Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w56 1/4 blz. 148-154
  • Exclusieve toewijding

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Exclusieve toewijding
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • ZIJN DE MENSEN VAN TEGENWOORDIG BETER?
  • WIE GEVEN EXCLUSIEVE TOEWIJDING?
  • „UW NAAM WORDE GEHEILIGD”
  • „GEEN ANDERE GODEN NAWANDELEN”
  • ’Kiest wie gij zult dienen’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • Geeft u God exclusieve toewijding?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
  • Exclusieve toewijding
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Exclusieve toewijding
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
w56 1/4 blz. 148-154

Exclusieve toewijding

1. Waarom kan de Maker van de mens terecht eisen dat elk menselijk schepsel hem exclusief is toegewijd?

JEHOVAH de levende God, heeft er recht op exclusieve toewijding te eisen. Hij is de Maker van de mens en van de aarde waarop de mens leeft. Hem, de enige Soevereine Regeerder, dient de gehele mensheid heerlijkheid te geven en te loven, want híj heeft gezegd: ’Ik ben Jehovah, dat is mijn naam en mijn eer zal Ik aan geen ander geven noch mijn lof aan de gesneden beelden’ (Jes. 42:8, NBG). Jehovah zelf openbaart dat hij eerst de aarde heeft gemaakt. Vervolgens schiep hij onze voorouders, Adam en Eva, uit het stof der aarde en plaatste hen in het paradijsachtige tehuis van Eden. Jehovah zeide deze twee mensen de aarde te vullen, ze te onderwerpen en voor hun nakomelingen ze geheel tot een paradijs te maken. Dit tweetal gehoorzaamde God niet. Zij gaven er de voorkeur aan de woorden van een ander schepsel te volgen en sloten zich bij hem aan in zijn opstand tegen Jehovah. Wegens deze opstandige handelwijze werd Adam ter dood veroordeeld (Gen. 3:19). ’Door één man is de zonde de wereld binnengekomen en door de zonde de dood, en de dood heeft zich aldus tot alle mensen uitgebreid’ (Rom. 5:12, NW). Aldus werden de mensen, die zich nog steeds in de lendenen van hun voorouders bevonden, onderdanen van de „god dezer wereld,” Satan de Duivel.

2. Hoe en wanneer zal de veel betwiste strijdvraag over Jehovah’s soevereiniteit worden opgelost?

2 De mensen leven tegenwoordig niet op deze aarde omdat zij daar recht op hebben, maar op grond van de onverdiende goedgunstigheid van de zijde van de waarachtige God. Pas wanneer de Almachtige God dit verkiest, zal hij de valse god, de heerser dezer wereld, Satan, het zwijgen opleggen. Sinds de opstand in Eden zijn er nagenoeg zesduizend jaar verstreken, en nog steeds heeft Jehovah dat eerste oneerbiedige schepsel (thans Satan) laten bestaan. Niet voor altijd zal Jehovah Satans oneerbiedigheid echter gedogen, want hij zeide voorspellingsgewijs: ’Hiertoe heb ik u in bestaan gelaten, om u mijn macht te tonen en ten einde op de gehele aarde mijn naam te laten bekendmaken’ (Ex. 9:16; Rom. 9:17, NW). Thans is de tijd aangebroken waarin deze strijdvraag, wie de oppermachtige heerser is, voorgoed opgelost zal worden. Jehovah zal de exclusieve toewijding van de gehele vrije schepping ontvangen nadat de valse god, Satan, in „de oorlog van de grote dag van God de Almachtige” te Armageddon in de afgrond is opgesloten. — Openb. 16:13-16; 20:1-3, NW.

3, 4. (a) Welke stappen zijn er reeds gedaan om de veel betwiste strijdvraag op te lossen? (b) Hoe kunnen voorzichtige personen het thans vermijden een noodlottige fout te begaan?

3 Bijbelonderzoekers kennen Gods voornemens en weten dat hij zijn Zoon, Jezus Christus, heeft gezonden opdat deze zijn leven als een volmaakt slachtoffer zou afleggen ten einde de mensen uit de dood los te kopen. Dit gebeurde 1923 jaar geleden. Jezus bewees dat hij het waardig was als Jehovah’s rechtvaardiger op te treden, en in 1914 werd Christus Jezus een heerserspositie gegeven. Toen hij het koninkrijk van zijn Vader oprichtte, was zijn eerste daad de Duivel met al zijn demonenhorden uit de hemel te werpen tot in de nabijheid van de aarde, en daarom staan wij thans vlak voor „de oorlog van de grote dag van God de Almachtige.” Dan zal Jehovah blijk geven van zijn soevereine macht en bewijzen dat alle toewijding uitsluitend hem toebehoort. Zij die rechtvaardigheid minnen, hebben de Soevereine Regeerder exclusieve toewijding gegeven. Wij leven in wonderbaarlijke dagen, waarin de door God geuite profetieën over het einde van dit samenstel van dingen in vervulling gaan. Elkeen dient zich vertrouwd te maken met de bijbel, hem te lezen, te bestuderen en er een nauwkeurige kennis uit te putten. „Want indien wij opzettelijk zonde bedrijven, nadat wij een nauwkeurige kennis der waarheid hebben ontvangen, blijft er geen offer voor zonden meer over, maar is er stellig een vreselijke verwachting van oordeel en vurige naijver waardoor tegenstanders verteerd zullen worden” (Hebr. 10:26, 27, NW). Wanneer wij op juiste wijze denken, door te denken zoals God ons dit leert, zullen wij gelukkig zijn en de Soevereine Regeerder van het universum exclusief zijn toegewijd. In dat geval behoeven wij geen vrees te koesteren voor het verwachte oordeel.

4 Dit samenstel van dingen houdt de mensen in een zeer ziekelijke geestesgesteldheid. Velen hebben geen hoop op de toekomst meer. Zulke mensen leven alleen bij het heden en zeggen: „Laten wij eten en drinken, want morgen zullen wij sterven” (1 Kor. 15:32, NW; Jes. 22:13). De mensen zijn haatdragend, wellustig en zelfzuchtig — zij zijn de mening toegedaan dat zij alleen gelukkig kunnen zijn wanneer zij anderen er onder hebben gekregen. Dit schijngeluk trachten zij te verkrijgen door overwinningen op zakengebied, en op politiek en religieus terrein, en maar al te vaak trachten gehele natiën andere volken te overwinnen. Deze wereld en de zich daarin bevindende mensen hebben zelfzucht tot hun god gemaakt. Dit zal tot vernietiging van deze wereld leiden. Er moet en er zal verandering in komen.

5. Wat wordt bewezen door de wijze van aanbidding welke de mensheid zowel nu kent als vroeger heeft gekend?

5 Tegenwoordig aanbidden de mensen zich zelf of anderen die hoge posities bekleden. Zij scheppen er behagen in van zich zelf een afgod te maken. De thans levende mensen zijn in dit opzicht niets beter dan die uit de vervlogen eeuwen. Uit de geschiedenis blijkt dat men stenen goden, godinnen, viervoetige dieren, vissen en vogels heeft aanbeden. Uit hout of steen zijn allerlei schepselen gesneden en gehakt, welke men daarna op een voetstuk heeft geplaatst zodat het volk zich er voor kon neerbuigen. Zelfs Gods uitverkoren volk, de Israëlieten, boog zich voor metalen, stenen of houten beelden neer, en met welk gevolg? Jehovah’s bevel bij monde van Mozes luidde: „Gij moet u voor hen niet nederbuigen noch er toe worden bewogen hen te dienen, want ik, Jehovah, uw God, ben een God die exclusieve toewijding eis en voor de ongerechtigheid van de vaders straf breng over de zonen tot op de achterkleinzonen en achter-achterkleinzonen zo zij mij haten” (Ex. 20:5, NW). De gehele wereld weet dat ze andere goden dan Jehovah ter aanbidding heeft gekozen, en in deze tijd hebben de mensen zich te goeder of te kwader trouw tegen de Soevereine Regeerder gesteld.

6. Welke invloed heeft Satans activiteit gehad op Jehovah en de aardbewoners?

6 Eén aartsvijand van Jehovah, Satan de Duivel, wordt in de Schrift „de god van dit samenstel van dingen” genoemd (2 Kor. 4:4, NW). Die valse god heeft er zijn zinnen op gezet elks hart en geest van Jehovah God af te keren, zodat zij hem zullen haten evenals Satan en zijn demonen Jehovah haten. De duivel doet nog steeds al het mogelijke de geest der ongelovigen te verblinden en tevens doet hij verwoede pogingen de gelovigen te misleiden en te verblinden. Hij wil dat alle mensen iets aanbidden, ongeacht hoe laag, zelfzuchtig en liefdeloos dit is. Hij zal tot het uiterste beproeven de mensheid te verderven. Maar ongeacht van welke listen de Duivel zich bedient, ongeacht hoe luid er gepropageerd wordt mensen te verheerlijken en te aanbidden, en ongeacht hoe zwaar de druk der vervolging ook moge zijn welke op de ware volgelingen van de door Jehovah op de troon geplaatste Christus wordt uitgeoefend, de waarachtige God eist nog steeds dat wie hem in waarheid aanbidden, hem exclusief zijn toegewijd. Jehovah’s getuigen kunnen geen compromissen aangaan. Zij moeten zich niet voor welke andere god ook buigen noch hem dienen. Doen zij dit toch, dan zullen zij sterven, want Jehovah zal niet toestaan dat mensen of afgoden worden aanbeden.

7, 8. (a) Waarom is gehoorzaamheid aan Jehovah iets wat noodzakelijk is? (b) Welke resultaten van gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid kunnen wij met veel nut met elkaar vergelijken?

7 Jehovah heeft de mens in het allereerste begin leven geschonken en het stond de mens vrij dit leven te gebruiken tot eer en aanbidding van Jehovah door zijn Maker gehoorzaam te zijn en aldus zijn leven te bestendigen. Het was noodzakelijk dat hij zijn Maker gehoorzaam was. Elke aardbewoner, elk schepsel in het universum moet de wil van de Soeverein doen. Gods Zoon, Christus Jezus, heeft door gehoorzaamheid, waardoor hij er blijk van gaf Jehovah exclusief te zijn toegewijd, eeuwig leven verworven. Nadat de Israëlieten uit Egypteland waren gebracht, verzaakten zij op hun lange woestijntocht dikwijls Gods aanbidding. Maar Jehovah God was het ontrouwe Israël al die tijd zeer barmhartig gezind. Telkens bestond er voor Jehovah gerede aanleiding de gehele natie te verdelgen. Ter wille van zijn naam en wegens de aan hun voorvaderen, Abraham, Izak en Jakob gedane belofte, bleef hij hen echter behandelen als zijn uitverkoren volk. Eeuwenlang gingen die halsstarrige joden hun eigen gang en bleven zich voor andere goden buigen, terwijl zij verzuimden Hem die in hun dagelijkse noden voorzag, ware aanbidding te schenken, en uit hun daden sprak: ’Al wie kwaad doet, is goed in de ogen van Jehovah, en Hij heeft lust aan zodanigen’ (Mal. 2:17). Ongeveer duizend jaar na de bevrijding uit Egypte bezigden de Israëlieten werkelijk deze woorden, waardoor werd aangetoond hoe verdorven de natie was geworden. Zou ook maar iemand kunnen denken dat de enige waarachtige God van het universum zulk een minachting voor altijd zou laten voortduren?

8 Later in de dagen van Paulus was de situatie zelfs nog kritieker en zo luidde zijn oordeel over de mensheid: „Hoewel zij beweerden dat zij wijs waren zijn zij dwaas geworden en zij hebben de heerlijkheid van de onverderfelijke God veranderd in iets wat gelijkt op het beeld van een verderfelijk mens en van vogels en viervoetige schepselen en kruipende dingen. Daarom heeft God hen in overeenstemming met de begeerten van hun hart aan onreinheid overgegeven, opdat onder hen het lichaam onteerd zou worden, namelijk onder hen die de waarheid van God hebben verwisseld voor de leugen en de schepping hebben vereerd en er heilige dienst voor hebben verricht in plaats van voor Hem die schiep, die gezegend is in alle eeuwigheid. Amen.” — Rom. 1:22-25, NW.

ZIJN DE MENSEN VAN TEGENWOORDIG BETER?

9, 10. Hoe laat de aanbidding welke door de zogenaamd heidense volken wordt beoefend, zich vergelijken met die welke in de christenheid wordt beoefend?

9 In deze tijd zijn sommige mensen wellicht geneigd te denken dat zij op een hoger niveau zijn komen te staan dan de mensen uit de dagen van het Romeinse Rijk, of dat zij niet gelijk de Israëlieten, Grieken of Egyptenaren zijn. Maar zijn de mensen van het ogenblik ook maar iets beter in hun denken en in hun aanbidding? Zie eens naar de zogenaamd heidense natiën. Zij buigen zich nog steeds neer voor hun goden van hout, steen en metaal. De christelijke natiën — die zijn toch stellig stukken beter! Integendeel, ook zij buigen zich nog steeds neer voor kruisen, altaars en beelden of poppen, welke dan „de maagd” en andere „heiligen” moeten voorstellen. Niet alleen zijn er mannen, vrouwen en kinderen die zich op grond van hun religieuze overtuiging neerbuigen voor door hun eigen handen gemaakte beelden en afbeeldingen van dictators, maar ook zijn er velen die standbeelden van grote mannen, oorlogshelden, aanbidden en zich neerbuigen voor het „eeuwige” vuur of een monument van de „onbekende soldaat”! Aanbidden zij niet de doden, die naar zij beweren, niet tevergeefs zijn gestorven maar om „de wereld veilig te maken voor democratie”?

10 Hebben deze miljoenen mannen en vrouwen die in de wereldoorlogen zijn gestorven, de wereld ook werkelijk veilig gemaakt voor de democratie of voor wie dan ook van de mensheid? Neen; in deze tijd buigt de christenheid zich neer voor en vereert haar oorlogsdoden, evenals miljoenen zogenaamde heidenen, die reeds eeuwenlang al hun dode voorvaders aanbidden. In de huidige tijd stellen mannen en vrouwen in de christenheid in alle ernst hun vertrouwen op vleselijke wapens en sterke mannen die zij kunnen zien, en zij aanbidden zulke leiders werkelijk. Dit is de tegenwoordige wereld. Hoe aanbidden zij de waarachtige en levende God, Jehovah? Velen beweren dat men door al deze voorouder- en beeldenaanbidding, ongeacht wat ze dan is, dichter tot God komt. Maar is dat nu werkelijk waar? Tot welke godheid komt u dichter te staan — tot de „god dezer wereld,” Satan de Duivel, of tot de Soevereine Regeerder, de levende God, Jehovah?

11, 12. Waarom is het passend dat men thans de ware aanbidding beoefent?

11 De mensen van nu bedrijven op even grote schaal afgodenaanbidding als destijds de Israëlieten en de heidenen uit vroeger tijden. Jehovah heeft zijn uitverkoren volk verworpen omdat zij hem niet exclusief waren toegewijd. In deze tijd zal Jehovah God een gehele wereld verstoten, ja, het merendeel van de meer dan twee miljard thans levenden, omdat zij opzettelijk verkiezen de Soevereine Regeerder niet te erkennen (Jer. 25:32, 33). Het wordt tijd dat een ieder zich tot de levende God, Jehovah, keert, zijn Woord bestudeert en zijn weg tot eeuwig leven leert kennen. Deze „gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze,” zeide Johannes (Matth. 13:19; Joh. 12:31; 1 Joh. 5:19, NW). In het allereerste begin slaagde Satan er in Eva te misleiden, en door haar bemiddeling Adam te verstrikken en hen beiden van de ware aanbidding af te keren. Jehovah’s woordvoerders hebben ons in het verleden wijze raad gegeven en doen dit thans nog, „opdat wij niet door Satan achterhaald mogen worden, want wij zijn niet onwetend van zijn bedoelingen.” — 2 Kor. 2:11, NW.

12 De wereld van tegenwoordig laat zich beïnvloeden en leiden door „de god dezer wereld,” die het hart en de zinnen der mensen heeft verblind. Hij heeft hen verblind opdat zij niet kunnen waarnemen wie de Soevereine Regeerder van het universum is, geen begrip van zijn voornemens kunnen verkrijgen. Die goddeloze wil niet dat de mens blijft leven; hij wil dat deze in Jehovah’s ’oorlog te Armageddon’ omkomt. Doordat de mensheid de werken van het vlees — „hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, het beoefenen van spiritisme, vijandschappen, twist, naijver, vlagen van toorn, wedijver, verdeeldheid, sekten, bittere afgunst, drinkgelagen, brasserijen, en dergelijke” — blijft verrichten, haast ze zich voort naar de dag der vernietiging. Dat ziet de Duivel nu graag. ’Wie dergelijke dingen bedrijven, zullen Gods koninkrijk niet beërven.’ — Gal. 5:19-21, NW.

WIE GEVEN EXCLUSIEVE TOEWIJDING?

13. Welke noodzakelijke vereisten voor een levenswijze van de nieuwe wereld dienen thans door wie in aanmerking te worden genomen?

13 Er bestaat in deze tijd op aarde een Nieuwe-Wereldmaatschappij van mannen, vrouwen en kinderen, die het vaste voornemen hebben de waarachtige God, Jehovah, exclusief te zijn toegewijd. Zij hebben met de werken van het vlees afgedaan, want zij zijn gewassen in het bloed van Jehovah’s getrouwe Zoon, onze Here Jezus Christus (Ef. 1:5-7, NW). Nu moeten zij de ’vruchten van de geest’ voortbrengen, welke zijn „liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, goedgunstigheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid, zelfbeheersing” (Gal. 5:22, 23, NW). Naar deze gezonde beginselen voor een juiste levenswijze kan en moet thans door een ieder te werk worden gegaan die wenst te blijven leven en de goedkeuring van de Soevereine Regeerder wil smaken. Stellig zult gij u thans, doordat gij uw geest hervormt, dat wil zeggen, doordat gij denkt zoals Jehovah van u verlangt, door heilzame, oprechte gedachten te koesteren, toerusten en voorbereiden voor een levenswijze van de nieuwe wereld. Een ieder die de „oorlog van de grote dag van God de Almachtige” overleeft, zal voor zijn naasten, zich zelf en de waarachtige God een proeve hebben geleverd van zijn oprechte wil Jehovah te gehoorzamen, hem exclusief toegewijd te zijn en hem in zijn nieuwe wereld van rechtvaardigheid voor altijd vol vreugde te aanbidden.

14, 15. (a) Waarom heeft de Almachtige God bepaalde mensen uitgekozen om in de hemel metgezellen van zijn Zoon te worden? (b) Uit wie bestaat de ’ene kudde’ onder Jehovah’s ene herder?

14 De strijdvraag over de soevereiniteit — Wie is de oppermachtige regeerder? — moet worden opgelost; Jehovah kiest daar echter zijn eigen tijd voor uit. In de vele, thans voorbijgegane eeuwen heeft hij het bewijs geleverd dat personen die aan hun rechtschapenheid vasthouden, zelfs onder zeer moeilijke omstandigheden getrouw kunnen blijven. Hij heeft dit bewezen in de gestalte van mannen en vrouwen van allerlei slag uit alle natiën, geslachten en tongen. Toen Jezus Christus negentienhonderd jaar geleden op aarde was, effende hij voor mensen die met de Almachtige God verzoend wilden worden, de weg daartoe. Er werd een nieuwe natie in het leven geroepen waardoor Jehovah God waarlijk verheerlijkt zou worden en waarmede hij eer zou inleggen. Jehovah had het in de bestemming van die natie, welke uit 144.000 leden bestond en de „kleine kudde” werd genoemd (Luk. 12:32, LV), gelegd dat zij medeërfgenamen met Christus Jezus zouden worden in zijn hemelse koninkrijk en duizend jaar lang met hem zouden heersen en regeren. „Bovendien,” zo schreef Paulus hun, „heeft God u levend gemaakt, ofschoon gij dood waart in uw overtredingen en zonden, waarin gij eens hebt gewandeld overeenkomstig het samenstel van dingen dezer wereld, overeenkomstig de heerser van de autoriteit van de lucht, de geest die thans werkzaam is in de zonen der ongehoorzaamheid. Ja, onder hen hebben wij allen ons eens in overeenstemming met de begeerten van ons vlees gedragen, doende de dingen die het vlees en de gedachten wilden, en wij waren van nature kinderen der gramschap evenals de overigen. Doch God, die rijk aan barmhartigheid is, heeft, wegens zijn grote liefde waarmede hij ons heeft liefgehad, ons tezamen met de Christus levend gemaakt, zelfs toen wij dood in overtredingen waren — door onverdiende goedgunstigheid zijt gij gered — en hij heeft ons tezamen opgewekt en heeft ons tezamen een plaats gegeven in de hemelse gewesten in eendracht met Christus Jezus, opdat in de toekomende samenstelsels van dingen de alles overtreffende rijkdommen van zijn onverdiende goedgunstigheid zullen worden getoond in zijn genadigheid jegens ons in eendracht met Christus Jezus. Door deze onverdiende goedgunstigheid zijt gij ook door geloof gered, en dit hebt gij niet aan u zelf te danken, het is Gods gave.” — Ef. 2:1-8, NW.

15 Al dezen zijn Jehovah God exclusief toegewijd, want zij worden „tezamen opgebouwd tot een plaats waarin God door geest woont” (Ef. 2:22, NW). Er gaan er thans zelfs nog meer mensen uit alle natiën, geslachten en tongen toe over Jehovah te aanbidden. In deze dagen valt het duidelijk op dat er behalve het overblijfsel of de overgeblevenen van de „kleine kudde,” inderdaad een „grote schare” is. Al dezen worden in de ene kudde bijeengebracht onder Jehovah’s ene Herder, Christus Jezus. Ook deze „andere schapen,” zoals de bijbel hen noemt (Joh. 10:16), weten dat Jehovah, hun God, exclusieve toewijding eist en dat hij geen mededinging toestaat; om welke reden zij zich ook van de wereld hebben afgescheiden. Allen die zich in de ’ene kudde’ bevinden, nemen Jezus’ woorden ter harte dat hij in de wereld was maar er geen deel van was (Joh. 17:14-16), en zij slaan ook op het volgende acht: „Blijft dan eerst het koninkrijk en zijn [Jehovah’s] rechtvaardigheid zoeken, en al het andere zal u worden toegevoegd.” — Matth. 6:33, NW.

16. Waarom is het thans noodzakelijk dat elk menselijk schepsel Jehovah’s soevereiniteit erkent?

16 Wanneer iemand eerst het koninkrijk Gods zoekt, moet hij Hem exclusief zijn toegewijd. Door het thans opgerichte koninkrijk Gods worden Jehovah’s naam en woord gerechtvaardigd. Ongeveer veertig jaar geleden was de eerste handeling of daad van dit koninkrijk, de Duivel uit zijn mededingende positie in de hemel te stoten (Jes. 14:12, NBG; Openb. 12:9, NW). Op het ogenblik kunnen Satan en zijn onzichtbare horden slechts in de nabijheid van de aarde werkzaam zijn. Doch ook uit dit gebied zullen zij worden gestoten. Ook hier zal door het thans door Jehovah opgerichte koninkrijk de strijdvraag over de soevereiniteit of onbetwiste heerschappij worden opgelost (Jes. 9:6; Dan. 2:44, AS). „Ik Jehovah, uw God, sta geen mededinging toe” (Ex. 20:5, NW, marge). Jehovah zal zijn heerlijkheid aan geen enkele andere persoon geven. Zijn beginselen van waarheid en rechtvaardigheid zullen worden toegepast. Van nu af aan moeten zijn identiteit als de Opperste Soeverein en zijn naam Jehovah in de geest van elk levend schepsel in het gehele universum een geheel afzonderlijke plaats innemen! (Jes. 2:11; Hab. 2:20). „Voor een andere god moet gij u niet nederbuigen, daar Jehovah exclusief is toegewijd aan zijn naam. Hij is een God die exclusieve toewijding eist.” — Ex. 34:14, NW, Fenton.

„UW NAAM WORDE GEHEILIGD”

17, 18. Welke aanspraken van de zijde van Jehovah dient ieder menselijk schepsel thans terecht te erkennen?

17 Jehovah kan niet gedogen dat een andere naam aan de zijne gelijkgesteld zou worden. Hij staat boven allen. Eens was hij alleen en hij bezat toen alle macht en autoriteit in het gehele universum. Deze oppermacht heeft hij nooit aan een ander gegeven en hij zal dit ook nimmer doen. Al het gemaakte, geschapene, voortgebrachte, met leven begiftigde, is door toedoen van deze Ene, Jehovah, tot aanzijn geroepen. De schepping is zijn werk. Hij is de bron van al het leven. Hij kan scheppen en vernietigen wanneer hij dit maar wenst. Maar Jehovah, de Eeuwige, die van eeuwigheid tot eeuwigheid is, is de scheppende God, die wenst dat ook andere personen zich in het leven verheugen; vandaar dat hij schepselen het leven schenkt (Ps. 90:1-17). In dat geval echter, eist Jehovah dat het door hem voortgebrachte schepsel hem als de Soevereine Regeerder erkent en hem exclusief is toegewijd. Er kan geen wedijver of mededinging worden toegestaan. Toen Jehovah de man en de vrouw in het leven riep, schiep hij hen niet opdat zij aanbeden zouden worden. Zij zouden aanbidding geven. Jehovah bevindt zich in de positie van een pottenbakker. Hij modelleert de klei van de grond naar zijn welbehagen. Zijn vingers kneden de klei op het pottenbakkerswiel. De pottenbakker bepaalt wat voor een soort van vat hij zal maken — hoe het er uit zal zien, hoe mooi het zal worden, of het een schitterend siervat of slechts één voor alledaags gebruik zal zijn. Nadat een pottenbakker vele prachtexemplaren heeft gemaakt en ze op zijn plank heeft tentoongesteld, zullen de mensen die het werk van de kunstenaar bekijken, niet de pot aanbidden en loven. Aan het geschapene wordt geen eer en heerlijkheid gegeven, maar de modelleur ontvangt het compliment, hem wordt de lof toegezwaaid. Wij zouden iemand die een stuk aardewerk stond te loven en verheerlijken, tamelijk onevenwichtig vinden, maar zou hij de loftrompet steken op de voortbrenger er van, dan zouden wij zijn opmerkingen kunnen begrijpen.

18 Jehovah is de pottenbakker. Hij is de maker. Hij heeft deze prachtschepselen op aarde voortgebracht. Hij heeft hen gemodelleerd. Hij heeft hen gevormd. Aan Hem hebben zij hun sierlijkheid te danken en Hij heeft hen smaakvol gevormd. Meer nog. Hij heeft hun leven geschonken. Jehovah komen dus woorden van lof toe. Wij dienen Hem te vereren en Hem exclusief te zijn toegewijd. Wij zijn de voortbrengselen. Op dezelfde wijze als waarop een pottenbakkersvat zijn voortbrenger eer aandoet, verheerlijken wij onze Maker. Jehovah God heeft ons tot bestaan geroepen. Hem zijn wij onze eer verschuldigd. Hij behoeft geen mededinging toe te staan en zal dit ook niet.

„GEEN ANDERE GODEN NAWANDELEN”

19, 20. (a) Wat wordt door de wens van elk menselijk schepsel lof te willen ontvangen, te kennen gegeven? (b) Welke voorbeelden van minachting jegens Jehovah dienen ons tot waarschuwing?

19 In deze tijd van grove zelfzucht onder en moordende wedijver tussen natiën en mensen, zijn er te veel personen die lof willen ontvangen in plaats dat zij lof willen geven. Hierdoor stellen zij zich tot mededingers van God. De Duivel zeide tot Eva dat ’zij wanneer zij van deze boom der kennis van goed en kwaad zouden eten, gelijk God zouden zijn.’ Dit idee is nog steeds in de geest van de mens geworteld, en de mens wil aanbeden worden, ook al is hij niets — slechts stof van de grond, klei welke door de Soevereine Regeerder van het universum tot een verrukkelijk schepsel is gevormd en waaraan door diezelfde Schepper leven is geschonken. Maar het levende schepsel wil zijn Schepper niet loven. Hij wordt trots, hooghartig, verwaand, en het duurt niet lang of hij begint God te vertellen wat er bij Hem aan schort. Het is volkomen normaal bij het doorlezen van in de courant verschijnende commentaren van de geestelijken der christenheid te bemerken hoe zij de bijbel, Gods Woord, critiseren. Vele geestelijken loochenen in de door hen geschreven boeken over de „hogere kritiek” zelfs het rantsoenoffer van Christus Jezus. Zij beweren christenen te zijn maar loochenen dat Christus de Zoon van God is. Hoe zouden zij dan christelijk kunnen zijn?

20 Andere geestelijken van de christenheid gaan zelfs zover dat zij Jehovah een „wreedaard” noemen, waardoor zij de Soevereine Regeerder van het universum in de ogen van het door Hem geschapene tot een verachtelijke positie omlaag halen. Dit alles doet men opdat men de Soevereine Regeerder zal gaan minachten en het geschapene, een mens zal loven. De christenheid en haar vertegenwoordigers zijn Jehovah niet exclusief toegewijd. Zij stellen belang in hun doeleinden, hun natie, hun nationale oorlogen; ja, zij geloven zelfs dat katholieken en protestanten in het ene land gezegender en meer begunstigd zijn dan katholieken en protestanten in een ander land. Wat blijft er van hun eenheid, hun broederlijke liefde over? Zijn het slechts holle frasen?

21. Om welke andere redenen is het thans van het allergrootste belang Jehovah exclusief te zijn toegewijd?

21 Er is slechts één waarachtige God en de aarde wordt slechts door één familie van mensen bewoond, immers allen zijn oorspronkelijk door God geschapen, en op zijn bestemde tijd zullen allen één natie vormen en één God hebben. Hij zal geen mededinging toestaan. Zijn koninkrijk zal voor altijd blijven bestaan. Alle mensen die weigeren zich achter de ware aanbidding te scharen, zullen worden verdelgd, vernietigd, daar er in het universum geen plaats is voor opstandelingen. „Gij moet geen andere goden nawandelen, welke van de goden der volken ook die overal rondom u zijn, (want Jehovah, uw God, die in uw midden is, is een God die exclusieve toewijding eist,) opdat de toorn van Jehovah, uw God, niet tegen u ontbrande en hij u van de oppervlakte der bodem moet verdelgen.” (Deut. 6:14, 15, NW). De volgende verklaring is bijzonder duidelijk en positief: „Gij moet nooit enige andere goden tegenover mijn aangezicht hebben,” of, zoals in de marge staat: „Gij moet nooit enige andere goden hebben in uitdaging aan mij” (Deut. 5:7, NW). Maar toch zijn er in deze tijd nog vele personen die deze wereld en dit samenstel van dingen aanbidden, alles in uitdaging aan Gods rechtvaardige koninkrijk. Aan de ene kant bidden zij, „Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede; gelijk in den hemel alzo ook op de aarde” (Matth. 6:10); en aan de andere kant gaan zij op hun eigen houtje te werk en ondersteunen de organisatie van de Verenigde Naties, welke volslagen strijdig is met de door God op de troon geplaatste Koning Christus Jezus. De religieaanhangers hebben steun verleend aan de huidige Verenigde Naties en de voormalige Volkenbond en ze gaan hiermede voort. Zij zijn zelfs zover gegaan dat zij hebben beweerd dat deze „Bond” de politieke uitdrukking van Gods koninkrijk op aarde was. Is het niet duidelijk dat wat zij op eigen houtje oprichten, een uitdaging aan Jehovah vormt?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen