepen, zelfs zijn eeuwige kracht en Godheid” (Rom. 1:20, NW). De meeste mensen geloven dat hetgeen zij zien een bewijs is van het bestaan van God. Uit een door het Gallup Instituut ingesteld onderzoek blijkt dat zelfs in het veronderstelde „materialistische” Amerika 96 percent der ondervraagde mensen zei dat zij in God geloofden. Zij hebben naar de ordelijkheid en grootsheid van de hen omringende wereld gekeken, naar het bestaan van de mens en de bijbel, en hebben hierin overtuigende bewijzen gezien voor het bestaan van God.
Een schrijver heeft het aldus uitgedrukt: „Wanneer wij met een ontvankelijke geest een onderzoek gaan instellen, en bereid zijn te geloven of niet te geloven al naargelang het bewijs, is het allerwaarschijnlijkst dat wij zullen bemerken dat het gemakkelijker is in God te geloven, dan te besluiten dat planten, dieren en de mens, lichaam en geest, hun ontstaan te danken hebben, aan blind, doelloos toeval. Het is wellicht op zijn plaats er aan toe te voegen dat velen niet in God willen geloven. Zij beseffen dat wanneer zij wel zouden geloven, hun verleden er door gelaakt en hun toekomst in een wel zeer onaangename mate veranderd zou worden.”a
Wat denkt u van het ontstaan van het universum? Was het het gevolg van zuiver geluk, een toeval, een combinatie van vele toevallige gebeurtenissen? Of legt het getuigenis af van het bestaan van een hogere, intelligentere geest die reeds lang voor de mens bestond? Bedenk dat het universum geen chaos is, wat wellicht wel zo zou zijn wanneer alles aan het toeval zou zijn overgelaten, maar dat het één ordelijk geheel is. Is dit voor u geen aanwijzing dat hiervoor een bewust denken verantwoordelijk is? dat het door een met verstand begaafde schepper werd ontworpen?
Zijn de ordelijke wetten die overal zijn waar te nemen in de in lichtjaren uitgedrukte uitgestrektheid der sterrenhemel tot in de kleine atoompjes waaruit alle massa is opgebouwd, toevallig? Zijn de nauwkeurige bewegingen der hemellichamen, die de standaard zijn voor onze uurwerken, een toevalligheid? Werd de aarde, de mens en de gehele levende schepping door louter toeval voortgebracht — niet slechts door één zo’n toevallig gebeuren, maar door een hele reeks van duizenden miljoenen toevalligheden welke alle een wonderbaarlijk geheel vormen, zonder dat er andere toevalligheden zouden gebeuren waardoor alles weer vernietigd zou worden?
Is er bij het ontstaan van het universum een grotere kracht dan het toeval betrokken? De geleerde Arthur H. Compton zei van de nietige atoomdeeltjes: „Wanneer de eenvoudige doch uitgebreide serie afstotingen en aantrekkingen waaraan de elektronen zijn onderworpen, het resultaat zijn van louter toeval, dan is het toeval ingenieuzer dan de knapste onzer geleerden.”b
Niet alleen het ontstaan der materie en de ordelijkheid van het universum zijn problemen voor hen die het bestaan van een Schepper loochenen, maar een nog veel groter probleem is het ontstaan van het leven zelf. Een tijdlang geloofde men dat spontane generatie (abiogenesis genoemd, hetgeen betekent, het ontstaan van iets levends uit levenloze stof) leven kon opleveren. Wormen ontwikkelden zich uit rottend vlees, luizen uit vuil, kikvorsen uit het slik van modderpoelen, enz. Pasteurs proefnemingen van ongeveer honderd jaar geleden wierpen die theorie omver. Te betogen dat abiogenesis thans niet meer geschiedt, maar dat dit wel in de afgelopen eeuwen het geval was, is zuiver speculeren. Het is geen wetenschappelijk betoog, omdat het niet is gebaseerd op waarnemingen en experimenten, maar veeleer op blinde veronderstellingen welke noch waargenomen noch bewezen kunnen worden. Dr. J. Gray, een vooraanstaand zoöloog, verklaarde: „Men moet het spontane ontstaan van leven uit levenloze materie als een hoogst onwaarschijnlijke gebeurtenis beschouwen, en als zodanig kan men wel veronderstellen dat het niet is gebeurd.”c
Het komt er dus op neer: Is de materie, de ordelijkheid, het wonderbaarlijke universum en het onverklaarbare wonder van het leven louter en alleen het gevolg van toeval, of werden ze voortgebracht volgens het ontwerp van een grote Schepper? Het eerste is zo onaannemelijk dat er meer geloof voor nodig is om in de materialistische evolutietheorie te geloven dan in God! Eén ding is zeker, „de hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.” — Ps. 19:2; Job 9:8; Jes. 40:26; Jer. 10:12.
ZELFS NOG GROTERE WONDEREN
Er moet echter nog veel meer in beschouwing worden genomen. De mens heeft omdat hij een goed gebruik heeft gemaakt van zijn verstand, grote dingen tot stand gebracht, maar zelfs in het allereenvoudigste was de natuur de mens al ver vooruit. Eeuwen voordat de mens een hefboom ontwikkelde, kwam deze reeds in het lichaam van dieren voor. Ongekende tijden voordat de mens zijn eerste perspomp maakte, bestond het hart reeds. Voorts waren er kleppen om de vloeistofstroom in het hart en de aderen te regelen. In de luchtpijp treft men een soort vegers aan om het slijm te verwijderen. Sinds onheuglijke tijden zijn de alen in het bezit geweest van elektrische batterijen. Gloeiwormen en vuurvliegen produceren koud licht. De vogels hebben lang het alleenrecht gehad op het vliegen hoewel zij zwaarder waren dan de lucht. Was dit alles louter toeval, slechts het gevolg van een toevalligheid, of staat er een intelligentie, groter dan ’s mensen, achter! Het is moeilijker te geloven dat ze een toeval zijn dan het christelijke standpunt te zijn toegedaan dat ze werden geschapen!
Voorts werkt ’s mensen intelligentie plannen voor de toekomst uit. Maar hoe moet men dezelfde vooruitziende blik in de niet met rede begaafde delen der natuur dan verklaren? Een boom brengt zaden voort waardoor er andere bomen kunnen opgroeien nadat hij is gestorven. Heeft de boom hier belang bij? Een eekhoorntje legt een wintervoorraad noten aan. Wie heeft hem de vooruitziende blik gegeven dit te doen, en hoe weet hij dat het weer kouder zal worden? Een vogel brengt eieren voort om zijn soort in stand te houden. Waarom zich bekommerd om een nageslacht? Door instinct? Wellicht de natuur? Dan ontwijkt men de moeilijkheid alleen maar. Waar u ook kijkt, in alles treft u de Opperste Intelligentie aan, u kunt het niet over het hoofd zien.
Een autoriteit verklaarde: „Hoe minder een levend dier schijnt te kunnen denken, wegens de inferioriteit van zijn organen, des te meer wordt het, te oordelen naar zijn verstandige gedragingen, duidelijk dat Iemand er voor heeft gedacht.”d Wie zou dat denken hebben gedaan, wanneer er geen Schepper bestaat?
Verbazingwekkender nog is het menselijke leven, hetwelk voor hen die de schepping loochenen, het grootste probleem vormt. Waarom vormen de atomen en elementen van het lichaam tezamen organische samenstellingen om verscheidene weefsels en organen te vormen en die hun functies verrichten in een gezamenlijke structuur welke de capaciteit van deze atomen en elementen in hun normale bestaan ver te boven gaan? Welke intelligente kracht heeft dit geschapen? De natuur? Waarom het dan niet met de naam van het Opperste Wezen genoemd, die de natuurwetten in het leven heeft geroepen, namelijk, JEHOVAH?
De natuur kent vele wonderen, en een der verbazingwekkendste is wel het ontstaan van nieuw menselijk leven. Zonder dat de moeder er doelbewust bij nadenkt, worden de beenderen, zenuwen, ogen, oren, voeten, handen, het hart, de longen en zo veel andere structuren en organen gevormd, op een voor alle mensen onverklaarbare wijze. Volgen de menselijke cellen bij toeval zulk een zorgvuldig uitgewerkt proces? Ongetwijfeld staat er achter deze voortbrenging van het leven een Intelligentie die ver verheven is boven de mensen. Waarom de identiteit van die Intelligentie te verbergen door te weigeren hem God te noemen?
Wanneer de evolutie zegt dat er geen schepping was, bedenk dan wel dat de evolutie er geen verklaring voor geeft waar de materie vandaan kwam, waar het leven ontsproot, hoe de geweldige kloven tussen de verscheidene levensvormen overbrugd moeten worden of om welke reden de „natuur” zulk een wonderbaarlijke wijsheid tentoon spreidt. De wonderbaarlijke wetten, waaraan de knapste geleerden tientallen jaren, ja eeuwen, hebben besteed om ze te doorgronden, zijn niet het gevolg van toeval. Geloof wat u kunt zien! Aanvaard het feit dat er een met verstand begaafde schepping was en dat er dientengevolge een met verstand begaafde Schepper moest zijn, Jehovah God!
KEN DE SCHEPPER!
De rede, waarnaar wij hierboven hebben verwezen, vermindert het aantal struikelblokken en misverstanden welke velen verhinderen het Godsbestaan te aanvaarden, maar wij hebben een veel groter belang op het oog dan dat u alleen maar aanvaardt wat de logica en de rede over hem getuigt. Het is veel belangrijker wat hij over zich zelf heeft te zeggen. Het zou onredelijk zijn te veronderstellen dat de Schepper, die de mens heeft geschapen, ons zonder een verklaring zou laten waarom heden ten dage niet alles in de wereld harmonieert. De bijbel geeft die reden. In de bijbel staat waarom er moeilijkheden en narigheid bestaan, en eveneens dat dit alles spoedig tot een einde zal komen wanneer de grootste opstandeling, de veroorzaker van goddeloosheid, Satan de Duivel, vernietigd zal worden. Vandaar dat er over onze tijd staat geschreven: „Wee voor de aarde en voor de zee, want de Duivel is tot u afgekomen, en heeft grote toorn, wetend dat hij een korte tijd heeft.” — Openb. 12:12, NW.
Ware de bijbel gelijk elk ander door mensen opgesteld boek, dan zou hij van weinig waarde zijn. Hij heeft echter een veel grotere waarde. In de bijbel wordt ons getoond wat God is, zijn instructies staan er in opgetekend, er worden bewijzen in gegeven van zijn macht en verhevenheid en dit boek is het voornaamste middel waardoor ons geloof wordt opgebouwd.
De bijbel is zelf het grootste bewijs van zijn betrouwbaarheid. Allereerst gaven zij die een aandeel in het schrijven er van hadden, toe dat dit op aanzeggen van God geschiedde. David zeide: „De geest van Jehovah sprak door mij en zijn woord lag op mijn tong.” Paulus schreef: „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en heilzaam om te onderwijzen.” En „de heilige geest heeft voorheen bij monde van David gesproken.” Petrus zeide verder: „Profetie werd nimmer door de wil van een mens voortgebracht, maar mensen hebben van Godswege gesproken zoals zij door heilige geest werden meegevoerd.” — 2 Sam. 23:2; 2 Tim. 3:16; Hand. 1:16; 2 Petr. 1:21, NW.
De bijbel beweert niet alleen van God afkomstig te zijn, maar het wordt er in bewezen! God daagt hen die onder goddelijke inspiratie beweren te staan, als volgt uit: „Laten zij aanvoeren en bekend maken, wat er geschieden zal. . . . geeft te kennen wat in de toekomst komen zal, opdat wij weten, dat gij goden zijt” (Jes. 41:22, 23, NBG). Dit is doorslaggevend, omdat niemand van zich zelf betrouwbaar en in details kan voorspellen wat er in de toekomst staat te geschieden. Hoe doorstaat de bijbel die proef? Zegevierend komt hij er door! Merk de volgende voorbeelden van zijn betrouwbare, nauwkeurige en gedetailleerde voorspelling van zulke toekomstige gebeurtenissen op — een kracht waarover geen enkel mens kan beschikken, een van God afkomstige kracht.
Jaren voordat Juda door Babylon werd overwonnen, heeft de profeet Jeremia die val niet alleen voorzegd, maar nauwkeurig vermeld dat het land Juda zeventig jaar lang woest zou liggen en dat Babylon aan het einde van die periode verwoest zou worden, „tot steenhopen [zou] worden, een verblijf van jakhalzen, een voorwerp van ontzetting en een aanfluiting, zonder inwoner.” Hoe zou enig mens hebben kunnen voorspellen dat het land in ballingschap zou geraken, de precieze duur van de verwoesting van het land en de tijd wanneer en de wijze waarop de overwinnende natie zelf tot een ruïne zou vervallen? Deze profetie kwam echter precies uit, alhoewel, zoals één schrijver zeide, ’niemand anders dan een gek er van zou hebben gedroomd in de dagen van Jesaja en Jeremia te profeteren dat Babylon omver geworpen zou worden. De Babyloniërs behoorden tot de krachtigste krijgers van hun tijd. Zij hadden de wereld overwonnen en aan hun juk onderworpen.’e Uit de nauwkeurige voorspellingen van Jesaja en Jeremia blijkt zonder twijfel dat hun bewering, ware profeten van God te zijn, ook werkelijk gegrond was. — Jer. 29:10; 51:37, NBG.
In Daniël 8:3-8, 20, 21 werd verder aangetoond dat het Medo-Perzische rijk Babylon als wereldmacht zou opvolgen. Eerst zouden de Meden aan de macht zijn en daarna zou de Perzische macht komen en de Meden overvleugelen. Na de Medo-Perzische overwinning op Babylon zou het Griekse rijk Medo-Perzië op de knieën brengen. Later zou het machtige Griekse rijk in vier delen uiteenvallen. Dit alles geschiedde precies zoals was voorzegd en het laatste gebeurde meer dan twee eeuwen daarna toen Alexander de Grote Medo-Perzië ten val had gebracht, en vervolgens toen bij zijn dood zijn rijk in vier delen werd gesplitst en elk dier delen door een andere generaal werd bestuurd. Hoe volkomen onmogelijk zou het voor gewone mensen zijn geweest van tevoren zulke verbazingwekkende voorspellingen te doen! De bijbel staat er echter vol van!
TEGENWOORDIGE BEWIJZEN
Geeft u aan voorbeelden van het ogenblik de voorkeur boven die uit de oudheid? De tegenwoordige voorbeelden van het in vervulling gaan van zulke verbazingwekkende profetieën zijn even overtuigend. Meer dan vierendertig jaar voor het uitbreken van het wereldomvattende geweld in 1914 (van 1880 af dus) had De Wachttoren getrouw en geregeld er de aandacht op gevestigd dat in 1914 de in de bijbel vermelde „tijden der heidenen” of de „tijden der natiën” zouden aflopen.f Er werd aan de hand van de Schrift in aangetoond dat het einde van de „tijden der natiën” gekenmerkt zou worden door de ergste weeën welke de aarde ooit heeft gekend. Voordat de 1ste Wereldoorlog begon, hadden velen hiermee gespot, maar de voorspelling van de bijbel kwam uit. De schrijvers van de bijbel hadden deze gebeurtenissen niet kunnen voorspellen op grond van hun eigen kennis, of er zo lang van tevoren naar kunnen gissen. Zulke specifieke, lang van tevoren gedane voorspellingen kunnen geen wijsheid van mensen zijn, maar wederom heeft de bijbel bewezen waar te zijn!
In Openbaring 17:8 werd voorzegd dat de politieke vredesorganisatie der mensen (de Volkenbond) in de afgrond van niet-bestaan zou afdalen, hetgeen in de tweede Wereldoorlog geschiedde, en later wederom tot leven zou komen, hetgeen geschiedde in de gestalte van de Verenigde Naties, maar dat ze er niet in zou slagen haar belofte in te lossen, namelijk, duurzame vrede te bewerkstelligen. Zou ook maar iemand dit van zich zelf hebben geweten? Wederom werd bewezen dat de bijbelse voorspellingen van nagenoeg 1900 jaar geleden waar waren!
Dit Boek der boeken heeft de beproeving doorstaan, is er met vlag en wimpel doorheen gekomen! Door zijn betrouwbare voorspelling van toekomstige gebeurtenissen, wordt zijn aanspraak op inspiratie gerechtvaardigd en zijn waarheid bewezen. Bovendien bewijst het bestaan van dit onloochenbaar geïnspireerde boek ontegenzeggelijk dat zijn Inspirator, Jehovah God, bestaat!
De belangrijkste bron waardoor geloof in God wordt geïnspireerd, is de bijbel. Heeft u een dergelijk geloof niet, dan is dit er waarschijnlijk aan te wijten dat u dat Boek niet hebt bestudeerd; wanneer u geloof wilt krijgen, dan kunt u dit doen door dit Boek te bestuderen. Waar geloof is niet blind, maar heeft een goede kennis van zaken. Het is op feiten, logica, inzicht en vertrouwen gebaseerd. Naar zulk een geloof dient men te streven en zulk een geloof verkrijgt men wanneer men de inhoud van het Boek des geloofs, de bijbel, bestudeert. Paulus schreef dientengevolge: „Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.” — Rom. 10:17.
De bijbel beschrijft het geloof als „de verzekerde verwachting van dingen waarop wordt gehoopt, de duidelijke demonstratie van werkelijkheden hoewel ze niet worden gezien.” Het geloof is het totaal van onze overtuigingen over Jehovah God en zijn koninkrijk. Het is ons vertrouwen in hem, dat is ontwikkeld doordat wij de inhoud van de Schrift hebben onderzocht. Het is onze goed gefundeerde overtuiging dat er dingen bestaan welke wij niet kunnen waarnemen, doch dat wij in die dingen kunnen vertrouwen en dat de in Gods Woord gedane beloften nagekomen zullen worden. — Hebr. 11:1, NW.
Samenvattend kunnen wij het volgende zeggen: Wij geloven vele dingen welke wij niet kunnen zien. Wij geloven er in omdat wij de gevolgen van hun werking duidelijk kunnen waarnemen. Evenzo zien wij soortgelijke bewijzen van Gods activiteit. Het bestaan der materie, het wonder van het leven, de verbazingwekkende intelligentie welke uit de natuur blijkt, de omvang van het menselijk brein, het wonder der geboorte, het nimmer falende vermogen van de bijbel de toekomst nauwkeurig te voorspellen en het verbazingwekkende vermogen geloof te doen ontstaan in de geest van hen die hem lezen — al deze en nog vele andere bewijzen duiden op het stellige bestaan van een Opperste Intelligentie, een almachtige en alwetende Schepper, die in de bijbel bekendstaat onder de naam JEHOVAH. Nadat men tot de erkenning is gekomen dat er een God bestaat, is de volgende stap, zijn Woord, de bijbel, op te slaan, om aldus uw geloof op te bouwen en te weten te komen wat hij van u verlangt.
[Voetnoten]
a Modern Discovery and the Bible, A. Rendle Short, bladzijde 79.
b Man’s Destiny in Eternity, bladzijde 9.
c Modern Discovery and the Bible, bladzijde 43.
d De Engelse bioloog Jonathan Franklin, door Charles E. Sajous aangehaald in Strength of Religion as Shown by Science, bladzijde 171.
e Internal Evidence of Inspiration, Harry Rimmer, bladzijde 207.
f Watch Tower van maart en juli 1880. Zie ook het nummer van december 1879 en de bladzijden 83 en 189 van Three Worlds or Plan of Redemption, hetwelk in 1877 werd gepubliceerd.