De prediking van een zevenjarige werpt vrucht af
● Het is op een dorpsschooltje in Italië gebeurd. Wanneer zijn onderwijzer op school hem vroeg over een religieus onderwerp te schrijven, schreef een zekere jonge dienaar van Jehovah altijd over de ware aanbidding van Jehovah God. Soms kwam hij met tranen in zijn ogen thuis omdat zijn onderwijzer zijn opstel had verscheurd. Met Kerstmis moest deze jonge bedienaar van het evangelie een gedichtje over Kerstmis opzeggen. Toen hij het echter voor een miniatuur Kerststal voor de klas moest voordragen, stond hij pal, hij weigerde en als redenen hiervoor gaf hij aanhalingen uit Psalm 115 en Exodus 20 op. Toen de onderwijzer deze teksten in zijn Bijbel nakeek, was hij verbaasd te bemerken dat wat deze jonge bedienaar van het evangelie hem had verteld, werkelijk de waarheid was. Aangezien hij er belang in stelde meer te weten te komen over deze vreemde religie, bezocht de onderwijzer de ouders, die maar al te blij waren dat zij zijn vele vragen konden beantwoorden. Hij ging voort kennis tot zich te nemen betreffende Jehovah en zijn voornemens, en naarmate hij vooruitging, overwon hij de hindernissen die zich wegens mensenvrees voordeden. Het duurde niet lang of hij nam zijn standpunt in en droeg zich aan Jehovah op en werd gedoopt. Nu zijn niet alleen hij, zijn vrouw en zijn kind geregelde bezoekers van de gemeentevergaderingen van Jehovah’s getuigen, maar ook prediken hij en zijn vrouw ijverig het goede nieuws van huis tot huis; de vruchten die werden afgeworpen door de prediking van een zevenjarige.