„Laat me met rust!”
● In Oost-Duitsland gingen twee getuigen van huis tot huis om het goede nieuws van Gods koninkrijk te prediken. Bij een der huizen was een man in zijn achtertuintje bezig, en toen een van de getuigen tactisch het doel van hun bezoek begon uit te leggen, werd de man, daar hij begreep dat zijn bezoekers Jehovah’s getuigen waren, zo dodelijk beangst dat hij „Laat me met rust!” schreeuwde en zijn huis binnen rende, opdat toch maar niemand hem met de getuigen zou zien praten.
● Hij had zo luid geschreeuwd, dat zijn buren, die ook in hun tuintjes aan het werken waren, zich afvroegen wat er aan de hand was, en de twee getuigen vonden het maar het beste om de dodelijk beangste bewoner in zijn huis te volgen. Daar konden zij hem kalmeren en hem van de Koninkrijkshoop vertellen. Er werden regelingen getroffen dat hij zou worden nabezocht, en nu wil hij op de allereerste gelegenheid die zich voordoet, worden gedoopt, om in het openbaar bekend te maken dat hij een van Jehovah’s getuigen is. Thans herinnert hij zich met vermaak zijn eens angstige kreet, „Laat me met rust!”